Zondag 29/11/2020

Meegesleurd in de val

De beklemmende, fascinerende finale brengt kippenvel teweeg

Philip Roth

Een stervend dier

Vertaald uit het Engels door Ko Kooman Meulenhoff, Amsterdam, 2001, 160 p., 666 frank.

Philip Roths recentste boek vormt het laatste deel in de Kepesh-trilogie, maar sluit niet naadloos aan op de vorige kafkaiaanse novelle De borst en de monoloog Professor in de begeerte. Roths universum is echter veel te boeiend om je aan enkele inconsistenties in de plots te storen.

Het gaat er snoeihard aan toe in Een stervend dier. Roths taalgebruik bevat een haast onaanvaardbaar machogehalte en is soms ronduit grof. Daarenboven trakteert Roth zijn lezers niet bepaald op een zoetsappig verhaaltje. Hoofdpersoon is David Kepesh, een tweeënzestigjarige universiteitsprof en bekend tv-criticus. Ooit getrouwd en vader maar sinds de seksuele omwenteling van de jaren zestig een hevig adept van een 'geëmancipeerde mannelijkheid'. Voor hem geen verbintenissen en trouw, maar veeleer velerlei ongecompliceerd seksueel plezier, dat hem het opperste gevoel geeft van onafhankelijkheid. Kepesh zelf vindt rechtvaardiging in niets minder dan de Amerikaanse grondwet, die waarden als autonomie en geluk hoog in het vaandel draagt.

Maar Roth gaat nog verder. In een geslepen kanttekening verhaalt hij de vete tussen vrome Plymouth-puriteinen en Thomas Morton, een lokale branieschopper en genotzoeker. Roth doet dit met zoveel verve dat niemand nog vreemd opkijkt wanneer hij het waagt om Morton als de voorloper van Henry Miller en de seksuele revolutie te bestempelen. "Toch is het Mortons kop die in Mount Rushmore zou moeten worden uitgehakt." Maar hoe krachtig ook, Kepesh' pleidooi heeft zo zijn grenzen. Hij geeft het overigens zelf toe. Zijn libertijnse leventje heeft hem destijds de haat van zijn zoon opgeleverd. En hier laat Roth zijn hoofdpersonage gewillig tegen de muur lopen. Kepesh slaagt er niet meer in de lezer zoet te houden met humor en welluidende argumenten. De aarzeling van zijn zoon tussen woede en hunkering naar een beetje aandacht wordt door hem als hopeloos afgedaan. De ontzetting van de lezer is even oprecht als het kinderverdriet.

Zijn levensstijl bevalt Kepesh nochtans uitstekend tot het moment waarop Consuela Castillo haar intrede doet. Deze vierentwintigjarige studente is de verpersoonlijking van Modigliani's sensuele droomvrouwen. Een verhouding komt hen beiden goed uit: Kepesh krijgt de kans de mooiste tieten ooit te strelen, wat Consuela's ijdelheid meer dan bevredigt. De minnaars blijven aan elkaar vastkleven hoewel hun motieven gaandeweg meer uiteenlopen. Kepesh raakt geobsedeerd door Consuela's vorige vriendjes; hij wil hetzelfde als die jonge snaken ervaren, zelfs als dit het likken van Consuela's bloed inhoudt. Volgens een vriend begint zijn gedrag griezelig veel op verliefdheid te lijken. Consuela, van haar kant, neemt ijskoud haar tampon voor Kepesh uit, maar blijkt te kicken op flinke Cubaanse jongens en een oudere literaire criticus. Roth schotelt dit relaas echter niet zo consistent voor als hierboven vermeld. In een haperende monoloog laat de auteur zijn hoofdpersonage het woord richten tot een denkbeeldige luisteraar, de lezer. Een eendimensionaal, mannelijk perspectief? Zeker.

