Dinsdag 28/09/2021

Islam

Marokkaanse actrice: "Voor moslimvrouwen is het moeilijk om geen hoer te zijn"

Loubna Abidar:
Loubna Abidar: "In Marokko helpt de religie de politiek en de politiek helpt de religie. Het draait om macht."Beeld Thomas Sweertvaegher

Het internationale succes van de film Much Loved (2015), waarin ze de rol van prostituee vertolkt, leverde actrice Loubna Abidar niet alleen de rode loper op in Cannes, maar evengoed de eer om in haar eigen land, Marokko, voor hoer te worden uitgemaakt. Abidar werd met de dood bedreigd, aangerand en op de vlucht gedwongen. "Te vrij en te vrouw, dat was hun probleem."

Een litteken boven haar linkerwenkbrauw is er de stille getuige van. Anderhalf jaar geleden, op 5 november 2015, wordt Loubna Abidar (31) bij het station van Casablanca in een auto gedwongen. Vijf straalbezopen mannen kloppen haar kapot; haar verkrachten doen ze niet omdat ze denken dat ze aids heeft. Bij nacht en ontij wordt de actrice voor bijna dood achtergelaten.

Maar Abidar klautert overeind en houdt, totaal bebloed, een taxi aan die haar naar een ziekenhuis brengt.

Daar moeten ze haar niet, evenwel. “We willen hier geen hommeles, ga maar elders.” Een tweede taxi, een tweede kliniek. “Voor mensen als jij werken we niet!”

Een derde poging zal Loubna Abidar niet ondernemen, een vriendin die ze aan de lijn krijgt zegt dat ze beter naar de politie gaat.

Barslecht idee, helaas. Groot is immers de opwinding in het commissariaat, letterlijk zelfs. “Als ik jou zie in een video, dan masturbeer ik me altijd”, roept een agent tot hoongelach van zijn collega's. “Abidar is er, Abidar!”

Telefoneren mag ze intussen niet, “jij gaat in de wachtrij net zoals de rest”. Maar voor Abidar, die haar bloedende wonden stelpt, hoeft het al niet meer. Gelukkig kan ze bij haar vriendin terecht.

Later die nacht, als ze weer helder kan denken, post Loubna Abidar een videoboodschap, bestemd voor Mohammed VI, de koning: ze wil dat hij Much Loved ziet, de film van Nabil Ayouch waarin ze een prostituee vertolkt, de hoofdrol. “Dan pas kunnen we praten”, schrijft ze.

Want dat was het net: heel Marokko had een mening over de film, maar niemand had hem gezien, de heerser evenmin.

Pitbulls

Vergeefse moeite. Het paleis geeft geen krimp, de meute op de sociale media des te meer. “Dat vier pitbulls je in een donkere straat verscheuren!”, heet het bijvoorbeeld.

De bewuste novemberdag was anders best wel onder een goed gesternte begonnen. Abidar, die door het eclatante succes van de film voor heel wat festivals gevraagd werd – Frankrijk, Spanje, Libanon, Tunesië, België – wilde een nieuwe galajurk kopen. Waar anders dan in Casablanca? En op welke andere dag dan die ene, toen de koning zoals elk jaar weer naar de (door Marokko bezette) Westelijke Sahara trok, en de verzamelde pers meereisde in zijn kielzog? “Een geknipt moment om te shoppen,” dacht Abidar, “vandaag krijg ik geheid geen paparazzi achter me aan.”

Loubna Abidar. Beeld Thomas Sweertvaegher
Loubna Abidar.Beeld Thomas Sweertvaegher

Het liep wel even anders. Haar belagers aan het station waren inderdaad geen journalisten, maar ze blijft de Marokkaanse politie verdenken. Abidar denkt dat haar telefoon werd afgeluisterd en dat de agenten in burger haar stonden op te wachten.

Wat een lichtzinnig idee ook om 's avonds laat alleen per trein te arriveren! “Force majeure”, zegt ze. Eigenlijk had Abidar samen met haar Braziliaanse man per auto naar Casablanca zullen afreizen. Maar onderweg hadden ze een vervelende botsing gehad, waarna hij naar Marrakech en naar hun kleine dochter was teruggekeerd. Abidar zelf zette haar reis per trein voort, maar bekocht haar beslissing met een bont en blauw gezicht.

Een nieuw litteken, dus, het zoveelste al op haar nog jonge lijf. Abidars eerste beul was haar vader geweest, die haar alles aandeed wat sommige vaders met hun dochters doen. In haar eigen Berbers-Arabische gezin – ooms en tantes en neven en buren en alles wat familie heet – vielen voor Abidar enkel verwijten te rapen: “Je hebt het zelf gezocht, wicht!”

