Woensdag 11/12/2019

30 urenweek

Maximaal 30 uur: waarom u dringend een kortere werkweek moet krijgen

Beeld Fernando Leon

Een voltijdse job van amper vier werkdagen voor hetzelfde loon? Critici noemen het een verre utopie, maar nooit was de collectieve 30 urenweek zo dichtbij. Politicoloog Olivier Pintelon schreef een boek over de haalbaarheid ervan, en vrouwenorganisatie Femma voegt de daad bij het woord. Hebben we de heilige graal naar een betere werk-gezinbalans gevonden?

De collectieve 30 urenweek mét loonbehoud, het is inmiddels een oude bekende in de publieke opinie. De PVDA pleitte er drie jaar geleden al voor, enkele Zweedse experimenten werden wereldnieuws en ook Femma maakt de tongen los met het plan om de kortere werkweek zelf in te voeren. 

Maar even snel als ze ten tonele verschenen, werden de initiatieven onverbiddelijk afgeknald. “Onrealistisch en onbetaalbaar”, stelt Karel Van Eetvelt (Unizo). “Van een andere planeet”, vindt Zuhal Demir (N-VA). “Sciencefiction”, tweette econoom Stijn Baert deze week nog. Telkens komen dezelfde argumenten naar boven. Ten eerste: het kostenplaatje is enorm. En twee: stijgende uurlonen jagen bedrijven alleen maar naar het buitenland, waar wel goedkope werkkrachten voor het rapen liggen. Conclusie: de 30 urenweek is economische zelfmoord, en als modale mens worden we er alleen maar armer van. Niet dromen, maar naarstig voortwerken dus.

Maar zo snel laat Olivier Pintelon zich niet afschepen. Nadat hij als jonge vader zelf te kampen kreeg met handenvol werk op kantoor én in huis, stortte hij zich op de realiteit achter de utopie. “Vooruitstrevende ideeën botsen altijd op een njet van de apostelen van het conservatieve status quo”, vertelt de politicoloog en kernlid van denktank Minerva, wiens boek De strijd om tijd, sinds vandaag in de rekken ligt. “Doemscenario’s zijn van alle tijden. Sinds 1870 werken we de helft van het aantal uren voor een loon dat twaalf keer hoger ligt. Wie de kortere werkweek niet haalbaar acht, gelooft eigenlijk niet in maatschappelijke vooruitgang. De samenleving is maakbaar en zal dat altijd zijn.”

Al vergt die maakbaarheid in dit geval wel meer dan een paar compromissen à la Belge. Een 30 urenweek met loonbehoud komt immers met een stevig prijskaartje, want extra werknemers moeten de vrijgekomen uren grotendeels invullen. Toch hoeft dat niet te betekenen dat de loonkosten de pan uit rijzen, zo redeneert Pintelon in zijn 20 jarenplan. “Het uurloon stijgt inderdaad. Maar als je de werktijdverkorting afstemt op de groeiende productiviteit, blijven de productiekosten constant. Dat kan niet in alle sectoren: in de zorgsector is er nauwelijks productiviteitsgroei, want je kan niet meer bejaarden wassen op een uur tijd. Daarom stel ik voor dat bij die bedrijven de overheid bijspringt, zolang er extra jobs gecreëerd worden
.”

Daarvoor roept hij een gloednieuwe subsidiepot in het leven, goed voor 40 procent van de brutokosten van de 30 urenweek. Dat geld moet vrijkomen via twee grote ingrepen: een fikse vermogensbelasting en de afschaf van tal van loonsubsidies. Verder rekent hij erop dat de overheid ook geld zal terugverdienen bij de sociale zekerheid, doordat we met zijn allen een stuk gezonder en minder gestrest zullen rondlopen. “Op die manier is de 30 urenweek in ons huidige systeem perfect haalbaar, zonder dat ‘de grotere revolutie’ nodig is. België kan vanaf morgen het voortouw nemen, als het wil.”

Olivier Pintelon Beeld RV

#werkenisplezant

Au fond lijkt dat een waterdichte rekensom, maar net in dat laatste zinnetje schuilt de lekkage. Willen we die offers wel brengen? Loonsubsidies en een vermogensbelasting vormen al jarenlang een twistappel tussen links en rechts, en ook snoeien in bedrijfswinsten lijkt bij de huidige coalitie een ver-van-ons-bed-show. “Alleen als er afspraken komen op wereldniveau, zullen individuele landen volgen. Maar als je ziet hoe moeilijk dat al is bij kleine euvels, lijkt me dat sterk”, reageert dezelfde Stijn Baert die de kortere werkweek op Belgisch niveau als sciencefiction bestempelde.

De 30 urenweek is dus vooral een kwestie van politieke keuzes, eerder dan een economische onhaalbaarheid. Maar ook los van geld en politiek, is de vraag of ze ons wel echt vooruithelpt. “Schitterend idee, zo’n 30 urenweek. Geef er mij maar ineens twee”, tweette Marc Coucke, met een veelzeggende #werkenisplezant erbij. Coucke is niet bepaald de doorsneepersoon op de arbeidsmarkt, maar hij heeft een punt: zijn er niet veel mensen die met plezier achter hun bureau kruipen? Die zingeving vinden in hun job, hun passie botvieren voor de kost, of sterker, zich verveeld of rusteloos voelen bij een overschot aan vrije tijd?

