Donderdag 22/08/2019

Column

Mathieu is de Christus van het peloton, herrezen na een rit van 15 kilometer in een ambulance

Hans Vandeweghe Beeld Bob Van Mol

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Toen ik van de week Mathieu van der Poel zag crashen in Nokere was mijn eerste gedachte: zo, daar gaat het voorjaar voor deze jongen en voor die kleine fijne ploeg. Zoals hij bleef liggen, die ene arm op die schouder, die voeten naar buiten gedraaid, nauwelijks een beweging waar te nemen en al die bezorgde ploegmaats boven hem, dat zag er heel slecht uit. Met wat pech zagen we hem pas in 2020 terug.

De tweede gedachte, toen hij ogenschijnlijk toch eens bewoog maar niet te veel, was deze: een tijd geleden bij een cross kwam hij ook eens zwaar ten val, bleef liggen voor dood of althans met wat toen leek op een gebroken enkel. Hij werd live op tv afgevoerd met een brancard. Een dag later stond hij aan de start met een gezwollen enkel en won met de vingers in de neus.

Goesting van het moment

Misschien was het deze keer ook niks en kwam hij met de schrik vrij of hooguit met een geknapt sleutelbeentje. En jawel hoor, een dag later dokkerde MVDP, sleurend aan zijn stuur want anders kom je de Paterberg niet over, alweer vrolijk over de kasseien, inclusief dat vervelende tweede stuk van de Kwaremont. En gaf hij daarna een persconferentie.

Ik beweer niet dat Mathieu van der Poel graag blijft liggen – van zijn bepaald indrukwekkende buiteling op de kasseien van Nokere bén je even niet goed – maar ook in deze is hij disruptief: waar andere renners met de moed der wanhoop vol van adrenaline zouden proberen rechtstaan, het stof van hun schaafwonden wrijven en toch nog de arrivée bereiken op hun gescheurde kader, blijft Mathieu gewoon liggen. Gelijk heeft hij. Alleen op die avondcross in Diegem toen hij kop vooruit tegen een onvoorzichtige steward reed, stond hij enkele tellen later recht en reed naar de overwinning. Het zal wel met het moment te maken hebben en met de goesting van het moment.

Er kwam een brancard aan te pas in Nokere en zelfs een ambulance om hem naar de kliniek in Oudenaarde te brengen. Daar zei de behandelende arts dat er geen foto’s moesten worden genomen. Of hij zei het iets anders: als je mijn zoon was, zou ik geen foto’s laten nemen.

Waar doet het een beetje pijn, waar is de pijn niet te harden, is alles nog te bewegen in alle hoeken en gaten? Niks aan de hand, ga jij maar naar huis vriend, zo moet het zijn gegaan. Mathieu is de Christus van het peloton, herrezen na een rit van 15 kilometer in een ambulance. Een voetballer is na zo’n val, niet op kasseien maar op gras, voor het leven arbeidsongeschikt.

Hollandse trui 

Meer dan één renner crashte afgelopen woensdag. Floris Gerts lag daar ook en over hem was nadien een en ander te doen. Zijn ploegleider Peter Bauwens sprak schande dat iedereen en alles met kennis van zaken zich over Mathieu had ontfermd, terwijl Floris er erger aan toe was en niemand naar hem had omgekeken. Verontwaardiging alom, ook in de media: een voorkeursbehandeling voor de renner in een kampioenentrui, een Hollandse trui nog wel, schande!

Die Bauwens moet zijn mond spoelen. Dat zei de aanwezige arts Lorenzo Lefevere nog net niet. Hij argumenteerde rustig dat hij eerst naar Gerts was gaan kijken, daar het nodige had gedaan, waarna hij begreep dat de toegesnelde man de vader van de renner was en dokter bovendien. Pas daarna ging hij bij Mathieu langs. Dat alles werd ook nog eens heel duidelijk op de televisie en andere beelden.

Jammer, maar zo gaat men voorbij aan de essentie van de zaak: massasprints zijn gevaarlijk. Niet alleen dat: massasprints bergop na een afdaling (waar ik ook tegen 60 beneden kom) zijn erg gevaarlijk. Ten slotte: massasprints bergop na een afdaling waarbij het beton in een bocht overgaat in kasseien zijn levensgevaarlijk en gewoon belachelijk. In mijn jargon heet Nokere Koerse al jaren Klote Koerse maar dat neem ik geheel voor rekening en ik wil er mij zelfs voor excuseren.

Onbegrijpelijk dat de UCI nog steeds geen regels heeft voor massasprints. Ooit voelden vijf renners in het hele peloton zich geroepen om een massasprint te winnen en een type Van der Poel zou er nooit aan hebben gedacht om mee te sprinten. Vandaag denken vijftig renners dat ze kunnen winnen en ze hebben nog gelijk ook, zie maar wat Julian Alaphilippe in de Tirreno flikte.

Elke sprinter gegangmaakt door vijf man van zijn ploeg op een versmalde weg zijn gang laten gaan, zoals in Nokere, is smeken om zware ongevallen. In geval van een nakende massaprint zou het peloton zich moeten reduceren tot twee renners per ploeg – een trekker en een afmaker – die zich vanaf de laatste kilometer afscheiden van de rest die zich laat uitzakken. Twee keer twintig is nog veertig en dat is nog gevaarlijk genoeg. De VAR kan dan alles herbekijken – wie reed buitenspel en wie niet – en oordelen of de winnaar wel de winnaar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden