Zondag 04/12/2022

Meer Dan Eén Mening

Al-Jazeera is geliefd bij de massa en wordt gehaat door de regeringen omdat mensen er voor het eerst mogen zeggen wat ze willen

CAROLINE DE GRUYTER TV AL-JAZEERA: EEN AFWIJKENDE STEM IN HET ARABISCHE MEDIALANDSCHAP

Naar de stem van Qatar, een van de kleinste Golfstaatjes, luistert in de Arabische wereld niemand. Naar de Qatarese tv-zender Al-Jazeera des te meer. Want Al-Jazeera durft als enige iets te doen wat geen enkel ander Arabisch medium aandurft: het volk aan het woord laten, afwijkende meningen in de ether sturen. Behalve Libanon is er niet één Arabisch land dat niet op de een of andere manier heeft geprobeerd de sluiting van Al-Jazeera af te dwingen. 'De leiders zijn als de dood voor een vrije pers.'

'Zeg broeder, laat me nu eens uitspreken!" De Egyptische journalist is bezig te betogen dat mannen als Abdullah Öcalan, Osama Bin Laden en Carlos geen vrijheidsstrijders zijn maar terroristen. Hij wil gaan uitleggen dat er een relatie is tussen het positieve imago van deze mannen in de Arabische wereld en het feit dat de regio zo achtergesteld is, als hij alweer in de rede wordt gevallen door de andere talkshow-gast van de avond, een Marokkaan die het in niets met hem eens is.

De mannen schreeuwen steeds harder en zetten hun argumenten steeds sterker aan, in de hoop de kijkers van hun gelijk te overtuigen. Soms hangen ze half over tafel, de verhitte hoofden vlak bij elkaar. De Syrische presentator Faisal Qassem, een brede man die zijn laatste haren plat over de schedel heeft gekamd, zit stoïcijns tussen hen in. Hij grijpt alleen in als er niets meer van te verstaan valt of als het tijd is voor een telefonische reactie van een kijker.

Qassems programma, Tegengestelde Richtingen, dat elke dinsdagavond van negen tot halfelf wordt uitgezonden, is de populairste talkshow in de Arabische wereld. In Palestijnse, Marokkaanse of Iraakse kantoren en koffiehuizen praat men op woensdag over weinig anders dan het debat van gisteravond. Op welk kanaal, dat hoeft niemand er meer bij te zeggen: het is Al-Jazeera, de satellietzender uit Qatar die er in tweeëneenhalf jaar tijd in geslaagd is om zo'n 125 miljoen kijkers te lokken.

Al-Jazeera, dat 24 uur per dag nieuws en achtergronden in het Arabisch uitzendt, is geliefd bij de Arabische massa en wordt gehaat door de Arabische regeringen, omdat mensen er voor het eerst in de geschiedenis van de Arabische massamedia mogen zeggen wat ze willen. Als Al-Jazeera één paradepaard heeft, dan is het Tegengestelde Richtingen (Al-Ittijah Al-Moakis in het Arabisch) van Faisal Qassem.

De Syriër kiest onderwerpen die het publiek bezighouden, maar die op nationale tv-stations of Arabische satellietkanalen als ANN en MBC niet of nauwelijks aan bod komen omdat die in handen zijn van overheden die politieke controverse willen vermijden: mensenrechten in het Midden-Oosten, relaties met Israël of de vele manieren waarop sjeiks de koran interpreteren.

Faisal Qassem nodigt altijd twee gasten uit die meestal naar de studio in Qatar worden gevlogen: gasten van wie hij weet dat ze het niet met elkaar eens zijn. Kijkers mogen bellen. Vanavond, in de uitzending over de vraag 'Is de tijd voor revolutionairen voorbij?', bellen er een Arabisch sprekende man in Denemarken, iemand uit Syrië en de Franse advocate van Carlos, die in Parijs in de gevangenis zit. Net als de meeste programma's van Al-Jazeera wordt er live uitgezonden: nog een novum op Arabisch media-gebied. Kans om iets uit de opnamen te knippen is er niet.

