Maandag 28/09/2020

Markies de Sade de grootste pornograaf aller tijden

In Parijs is voor het eerst het manuscript van 'De 120 dagen van Sodom' in vol ornaat te bewonderen. Tweehonderd jaar na zijn dood lijkt de blasfemische markies de Sade voorgoed salonfähig.

Heerszuchtig, driftig, opvliegend, extreem in alles, met een fantasie op het gebied der zeden die in losbandigheid haar gelijke niet kent. Atheïst tot in het fanatieke. Ziedaar in een paar woorden mijn portret. En vermoord me dan maar of neem me zoals ik ben. Want veranderen doe ik niet." Zo karakteriseerde markies de Sade zichzelf ooit. Vermoord is de godfather van het sadisme niet. Maar gevangengenomen én verguisd werd de op drift geraakte edelman ettelijke keren. Dat hij 200 jaar na zijn dood in Frankrijk nu het middelpunt vormt van een grootscheepse herdenking, kon hij zelf in zijn stoutste dromen nooit bedenken. Bij zijn dood mochten ze immers 'eikels zaaien' op zijn graf.

Gespleten

Het hoogst scabreuze oeuvre van Donatien Alphonse François de Sade (1740-1814) heeft de geesten altijd radicaal in tweeën gespleten. Ofwel viel hem de uitzinnigste bewieroking te beurt, ofwel werd hij radicaal verfoeid. "De boeken van de Sade hebben meer doden op hun geweten dan de moorddadige passie van een Gilles de Rais. Sades lezers moeten wel krankzinnigen of gevangenen zijn", schreef de Parijzenaar Jules Janin in 1834 in een overspannen rekwisitoor tegen de Sade.

Meer dan honderd jaar later zong de surrealist André Breton, daarin voorafgegaan door Apollinaire, de lof van de Sades geschriften als de "meest huiveringwekkende en accurate diagnose van de menselijke psychologie", als wegbereider van onder meer Friedrich Nietzsche en Sigmund Freud. Maar Simone de Beauvoir noteert in haar beroemde essay Faut-il brûler Sade? (1951) dat zelfs zijn bewonderaars "zullen toegeven dat zijn werk voor het grootste deel onleesbaar is; filosofisch gezien ontsnapt het slecht aan de banaliteit door zich te verliezen in onsamenhangend geredeneer".

Groot pleitbezorger en biograaf Jean-Jacques Pauvert, vorige week overleden, roemt Sade dan weer als "een uitzonderlijk stilist".

Zonder twijfel bombardeerden de drie beroemdste boeken van de zo vaak gecensureerde Sade hem tot de grootste pornograaf aller tijden. Stuk voor stuk zijn het kille onderdompelingen in een liefdeloze onderwereld, zonder één spatje hoop, vol haat ook tegen geperverteerde geestelijkheid en godsdienst.

Sade is een schrijvend repeteergeweer: "Elke erectie maakt van een man een despoot." Of: "Een mooi meisje moet alleen aan neuken denken, nooit aan verwekken", zegt Dolmancé in de Slaapkamergesprekken. Er is de vileine triomf van de zonde over de deugd in Justine of de tegenspoed van de deugdzaamheid (1791) en de tegendraadse opvoeding tot het verderf van de jonge Eugénie in de Slaapkamergesprekken (1795). En er is natuurlijk het bijna encyclopedische crescendo van wellust en wreedheid in De 120 dagen van Sodom of de school der losbandigheid (1785).

Zeven miljoen euro

Nu ligt het manuscript van Les 120 Journées de Sodome glorieus te pronken op een tentoonstelling in het Instititut des Lettres et des Manuscrits te Parijs, waarin vooral Sades rol als libertijn wordt geëerd. Na vele omzwervingen is de befaamde 'rouleau' van twaalf meter lang en 33 aan elkaar gekleefde stroken voor het eerst in vol ornaat in Frankrijk te bewonderen. Met dank aan mecenas, belegger en manuscriptenverzamelaar Gérard Lhéritier, die er in april 2014 zeven miljoen euro voor neertelde en het intussen voor 13 miljoen euro door Lloyds liet verzekeren. Lhéritier wist het na drie jaar marchanderen te ontfutselen aan de familie van de overleden Zwitserse verzamelaar Gérard Nordmann en trotseerde Interpol én wanhoopspogingen van de Bibliothèque Nationale de France om het te verwerven.

