Maandag 22/07/2019

Veldrijden

Mathieu van der Poel: “Vorige WK-verlies doorgespoeld met alcohol”

WK-favoriet Mathieu van der Poel in zijn camper. Beeld Simon Lenskens

Mathieu van der Poel zet het wielrennen op zijn kop. Met zijn tweede wereldtitel veldrijden bewijst hij vandaag dat er van een WK-complex geen sprake is. Hans Vandeweghe sprak voor de cross van het jaar met hem. “Waarom ben jij zo negatief over veldrijden?” 

‘Haalt schouders op’ staat één keer in het interview, maar zou zo bij elk antwoord van ­Mathieu van der Poel kunnen. Niet te verwarren overigens met desinteresse of een dikke nek. Hooguit had het zondags- en wonderkind wat argwaan en lichte tegenzin voor dit gesprek omdat er nog wat op zijn lever lag. Zijn ploegleider Christoph Roodhooft: “Mathieu is bang voor jou. En een beetje boos als je het over parochianenkoers hebt.” De grapjas Roodhooft.

Ze mogen dan in de Kempen wonen, het gezin Van der Poel heeft zijn kinderen opgevoed met Nederlandse directheid en dus vraagt Mathieu gewoon: “Waarom ben jij zo negatief over cross?”

Geen internationale discipline, niet olympisch. Jouw Nederlands kampioenschap was niet eens live op de NOS.

Mathieu van der Poel: “Het klopt allemaal wat je zegt, maar dat wil niet zeggen dat je neerbuigend moet doen over cross. Het niveau wordt onderschat. Cross is echt heel moeilijk. Elke wegrenner en mountainbiker mag komen meerijden, ze ­zullen er niet aan te pas komen.

“We zitten hier in Otegem. Toon Aerts is Belgisch kampioen en geeft nu een persconferentie met taart. Ik zit in mijn camper met jou te praten. Hier loopt geen enkele Nederlandse journalist rond en ik ben ook nationaal kampioen geworden. Dat is het verschil tussen Nederland en cross­land België.”

Mathieu van der Poel

• 24 jaar, geboren in Kapellen
• zoon van ex-prof Adrie van der Poel, kleinzoon van Raymond Poulidor
• voetbalde ook, maar koos op zijn 14de voor de cross
• combineerde weg en cross en werd als junior in 2013 wereldkampioen op de weg
• in 2015 in Tabor de jongste wereld­kampioen cross bij de profs
• in 2018 Nederlands kampioen op de weg, in de cross en het mountain­biken
• won al meer dan 100 crossen
• start in 2019 ook in wegwedstrijden als Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen
• hoofddoel voor 2020: olympisch goud in het mountainbiken  

Point taken. Het valt wel mee met mijn negativisme, toch? Ik ben hier voor het WK cross, nu zondag in het Deense Bogense. Op een parcours dat niet door je pa is gebouwd, wat goed nieuws is voor jou.

Mathieu: “Dat klopt. De laatste twee WK’s wel en die zijn mij niet goed bevallen, al lag dat meer aan het weer dan aan het parcours. Op zo’n WK en vooral die tijd van het jaar is er altijd wel iets aan de hand. Zelfs in Tabor in 2015 toen ik won, lag het er helemaal anders bij dan we daar gewend zijn.

“Veel heeft ook te maken met al die categorieën die er een hele week over rijden en dan op zaterdag en zondag nog eens hun WK afwerken, waarna wij op een totaal kapot­gereden parcours mogen. Twee jaar geleden in Bieles was het ook stuk­gereden, nota bene op een oud stort en toen waren de lekke banden ook nog eens niet te tellen.”

In Valkenburg vorig jaar werd je derde na Wout van Aert en moest je zelfs Michael Vanthourenhout laten voorgaan. Hoe heb je die afknapper verteerd?

Christoph Roodhooft: “Oei oei.”

