Maandag 20/09/2021

Opinie

Meer geld lost niet altijd alle problemen op, Bea Cantillon

null Beeld RV
Beeld RV

Egbert Lachaert is federaal parlementslid voor Open Vld en OCMW-voorzitter in Merelbeke.

Vandaag fileert Bea Cantillon het armoedebeleid van de regering in een opiniestuk in De Morgen. Zij sluit haar stuk af met de conclusie dat er (veel!) meer geld nodig is. Dat is een recept dat vandaag voor zowat elk maatschappelijk probleem wordt aangedragen. Meer geld voor armoedebeleid, meer geld voor ouderenzorg, meer geld voor onderwijs, meer geld voor pensioenen… Het lijstje is eindeloos lang. Tegelijk wordt deze generatie politici geconfronteerd met een hoge staatsschuld, gigantische vergrijzingskosten en de naweeën van de financiële en economische crisis.

Onze nationale begroting is nog steeds niet in evenwicht, wat concreet betekent dat we op dit ogenblik opnieuw geld uitgeven op kosten van onze kinderen. Dat zou ons wel degelijk moeten bezig houden. Vorige generaties hebben immers gedaan wat velen vandaag opnieuw vragen: meer geld uitgeven. Ook al is het er niet.

Neen, om tot een duurzaam en correct beleid te komen, zullen we creatiever moeten omspringen met de vele sociale uitdagingen én de budgettaire marges. Als ik het stuk van Cantillon lees en herlees, lees ik een noodkreet maar geen alternatieven of berekende voorstellen om de armoede efficiënt aan te pakken. De uitkeringen optrekken naar de armoedegrens én tegelijk de lasten op lonen (nog) verder doen dalen, dat gaat om een miljardenoefening. Waar dat geld vandaan moet komen? Dat wordt er niet bij vermeld.

Nochtans treed ik Cantillon bij dat deze regering tot hiertoe visueel te weinig aandacht besteedt aan het armoedeprobleem. De eerste jaren van de legislatuur focuste de regering op het herstellen van de competitiviteit van onze economie. Dat is een fundamentele eerste stap in elk armoedebeleid. Als onze loonkost door de tijd heen 5% duurder werd dan onze buurlanden, dan kunnen oppositiestemmen het verlagen van de werkgeversbijdragen op loon wel verkopen als een cadeau aan de bedrijven. Als je daar evenwel niets aan doet, verdwijnt er wel tewerkstelling én belastingopbrengsten naar onze buurlanden.

Door een aantal onpopulaire maatregelen, zoals de indexsprong, het verhogen van de pensioenleeftijd, het activeren van niet-werkenden steeg de tewerkstellingsgraad. De competitiviteit en de vergrijzingskosten zijn nu beter onder controle. Met de welvaart die we daarmee verzekeren, kan je terug nadenken over een armoedebeleid. Niet omgekeerd.

De plaat is grijsgedraaid, maar je kan geen sociaal paradijs bouwen op een economisch kerkhof. Velen hebben het geprobeerd, allemaal hebben ze gefaald. We hebben in ons land nog altijd een overheidsbeslag van meer dan 50%. Je kan de ongelijkheid verminderen door nog hogere en nieuwe belastingen in te voeren, je zal er de armoede zeker niet mee verminderen. De algemene welvaart wel. Nu de economie beter draait, nu er meer mensen aan de slag zijn die hun schouders kunnen zetten onder onze belangrijke sociale zekerheid, moet het thema armoede prominenter op de politieke agenda komen. Diegenen die door omstandigheden en buiten hun wil niet meekunnen, mogen we niet uit het oog verliezen.

Ja, de uitkeringen mogen verder stijgen, zoals Cantillon vraagt. Maar een efficiënt armoedebeleid zal toch vooral lokaal gevoerd worden door de OCMW’s die op maat van mensen met hun maatschappelijk werkers individuele begeleiding geven. De uitkeringen lineair verhogen zou goed zijn, maar maatwerk is wellicht nog veel efficiënter. Het zou positief zijn als de federale overheid in kaart brengt wat OCMW’s vandaag al allemaal doen, gaande van huursubsidies, woningen, sociaal kruideniers, cursussen en activiteiten en dit samen bekeken wordt met de uitkering. Nog beter zou zijn als OCMW’s beter kunnen ondersteund worden om hun sociaal reïntegratietraject te versterken en we diezelfde begeleiding ook aan langdurig werklozen zouden kunnen aanbieden.

Ja, mensen die gaan werken moeten meer overhouden. Op 1 januari 2018 én 2019 zullen de nettolonen in dit land dan ook opnieuw stijgen, met dank aan de regering Michel. Een werknemer met een minimumloon zal dankzij de tax shift alleen al gemiddeld 1752 euro extra netto verdienen per jaar, een dikke dertiende maand extra. Dat is een ongeziene prestatie, die niet teniet wordt gedaan door extra kosten zoals de btw-verhoging op energie. Het zijn dus vooral de laagste lonen die winnen bij deze tax shift.

De regering Michel doet dus wel degelijk heel wat om armoede te bestrijden. Ze moet en kan evenwel nog meer doen. Het sociaal-economisch herstelbeleid moet aangehouden worden. We moeten onze arbeidsmarkt eindelijk toegankelijk maken voor kansengroepen die vandaag uit de boot vallen. Tot slot is de tijd inderdaad gekomen om een coherent en prominent armoedebeleid over de beleidsniveaus heen te voeren. Als het goed gaat in ons land, zijn we verplicht goed te zorgen voor wie het minder gaat. Maar dit houdt meer in dan zwaaien met de door en door versleten slogan ‘meer geld’.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234