Troost had de kasba nauwelijks in de aanbieding, of het moesten de prostituees zijn die haar lieve woorden toeriepen, de weinige die Abidar te beurt vielen.

Ballingschap

Ook de cinema bracht redding: in de Mauretania, een kleine buurtbioscoop, ging ze stiekem Indiase en Egyptische films bekijken, maar evengoed Louis de Funès. Later, toen ze in toeristenhotels ging dansen, bracht de Franse jetset die in Marrakech floreert, haar met tv- en filmmakers in contact. Zo werd Loubna Abidar lang vóór Much Loved al een beroemdheid in eigen land. Dat de internationale doorbraak haar prompt ook tot ballingschap zou dwingen, daar heeft ze nog altijd niet van terug.

We ontmoeten Abidar bij Stock Editions, de Parijse uitgever die La dangereuse uitbracht, haar samen met Le Monde-journaliste Marion Van Renterghem opgetekende levensverhaal. De actrice – korte bontjas, zwart hesje, spannende jeans en donkere laarzen, de blitse ring ook die ze in de film draagt – is blij gemutst maar moe. Zegt ze zelf. Waarna ze de elastiek uit haar haar haalt, en de wipstaart eensklaps een zwierig kapsel wordt.

Terwijl Marokko een gevaarlijk land voor u gebleken is, noemen veel Marokkanen juist u, Loubna Abidar, gevaarlijk. Waarom?

Abidar: “Zeker toen de film uitkwam was ik een gevaar. Ik was een gevaar voor mannen. Sommigen zeiden dat ik de reputatie van het land besmeurd had, anderen dat ze door mijn schuld geen Marokkaanse vrouw meer wilden, dat ze geen Marokkaanse vrouw meer konden zien zonder aan mij te denken.

“Mijn verzet heeft angstaanjagend gewerkt. Ik ben een gevaar voor de barbus, de islamistische baardendragers die zo koppig, fanatiek en gesloten zijn dat ze maar één wereld mogelijk achten, de hunne. En dat het enige geloof dat je van ze mag belijden het hunne is. Voor hen was ik te vrij en te vrouw, dat was hun probleem.”

Wat betekent de islam voor u?

“Eerlijk gezegd, ik voel me wat in de war. In Marokko en de Arabische wereld is de religie vreselijk politiek geworden. De religie helpt de politiek en de politiek helpt de religie. Het draait om macht, de islam heeft vandaag minder met persoonlijke ontwikkeling te maken dan met de ambitie van een groep mannen die de hele samenleving willen domineren.

Ben uzelf nog gelovig?

“Ik denk dat er ergens wel iets is, laat het mij zo stellen. Natuurlijk ben ik groot geworden in de islam en natuurlijk is mijn god die van de islam. Maar het is wel míjn islam. Ik neem er enkel dingen uit die mij vooruithelpen, de enkele dingen die ik mooi vind, de rest niet.”

U kreeg, op het toppunt van de hetze over uw film, wel steun van prostituees. Zij herkenden zich in uw verhaal.

“Ik voel me erg gerespecteerd en ernstig genomen door die vrouwen. Dankzij hen is het dat ik de moed gevonden heb om al die taboes te doorbreken.

“Ik heb enorm veel haat over me heen voelen walsen, na de film. Maar veel prostituees hebben me gemaild of boodschappen gestuurd en over hun leven getuigd, hun leven als prostituee en hun leven als vrouw. Allemaal doen ze hun beklag over de domheid en brutaliteit van de mannen. Allemaal hebben ze het over het gebrek aan goede opvoeding en wat zoiets met mannen doet – maar ook met vrouwen.”

Much Loved is een maatschappijkritische film. Alsof de prostituees de samenleving een spiegel voorhouden.

“De boodschap is dat de Marokkaanse samenleving eindelijk de werkelijkheid onder ogen moet zien en eindelijk haar eigen schijnheiligheid moet bevragen. Dat gebeurt niet.

“Voor vrouwen heb ik veel respect, voor de Arabische mannen niet. Zij blijven zich achter de religie verstoppen, achter de scheiding haram/halal ook, om ons vrouwen te vertellen hoe we moeten leven. Tezelfdertijd doen ze niets om het lot van de vrouwen te verbeteren. Die mannen haten de prostituees maar gaan met hen naar bed, ze haten de prostituees maar krijgen veel liefde van hen. Prostituees zijn de liefste vrouwen van de wereld, maar wat geven die mannen hen terug? Niets, helemaal niets.”

