Zondag 19/09/2021

De 10 waarheden

Martin Heylen: "Een kleine verslaving is goed. We moeten het leven af en toe kunnen verzachten"

Martin Heylen Beeld Karel Duerinckx
Martin HeylenBeeld Karel Duerinckx

Twee dagen is Martin Heylen (60) niet goed geweest van de aanslagen in Brussel. Hij zocht troost in muziek. Veel blues, fado en tango: niet toevallig genres die tot bloei kwamen op emotionele puinhopen. "Gelukkig leiden drama's soms ook tot schoonheid."

In de Tien Waarheden stelt Stef Selfslagh een interessante sterveling de vraag: 'Wat zijn de tien dingen die je in de loop van je leven hebt geleerd en die je als waarheden durft te verkondigen?' Het resultaat: bruikbare levenswijsheden, niet zelden verpakt in snedige oneliners. Vandaag: journalist Martin Heylen

Brasserie du Parc in Oostende wordt op toeristische websites steevast omschreven als "de vaste stek van artiesten, intellectuelen en rasechte Oostendenaren". Martin Heylen en ik voldoen aan geen van die kwalificaties, maar zitten toch maar mooi aan een art-decotafeltje in de minst bevolkte ruimte van het café. Vroeger was dit de vrouwenzaal: Brasserie du Parc heeft nog de tijd meegemaakt waarin geslachtelijke apartheid niks was om je over te schamen. "Garçon, een pintje. En geef madam hiernaast ook maar iets."

Twee dagen geleden dompelden zelfmoordgezanten van IS ons land in collectieve rouw. De onwaarschijnlijke bomaanslagen zijn nog steeds een vanzelfsprekend gespreksonderwerp. "De dag voor de aanslagen was ik op de Grote Markt in Brussel", zegt Heylen. "Ik kuierde van het ene groepje mensen naar het andere en dacht: zou zo'n zelfmoordterrorist dat ook doen? Zou hij denken: ik ga mezelf bij die Japanners opblazen, want aan Jappen heb ik altijd al een hekel gehad? Of zou hij net bij een groepje gaan staan waarin iemand veel te luid praat naar zijn zin? En zou hij vlak voor hij het ontstekingsmechanisme activeert een sinister gevoel van macht voelen opwellen? Of zou hij toch een minuscuul greintje schuldgevoel moeten verdringen?"

De vragen volgen elkaar in snel tempo op, maar de antwoorden blijven uit. "Die aanslagen zijn zo onmenselijk dat ik mij echt niet kan voorstellen wat die gasten denken. Ik heb een zekere aanleg voor empathie, maar dit gaat mijn inlevingsvermogen ver te boven."

Momenteel is op VIER Terug naar eigen land te zien: het programma waarin Heylen samen met zes bekende en gerugzakte Vlamingen de route volgt die ook Syrische en Iraakse vluchtelingen afleggen. Terug naar eigen land is geen vrijblijvend realityformatje: Heylen wil bij zijn reisgenoten - en bij uitbreiding de publieke opinie -nadrukkelijk wat begrip losweken voor het smartelijke lot van de vluchtelingen. Ik vraag hem of dat na de aanslagen in Brussel geen vergeefse moeite zal blijken te zijn. "Ik vrees ervoor, ja. Mensen scheren vluchtelingen en terroristen nogal gemakkelijk over één kam. Ze maken het onderscheid niet tussen mensen die gaan lopen voor het soort geweld dat nu ook ons te beurt valt, en extremisten die hun afkeer van het Westen vertalen in terroristische gruweldaden."

Het maken van deze reeks is voor Heylen een emotioneel ingrijpende aangelegenheid. Om de haverklap druppelen zijn ervaringen op de vluchtelingenroute ons gesprek binnen. Het interieur van Brasserie du Parc lijkt op die momenten een anachronistisch stukje beschaving.

Je Was Wie Je Bent.

"Ik ben rond mijn 20ste twee keer bijna doodgegaan. Eerst kreeg ik tuberculose en wat later overleefde ik maar net een auto-ongeval. Uit het dagboek dat ik toen bijhield, bleek dat ik me in die periode zeer bewust werd van het feit dat elke dag je laatste kan zijn. En dat je bijgevolg elke dag zin moet geven. Ik dacht dat ik die inzichten pas recent verworven had, door ouder en filosofischer te worden. Maar ze waren al heel duidelijk aanwezig in mijn adolescentendagboek. Ik was toen al wie ik vandaag ben."

Hij voelde al op jonge leeftijd welke richting hij met zijn leven uit moest, zegt hij. "Mijn vader was internationaal truckchauffeur. Dat leek me een heldhaftig bestaan, ik wou ook trucker worden. Ik werd journalist, maar mijn werk lijkt meer op dat van een trucker dan je zou denken. Mijn vader zwierf rond met zijn camion en als hij thuiskwam, vertelde hij daar in het café geweldige verhalen over. Wel, ik doe precies hetzelfde: ik reis de wereld rond, maak van alles mee en probeer daar boeiende verhalen over te vertellen.

"Ik heb nog altijd de verwondering die ik als 16-jarige ook had. Er is mij al aangewreven dat ik dat speel. Maar dat is niet zo. Mijn nieuwsgierigheid is oprecht. Al ben ik nederig: mocht zich in mijn leven een tragedie voordoen, dan sluit ik niet uit dat ik instort en voor een lange tijd mijn mond hou."

Ik vraag of hij een determinist is: iemand die gelooft dat een mens het resultaat is van zijn genen en dat je daar ondanks een breed aanbod van zelfhulpcursussen bitter weinig aan kunt veranderen. "Ik ben grosso modo nog altijd dezelfde als veertig jaar geleden. Maar ik ben in de loop der jaren toch ook veranderd. Ik heb en cours de route een sociaal bewustzijn ontwikkeld dat ik vroeger niet had. Een goed verhaal vertellen volstaat voor mij niet langer. Het moet betekenis hebben. Zoals in Terug naar eigen land, ja."

Talent Is Overschat.

"Ik ben op mijn 16de gestopt met de middelbare school. Vervolgens heb ik acht jaar lang heel afstompend werk gedaan. Het is dankzij mijn talent om te schrijven dat ik mijn leven een andere wending heb kunnen geven: ik heb mezelf uit de fabriek geschreven."

"Maar ik heb snel beseft: talent is maar een begin. Na mijn arbeidersperiode ben ik voor De Morgen beginnen te werken. Mijn eerste tekst bestond uit dertig lijnen. De eindredacteur hield er welgeteld vier van over. Ik wist meteen dat ik ging moeten werken om ergens te geraken."

Niet alle mensen die ergens in uitblinken, zijn harde werkers, zeg ik. Er bestaan ook lotgenoten die zo getalenteerd zijn dat ze het zich kunnen veroorloven om flierefluiters te zijn. Heylen gelooft er niks van.

"Erik en Roger De Vlaeminck hebben als coureurs zowat alles gewonnen wat er te winnen viel. Er werd gezegd dat ze daarvoor nauwelijks moesten trainen. Die mannen kwamen aan op de training van de nationale veldrijdersploeg en zeiden: 'Pff, wij gaan slapen, we hebben geen zin om te trainen.' Maar in het Meetjesland, waar de gebroeders De Vlaeminck woonden en waar ik ben opgegroeid, was het een publiek geheim dat ze elke ochtend om zes uur gingen trainen in de bossen van Lembeke. In de winter hing hun trainer zelfs lampionnen in de bomen omdat het op dat uur nog pikdonker was. Dus mij maak je niks wijs. Talent zonder inspanning: ik geloof er niet in."

Rimpels Zijn Eretekens.

"Rimpels zijn zoals littekens: achter elke rimpel schuilt een verhaal. In je leven leg je een heel parcours af. Je doet er alles aan om goed voor je kinderen te zorgen, je werkt hard om professioneel iets te bereiken, je slaagt erin om je relatie boeiend te houden... Al die ervaringen laten rimpels achter. Maar eigenlijk zijn het eretekens: ze geven aan dat je tot een zekere wijsheid bent gekomen."

Laten we de wijsheid van oudere mensen ook niet overschatten, zeg ik. Er zijn er nogal wat die zich terugtrekken in hun cocon en angstig en verzuurd naar de wereld kijken. "Net zoals wijsheid komt ook bitterheid vaak met de jaren", zegt Heylen. "Het is niet voor niks dat de Engelsen het begrip grumpy old men hebben uitgevonden. En grumpy old women bestaan ook. Maar ik zal die mensen nooit verwijten dat ze zuur geworden zijn. Je doet niet alleen leuke ervaringen op, maar krijgt ook drama's te verwerken. Ik benijd de 100-jarige niet die zijn kinderen ziet sterven wanneer ze 70 of 80 zijn. Er zijn veel mensen die alleen achterblijven. Ik begrijp dat je daar verdrietig van kunt worden."

null Beeld Karel Duerinckx
Beeld Karel Duerinckx

Iedereen Heeft Gelijk.