Mathieu: (lacht) “Met alcohol. Echt door­gespoeld. In Antwerpen, met gin-tonic en cocktails. Ik ben toen wel ziek geworden maar ik was dat WK snel vergeten, sneller alvast dan Luxemburg een jaar eerder.”

Het zou bepaald vreemd zijn als Wout van Aert weer wereldkampioen zou worden.

Mathieu: “Ik schrijf Wout echt niet af.”

Christoph: “Als hij de beste is, waarom niet? Maar het zou vreemd zijn als hij de betere zou zijn van een Mathieu in goeie doen. Ik vond het al vreemd in Bieles in 2017.”

Mathieu: “In Valkenburg ben ik op mijn waarde van die dag geklopt, in Luxemburg niet.”

Van Aert had toen mysterieuze groene tubes gemonteerd en reed niet lek.

Mathieu: “Ja.” (zucht)

Christoph: “Ik blijf erbij: dat was een schande. Over die dwaze groene dingen is al genoeg gezegd.”

Is een tweede wereldtitel niet stilaan een obsessie?

Mathieu: “Helemaal niet. Als ik het nu nog nooit was geworden, dan misschien wel.”

Na Valkenburg raadde ik je aan om bij een sport­psycholoog langs te gaan.

Mathieu: “Na één ronde was het al duidelijk dat ik het niet zou worden, wat moet die psycholoog dan doen?”

Christoph: “Ik geloof in sport­psychologie, maar in zo’n intense bedoening als de cross is het onbegonnen werk om in te grijpen. Dat een sport­psycholoog mij kan helpen om met hem om te gaan, dat weet ik zeker. Ik ben trouwens zelf een paar keer naar een sessie geweest, om een kijk te krijgen op hoe ik moet functioneren.”

Toon Aerts gaat bij een mental coach.

Christoph: “We hebben dat ook gelezen. Mathieu is wel Toon Aerts niet. Bij Toon, toch meer een ander type, kan dat misschien lukken. Bij hem niet.”

Mathieu: “Hij moest van die mental coach op de maan gaan staan en dan naar links en rechts kijken en een keuze maken. Bij mij zou dat niet werken, maar als het voor Toon werkt, wie zijn wij dan om daar iets op te zeggen?”

Wat is het verschil met vorig jaar?

Mathieu: “Dat ik nu op niveau ben. Oké, de afgelopen jaren won ik ook vaak, maar ik had nooit een goeie basis kunnen leggen in de zomer. Ik ben een paar keer geopereerd aan de knie, niks structureels, maar het belet je wel om maximaal te gaan op training. Na een hele zomer in 2018 zonder problemen is mijn basis veel breder.”

Er is ook een vriendin, las ik.

Mathieu: (haalt de schouders op) “Ja. Blijkbaar was die vriendin groot nieuws. Dat ís een verandering, maar niet voor de cross. Neen, ook niet voor mijn maximale zuurstof­opname.”

Christoph: “Straks gaat hij verhuizen, nog groter nieuws. Mag dat erin, Mathieu, dat je een huis hebt gekocht? Dat is nu het Belgische aan Mathieu: een baksteen in de maag.”

Mathieu: “Is dat Belgisch? Nederlanders kopen ook huizen hoor. Ik heb een huis gekocht in ’s-Gravenwezel en in april ga ik daar wonen. Met mijn vriendin, ja. Is dat een aanpassing? Dat zal ik ook wel overleven. Die spaghetti die je hier ziet staan (we zitten in de camper een paar uur voor de cross in Otegem, HV), die heb ik zelf gekookt. Ons ma is hier niet, dus ik moet wel.”

Je wilt in Tokio op de Olympische Spelen voor goud gaan in het mountainbiken. Die combinatie leek al zwaar en nu ga je ook nog eens op de weg rijden. Vind je het raar dat we dat raar vinden?