Bij Al-Jazeera, dat in een klein gebouw met blauw dak in de Qatarese hoofdstad Doha gevestigd is, zeggen ze graag dat ze onafhankelijk zijn.

"Wij zijn voor niemand, tegen niemand en werken ook voor niemand," zegt directeur Mohammed Jasim Al-Ali, een gewiekste Qatarese journalist in lange witte dishdasha. Jasim loopt over de redactie zonder zich te bemoeien met de nieuwsgaring of presentatoren in te fluisteren welke vragen ze moeten vermijden - iets wat in de regio ongebruikelijk is.

Oppositieleiders van Marokko tot Iran, die in eigen land door de media worden gemarginaliseerd of doodgezwegen, komen bij Al-Jazeera aan het woord. Vaak worden zij uitgenodigd om met hun eigen ministers van gedachten te wisselen. Dat levert de debatten op waar het volk al jaren op zit te wachten maar waar de regeringen om die reden huiverig voor blijven.

In het programma Tussen de Regels wordt getoond wat buitenlandse kranten over een onderwerp te melden hebben. Dat kan variëren van commentaren over de Navo-bombardementen op Belgrado tot onthullingen over Palestijnse corruptie of prostitutie in Egypte.

"Alles wat interessant is voor een Arabisch publiek," zegt redactrice Hala op de vraag hoe ze die knipsels kiest. "Nee, ik ga nooit naar de hoofdredactie om te vragen of iets kan of niet."

Behalve Libanon is er geen Arabisch land dat er niet bij de regering van Qatar op heeft aangedrongen om Al-Jazeera te sluiten. Toen een Iraki een tv-debat met een Koeweiti won, diende Koeweit een klacht in bij Qatar. Jordanië was door een programma over Palestijnse vluchtelingen in dat land zo in zijn eer getast dat het eind 1998 de accreditatie van zes Al-Jazeera-journalisten introk en excuses eiste. Die excuses kreeg het niet - enkel de verzekering dat het kanaal geen ressentiment tegen de regering in Amman koestert. Na vier maanden mocht het kantoor weer open: koning Hoessein werd begraven, en het best bekeken Arabische nieuwskanaal niet toelaten om de stoet wereldleiders die dagen te filmen zou - dat zagen de autoriteiten ook wel in - een misser van formaat zijn.

Als Saddam Hoessein een breed publiek wil bereiken, stuurt hij bandjes met toespraken naar Al-Jazeera en niet, zoals vroeger, naar CNN of de BBC. Vlak voor de verkiezingen in Israël belde premier Netanyahu Al-Jazeera om te vragen om een interview (Al-Jazeera is het enige Arabische kanaal dat correspondenten in Israël heeft). Het verzoek werd afgewezen: eerder had Netanyahu verstek laten gaan in een debat met andere kandidaat-premiers en men wilde hem geen speciale behandeling geven.

De Palestijnse Autoriteit liet een prominente vredesonderhandelaar debatteren met een Hamas-leider, iets wat ze normaliter weigert. Maanden later praten de Palestijnen (van wie 46 procent van de schotelbezitters in een peiling Al-Jazeera de betrouwbaarste nieuwszender noemde) nog steeds over de verbale dreunen die de Hamas-man uitdeelde.

De teneur is duidelijk: nu satellietschotels goedkoper worden en steeds meer mensen naar Al-Jazeera kijken (desnoods bij de buren), kunnen de leiders niet meer om het kanaal heen. Maar de kracht van Al-Jazeera, de journalistieke openheid en de massa's Arabieren die ernaar kijken (zelfs degenen die het "te luidruchtig" of "te negatief" vinden), is ook de zwakte van de zender. Want hij is, weet iedereen, in handen van de regering van Qatar, meer bepaald van minister van Buitenlandse Zaken Sjeikh Hamad ibn Jassem ibn Jabr al-Thani. Met één pennestreek kan hij Al-Jazeera sluiten, en dat is iets waar veel Arabische leiders hem nu toe pogen te brengen.

