Vrijdag 05/06/2020

Mauro

Ten tijde van Evil Superstars voelde Mauro Pawlowski wel eens de aandrang in iedere song die hij schreef acht andere liedjes te verstoppen, maar op zijn eerste soloplaat kiest hij bewust voor uitgepuurde pop. Alles wat de directe communicatie met de luisteraar in de weg kan staan wordt onverbiddelijk weggesneden, ten voordele van eenvoudige en heldere songstructuren. Songs From a Bad Hat werd opgenomen in New York, met de van Barkmarket bekende Dave Sardy als producer, en dat zorgt alvast voor een gebalde, spontane sound, waar radiomakers het water van in de mond krijgen. De singles 'A Faint Smile' en 'Let Me Know' behoren, met hun glamrockinvloeden uit de seventies en hun ietwat overspannen zangpartijen, niet echt tot onze favorieten, maar dat hindert niet: Mauro kent gelukkig meer dan een kunstje.

Ronduit fantastisch is het semi-akoestische moordverhaal 'Ballad With One Arm', dat tegelijk beklemt en een beetje om te lachen is. Tot de andere hoogtepunten behoren in hemelse melodieën gewikkelde liedjes als 'Everybody's Friend', met vocale assistentie van Carol van Dijk (van Bettie Serveert) en twee Anarchisten aan de strijkstok, en het enigszins naar Freedy Johnston lonkende 'Love Once Again'. 'Sky Tiger', een heidense gospel met een sierlijk opkrullende gitaarpartij, zou met de hulp van de Gestreepte Van Hierboven een grote hit kunnen worden, en het voortdurend tussen romantisch en hilarisch twijfelende 'She Sits at Home' achtervolgt je zelfs tot in je slaap. De rest van het aanbod klinkt iets potiger: 'Shot of Shame' wordt aangedreven door een gitaarriff die met buskruit is gevuld, terwijl 'Can't Fight It No Longer' met het ene been in funk en het andere in blues heeft postgevat. De meeste nummers gaan over liefde en lust (of de moeizame verhouding tussen die twee) en zeggen veel over Mauro's diabolische natuur, maar net zo goed over zijn gevoel voor humor. Of zoals de artiest het zelf verwoordt in 'Cover Up': "I'm nasty, but I'm faithful." Zo'n man laat je toch niet buiten staan?

Mauro, Songs From A Bad Hat, PIAS

Elysian Fields

Al sinds 1995 vormen zangeres Jennifer Charles en gitarist Oren Bloedow de kern van de New Yorkse formatie Elysian Fields. Charles is een sirene met een fuwelen stem, die het midden houdt tussen Peggy Lee en de jonge Lydia Lunch. Als dochter van een nachtclubchanteuse heeft ze zowel affiniteit met de traditie van de torch song als met de wetmatigheden van de punkscene. Ze acteerde in film en theater, kwam aan de kost als fotomodel, maar vond haar ware roeping pas toen ze Bloedow ontmoette en een manier vond om haar sensualiteit en haar neiging tot melancholie op elkaar af te stemmen. Oren Bloedow is een briljante avant-jazzgitarist die ooit deel uitmaakte van The Lounge Lizards en sindsdien actief bleef in de scène omtrent de Knitting Factory. Met Bleed Your Cedar, hun debuut uit 1996, vonden Elysian Fields meteen onderdak bij een groot platenlabel, maar de door Steve Albini geproducete opvolger vond geen genade in de ogen van de RadioActive-bonzen, wegens te rauw en te gedurfd. De cd verdween in de koelkast en pas na veel getouwtrek wist de groep zich van haar onsympathieke broodheren te bevrijden. Dat verklaart meteen waarom Queen of the Meadow (eigenlijk al plaat nummer drie) zo lang op zich liet wachten.

Elysian Fields spelen songs van het lethargische type: afgemeten, behoedzaam voortschuifelend en gespeeld met een uitgesproken jazzy sensibiliteit. Charles' lome voordracht doet soms aan die van Brazilliaanse bossanovadiva's denken, maar verhaaltjes als 'Hearts Are Open Graves', 'Rope of Weeds' of 'Fright Night' vallen vooral op door hun sinistere ondertoon. De muziek van de groep klinkt, door de inkleuring met piano, Wurlitzer, Hammond en contrabas, wel verleidelijk, maar vervult je tegelijk met onbehagen. De poëzie van Elysian Fields wortelt in de onderwereld, houdt de belofte in van kinky seks, maar veinst tegelijk kinderlijke onschuld. Die dubbelzinnigheid zorgt er alvast voor dat je op dit dwarse plaatje niet snel uitgeluisterd raakt. Wie houdt van Mazzy Star, Shivaree of Cowboy Junkies droomt zich nu al een weg naar de platenboer.

Elysian Fields, Queen of the Meadow, Flower Shop Recordings/Bang!

Idaho

Er zijn zo van die groepen die je het liefst voor jezelf zou houden, ware het niet dat je aangeboren rechtvaardigheidsgevoel dan prompt in opstand kwam. Want is het geen ongeschreven wet in de rockjournalistiek dat je pure schoonheid onbaatzuchtig met anderen hoort te delen? Welaan dan. Idaho is een sadcoreband uit L.A., die al actief is sinds de vroege jaren negentig en in die tijd een zestal fraaie langspelers heeft gebaard. In wezen gaat het om een opvangbassin voor de melancholische buien van zanger, liedjesschrijver en multi-instrumentalist Jeff Martin, een man die geestelijke verwantschappen vertoont met Mark Eitzel van American Music Club en Mark Kozelek van Red House Painters. Martins handelsmerk is zijn viersnarige gitaar, die eerder al platen als This Way Out en Alas domineerde en nu ook op Hearts of Palm nadrukkelijk in het klankbeeld aanwezig is.