Loubna Abidar: 'Zelfs voor de journalisten was ik een hoer.' Beeld Thomas Sweertvaegher
Loubna Abidar: 'Zelfs voor de journalisten was ik een hoer.'Beeld Thomas Sweertvaegher

In uw kinderjaren vroeg iemand u wat u wilde worden en u antwoordde: prostituee. Eigenlijk bedoelde u actrice. Het zegt veel over hoe over actrices gedacht wordt.

“Ik wilde rollen vertolken, ja, maar vooral ook vrij zijn. In de hypocriete wereld van Marokko is een vrouw die neen zegt tegen een man een hoer. Een vrouw die haar eigen lotsbestemming en toekomst kiest? Een hoer. Een ongehuwde vrouw die haar eigen brood verdient? Een hoer. Een vrouw die een sigaret rookt op een terras, laat staan een glas wijn drinkt of zich kleedt zoals ze wil? Een hoer. Dan hebben we het bijlange nog niet over de actrice die in volle verantwoordelijkheid haar lichaam toont voor de camera's. Uiteraard is ook zij een hoer.

“Zelfs voor de journalisten was ik een hoer. Eentje bestempelde me – mij dus, niet mijn personage – als de koningin der hoeren. Eigenlijk is het in de Arabische wereld erg moeilijk voor vrouwen om géén hoer te zijn.”

Hebt u het gevoel de bakens te hebben verplaatst?

“Het begin was keihard. Vandaag, en als gevolg van wat me overkomen is, blijken veel regisseuses en regisseurs in Marokko alsnog geïnteresseerd om met het thema aan de slag te gaan. In de film- en culturele wereld is er een heus debat losgebarsten. En dan zijn er de jongeren. Steeds meer jonge Marokkanen zetten steeds meer video's op de sociale media waarin ze over hun realiteit getuigen, over hun vragen, hun onzekerheden, kwesties als de sacrosancte maagdelijkheid.

“Je hebt altijd iemand nodig om de eerste stap te zetten, ik weet niet of ik die eerste stap gezet heb, al heb ik het gevoel eraan te hebben bijgedragen. Dat maakt me gelukkig, want ik ben zeker dat de zaken ooit, wanneer weet ik niet, beter zullen gaan. Ik ben een symbool in Europa, maar veel meer nog wil ik er een worden in de Arabische wereld. Misschien zullen er 15 of 20 jaar over gaan, maar het respect dat ik in Europa geniet, wil ik ook in Marokko genieten.”

Loubna Abidar weidt uit over hoe ze destijds een nacht in het vandaag verwoeste Aleppo doorkwam – “theater, rode wijn, tweede theater, nog meer wijn”. Of ze checkt haar iPhone: “Kijk, alweer een haatprediker die me bedreigt.”

Ze lacht erom en doet het verhaal over de televisiepredikant uit de Golf die ze ooit eens belde – live. “Ik wilde hem zeggen: 'U zit de hele tijd wel de ongelovigen en het Westen over de hekel te halen, maar kijk eens naar uw uurwerk – dat is Zwitsers. En kijk naar uw computer – die is Amerikaans. En kijk naar uw microfoon – die is Frans. En als u ziek wordt, waar laat u zich dan verzorgen? In een kliniek in het Westen, bij de ongelovigen, in plaats van bij uw eigen medegelovigen te blijven. U beschuldigt het Westen van ongeloof maar zonder ongelovigen zou u het leven niet kunnen leiden dat u leidt!' Denk je dat ze me hebben laten uitpraten? Neen, ze hebben de lijn verbroken. Bah!”

In de straten van Marrakesh hebt u, even maar, een boerka gedragen zodat uw belagers u niet herkenden.

“Na Cannes kon ik niet anders meer. Ce sac noir is ongelooflijk moeilijk om mee rond te lopen. Ik kan maar niet bevatten dat vrouwen accepteren om daarin te leven. Stel je voor dat je dat ding op je hoofd hebt bij 40 of 45 graden!

(fel) Ik kon nauwelijks adem happen, ik voelde me opgesloten in een gevangenis, niet om het even welke gevangenis, maar een piepkleine, waarin het onmogelijk is een menswaardig leven te leiden. Onmogelijk! Bravo dus voor de mannen met baarden die vrouwen en meisjes zover gekregen hebben dat ze dat ding aantrekken. Bravo vraiment!

