Dinsdag 17/09/2019

Mausolea van papier

"Zijn dood leek een signaal waar we al jaren op hadden gewacht: om alles uit onze handen te laten vallen dat onecht was of onvrij. Ja, we waren bevrijd, hij had ons bevrijd, Tomas, onze martelaar: we waren nu gebrandmerkte strijders, voortaan zouden we leven om zijn bloed te wreken. Ik zag het allemaal zo helder als de maan die avond: dat er in het leven geen noodlot was dat mij nog treffen kon, want het ergste had ik nu al overleefd: een ongenaakbaar fuck you, een superieure, minachtende overschilligheid tegenover het lot. Ik rookte die avond sigaretten zonder na te denken over de dood, zonder me af te vragen wat mijn vrouw ervan vond. Ik was vrij van angst.

Dat was nog wel het vreemdste: zijn dood was die nacht daadwerkelijk iets gunstigs. Zo sterk was het gevoel dat deze aanslag tenminste een keerpunt zou zijn.

Hij was dood, maar ik was nu mijzelf: zo won ik ook er weer iemand bij.

...

Het enige onbehagen dat ik die avond voelde, kwam voort uit het besef dat we herinneringen aan het scheppen waren waar hij al geen deel meer aan had. Maar we deden het juist voor hem, hield ik mijzelf voor, we waren het hem zelfs verplicht. Die nacht bleef iedereen bij elkaar slapen. Niemand maakte foto's. Niemand deelde iets. Dit was puur, dit zou op eigen kracht beklijven, voor eeuwig - dit strovuur van zijn dood.

- Uit Arjen van Veelen,Aantekeningen bij het verplaatsen van obelisken, De Bezige Bij, 2017.

Dichteres Ellen Deckwitz (1982) doet elke week haar ding met poëzie en proza

eze maand is het elf jaar geleden dat de roman eX verscheen, het debuut van Thomas Blondeau (1978-2013). Begin 2006 leerde ik hem kennen via Hyves en ontstond er briefwisseling: over wat je moest lezen (Majakovski! Boelgakov!), wat je moest eten (maakte niet uit zolang je er maar door afviel!) en hoe je moest schrijven (alsof elke hyperbool je laatste was!).

Enkele maanden later woonde ik de presentatie van zijn eerste roman bij: Ilja Leonard Pfeiffer leidde de avond in, we stonden tot onze enkels in de drank, Christiaan Weijts was op een zeker moment aan het knuffelen met een pilaar, het was fantastisch. Ook ontmoette ik een van Thomas' beste vrienden, de toen 26-jarige Arjen van Veelen. Hij vertelde me dat hij werkte aan zijn romandebuut, over een reis naar Suriname en een verloren liefde.

Afgelopen week zag deze eersteling eindelijk het levenslicht. De reis gaat niet meer naar Suriname maar naar Afrika, en in plaats van een verloren geliefde is er een verloren vriend. In Aantekeningen bij het verplaatsen van obelisken vertrekt de naamloze hoofdpersoon, een jonge schrijver, naar Egypte, om de romans van zijn onlangs overleden vriend Tomas (inderdaad, zonder h) Blondeau bij te zetten in de beroemde Bibliotheek van Alexandrië. En om de laatste rustplaats van Alexander de Grote te vinden, over wie hij een biografie schrijft.

Natuurlijk zoekt de jonge schrijver niet naar die tombe, maar naar troost. Hij zwerft de wereld rond, maakt bedevaarten naar de cafés die hij met Tomas bezocht, swipet langs diens profielfoto's op Facebook. Al die tochten maken Blondeaus afwezigheid alleen maar zwaarder. Op een zeker moment is dat zo frustrerend dat de hoofdpersoon opmerkt dat het verwerken van iemands dood in feite gewoon neerkomt op moedwillig geheugenverlies. 'Een plekje geven is een eufemisme voor vergeten.'

Dit soort observaties maakt van Aantekeningen meer dan een stijlvol geschreven In Memoriam. De zoektocht wordt afgewisseld door boeiende bespiegelingen over het internet, de klassieke wereld en de fotografie. In flashbacks leert de lezer Blondeau kennen, en Van Veelen schetst hem zo overtuigend dat ik hem weer kon horen en ruiken. Dat deed pijn. Ook wordt er de zere vinger op rouwverwerking gelegd: in het bovenstaande fragment beschrijft Van Veelen de emoties op de avond na Blondeaus dood. Niets kon ons nog raken. Maar je leeft verder, geeft dingen een plekje, langzamerhand slijt het verdriet en zo vergeet je ook dat je heel even niet meer bang was.

Ik schrijf nog steeds over Thomas, probeer hem met inkt in leven te houden, en ik ben niet de enige: Roderik Six, Jamal Ouariachi, Joost Baars, Hanna Bervoets: allemaal hebben ze stukken aan hem gewijd. Zodat hij er toch een beetje bij is.

Maar af en toe stemmen al die woorden droevig, zelfs als ze een prachtige roman opleveren als Aantekeningen, omdat ze zijn afwezigheid alleen maar benadrukken. We bouwen voor Thomas mausolea van papier, maar het voelt ook alsof we een schuldgevoel van ons proberen af te schrijven, de wroeging die iedere nabestaande kent: dat wij er nog zijn, en hij niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234