Christoph: “Dat lijkt een bevlieging, maar meteen toen hij in 2018 op de weg was gaan rijden, heb ik tegen onze Philip (Roodhooft, broer en comanager van de ploeg Corendon-Circus, zie kader verderop, HV) gezegd: we gaan iets moeten doen want het gaat te makkelijk.

“Hij werd Nederlands kampioen met 0,0 specifieke voor­bereiding, We waren voor dat NK op hoogte­stage in Livigno (Italië) en daar heeft hij altijd met de mountainbike gereden en één keer de Stelvio naar boven met de wegfiets, plus nog een training van een klein uur achter de brommer. Ik was bang dat hij zich zou vervelen, vandaar dat wegprogramma.”

Mathieu: “Die mountainbike­training is wel bijzonder hoor: je haalt op de weg nooit die vermogens die je op de mountainbike trapt. Het leek mij wel leuk om er nu al wat grote wegwedstrijden bij te nemen.”

Er loopt een rode draad door jouw succes en prestaties: afwisseling. Fietsen moet leuk zijn.

Mathieu: “Dat is zo. Niet dat ik altijd op die fiets moet zitten. Ze hebben nooit kunnen bewijzen dat ik een ADHD’er was, hoewel ik vroeger wel echt onrustig was. Nu kan ik al eens makkelijker gewoon op de bank gaan liggen met de benen omhoog. Zeker als ik voel dat ik vermoeid raak. Die trainingen worden ook steeds zwaarder.”

Je zondigt tegen de tradities, maar je komt ermee weg. Zoals twee jaar geleden ter ere van Tom Simpson op en af naar de Ventoux, die avond naar huis vliegen en een dag later tweede worden in de Elfsteden­ronde.

Christoph: “Die Elfsteden­ronde moest hij rijden. Hij was een maand eerder uit de Ronde van België gestapt om te gaan mountainbiken op de World Cup in Albstadt. Dat vond organisator Golazo niet plezant en we hadden hun toestemming nodig om te mogen starten in Albstadt. Dus zegden we toe voor de Elfsteden­ronde, ook Golazo.

Mathieu had tijdens die Ronde van België nog grappend beloofd: ik zal eerst rap dat ritteke van vandaag winnen, dan is iedereen content. Hij won nog ook, tegen Philippe Gilbert onder meer. Hij zat toen echt in bloedvorm. Een paar dagen eerder in Tsjechië in Nove Mesto op de World Cup mountainbike reed hij van helemaal achteraan (negentigste, red.) naar helemaal vooraan en werd achtste. Dat was het strafste wat ik hem heb zien doen”

Mathieu:
(lacht) “Dat was een goeie dag. Jammer dat we daar geen waarden van hebben. Ik doe wel alles op training met vermogen en hartslag, maar op de een of andere manier nooit in ­wedstrijden. De laatste tijd wel meer.”

Mathieu van der Poel: “Ik fiets gewoon graag, en dat fietsen mag lang duren. Het liefst ben ik een hele dag onderweg.” Beeld Simon Lenskens

Je opa, ex-toprenner Raymond Poulidor, zag je liever een beetje vaker op de weg. Hij krijgt zijn zin.

Mathieu: “Er zijn wel meer mensen die mij hebben gezegd dat ik naar de weg moest, maar die hebben mijn beslissing niet beïnvloed, ook mijn opa niet.”

Stel, je zit een jaar op de maan zonder fiets en je landt op aarde en je gaat naar je garage en je ziet al je fietsen hangen. Welke neem je?

Mathieu: “De crossfiets, als ik thuis ben. Mag ik reizen, dan de mountainbike. En dan trek ik naar de bergen. Livigno omhoog, dat is daar zo mooi.”

Christoph: “Niemand komt waar die gasten naartoe rijden. Behalve ik, achter hen aan, maar dan op een elektrische mountainbike.”

Inzake acrobatiek en techniek krijgen Peter Sagan en Julian Alaphilippe een concurrent aan jou.