Geldt wat u zegt over de boerka bij uitbreiding ook voor de hoofddoek?

“Niet de hoofddoek is het probleem, de islamisten zijn het probleem. Veel moslims zijn óók bang van die lui, hé! Maar zelfs dan: zowel de westerse fixatie op de hoofddoek als de angst voor de islamisten is overdreven. Of beter, het is geen voldoende reden om op de islam in te hakken zoals het Westen dat doet. Dat aanhoudende negatieve discours is verschrikkelijk nefast voor de relaties tussen mensen.

“Van de hoofddoek kun je alles denken wat je wilt, en ja, het is een religieus object, maar het heeft in de verste verte geen uitstaans met die zwarte zak. Dat vormeloze stuk textiel heeft niets met de Marokkaanse cultuur te maken, met de islamitische ook niet, want nergens staat geschreven dat vrouwen daarmee over straat moeten. Maar een hoofddoek? Hmm, een hoofddoek die elegant gedragen wordt is iets prachtigs! Soms heb ik ook zin er eentje om te doen, maar niet uit religieuze overwegingen, alleen als hulde aan de schoonheid. Er zijn fabuleuze, wereldberoemde couturiers van hoofddoeken, en je kunt heus wel een hoofddoek dragen als teken van individuele vrijheid.”

De 'zwarte zak' komt uit Saudi-Arabië en de Golf, niet uit Marokko.

“Het is een vreemde cultuur die via de schotelantennes bij ons binnendringt. Dat is mijn Marokko niet. Vandaag wordt gezegd dat Marokko een islamitisch land is. Dat was vroeger het geval niet, of veel minder. Marokko is ook een land van christenen, joden en ongelovigen. Het land is veelzijdig, kleurrijk en divers. Ik ben niet alleen Marokkaanse, ik ben ook Amazigh (Berbers, LD) en Afrikaans. Ik heb vele identiteiten en die zijn mijn rijkdom. Als ik niet in die rijkdom was geboren had ik nooit kunnen worden wie ik ben. Het probleem is dat sommige krachten ons willen doen geloven dat we alleen moslim zijn, en dat de rest niet telt.”

In zoverre, vertelt u in uw boek, dat jonge Marokkaanse meisjes ervan dromen om met een man uit Saudi-Arabië of de Emiraten te huwen.

“Dat ligt aan de opvoeding. Vanaf hun tiende wordt meisjes verteld dat een rijke prins hen zal huwen en dat zij dus prinsessen zullen worden. Het heeft ook te maken met de enorme werkloosheid onder Marokkaanse jongemannen. Die meisjes of vrouwen hebben het geduld niet meer te wachten op een Marokkaan met een baan. Ze werpen zich dus aan de voeten van de eerste de beste rijkaard uit de Golf. Het leeftijdsverschil mag vaak schokkend zijn, bij jonge vrouwen leeft het idee dat zoiets respectabel is, ze willen kinderen en geld. Het klinkt allemaal mooi in het begin, er komt een prachtig trouwfeest van met veel cadeaus – en dan is het afgelopen en daagt het hen dat ze in de val gelopen zijn, dat hun leven kapot is. Het is een probleem van de huidige generatie jonge vrouwen.”

Loubna Abidar: 'Omdat de overheid bang was voor nog meer imagoschade heeft ze mij alsnog protectie geboden.' Beeld Thomas Sweertvaegher
Loubna Abidar: 'Omdat de overheid bang was voor nog meer imagoschade heeft ze mij alsnog protectie geboden.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Loubna Abidar praat honderduit, staat plots op en blijkt, als we kijken waar ze blijft, de deur uit. Buiten, op het trottoir, steekt ze een sigaret op. Ze heeft heimwee, bekent ze, “naar de geuren en kleuren” van haar land. Jazeker, inmiddels reist ze zo nu en dan voor enkele dagen terug.

“Omdat de overheid bang was voor nog meer imagoschade heeft ze mij alsnog protectie geboden”, zegt ze. “Maar voorlopig blijf ik in Frankrijk. Ik werk aan een televisiefilm voor France 2 waarin ik een alleenstaande Marokkaanse moeder speel, de hoofdrol, met een drugsverslaafde zoon. En ik maak een documentaire over vrouwen in Marokko, Algerije en Tunesië. Van alle vrouwen ken ik de Maghrebijnse het best, bij hen voel ik me thuis. Ik ga er dan ook alles aan doen om hen vooruit te helpen.”

Loubna Abidar (met Marion van Renterghem), La dangereuse, Stock Editions, Parijs, 2016, 194 p., 19 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234