In Terug naar eigen land heten zijn reisgenoten Jean-Marie Dedecker, Bert Gabriëls, Zuhal Demir, Veroniek Dewinter, Margriet Hermans en Ish Ait Hamou: mensen die er over de vluchtelingencrisis behoorlijk uiteenlopende meningen op na houden. "En toch heb ik gemerkt dat ze allemaal voor een stuk gelijk hebben", zegt hij. "De ene al wat meer dan de andere, maar toch.

"Met al die stukjes gelijk zouden we in onze democratie een stap vooruit moeten kunnen zetten. Alleen gebeurt dat niet. Niemand maakt de synthese. Onze toppolitici zijn intelligente mensen, maar zijn hopeloos verdeeld omdat er metershoge partijmuren tussen hen staan. Ik denk echt dat we over honderd jaar zullen zeggen: 'Mm. Onze beschaving stond in 2016 nog niet helemaal op punt'."

Ik vraag of Terug naar eigen land wonden heeft geslagen. Of ideologische meningsverschillen persoonlijke vetes zijn geworden. "Nee, en dat geeft mij hoop. Dat mensen die in het programma soms met getrokken messen tegenover elkaar staan, toch met elkaar blijven praten en elkaar ook bijsturen, doet mij geloven in de vooruitgang van de mensheid."

Ik vertel hem wat ik de meest ongemakkelijke momenten in zijn programma vind: de passages waarin de BV's hevig met elkaar discussiëren in het onschuldige bijzijn van vluchtelingen. In de derde aflevering maken Bert Gabriëls en Zuhal Demir ruzie over het verschil tussen oorlogsvluchtelingen en economische vluchtelingen. Een jonge vrouw die nog dezelfde avond met haar baby in een vluchtelingenbootje zal stappen - en naar wie Gabriëls en Demir even daarvoor nog aandachtig aan het luisteren waren - kijkt onthutst en onbegrijpend toe. Hoe sterk die discussie inhoudelijk ook was, het voelde allemaal vreselijk ongepast aan, zeg ik. "Dat wás het ook", geeft Heylen toe. "Ook ik voelde plaatsvervangende schaamte. Maar net daarom vind ik het fragment sterk en veelzeggend: het toont hoe zij - wij? - wel even meeleven, maar snel weer afglijden naar het eigen gelijk en de Belgische politieke discussie."

"Tegelijk zijn die gesprekken in zekere zin de essentie van het programma. Het is nooit de bedoeling geweest om alleen te ontroeren en huilende BV's in beeld te brengen. Het gaat ons ook om de discussies, de standpunten die onder invloed van de realiteit al dan niet worden bijgestuurd. Zuhal en Bert waren allebei gegrepen door het verhaal van die jonge vrouw. Hun emoties sloegen over in een discussie op het scherp van de snee. Maar dat was een uiting van hun betrokkenheid, niet van hun onverschilligheid."

Elke Dag Is Een Kans Op Een Mooi Souvenir.

"Soms moet je naar een trouwfeest en word je gedwongen om de avond door te brengen in het gezelschap van mensen die je echt niet ziet zitten. Je denkt: 'Was ik maar thuisgebleven, dan was ik nu een goed boek aan het lezen.' Maar plots raak je toch in gesprek met een van je tafelgenoten, blijkt die persoon geweldig mee te vallen en beleef je een topavond. Je kunt je dus maar beter voor mensen openstellen in plaats van je van hen af te sluiten."

"Iedereen weet iets dat jou kan boeien. Als je je leven wilt verrijken, moet je praten met mensen. En degenen die het verst van je af staan, zullen je het meest verrassen. Daar bestaat een woord voor: serendipiteit. Vinden wat je niet zoekt. Ik heb er als journalist zowat mijn handelsmerk van gemaakt. Voor Terug naar Siberië, de documentairereeks die vroeger op Eén te zien was, had ik geen enkele research gedaan. Ik leerde alles en iedereen bij toeval kennen. De spanning die daarvan het gevolg was, sloeg over op het scherm, wat volgens mij mee het succes van dat programma verklaart."

We lassen op zijn vraag een sanitaire pauze in. Wanneer hij terugkomt, zegt hij dat hij maar al te goed beseft dat zijn waarheden de levenswijsheden zijn van iemand die in een welvarend land leeft. Waar er mogelijkheden zijn om iets van je leven te maken.