“Die overwerkcultus vind ik ultraschadelijk. Het is een
highway naar gezondheidsproblemen, die je vooral in erg concurrentiële sectoren als journalistiek of cultuur terugziet”, onderstreept Pintelon. “Maar vooral gaat mijn engagement niet zomaar om meer vrije tijd voor iedereen. Wel om een eerlijkere verdeling van tijd en werk. De norm voor voltijds werk stamt deels nog uit de tijd dat enkel de man ging werken, en is dus niet afgestemd op het tweeverdienersmodel. Daarvoor betalen vrouwen de prijs: zij zijn het vooral die deeltijds gaan werken om de karrenvracht aan huishoudelijk werk en zorgtaken op zich te nemen. Dat beknot hun kansen op de arbeidsmarkt. Marc Coucke kan hard werken, omdat hij thuis niet instaat voor de was en de plas. Die luxe heeft niet iedereen.”

Juiste vraag, verkeerd antwoord?

Het is dus geen toeval dat het collectief minderen de laatste jaren ook bij vrouwenorganisaties een nieuw speerpunt werd. Waar vroeger de strijd tegen het glazen plafond primeerde, lijkt work-life balance zelfs een nieuwe golf van feminisme. “Als de norm naar 30 uur verschuift voor man én vrouw, zullen meer vrouwen een loopbaan uitbouwen, en meer mannen helpen bij de kinderen en het huishouden. Ingebakken rolpatronen komen daarmee op de helling”, hoopt Eva Brumagne, algemeen directeur van Femma. Zij nemen in januari zelf de proef op de som, onder het toeziend oog van de onderzoeksgroep rond tijd, cultuur en samenleving van de VUB. “We maakten onze processen efficiënter, en namen extra werknemers aan. Daarvoor gebruikten we financiële reserves.”

Op de werkvloer lijkt dat effectief een goede zet: volgens een studie (KU Leuven) komt 40 procent van de lagere carrièrekansen van vrouwen door het verschil in werkuren. Daarentegen is er geen enkel bewijs dat de ingreep ook in het gezinsleven de culturele rolpatronen zal doorbreken – wie zegt dat mannen hun vrijgekomen uren niet op de squashclub doorbrengen, terwijl vrouwen alsnog van crèche naar supermarkt snellen? 

“Uit onderzoek blijkt dat ook als zowel man als vrouw voltijds werken, de vrouw nog steeds bijna dubbel zoveel tijd spendeert aan de kinderen”, stelt Simon Ghiotto, onderzoeker rond gezinsbeleid bij denktank Itinera. Hij kijkt eerder naar een herverdeling van het ouderschapsverlof om mannen evenredig aan de pampers te krijgen. “Zo zijn mannen van in het begin bij de kinderzorg betrokken. Vrouwen voelen zich minder een slechte moeder, en gaan sneller weer aan het werk. Ik pleit dus voor gender empowerment, eerder dan gendergelijkheid.”

Op die manier ziet Ghiotto ook heil in flexibilisering van ons carrièrepad. Daarmee haakt hij in op een huidige trend: steeds meer vrouwen én mannen kiezen er zo al voor vier vijfde te werken, zelfs al moeten ze een stukje loon inruilen. “Zo kunnen we vlotter periodes van veel of minder werken inbouwen, maar dan wel uit vrije wil. Want daar knelt het schoentje: je kan dat niet zomaar aan elke mens, bedrijf of sector opleggen. De 30 urenweek is dus een verkeerd antwoord, op een juiste vraag.”

Citroenloopbanen

Of vrouwen nu massaal op de barricades moeten voor arbeidsduurvermindering, blijft dus dubbel. Maar Pintelons plan biedt ook nog op een tweede heet hangijzer een antwoord: burn-outs, het buzzwoord dat ons werkleven steeds meer domineert. “In België zitten we met de zogenaamde citroenloopbanen: als midlifer werken we hard en veel, maar vervolgens vallen we er vroeg uit. Bovendien zorgt de mismatch tussen werk en privé voor combinatiestress. Met minder werkuren maak je de loopbaan meer behapbaar.”

Het klinkt als de logica zelve: we krijgen massaal burn-outs, want we werken te veel. Toch heerst ook daarover geen consensus. Psychiater Edel Maex zei in deze krant eerder al dat  burn-outs niet gewoon komen door te hard werken, maar wel als ons werk niet zinvol voelt. Ook stress- en burn-outdeskundige Nienke Thurlings noemt dat een grote misvatting. “We krijgen vooral burn-outs door hoe we met werk omgaan. Het is een oud denkpatroon om werkdruk zomaar aan het aantal werkuren te linken. Ook een job van 30 uur kan een hoge tol eisen, door het toegenomen multitasken en de prestatiedruk. Zeker als productiviteit daarbij nog meer op het voorplan komt.”

Olivier Pintelon, De strijd om tijd, Epo, 264 p., 20 euro. 

Waarom 6 uur werken beter is dan 8 uur

Olivier Pintelon is niet de eerste die ervoor pleit om minder te werken. De Britse historicus Cyril Parkinson kwam al in de jaren 50 met de wet van Parkinson op de proppen. Die wet stelt dat de omvang van een taak toeneemt naarmate je meer tijd krijgt om die taak te realiseren. Parkinson baseerde zich daarvoor op het Verenigd Koninkrijk, waar hij vaststelde dat het aantal mensen in een bureaucratie, onafhankelijk van het werkaanbod, met 5 tot 7 procent per jaar toeneemt, zonder dat hiervoor een logische verklaring te vinden was. En dus is het volgens die wet beter om kortere werkdagen te hebben. Dat zou de productiviteit ten goede komen.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234