Mathieu: “Dat zijn wegrenners die goed met de fiets overweg kunnen, maar wat zij doen, is niks bijzonders. Dertig crossers doen hen dat na. Alleen al bij ons in de ploeg kan de helft wat Sagan en Alaphilippe kunnen, en in het mountainbiken kan iedereen dat.”

Is jullie ploeg sterk genoeg om jou in een finale te krijgen?

Mathieu: “Als het erop aankomt om iemand te brengen, zal onze ploeg niet moeten onderdoen voor de rest. Wij hebben één kopman en geen schaduw­kopman waar je niks mee bent.”

Christoph: “Dat snap ik nu niet, dat jij die vraag stelt. Een ploeg is zeven man, een kopman met zes renners. Trek daarvan een halve kopman af en twee die rijden met in hun achterhoofd dat ze ook weleens hun kans willen wagen. Dat zijn nog drie man die werken voor de kopman. Wij hebber er zo zes, 100 procent voor Mathieu, een kopman die je in geen vijf ploegen vindt.”

Jij rijdt een programma dat nog niemand heeft aangedurfd. Wie bepaalt wat jij doet op training?

Mathieu: “Ik heb een trainings­schema, of wat dacht je, maar er wordt ook rekening gehouden met wat ik voel. Ik heb geleerd niet te trainen als het gevoel er niet is. Er is een tijd geweest dat ik een training misschien toch had gedaan, maar ik ben wijzer geworden. Ik ben nooit lui, ik zou eerder iets te veel doen dan iets te weinig.”

Christoph: “Er is een lange­termijn­planning, een maand- en een weekplanning. We doen echt niet zomaar iets. Mathieu geeft misschien niet die indruk, maar hij kan heel goed volhouden. Neem nu stabilisatie­oefeningen. Soms doet hij dat een tijdje minder, maar dan – als het erop aankomt – soms twee keer per dag. Hetzelfde met zijn voeding: soms laat hij het hangen, maar als er iets aankomt, is het weer voor de volle 100 procent.”

Mathieu: “Mij heeft nooit iemand moeten zeggen dat ik iets moest doen om de beste te zijn. Ik wil gewoon de beste zijn en daar doe ik dan alles voor.”

Christoph: “Soms moeten we hem afremmen, zeggen dat 75 kilogram ook goed is en het niet per se 74,5 moet zijn.”

Mathieu: “Nu? Ik zou niet weten hoeveel ik nu weeg. 75-76 schat ik. Ik weeg mijzelf niet meer zo vaak als vroeger. Toch niet in het cross­seizoen. Voor de mountainbike wil ik die laatste kilo er wel nog afkrijgen. Ik moet daar bergop tegen jongens die tien kilo lichter wegen.”

Conflicteren al die trainingen voor die verschillende disciplines niet met elkaar? Weg betekent uithouding, cross en mountainbike explosiviteit.

Christoph: “Wat we hebben gezien – en dat heeft ons verbaasd – is dat hij die uithouding gewoon heeft. We weten dus wat we moeten trainen.”

Gefeliciteerd met die genen.

Mathieu: “Dank u wel. Ik heb ook wel al veel ­gefietst in mijn leven en dat helpt ook. Ik fiets gewoon graag en dat fietsen mag lang duren. Het liefste ben ik een hele dag onderweg.”

Christoph: (diepe zucht) “Ik praat eigenlijk niet zo graag over hoe wij trainen en wat wij doen. Dat zijn onze kleedkamer­geheimen. Wie interesseert zich daar nu voor?”

Ik. Geef eens een voorbeeld van een waarde.

Christoph: (zucht) “Allez, x watt gedurende vijf minuten.” (noemt een waarde die bij nalezing uit het interview moet)

Mathieu: (lacht) “Kijk kijk, hij is al aan het rekenen.”

Dat is indrukwekkend. Je weet: wie 7 watt per kilo lichaams­gewicht haalt over 20 minuten, krijgt het etiket dopeur.