"Toen ik hoorde dat het manuscript op de markt kwam, ben ik meteen in mijn privévliegtuig gesprongen", vertelt Lhéritier met pretoogjes. "Maar dat het zoveel moeite zou kosten, had ik nooit gedacht. Het manuscript stond op de lijst van 'gestolen kunstwerken' van Interpol." In 1929 was de rol in handen gekomen van Sade-nazaat Marie-Laure de Noailles, vriendin van Jean Cocteau en steunpilaar van de surrealisten. Maar in 1982 verdween ze uit familiehanden, toen huisvriend en uitgever Jean Grouet de rol naar Zwitserland smokkelde en voor 300.000 Zwitserse franken aan Gérard Nordmann sleet.

Niemand - ook niet de Bibliothèque Nationale de France - kon Sade terug naar Frankrijk halen. Tot Nordmann overleed, zijn familie er vanaf wilde en Lhéritier op de proppen kwam. Bij het vergelijk betaalde Lhéritier ook de familie Noailles als moreel eigenaar de helft van het aankoopbedrag. "Ik wil de rol nu zoveel mogelijk exposeren", zegt Lhéritier, die ook in Brussel het Musée des Lettres et Manuscrits onder zijn hoede heeft. Intussen is de blasfemische rol tot Frans nationaal erfgoed uitgeroepen en mag ze het land níét meer uit.

Sade schreef Les 120 Journées de Sodome in amper 37 dagen tijdens een vlaag van halve zinsverbijstering en revanchisme op de maatschappij. Hij zat op dat moment gevangen in de Bastille, na allerlei schanddaden met dienstmeisjes en prostituees. Aan zijn vervolgers schreeuwde hij toe: "Het helpt niet om me tot abstinentie te dwingen. Jullie hebben mijn hoofd nog meer op drift gebracht. (...) Als je een ketel blijft opwarmen, dan moet je goed beseffen dat hij ooit zal overkoken."

En of het potje overkookte. De waanzinnige cocktail van seksuele obsessies en gevangenschap leidde tot "het meest schandelijke boek van de wereldliteratuur" (dixit vertaler Hans Warren). Het is het verslag van de seksuele en fysieke terreur van vier gedegenereerde rijkaards (de hertog de Blangis, diens broer de bisschop, bankier Durcet en rechter-president Curval). Tegen het einde van het bewind van Lodewijk XIV trekken ze zich een winter lang terug in het kasteel Silling. Via een ingewikkeld en uiterst doortrapt reglement, met behulp van een harem meisjes en jongens én een gezelschap courtisanes, bedrijven ze het ondenkbare. Het boek zal later niet minder onthutsend verfilmd worden door Pier Paolo Pasolini in Salò (1975).

Misdadiger?

Sade verstopte de volgekrabbelde vellen papier in zijn cel, waar de revolutionair Arnoux de Saint-Maximin ze bij de ontzetting van de Bastille in 1789 zal aantreffen. De rol bevond zich in een etui waarin Sade placht te masturberen. Zelf zal hij het manuscript bij leven nooit meer onder ogen krijgen. "Ik ween er tranen en bloed over", zo schreef hij over het verlies in een brief aan zijn advocaat in 1793.

Toch is het nauwelijks voor te stellen dat dit minuscuul kleine, ongewoon strak geritmeerde handschrift zoveel wist te trotseren. "Sade pende het in fragmenten om het voor zijn cipiers makkelijker te kunnen verbergen", zegt expo-curator Jean-Pierre Guéno, een vat van Franse welsprekendheid. Sade werkte wellicht ook in microhandschrift omdat hij erg zuinig met zijn schaarse papiervoorraad moest omspringen.

Giftige anijsbollen

De expositie van de rol in de ovale kamer van het Institut, omgeven door andere unieke Sade-documenten, heeft alleszins iets sacraals. Met een vergrootglas kun je de tekst nader ontcijferen, terwijl ook spiegels het manuscript tot in de details laten bestuderen. Guéno wijst erop dat de diabolisering van Sade te maken had met de "vermenging van leven en werk, zodanig zelfs dat men de mens Sade de criminele daden van zijn personages in de schoenen begon te schuiven." "Kun je libertijnen zomaar misdadigers noemen?", vraagt Guéno zich lyrisch af. Ook schrijver Willem Frederik Hermans (in Het sadistische universum) beschouwde Sade niet als een misdadiger: "Sade was een losbollig edelman, een waardig onderdaan van de Lodewijken, maar werkelijk niet veel erger."