"In Zimbabwe zou ik mijn waarheden niet moeten verkondigen. Ik was er ooit in een dorp waar de mensen zo arm waren dat zelfs mijn vragen niet aankwamen. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Op een gegeven moment vroeg ik een jonge vrouw via de tolk hoe ze haar toekomst zag. De tolk zei: 'Ze vraagt wat dat is, een toekomst'. Dat was een begrip waar zij gewoon niet mee bezig was. Het enige waar zij aan dacht, was: vandaag in leven blijven. Ik wist niet meer wat vragen of zeggen."

Tegenwind Is Oké.

"Een renner moet tegen de wind in trainen. Daar wordt hij alleen maar sterker van. Als ik me niet goed voel - omdat er privé iets niet gaat of omdat ik creatief op een dood punt zit - ga ik op de zeedijk tegen de wind in wandelen. Dat doet deugd. En nadien ligt mijn haar altijd goed. (lacht)"

"Tegenwind is voor mij: in de kritische omgeving die Woestijnvis heet elke keer een nieuw programma proberen te verzinnen. Dat gaat ongeveer als volgt. Eerst krijg ik een idee. Ik voel een vonk, het is alsof er een lichtje in mijn hoofd aangaat. Een dag later probeer ik mijn idee op papier te zetten en is het al voor de helft om zeep: ik krijg het niet helemaal uitgeschreven zoals ik het wil, de zelftwijfel slaat toe. Nog een dag later gooi ik mijn idee bij Woestijnvis in de groep en wordt het op ontnuchterend commentaar onthaald: 'Is dat tien jaar geleden al niet gedaan?'"

"Wanneer mijn idee er toch doorkomt, werk ik er met een stel enthousiastelingen een paar weken keihard aan, maken we een proefopname en leggen we die voor aan een testpubliek. Op dat moment kan blijken dat het idee totaal niet werkt. En zelfs wanneer het uiteindelijk toch het scherm haalt, kan het zijn dat de mensen er niet van houden en de recensenten het neersabelen."

"Kortom: ik ben op mijn 16de gestopt met naar school te gaan, maar eigenlijk doe ik al mijn hele leven niks anders dan examens afleggen. (lacht) En toch maakt al die tegenwind mij beter, daar ben ik zeker van."

Guilty Pleasures Bestaan Niet.

"Veel mensen noemen Temptation Island hun favoriete guilty pleasure. Ik denk dan altijd: waar voel je je in godsnaam schuldig over? En tegenover wie? Geef toch gewoon toe dat je het leuk vindt om twee mensen te zien vozen zonder dat je zelf door het sleutelgat moet loeren."

"Ik hou enorm van vissersliederen. Maar ik val nog liever dood dan ze een guilty pleasure te noemen. Ze zijn een deel van mijn leven, ik ben ermee opgegroeid. In het café van mijn moeder gingen de mensen op hun stoel staan om uit volle borst 'Waar de meeuwen schreeuwen' te zingen. Dat greep me recht naar de keel. Vissersliedjes zijn smartlappen. Miserie die verzongen wordt, is te vergelijken met de blues. Het verschil is alleen dat Amerikaanse bluesmuziek gerespecteerd wordt, terwijl er over vissersliederen - onze Vlaamse blues - lacherig wordt gedaan. Ten onrechte."

"Samen met Serge Feys, de toetsenist van Arno, organiseer ik eind mei een vissersliederenfestival in De Grote Post in Oostende. Tussen haven en storm heet ons programma, naar het lied van Frans Joseph Goof. Het is een avondvullende show met liedjes, filmfragmenten en vertellingen. Een ode aan de zee, een lofzang op vissers, kapiteins en matrozen. En het woord guilty pleasure zal niet één keer vallen." (lacht)

null Beeld Karel Duerinckx
Beeld Karel Duerinckx

Elke Afrikaan Wil Een Frigo.

"Ik heb al veel gereisd. En na al die jaren ben ik tot de conclusie gekomen dat elke mens materialistisch is. Iedereen houdt van een zeker comfort. Het eerste wat een Afrikaan zal doen als hij wat extra middelen heeft, is een koelkast of een tv-toestel kopen. De Chinezen begrijpen de zucht van de Afrikanen naar een beetje comfort. Afrika wordt momenteel overstelpt met Chinese producten van goedkope makelij. Het is vaak brol, maar wel betaalbare brol. En dan komen wij daar aan met al onze principes en zeggen we: 'Zie jullie nu eens zitten op die lelijke plastic stoelen. Jullie kunnen zelf toch veel mooiere stoelen maken, zoals vroeger?' Waarop die Afrikanen antwoorden: 'Wij zien liever die plastic stoelen. Die zijn chiquer, een beetje zoals in Europa.' Om maar te zeggen: we geven vaak blijk van een misplaatste morele superioriteit. En daar heeft niemand wat aan."