Ironisch genoeg werd de zender niet opgezet om te bewijzen dat goede Arabische journalistiek wel degelijk bestaat, maar om de buitenlandse politiek van Qatar te dienen. Al-Jazeera betekent schiereiland, zoals Qatar vaak wordt aangeduid. Dit Golfstaatje, waar 600.000 mensen wonen, onder wie driekwart buitenlanders, is door de buurlanden altijd als het lelijke eendje behandeld. In grensdisputen legde Qatar het steevast af (Saoedi-Arabië annexeerde land, met Bahrein is er ook ruzie), en in de Gulf Cooperation Council (GCC) wordt Qatars stem nauwelijks gehoord.

"Qatar", zegt een journalist bij Al-Jazeera, "is daarom dwars. Het wil serieus genomen worden. Het heeft als enige Golfstaat goede relaties met Iran, met name om de buren boos te maken. Er zat hier zelfs een Israëlisch handelskantoor. Ook met bondgenoot Amerika haalt Qatar streken uit: soms staan hier ineens gevechtsvliegtuigen waar Washington niets van afweet. Al-Jazeera ontsproot aan het brein van de emir zelf. Hij wilde iets hebben waar de buren bang voor zouden zijn. Als wapen: 'Als jullie over ons heenwalsen, dan riskeren jullie vanaf nu dat de hele wereld ervan hoort!'"

Het gerucht gaat dat alle Arabische ministers van Buitenlandse Zaken hun Qatarese collega laatst een bod deden: financiële schadeloosstelling als hij Al-Jazeera zou sluiten. De minister weigerde. "Als ze met sancties gaan dreigen", zegt de journalist, "weet ik niet wat hij doet. Wij zijn in het belang van Qatar, maar Qatar heeft meer belangen."

Al-Jazeera startte haar uitzendingen in november 1996 met alleen maar een lening van de Qatarese regering, geeft directeur Mohammed Jasim toe. "Dat moest, want aan een tv-kanaal waarop iedereen zijn mening kan geven, durft geen particuliere investeerder in deze regio zijn vingers te branden. Dat geldt ook voor adverteerders. In Amerika vragen die wat je doelgroep is. In de Arabische wereld vragen ze naar je politieke achtergrond. De lening, 500 miljoen rials (4,5 miljard frank), moet in vijf jaar zijn afbetaald. Daarna moeten we op eigen benen staan."

Het is een publiek geheim dat die lening een gift is. En dat op eigen benen staan, daar houden de 366 medewerkers van Al-Jazeera hun hart voor vast. Vele bureauchefs, presentatoren en verslaggevers werkten vroeger voor de Arabische dienst van de BBC en zijn zeer te spreken over de journalistieke vrijheid die ze hebben ("Anders had ik bruisend Londen niet voor saai, dor en bloedheet Qatar ingeruild," zegt een van hen). Maar juist door die achtergrond weten ze maar al te goed hoeveel er de Saoedische regering aan gelegen is om de Arabische nieuwsvoorziening onder controle te krijgen.

De BBC moest haar Arabische tv-programma's in 1996 staken omdat enige documentaires de Saoedische regering, mede-eigenaar van het kanaal, in het verkeerde keelgat waren geschoten. De belangrijkste Arabische kranten in Londen, zoals Al-Hayat en Al-Quds al-Arabi, en satellietkanalen als MBC, zijn in handen van Saoedi-Arabië. Iedereen weet dat Saoedi-Arabië bedrijven betaalt om niet op Al-Jazeera te adverteren. Een grote Saoedische parfumfabrikant, wiens commercials wekelijks in Tegengestelde Richtingen te zien zijn, smeekt Al-Jazeera het contract te verbreken omdat zijn regering hem het zakendoen in eigen land bemoeilijkt. Behalve deze parfumflessen, Jaguar, Mastercard, babymelk en een afwasmiddel is er op Al-Jazeera nauwelijks publiciteit te zien.