Of ziet Hermans het toch iets te prozaïsch? Want wie de levenswandel van 'le divin Marquis' erop naslaat, stuit op menig buitensporige geweldsfascinatie. We weten dat Sade, geboren in Parijs op 2 juni 1840 in het majestueuze Hotel Condé, reeds als kind een heethoofd was, met "slechte karaktereigenschappen", aldus zijn vader.

Vanaf 1863 grijpt zijn reputatie als libertijnse wellusteling ver om zich heen. Vijf maanden na zijn huwelijk met de rijke Renée-Pelagie de Montreuil belandt hij al in de donjon van Vincennes, nadat hij met de arbeidster Jeanne Testard godslastering bedrijft. Volgens het politieverslag uit hij diverse bedreigingen met zwepen en roeden en vertelt hij haar "dat hij gedurende twee uur in een kapel in een kelk had gemasturbeerd tot hij een uitstorting kreeg, dat Jezus Christus een nietsnut was en de Maagd Maria een hoer..."

Sades seksuele Waterloo wordt een grootscheepse partouze op 25 juni 1772 in Marseille. Hij zet een groep prostituees ertoe aan om, bij wijze van afrodisiacum, anijsbollen met Spaanse vlieg te eten, "zodat ze verrukkelijke winden zullen laten en in algehele staat van opwinding geraken". Samen met zijn lakei Latour noteert hij met graveringen in de schoorsteenmantel het aantal geselingen. De aantallen 215, 179, 225 en 240 worden teruggevonden. De ziek geworden meisjes dienen een aanklacht in, Sade en Latour worden bij verstek veroordeeld tot de doodstraf, "schuldig aan vergiftiging en sodomie".

Luxestatus

In totaal ruim 27 jaar zal Sade in gevangenissen vertoeven, onder zowel koninklijk als republikeins bewind, waarbij hij twee keer aan de guillotine ontsnapte. En precies daar bloeit zijn schrijverschap. "Als man betrad hij de gevangenis. Als schrijver kwam hij er buiten", noteert Simone de Beauvoir. Van de zwarte romantiek tot Swinburne, van Flaubert tot Baudelaire, van d'Annunzio tot Apollinaire, van surrealisten tot feministen, van anarchisten tot atheïsten: iedereen vond een zekere gading in Sades oeuvre, zo toont ook de Parijse expo. Toch werd Sade pas voorgoed uit het literaire maquis gehaald door Jean-Jacques Pauvert, die in 1947 de eerste integrale editie van Les 120 Journées de Sodome uitgaf en daarmee tot in 1957 censuurprocessen overwon.

De Vlaamse filosoof Lode Lauwaert verbaast er zich in een zopas gepubliceerde grondige studie ook over hoe gretig toonaangevende naoorlogse Franse filosofen Sade bestudeerden: Roland Barthes, Pierre Klossowski, Gilles Deleuze, Jacques Lacan, Georges Bataille en Maurice Blanchot. Voor zowel Barthes als Klossowski is Sade zelfs een voorloper van het postmodernisme. De taal en de tekst zijn losgezongen van de mens en dus poly-interpretabel.

Toch is Sade nu volmondig erkend als groot schrijver, geprezen ook voor zijn zwarte, diep-morbide humor. Dat hij sinds 1990 is opgenomen in de luxe-editie op gelig bijbelpapier van de Pléiade, zegt genoeg over zijn status. In de 21ste eeuw zal Sade niet opnieuw in de ban worden geslagen. Gewend als we zijn aan geweld en seksuele uitspattingen, lezen we Sade nu met de poes op schoot, rustig kauwend op een anijsbonbon. Zonder misselijk te worden.

Sade. Marquis de l'Ombre, prince des Lumières. L'éventail des libertinages du XVIe au XXe Siècle, expo in het Institut des Lettres et des Manuscrits de Paris, tot 18 januari 2015, Rue de l'Université, 21 (entrée Rue Gallimard, 2). www.institutdeslettresetmanuscrits.fr

Lode Lauwaert, Markies de Sade. Essays over ethiek en kliniek, literatuur en natuur, Pelckmans, 270 p., 22,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234