Hij ergert zich aan het beeld dat nogal wat westerlingen van Afrikanen hebben: de gelukkige Afrikaantjes met hun stralende glimlach. "Ik heb het al vaak meegemaakt dat mensen mij zeggen: 'Maar mijnheer Heylen, wij moeten toch niks geven aan die Afrikanen? Die mensen zijn gelukkig. Ze lopen de hele tijd te lachen, dat hebben we in uw eigen programma gezien.' Terwijl de Afrikanen net onze bewondering verdienen voor het feit dat ze óndanks hun ellende nog hun gevoel voor humor weten te bewaren. Dát was de boodschap die ik probeerde over te brengen. Maar het enige wat ik hoorde, was: 'Zie je wel, die negerkes zijn gelukkig. Ze hebben ons niet nodig.'"

"Op die momenten word ik moedeloos. Zoals ik ook ontmoedigd word door mensen die zeggen: 'Terroristen en vluchtelingen, allemaal één pot nat.' Sommige dingen krijg je blijkbaar maar aan een minderheid van de mensen uitgelegd."

Het Is Wat Het Is, Maak Van Je Zwakte Een Sterkte.

"Toen ik bij De Morgen begon, was ik de enige die geen diploma had. Op de eerste redactievergadering durfde ik geen woord te zeggen: alle andere journalisten waren universitairen, ik was diep onder de indruk. Na de vergadering sprak toenmalig hoofdredacteur Paul Goossens mij aan. 'Ik wil dat jij je mond opendoet', zei hij. 'Jij hebt een achtergrond die wij niet hebben. Niemand van ons heeft voeling met het arbeidersmilieu. Jij wel. Jij kunt een ander geluid laten horen.'"

"Dankzij die interventie is mijn minderwaardigheidsgevoel verdwenen. Ik begon zelfverzekerder te schrijven en vond mijn eigen stem. Daar ben ik Goossens nog altijd dankbaar voor. Hij leerde me van mijn zwakte mijn sterkte te maken."

Er volgt een bekentenis: dat hij zou willen dat hij soms wat minder emotioneel was. Dat hij ook eens de wijze man met de pijp zou willen zijn die rationele analyses over de toestand in de wereld ten beste geeft. In plaats van zich voortdurend kwaad te maken over het onrecht dat vluchtelingen wordt aangedaan.

Ik probeer hem op andere gedachten te brengen door te zeggen dat hij dan niet zulke opvallende programma's zou maken. Dat hij zo'n goeie reportagemaker is omdat hij zijn hart en ziel in de strijd werpt. Hij denkt na en zegt: "Dat zou kunnen, ja. Emoties kunnen journalistiek gezien heel krachtig zijn. Zeker in deze tijden. Als je vandaag nog mensen wilt bereiken, mag je niet alleen informatie overbrengen. Je moet er ook enig gevoel in steken. Het is een misverstand dat alleen droge, steriele berichtgeving tot inzicht leidt."

Zwarte Chocolade Is De Beste.

"Zoals sommige mensen altijd sigaretten op zak hebben, heb ik altijd zwarte mignonettes van Côte d'Or bij me. Het is mijn kleine verslaving en die koester ik."

"Overal ter wereld gebruiken mensen roesmiddelen. In Oost-Afrika kauwen ze qat, in Amsterdam roken ze wiet, in het Midden-Oosten doen ze zes klontjes suiker in hun theekopjes en in Rusland drinken ze wodka. In Siberië ben ik onder invloed van wodka bevriend geraakt met mensen die ik een dag eerder nog nooit gezien had. Ik ben met hen naar een Russisch badhuis gegaan en heb me met berkentwijgen op mijn bloot gat laten slaan. Prachtig was dat. (lacht)"

"Soms denk ik dat de wereld wat minder problemen zou hebben, mochten we niet alle roesmiddelen willen verbieden. We moeten het leven af en toe een beetje kunnen verzachten."

null Beeld Karel Duerinckx
Beeld Karel Duerinckx
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234