Overige inkomsten laten ook al op zich wachten. Al-Jazeera staat tv-kanalen in Arabische landen toe om gratis programma's over te nemen, wat steeds vaker gebeurt zonder dat ze er in Qatar van weten. "Eerst moet je bekendheid krijgen", zegt Mohammed Jasim laconiek, "daarna kun je er geld voor vragen."

De meeste kanalen nemen de reportages over met de schaar in de hand, zoals de Soedanese staatstelevisie, die onlangs in een documentaire alleen de woorden van de president en wat beelden van boeren intact liet, en lastige vragen ("Klopt het dat u als president moet doen wat religieus leider Hassan Tourabi u vertelt?") en criticasters eruit knipte.

Of deze kanalen straks voor beelden willen betalen, is de vraag. Arabische kanalen betalen zelden voor het overnemen van andermans beelden. Al-Jazeera begint wel te verdienen aan het doorverkopen van interviews aan westerse stations, zoals dat met Osama bin Laden laatst. "Het enige wat ons onafhankelijk kan maken", zegt een medewerker, "is dat we zo goed worden dat de hele wereld niet meer om ons heen kan en alles van ons wil kopen."

Bij veel Arabische televisiezenders zie je mensen rondhangen, koffie drinken, en van de een naar de ander lopen met een quote waarvan ze niet zeker weten of die politiek kan of niet. Uiteindelijk sneuvelt de quote omdat niemand er de verantwoordelijkheid voor wil nemen. Hier zijn verantwoordelijkheden en taken duidelijk omschreven - met de BBC-redacteuren haalde Al-Jazeera ook de BBC-werkwijze binnen.

Er wordt weinig tijd verspild. In de newsroom is iedereen hard aan het werk. Er slingeren weinig Arabische kranten rond. "Als we die zouden gebruiken", spot iemand, "zouden we nu maar twintig kijkers hebben."

De voornaamste bronnen voor Al-Jazeera zijn westerse persbureaus en tv-kanalen en een uitdijend netwerk van eigen correspondenten en verslaggevers. Maar chef Buitenland Salah Negm bestrijdt dat zij westerse journalistiek bedrijven. "Journalistiek kent geen nationaliteit," vindt de Egyptenaar, die jaren bij de Arabische afdeling van de Nederlandse Wereldomroep in Hilversum werkte. "Regels voor goede nieuwsgaring zijn overal ter wereld hetzelfde. Dat die niet overal in acht worden genomen, heeft niets met journalistiek te maken, wel met politiek. Ons succes bewijst dat Arabieren dat evenzeer betreuren als wijzelf, westers getrainde journalisten."

Omdat Al-Jazeera hoor en wederhoor serieus neemt, zegt Salah Negm, zijn programma's soms zelfs anders. Neem de documentaire over transseksuelen laatst. "Net als in Nederland interview je zoveel mogelijk betrokkenen. Maar voor een Arabisch publiek moet je ook een islamitische geleerde aan het woord laten."

En vanwege dat ene extra accent, zegt hij, zijn westerse kanalen steeds meer geïnteresseerd in de overname van reportages, zoals de bijdragen van de correspondent in Belgrado, die eerder een Servisch visum kreeg dan veel westerse collega's.

Westerse diplomaten houden Al-Jazeera scherp in de gaten. De Amerikaanse ambassadeur dient weleens een klacht in als een talkshowgast uitvalt tegen de sancties tegen Irak. Omdat het Navo-ingrijpen in Kosovo de westers-Arabische relaties kan beïnvloeden, vroegen sommige diplomaten achteraf een bandje van een paneldiscussie getiteld 'Navo 50 Jaar', in het programma Meer Dan Eén Mening.