Maar wat aanvankelijk een ode aan lichamelijkheid en zinnelijkheid lijkt, groeit uit tot veel meer. Wanneer Consuela de relatie na anderhalf jaar verbreekt, blijkt ze ineens niets meer dan een doordeweekse, perfect verwisselbare, jonge vrouw. Fundamenteler is dat Kepesh voor het eerst in zijn leven geconfronteerd wordt met de volle betekenis van het begrip 'verlangen'. Ironie troef wanneer de man die zijn zoons burgerlijke leventje met vrouw en vier kinderen onophoudelijk beschimpt, genadeloos verteerd wordt door jaloezie. Kepesh brengt het er niet goed af. Mechanische piano-oefeningen en seksuele fantasieën vormen slechts een kortstondige verdoving.

"Maar op dit punt kom ik klaar, de fantasieles is afgelopen en ik ben weer een poosje niet meer ziek van verlangen. Is dat niet Yeats? 'Verteer mijn hart; ziek van 't begeren / en vastgeketend aan een stervend dier / kent het zichzelve niet.' Yeats. Inderdaad."

Kepesh' reflecties over seks en dood worden benauwend frappant naarmate het verhaal vordert. "Seks is niet alleen maar wrijving en oppervlakkig genot. Seks is ook onze wraak op de dood. Vergeet de dood niet. Vergeet nooit de dood. Zeker, ook de kracht van de seks is beperkt. Hoe beperkt, dat weet ik maar al te goed. Maar zeg mij, welke kracht is groter?" Nu Kepesh Consuela niet meer als zijn seksspeeltje kan gebruiken, is er geen redding van ouderdom en ontbinding meer mogelijk.

Hij zal het alleen moeten klaren. Wanneer Consuela zout op zijn wonden strooit door hem een Modigliani-prentkaart te sturen, bemerkt Kepesh: "Een naakt met een goudkleurige huid, onverklaarbaar slapend boven een fluweelzwarte afgrond die ik, in mijn gemoedsgesteldheid, vereenzelvigde met het graf. Als één lange, golvende lijn ligt ze daar op je te wachten, roerloos als de dood."

Maar dan blijkt het lot nog veel wreder toe te slaan dan de lezer tot hiertoe vermoed had. Na acht jaar duikt Consuela weer op in Kepesh' leven. Ditmaal om hem mee te slepen in een draaikolk van verval op de vooravond van het nieuwe millennium. In de kantlijn duiken het waanzinnige feestgedruis in New York, de ramp met de Concorde en Fidel Castro's cynische nieuwjaarsgeschenk subtiel op. Roth weet geschiedenis en actualiteit als geen ander te concretiseren. Daarenboven maakt het Consuela's schokkende relaas alleen maar geloofwaardiger. Maar voor Kepesh is haar verhaal ook ingrijpend. Nadat ze hem voor het eerst in zijn leven in aanraking bracht met iets dat op liefde lijkt, stelt dezelfde vrouw hem opnieuw voor een ongekende uitdaging. Ze eist van hem een troostende rol.

Roths macho held ondervindt weerom serieuze obstakels. Kepesh' onzekerheid is haast tastbaar: "Het is nu drie weken geleden dat ik haar heb gezien, maar ik heb nog niets gehoord. Moet ik? Vind jij dat ik het moet doen? Ze heeft me gevraagd geen contact met haar op te nemen. Ze wilde verder niets meer van mij - dat zei ze toen ze wegging. Ik zit praktisch dag en nacht bij de telefoon, om er maar te zijn als ze belt." De strijd tussen de seksen wordt nu tot onbenullige proporties herleid. Consuela en Kepesh bevinden zich beiden aan de afgrond. En het onmogelijke blijkt mogelijk. Roth slaagt erin om oprecht medeleven op te wekken voor zijn egoïstische, bijwijlen zelfs meedogenloze hoofdpersonages.

De beklemmende, fascinerende finale brengt kippenvel teweeg. Ondanks zijn koel en afstandelijk proza weet Roth de lezer ten volle te engageren. En dan te beseffen dat deze turbulente geestelijke én lichamelijke trip zich in slechts 160 pagina's voltrekt. Maar het einde brengt geen verlichting. Integendeel, het laat de lezer perplex en ontredderd achter. Maar zo had Yeats het waarschijnlijk ook bedoeld.

Hile Cremers

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234