Woensdag 11/12/2019

Meer dan een vlucht

Maarten Inghels blijft een betrokken dichter, zoals blijkt uit zijn bundel Nieuwe rituelen. De onvrede is niet weg, maar wordt anders ingekleurd.

De kunst van het verdwijnen

Op het overvolle marktplein liep iemand
door een megafoon te schreeuwen om
in vredesnaam te worden vergeten.
Ik ging een eindje met de eenmansbetoging op.
Het moment brak aan om betrapt, verboden
en bestreden te zijn. Ik wandelde verknipt
rond met een keukenschaar in mijn mond.
Kon ik maar onzichtbaar zijn,
mij als een handvol zand begraven.
Niet meer in het plaatje passen
van de voorgrond met de luidruchtige uren.
Ik bekwaamde mij in de kunst van het verdwijnen.
Stiekem ging ik het hoekje om
en hing overal posters op om de aandacht
te vestigen op mijn geoefend einde.
Sommigen zijn hun leven lang zoek,
verstoppen zich in de diepte van een schelp
of liggen reeds onder een verweerde steen.
Maar nu ik eeuwig weg ben
betreur ik dat niemand zag
hoe mooi ik verdween.

Uit Nieuwe rituelen van Maarten Inghels


In zijn vorige bundel Waakzaam (2011) wou Maarten Inghels (°1988) de lelijke maskers van de wereld afrukken. Hij stelde de oppervlakkigheid en het egoïsme aan de kaak en spaarde zichzelf niet.

Ook in zijn nieuwe bundel is de wereld intens aanwezig. Zo observeert hij in drie gedichten, die telkens de titel 'Volkstelling op 7 januari 2015 om 11uur 29' dragen, respectievelijk een jood, een moslim en een christen. En in 'Wij zijn hier niet nieuw' lezen we dat we niet om de realiteit heen kunnen: 'wij hebben ons dagelijks bad in de werkelijkheid/ te nemen'. Inghels heeft ook oog voor de vluchtelingenproblematiek: 'Vandaag zwachtelen we de wonden/: van een radeloze vlotmigrant-/ hij stak zich als een toorts in brand./ Sindsdien ruikt het toilet// van de dienst Vreemdelingenzaken naar barbecue.'

Intimiteit

Maar het is moeilijk om in te grijpen: 'Je wilt een overwinningsspeech schrijven/ en zorgvuldig de extase afwegen,/ de supermarktbonnen op de koelkast luisteren niet.' Iedereen voelt zich opgejaagd en trekt zich terug in zijn eigen leefwereld: 'Het is moeilijk nieuwe rituelen te vinden/ in de slavernij van de tijd:/ elk huis vereert zijn unieke vlag.' Inghels vertaalt zijn betrokkenheid op de maatschappij in groteske beelden, die hem tot een erfgenaam van de markante Gust Gils maken: 'Ik schrijf welkomstgebeden voor de afwijkende knipperlichten/ van een zonevreemde exoplaneet.'

Door de manier waarop de maatschappij functioneert en de plaats van de dichter daarin, stelt hij zichzelf scherp ter discussie: 'De cameralens brandt als een sigarenpeuk in mijn gezicht. / Ik heb mezelf duizend vragen te stellen.'

Er ontstaat bij Maarten Inghels een verlangen om te verdwijnen. Maar het gaat niet om een naïeve vlucht naar het verloren paradijs. Daarvoor hanteert hij te specifieke, schrijnende humor: 'We dompelen ons gezicht onder in een bord/ hete soep en voelen de zondagssomberte/ aan ons branden.'

De dichter wil vooral niet, zoals zovelen, gevangen geraken in de tredmolen van onze tijd, 'in de verdubbelende dagen die ons belagen'. Hij gaat op zoek naar 'een nieuwe intimiteit'. Hij wil die vooral niet vinden in voorgekauwde formules: 'Reizen is kreukels maken in jezelf,/ mailt de touroperator,/ met een coupon voor een kokosnootcocktail.' De intimiteit met de geliefde laat te wensen over. In de tweede afdeling, Hymnen, presenteert hij zich als iemand die al te veel in woorden verdwijnt: 'Jij kent toch de bedrukte dichter sinds/ die zich verdrinkt in 't dreunende refrein/ hetwelk mijn prullenmand zingt.'

Een mens wil wel verdwijnen, maar onzichtbaar worden is nog niet zo eenvoudig. Bovendien wil de dichter dat met glans doen, maakt hij met de nodige ironie duidelijk in het gedicht dat ik koos. Helemaal verdwijnen verbeeldt hij zich in 'Ouroboros', met een verwijzing naar de staart-eter uit de antieke mythologie: 'Mijn lijf is een vijfgangenmenu,/ tot mijn gelaat dat niet behapbaar harig is.'

Vergetelheid

De natuur kan wel een uitweg bieden. Wie verdwijnen zegt, denkt aan dood en vergetelheid. Maar Maarten Inghels, die in Antwerpen de eenzame uitvaarten coördineert, wil zich niet zomaar neerleggen bij de gedachte dat de doden vergeten worden: 'Recht jullie rug uit as of graf,/ spook nog lang in onze naam', maant hij hen aan. Met zichzelf heeft hij minder medelijden: in het lange slotgedicht verbeeldt hij hoe hij als een gevallen Icarus op de dissectietafel zal liggen. En hoe de conclusie zal luiden: 'Schijnbaar een mens geweest.'
Met deze bundel bewijst Maarten Inghels alvast dat hij niet schijnbaar een dichter is.

Jeroen Theunissen en Maarten Inghels presenteren hun nieuwe bundel, om 14 uur in LaRiva.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234