Velen bij Al-Jazeera zijn het erover eens dat ze hier vrijer zijn in het weergeven van die Arabische polsslag dan ze bij de BBC waren. Bij de BBC werd hun, vanwege de Saoedische sponsoring, steeds duidelijk gemaakt dat ze voorzichtig moesten zijn om de Saoedi's en hun vrienden niet tegen de haren in te strijken.

Of Al-Jazeera de Arabische mediawereld wakker kan schudden? Ahmed Sheikh, de Palestijnse chef van de nieuwsdienst, ook een ex-BBC'er, heeft er een hard hoofd in. Hij werkte ooit bij de televisie in Koeweit. In 1969, zegt hij, toen Armstrong op de maan landde, was dat het zevende onderwerp op het avondnieuws. "Onderwerpen één tot en met zes gingen over de emir."

Om niet nog meer kijkers aan Al-Jazeera te verliezen, worden veel Arabische kanalen nu wat meer gelikt: ze doen nu weleens live-uitzendingen en gebruiken meer grafieken. Maar door de bank genomen draait alles nog steeds om lokaal nieuws, ter meerder eer en glorie van de leider. Yasser Arafat die een weeshuis opent. Hafez al-Assad die een vakbondsdelegatie uit China ontvangt. "De leiders zijn als de dood voor de vrije pers, zucht Sheikh. "Pas als de politiek verandert, kunnen de media veranderen."

Maar een soortgelijk verwijt krijgt Al-Jazeera zelf ook: het zou Qatar te vriendelijk behandelen. Waarom, vragen sommige kijkers zich af, krijgt Palestina meer aandacht dan Qatar? Een journalist pareert: "Yasser Arafat reist de hele wereld af om steun te krijgen voor de Palestijnse onafhankelijkheid: nieuws. Onze emir bezoekt tien landen in Zuid-Oost-Azië: Who cares?"

Maar tijdens de MENA-handelsconferentie in Doha, in 1997, zette Al-Jazeera de minister van Buitenlandse Zaken, de eigenaar dus, tegenover een andere Qatarees die hem scherp aanviel omdat Israël aan de conferentie deelnam, waardoor sommige Arabische delegaties waren weggebleven.

De minister was de studio ingelopen met de woorden: "Ik wil geen voorkeursbehandeling. Pak mij maar hard aan." Ook werd hij eens aan de tand gevoeld over het persoonlijke fortuin dat hij vergaard zou hebben door buitenlandse bedrijven geld te vragen voor een vestigingsvergunning. Hij kreeg zelfs eens de vraag: "Is het waar dat u homoseksueel bent?"

Maar tijdens de bombardementen op Irak, in december, verscheen een bijdrage van de Washington-correspondent maar één keer op het nieuws terwijl velen de bijdrage, over het Amerikaanse militaire arsenaal, goed en nieuwswaardig vonden. Wat bleek? Er was melding gemaakt van een versterking van de Amerikaanse basis in Doha, terwijl de Qatarese minister van Buitenlandse Zaken eerder had verklaard dat daar geen sprake van was. Een chef had het beter gevonden om de bijdrage niet te herhalen, al had hij geen reactie gekregen van het ministerie.

"Dat er een rode lijn is", zegt een journalist, "daar merk je hier nooit iets van. Dat was zelfcensuur, en het had niet mogen gebeuren. Wij zagen die basis, hier vlakbij, nota bene zelf uitdijen!" Niettemin heeft Qatar de Arabische mediapolitiek volledig op haar kop kunnen zetten. Het kleine Golfstaatje bewijst wat miljoenen Arabieren hun leiders al jaren vergeefs aan het verstand proberen te brengen: dat een vrije pers wel degelijk goed kan zijn voor de regering. En daar was het de Qatarezen precies om begonnen.

Faisal Qassem (midden) discussieert met Egyptische gasten over het probleem van de minderheden in Arabische landen. Qassems programma, Tegengestelde Richtingen, is de populairste talkshow in de Arabische wereld. (Foto AP)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234