Maandag 24/01/2022

Matthias Goerne

Matthias Goerne is wellicht dé Duitse bariton van zijn generatie, die van de dertigers. Hij is bekend als liedzanger maar is evengoed op het operatoneel te zien (zijn Papageno is memorabel en Hans Werner Henze heeft voor hem een opera geschreven die van de zomer in première gaat). Hij beschikt over een erg krachtige stem, een grote intelligentie en veel smaak, een combinatie die bij zangers niet vanzelfsprekend is.

Brussel Van onze medewerker Stephan Moens

Goerne is dezer dagen drie keer in Brussel te horen: gisteren nog in de liederen uit Des Knaben Wunderhorn van Mahler, eind van de maand samen met de al even uitzonderlijke sopraan Christine Schäfer in het Spanische Liederbuch van Wolf en in juni met het Muntorkest in orkestliederen van dezelfde Wolf, met name de drie Harfner-liederen uit Wilhelm Meister van Goethe en het volgens Goerne "absolute meesterwerk" Prometheus ("veel beter dan de zetting van Schubert").

Net op de markt is ook een nieuwe cd van Des Knaben Wunderhorn met het Concertgebouworkest en Riccardo Chailly, waarin hij een groot deel van de liederen voor zijn rekening neemt. Op een compliment over die opname (die indrukwekkend is) reageert hij met de nadelen ervan op te sommen: hij vindt het idee om de liederen over vier zangers te spreiden maar niks, maar ja, "Wat doe je al niet voor iemand als Chailly?" en "Waarschijnlijk hadden ze die gimmick nodig om te verkopen; de concurrentie is groot." Het typeert de man, die schijnt te leven van confrontatie en die zich nooit bezighoudt met dingen als cross-over of ook maar enige artistieke toegeving doet in zijn concertprogramma's. Nochtans vindt hij zich helemaal geen compromisloos iemand: "Die onwrikbaarheid in de argumentatie - speel je begeleidende triolen bij Schubert als triolen of niet? - die ik bijvoorbeeld bij een Alfred Brendel op een bijna dogmatisch niveau zie, die kan ik niet volgen. Heeft er iemand met Schubert gepraat en het hem gevraagd misschien? Ik vind dat idiote en vervelende kwesties. De Winterreise wordt niet zwakker omdat ik het ruisende water als triolen speel of niet. De Winterreise krijg je niet kapot; hoe beter een stuk, hoe groter de interpretatieve vrije ruimte is." Hierbij moet gezegd worden dat Goerne de Winterreise met Brendel heeft opgevoerd en live opgenomen (de cd staat op stapel).

Er klinkt dan ook bewondering voor die duidelijkheid mee in zijn stem. "Het is voor mij heel belangrijk dat ik ook daarmee geconfronteerd word." Want: "De keuze van de interpretatieve middelen is geen musicologische kwestie, het gaat erom wat ik met die middelen aan inhoud en tijdgeest overbreng. Ik geloof ook vast dat er technische vooruitgang is; als je ziet hoe hard Schumann in zijn muziek met de technische beperkingen van zijn piano vecht, dan weet je dat hij maar wat blij zou zijn geweest met de moderne vleugel."

Zijn er dan nu geen beperkingen meer? "Natuurlijk wel. En we gaan nog altijd vooruit. Niet dat het nu beter is maar door de vooruitgang veranderen de behoeften. Dat kun je niet terugschroeven. In tijden van grote technische vooruitgang kiest wat tevoren in traditie verzandde ook weer een nieuwe richting. De traditie moet steeds weer gebroken worden. Voor de stemtechniek is vooruitgang misschien niet het juiste woord, wel verandering. In de jaren twintig, dertig van de vorige eeuw werden liederen veel directer, robuuster en natuurlijker gezongen dan nu. Anderzijds deed men toen dingen die voor onze oren ondraaglijk zijn: noten te laag aanzetten, snikken in de stem... Hoewel ik hier in zekere zin tegen mezelf spreek, is voor mij principieel die directere manier van zingen de juistere. De periode van de grote invloed van Dietrich Fischer-Dieskau is bijna voorbij. Misschien ben ik een van de laatsten van dat soort. Je ziet nu ook al heel andere extremen: het heel mannelijke, bijna rauwe van een Thomas Quasthoff of het heel poëtische van een Ian Bostridge. Die pluraliteit is een goede zaak." Als je Goerne naar zijn verlanglijstje vraagt, komt er niet alleen voor de hand liggends: geen Richard Strauss bijvoorbeeld, de man stuit hem tegen de borst: "Men zou eens moeten onderzoeken hoeveel joden er op de dag van de première van Capriccio in Auschwitz vergast werden. Ik heb heus geen zin om in die partituur met de atoommicroscoop op zoek te gaan naar de maatschappijkritiek. Wie Eisler zingt (Goerne heeft een bejubelde opname gemaakt van diens Hollywood Liederbuch, SM), zingt geen Strauss." Maar wel Wagner: "Ik heb Wolfram gezongen en ik zou heel graag Amfortas spelen. Mijn absolute lieveling is Wotan in Walküre, maar dat kan ik niet aan." Voor de rest is er Wozzeck, die hij al op zijn repertoire heeft. "En ik zou eens in een opera van de jonge Duitse componist Matthias Pintscher willen zingen. Zijn Thomas Chatterton, dat is echt nieuwe muziek. Ik zou eens een goede opera voor één of twee personages willen hebben. En weet je wat ze ook eens zouden moeten doen: een opera schrijven naar Nora van Ibsen. Het stuk is ervoor gemáákt! Op zoiets wacht ik, iets wat mij op het lijf geschreven is."

Maar Goerne is voorzichtig als het over de vernieuwing van het medium 'liederavond' gaat: "Wat ik wel eens doe, is een pianosonate programmeren, met liederen die erbij passen. Het is een win-winsituatie: ik moet minder zingen en de pianist is blij dat hij ook eens in de kijker staat. En je krijgt een nieuw publiek. Ik heb ook al eigenaardige dingen gedaan: op één avond in Londen de Leichenfantasie van Schubert, de Gellert-liederen van Beethoven, Wotans Abschied van Wagner en de pianobewerking die Liszt van stukken uit Rheingold heeft gemaakt. Allemaal mystieke stukken vol grote contrasten en een eigenaardige stemming. Het publiek was enthousiast.

"Waar ik helemaal niets mee heb, dat zijn geënsceneerde liedrecitals. Dat vind ik nonsens. Die schöne Müllerin van Marthaler was nog draaglijk omdat het echt vanuit het theater vertrok maar al de rest is onzin, die Winterreise met Christine Schäfer bijvoorbeeld die op de Ruhrtriennale te zien was. De mensen die dat promoten hebben niet genoeg benul van kamermuziek. Het wezen daarvan is de concertsituatie, de concentratie op klankkleur, muziek, taal, persoon en fysionomie. Inhoud wordt overgebracht met heel subtiele maar enorm sterke middelen. Veruiterlijking moet altijd tot een zwakker resultaat leiden."

De concerten vinden plaats in het PSK, de cd van Des Knaben Wunderhorn verscheen bij Decca.

'Men zou eens moeten onderzoeken hoeveel joden er op de dag van de première van Strauss' 'Capriccio' vergast werden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234