Christoph: “Ik zei toch vijf minuten?

Mathieu: “Wees gerust, ik haal geen 7 watt per kilo op een lange klim.”

Christoph: “Hij is net iets te zwaar om een nieuwe Anquetil te worden.”

Nu hebben we het over een Tour-winnaar, maar de parcours zijn niet meer zoals in de jaren 60.

Mathieu: “Dat geldt voor alle grote rondes en dat vind ik heel jammer. De echte allround­renners komen er niet meer aan te pas. Het zijn de mannetjes van 50 kilo die winnen. Wat een slechte evolutie, die geiten­paadjes in de bergen, met een hellingsgraad van 20 procent.”

Christoph: “Zijn de koersen zoals in de tijd van Merckx, dan is hij misschien de nieuwe Merckx.”

Mathieu: “De Vuelta vorig jaar had slechts twee ritten van minder dan 2.000 hoogte­meters (aantal meters dalen en klimmen op een dag, red.), hoe verzinnen ze het? Van tijdrijden heb ik geen schrik. Ik doe het niet vaak, maar ik kan het wel. Meer zelfs: ik vind een korte, zware tijdrit­training leuker dan vijf uur rustig fietsen.”

Jij bent het grootste intrinsieke talent sinds Merckx. Juist opletten dat je geen dikke nek krijgt.

Mathieu: “Dat zal niet gebeuren.”

Christoph: “Dan zit ik hier niet meer.”

Ik zei ‘grootste talent sinds Merckx’ en je gaat er niet tegenin, je gaat ook niet zweven, het doet je niks dat ik dat zeg.

Mathieu: “Neen. Wat ben ik met die vergelijkingen? Roger De Vlaeminck zei laatst dat hij de grootste veldrijder aller tijden is. Als hij dat wil zijn, mij goed. Dat doet mij allemaal niks. Ja, mijn talent, dat heb ik nu eenmaal. Ik sta daar niet bij stil. Ik heb altijd gedomineerd, al van bij de jeugd, alleen dat eerste jaar bij de profs heeft Wout van Aert meer gewonnen dan ik. In zware crossen trok ik het toen niet, maar nu wel.”

Christoph: “Die gaat trainen en als hij een wedstrijd rijdt, doet hij mee om te winnen. Wij gaan trainen en er komt niks uit, winnen niks. Het is wat. (tegen Mathieu) Heb jij ooit nagedacht over hoe jij domineert?”

Mathieu: “Neen, eigenlijk niet. Ik ben het gewend. Daarom mountainbike ik ook graag. Technisch heb ik nog wat progressie te maken en er is er één (Nino Schurter, zevenvoudig wereld­kampioen, HV) die vaker beter is dan ik. Soms meer dan één. Dat is een uitdaging. In het mountainbiken moet ik bergop beter worden. Dat heeft te maken met gewicht en dat wordt ook op de weg berg­op een factor. Ik zal nooit een licht­gewicht zijn.”

Christoph denkt dat de Waalse Pijl je koers is.

Mathieu: “Waalse Pijl? Dat is die met aankomst op de Muur in Hoei? Ik denk dat dit net iets te hoog gegrepen is. Jaja, máár 800 meter, maar wel serieus bergop.”

Christoph: “Daar rijden ze hem er niet af en hij gaat versnellen als die anderen denken: dju!”

Jij hebt dit jaar meer gewonnen dan ooit en je misschien minder ingespannen dan ooit.

Mathieu: “Dat zeggen ze: de eerste ziet het minst af. In de cross klopt dat zeker. Ik heb wel vaak controlerend de wedstrijd uitgereden: een gat slaan en dan het tempo aanpassen aan de achtervolgers.”