De songs zijn doordrongen van wanhoop, eenzaamheid en tristesse, staan in het teken van verstoorde communicatie en de eindigheid der dingen, maar Martin is niet het type dat de luisteraar bestookt met pathetische jeremiades. Zijn songs zijn veeleer introspectieve mijmeringen op muziek, die met hun subtiele toonzetting en rijke instrumentatie voortdurend aan je onderbewustzijn knagen. Idaho heeft een voorliefde voor langzame nummers, die zo dynamisch worden ingekleurd dat er toch altijd een zeker reliëf inzit. Hoewel stem en gitaar de toon aangeven, bedient Jeff Martin zich tegenwoordig meer dan ooit van tapeloops, effecten en Prophet V-manipulaties, wat de muziek occasioneel een ambientkarakter bezorgt. Enkele maanden na de liveplaat People Like Us Should Be Stopped zorgt Idaho met Hearts of Palm dus opnieuw voor een gepaste soundtrack bij het druilerige voorjaarsweer.

Idaho, Hearts of Palm, Idaho Music/Bang!

David Thomas

Jarenlang vormde hij het middelpunt van de arty garagerockband Pere Ubu, later schuimde hij de podia af met The Pedestrians en The Wooden Birds en de jongste jaren laat hij zich bij voorkeur begeleiden door Two Pale Boys. Maar wat David Thomas ook doet, de excentrieke melodeonspeler met de eunuchenstem zwalkt altijd een beetje tussen nihilisme en surrealisme.

Ook op zijn nieuwe langspeler, zijn vierde al met gitarist Keith Moliné en trompettist Andy Diagram, blijft hij dromen van een Amerika dat alleen nog in de voltooid verleden tijd bestaat en goochelt hij weer met beelden van uitgedroogde rivieren, verlaten autowegen en steden die uitsluitend door spoken worden bevolkt. De muzikale inkleuring is nu eens sober en pakkend ('Man in the Dark', 'Ghosts'), dan weer broeierig en noisy (het ruim negen minuten uitgesponnen 'River'), maar bijna altijd wordt er gespeeld met de ingesteldheid van experimentele jazzmuzikanten.

De cd ontleent zijn titel aan een song van The Beach Boys, een van Thomas' blijvende obsessies. 'Surf's Up', geschreven door Brian Wilson en Van Dyke Parks, dateert oorspronkelijk uit de Smile-periode, maar zag pas officieel het licht in 1971 en wordt nu door de Two Pale Boys omgetoverd in een statige, meerstemmige elegie. Af en toe dreigt de korzelige stem van David Thomas te gaan irriteren, maar het trio put kracht uit zijn beperkingen en levert andermaal een sfeerrijk en fascinerend werkstuk af. Surf's Up is een plaat voor mensen die vinden dat poëzie best een beetje kierewiet mag zijn.

David Thomas and Two Pale Boys, Surf's Up!, Glitterhouse/Munich

Sophia en 16 Horsepower

Al te vaak worden liveplaten als een middel gebruikt om de creatieve impasse van bepaalde artiesten te maskeren. Maar dat hoeft gelukkig niet altijd zo te zijn. Soms, zoals in het geval van Sophia, documenteren ze gewoon een uitzonderlijk evenement. Half januari ging een jeugddroom van Robin Proper-Sheppard in vervulling, toen zijn groep tijdens De Nachten in Amsterdam en Antwerpen tweemaal het podium op mocht met de ruggensteun van een heus strijkkwartet. Dat leidde niet alleen tot fraaie nieuwe uitvoeringen van 'So Slow', 'If Only' en 'The River Song', Sophia maakte ook van de gelegenheid gebruik een handvol gloednieuwe songs te introduceren, die dit plaatje meteen tot een must maken voor iedere rechtgeaarde fan. Alleen de zoveelste versie van John Lennons 'Jealous Guy' is niet echt onontbeerlijk.

Een ander livetussendoortje is Hoarse van 16 Horsepower, een plaat die vroeger al tijdens optredens werd verkocht maar vanaf nu ook officieel in de winkel ligt. De opnamen werden gemaakt in 1998 en dateren dus nog van voor Secret South. Wie vertrouwd is met het desolate countrybluesrepertoire van David Eugene Edwards en de zijnen, weet zo ongeveer wat hij/zij kan verwachten: dramatische verhalen over hel, verdoemenis, moord en doodslag. Wat de aanschaf van de cd echter vooral de moeite waard maakt, zijn de koortsige coverversies van songs van Creedence Clearwater Revival ('Bad Moon Rising'), The Gun Club ('Fire Spirit') en Joy Division ('Day of the Lords'). Niet essentieel, gewoon een aardige aanvulling op het studiowerk van het gezelschap, dat vanavond concerteert in een uitverkochte AB. Echte liefhebbers nemen hun bijbel mee.

Sophia, De Nachten, Flower Shop Recordings/Bang! 16 Horsepower, Hoarse, Glitterhouse/Munich

Dirk Steenhaut

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234