Christoph: “We hebben af en toe bloed geprikt na een wedstrijd en die lactaat­waarden (een graad­meter voor verzuring in de spieren, red.) waren zo laag dat het leek alsof hij intensieve uithouding had getraind en nooit echt diep was gegaan. Zélfs in de duinen van Koksijde.”

Waarom zit jij nog bij de Roodhoofts?

Mathieu: “Omdat ik het hier naar mijn zin heb. Omdat de ploeg rond mij is gebouwd. Omdat ik iets te zeggen heb. Stel dat ik naar Deceuninck-QuickStep ga, ben ik dan niet eerder een nummer, een van de vijf die een grote koers kunnen winnen? Dan krijg ik een collega mee in de koers die al op 100 kilometer demarreert en zorgt dat hij weg is en dan moet ik blijven zitten. En bij welke ploeg mag ik de drie disciplines combineren?”

Christoph: “Ik wil onze renners hun passie niet afnemen. De Deen Lasse Norman Hansen is bij ons komen rijden omdat hij van ons de piste met de weg mag combineren. Zo houden ze het langer vol.

“Mathieu heeft vorig jaar in vijf dagen tijd drie verschillende disciplines gereden, met drie verschillende fietsen en hij stond drie keer op het podium. Zo blijft hij wielrennen plezant vinden. Voor mij is het wel extra veel werk, want ik maak al zijn fietsen en vorig jaar heb ik er 28 kunnen optuigen.”

Jij bent een Nederlandse Belg of Belgische Nederlander, helemaal aanvaard en toch werd je ooit eens uitgejouwd, nog erger dan Richard Groenendaal, wereldkampioen in 2000.

Mathieu: “In Zolder op het WK 2016, toen ik met mijn voet in het wiel van Wout vast zat? Dat was heftig. Achteraf heb ik daar geen minuut van wakker gelegen. Tijdens de koers was ik wel onder de indruk, ik was ook jonger toen. Het was helemaal mijn schuld niet en dat ze boe roepen, tot daar aan toe, maar met bier of pis gooien of wat er ook in die bekers zat, dat vond ik er ver over. Het was ook geen echt cross­publiek die dag.”

Christoph: “Vorig jaar kreeg je het daar nog aan de stok met iemand, weet je nog?”

Mathieu: “Ja, ook in Zolder. Ik was verkouden en dat had in de pers gestaan. Bij het inrijden was er één die mij zakdoekjes aanreikte en vroeg of het al beter ging, echt de hele tijd spotten. Ik ben gestopt, teruggekeerd en heb hem gevraagd of hij nog nooit verkouden was geweest op zijn werk. Gewoon, heel rustig, en het gedoe was voorbij.”

Philip Roodhooft: “Mathieu is de nieuwe André van Duin”

Philip Roodhooft is de commercieel manager van de ploeg Corendon-Circus. Hij moest de sponsors gaan vertellen dat Mathieu van der Poel cross en mountainbike ook nog eens met de weg wou combineren. Het team komt daardoor in een hogere ‘klasse’ terecht­ en had een groter budget nodig dan afgesproken. “Hadden zij gezegd dat ze hun inbreng niet gingen verhogen, dan had ik geen poot om op te staan – en een dik probleem. Ons budget is nu 3,3 miljoen euro, net iets te weinig om te doen wat we doen.

“Ik begrijp niet dat grote ploegen niet in de rij stonden om Mathieu binnen te halen. Hij heeft bij ons een contract tot 2023. We gaan er alles aan doen om hem te houden en rond hem een structuur te bouwen.
“Wij zijn een Belgisch team en hij is een Ne­der­­lander met Kempens accent, dus een halve Belg. Dat is eerder een voordeel. Noem mij een Nederlander die in beide landen zo bekend is? In België is hij de populairste Nederlander sinds André van Duin. Wij verkopen meer mutsen van de ploeg dan toen Niels Albert nog reed. Mathieu is een sociologisch fenomeen en het straffe is: hij doet daar niks voor. Of toch wel: zichzelf zijn.”   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden