Donderdag 13/05/2021

'Marketing is een groot gevaar voor de literatuur'

Wat is de rol van de roman? En heeft de roman als kunstvorm nog een toekomst? Oek de Jong, gelauwerd auteur van onder meer 'Hokwerda's kind' en 'Pier en oceaan', schreef er een spitant essay over.

Oek de Jong liep al langer rond met het plan de bespiegelingen over literatuur die hij in de loop der jaren formuleerde in essays, dagboeken en interviews samen te brengen in één enkel boek. Een project, weliswaar, dat hij normaal gesproken pas over vele jaren, met het einde van zijn schrijversleven in zicht, had willen aanvatten. We mogen de redacteurs vanOver de romandus dankbaar zijn: zij zijn het die De Jong uitnodigden deel vijf van de reeks in kwestie te schrijven, met het spitante en bezielende traktaatWat alleen de roman kan zeggentot gevolg.

Hierin gaat de gelauwerde auteur na in hoeverre de roman in deze door het beeld gedomineerde tijden onze voortdurende behoefte aan verhalen nog bevredigen kan. Maar waar komt om te beginnen deze behoefte eigenlijk vandaan?

Oek de Jong: "Iemand heeft mij eens gezegd dat verhalen vertellen een 'antropologische basishandeling' is. Dat is nogal een term, maar het klopt wel: aan elke eettafel, in elk café, aan elke telefoon zijn mensen onophoudelijk bezig vorm te geven aan hun belevenissen. Het is een overlevingsmechanisme, denk ik. Heel veel wissen van wat je hebt meegemaakt en de rest onderbrengen in een verhaal. Op die manier begrijpen we pas goed wat ons is overkomen. En door middel van al die verhalen is iedereen dag in dag uit bezig zijn eigen biografie te vormen."

Verhalen vertellen is een identiteit creëren?

Oek de Jong: "Dat denk ik wel. En de overtreffende trap van het alledaagse praten is voor mij de roman. Die biedt je namelijk - en nu spreek ik ook vanuit het perspectief van de lezer - de exceptionele mogelijkheid om heel diep door te dringen in het bewustzijn van anderen, veel dieper dan denkbaar is in het 'gewone' contact met mensen. Neem nuMisdaad en strafvan Dostojevski, de roman die zo'n beetje als rode draad fungeert in mijn essay. Het inzicht dat dit boek ons geeft in het brein, de ziel en het geweten van de moordenaar Raskolnikov, dat hebben forensisch en zelfs psychiatrisch onderzoek ons niet te bieden."

Door het lezen van Misdaad en straf leer je Raskolnikov beter kennen dan wanneer je hem pakweg zou interviewen...

"Dat zou je heel goed zo kunnen zeggen, ja. Er is namelijk iets heel merkwaardigs met de roman aan de hand.Pier en oceaan, bijvoorbeeld, is een sterk autobiografisch getinte roman, die echter geheel vanuit de verbeelding is geschreven: geen enkele scène berust op een feitelijke herinnering. Nu, wat ik tijdens het schrijven mocht merken, was dat je door dingen te verzinnen op de een of andere manier dichter bij de waarheid komt dan wanneer je stug vasthoudt aan het proberen te vatten van wat er 'werkelijk' is gebeurd. De schrijver die zijn verbeelding gebruikt, maakt blijkbaar in zichzelf krachten en inzichten los die hem toegang verschaffen tot een verborgen, onbewuste wereld, de wereld van wat Proust 'le moi profond' noemde, als tegenhanger van 'le moi social'. Dat is ook het grote verschil tussen de roman en de film: de camera heeft geen directe toegang tot die binnenwereld van mensen. Dat privilege is voorbehouden aan de roman. Daarom ook noem ik de roman een van de grote uitvindingen van de westerse beschaving."

De roman is superieur aan de film?

"Helemaal niet. Ik hou van het beeld, ben een heel groot filmliefhebber en heb wellicht zelfs meer films bekeken dan ik romans heb gelezen. Het is gewoon een ander medium. Films van het hoogste niveau, van Fellini, Tarkovsky of Von Trier, bijvoorbeeld, zijn voor mij dan ook evenwaardig aan de beste romans. Wel is waar dat film en literatuur allebei hun eigen specifieke mogelijkheden hebben en zich met andere dingen bezighouden. Zo richt de roman zich dus, ondanks beschrijvingen van de buitenwereld, vooral op wat er zich in het hoofd van mensen afspeelt."

Toch lijkt u met een stelling als 'Je wordt meegenomen door de beelden. Je hoeft er geen inspanning voor te leveren, je hoeft alleen maar te kijken' te suggereren dat een wereld als de onze, waarin de film veel populairder is dan de roman, aan een zekere gemakzucht lijdt.

"De populariteit van de film heeft er alles mee te maken dat wij hier in het Westen leven in een samenleving die enerzijds enorm gericht is op comfort, en anderzijds zwaar heeft te lijden onder tijdgebrek. Een film reikt je niet alleen in kant-en-klare beelden het hele verhaal aan in amper twee uur, maar daar komt ook nog eens bij dat het visuele een veel grotere impact op ons brein heeft dan de taal of dan beelden die wij als lezer zelf moeten creëren. Lezen is dus meer een 'activiteit' dan het bekijken van een film. Want niet alleen moet je je zelf een beeld vormen van bijvoorbeeld de genoemde Raskolnikov - en dat is meteen ook de reden waarom hij er voor jou ongetwijfeld anders uitziet dan voor mij -, maar daarenboven word je als lezer van een roman min of meer gedwongen om op je eigen ervaringen een beroep te doen. Je hele persoon is in het geding wanneer je een goede roman leest."

Is, naast de almacht van het beeld, ook het feit dat 'alles al gezegd' is, en dit bovendien op alle mogelijke manieren, een mogelijke oorzaak van de impasse waarin de roman verkeert?

"Persoonlijk vind ik 'impasse' te sterk uitgedrukt; ik zou eerder zeggen dat de roman zich bevindt in een status quo. Kijk, Jonathan Franzen, de schrijver vanThe CorrectionsenFreedom, is wel verweten dat hij vormelijk thuishoort in de negentiende eeuw. En het klopt ook dat schrijvers van vorige generaties vaak veel 'moderner' schreven en in formeel opzicht interessanter aandoen dan Franzen. Ook de met veel tamtam verschenen nieuwe roman van Donna Tartt wordt trouwens alsmaar vergeleken met het werk van een negentiende-eeuwer als Charles Dickens. De grote internationale auteurs van nu zijn dus klassieke vertellers, en het is moeilijk voorstelbaar dat in een commercieel klimaat als het onze schrijvers van plotloze romans, zeg Joyce en Proust, kans op succes zouden hebben of zelfs zouden worden uitgegeven. Echte vernieuwers, genre Márquez en Borges ook, zijn sowieso al heel lang niet meer opgestaan. Ook in Nederland is de avant-garde sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw geruisloos uit de literaire - en bij uitbreiding de artistieke - wereld verdwenen.

"Maar daar staat wel iets heel belangrijks tegenover. Zo heeft Franzen het in zijn romans, hoezeer zij vormelijk ook mogen passen in een lange, oude traditie, wel degelijk over het Amerika van vandaag en reflecteert hij zodoende een wereld die nieuw is en niet eerder in de literatuur in kaart is gebracht. De wereld die jonge schrijvers vandaag aantreffen, midden in de digitale revolutie, is een totaal andere dan die waarin ikzelf ruim dertig jaar geleden debuteerde. Juist de almaar veranderende wereld geeft sowieso een voortgaande dynamiek aan de roman."

U schrijft in het boek dat in de plaats van 'avant-garde' het woord 'marketing' is gekomen.

"De avant-garde is aan haar eigen succes ten onder gegaan. Alles is nu mogelijk in de kunst. Maar met de avant-garde is ook veel idealisme verdwenen. De commercialisering is het grootste gevaar dat de literatuur momenteel bedreigt. Wat ik zelf probeer te doen is aan de ene kant als schrijver volledig mijn eigen gang te gaan en het mij bijvoorbeeld te veroorloven om acht jaar lang, tegen alle economische normen in, aan een boek te werken. Maar daarnaast heb ik natuurlijk ook te maken met media en marketing. Van bij mijn eerste roman,Opwaaiende zomerjurken, besefte ik dat die dingen bij het vak hoorden en dat je er als schrijver niet buiten kon. Ik heb mezelf dan ook van meet af aan bijna bekwaamd in het geven van interviews: scherp op de tekst letten, zorgen dat er een goede foto bij staat, kortom er alles aan doen dat je product de nodige aandacht krijgt en zo goed mogelijk verkocht wordt. Jonge, talentvolle auteurs vragen tegenwoordig aan een uitgever vaak allereerst: hoe ga je mijn boek in de markt zetten? Ze willen beroemd worden, ze willen zo gauw mogelijk een bestseller. Daarin schuilt een groot gevaar voor de literatuur. Dat schrijvers zich - misschien wel onbewust - gaan aanpassen aan de vraag van de markt."

Bijvoorbeeld door een erg schrale, vlakke taal te gaan hanteren.

"De vraag is of dat uit commerciële motieven gebeurt. Het is zeker ook mijn eigen indruk dat het stilistische niveau achteruitgaat, wat in Nederland ongetwijfeld heeft te maken met de terugloop van het gymnasium. De tijd dat de meeste schrijvers in het middelbaar onderwijs nog een klassieke opleiding genoten hadden, ligt definitief achter ons. De helft van de tijd die mijn generatiegenoten en ook ikzelf op de schoolbanken doorbrachten, ging naar de studie van Grieks en Latijn. Wij werden, of we er nu zin in hadden of niet, op een gevoelige leeftijd dagelijks geconfronteerd met auteurs met een hoge opvatting over stijl. Dat is aan het verdwijnen. En dat heeft volgens mij invloed op de literaire cultuur: de verbinding tussen de basis van onze beschaving en het heden is tanende, met alle gevolgen van dien, óók op het stilistische vlak.

"Daarnaast heb je de invloed van het slordige mailen. Voor een brief ging je vroeger echt zitten, en het schrijven ervan vereiste toch een zeker stijlbesef. Bij mensen die mailen is dat vaak niet meer aanwezig, en ook dat zou je kunnen koppelen aan de opgang van zeg maar een meer journalistieke taal in de literatuur: korte zinnetjes, een te hoog tempo en allerlei andere zaken die afbreuk doen aan de stijl. Terwijl juist de stijl in de allerhoogste mate de kwaliteit - en ook de overlevingskansen - van een roman bepaalt."

De roman, schrijft u, legt de dingen bloot die 'we in het dagelijks leven voor anderen verborgen houden'. Hoe groot schat u de gevolgen in voor onze samenleving en vooral het individu wanneer de roman nog meer inboet aan populariteit?

"Als je een cultuur van hoog niveau wil behouden, dan heb je kunstvormen nodig die de diepten van het menselijk bestaan kunnen peilen. Het alternatief daarvan is oppervlakkigheid en leegte, een wereld die draait om louter extraversie en imago. Een wereld ook waarin elke psychische problematiek en elk afwijkend gedrag de kop wordt ingedrukt door middel van pillen en er voor analyse en dus voor het woord - laat het de roman zijn of de psychotherapie - tijd noch ruimte is.

"Vergeet daarbij niet dat het juist de reproductie van de werkelijkheid is die schoonheid aan de dingen verleent. Door fotografie en schilderkunst leren wij de schoonheid van de dingen te zien en ervan te genieten. Het proza van de roman speelt hierin eveneens een rol. Ook dat zou dus gedeeltelijk wegvallen met het wegdeemsteren van de roman."

Uw hele leven lang al, lees ik, tracht u zich een voorstelling te maken van een boek dat mogelijk voor 'een nog intensere expressie' zou kunnen zorgen en waarin 'werkelijk alles' zijn plaats krijgt.

"Jazeker, al denk ik dat zo'n boek voor mij altijd wel een droombeeld zal blijven. Maar juist omdat vandaag de dag alles wat er in mensen woelt desgewenst in een roman aan bod kan komen, moet de evolutie in het menselijk bewustzijn in theorie een nieuwe Proust kunnen opleveren. Zoals Proust rond 1920 de grenzen van onze waarneming plots met een schok verschoof, zo vind ik het eigenlijk niet meer dan logisch te mogen verwachten dat zoiets ooit opnieuw zal gebeuren. Maar evengoed is het natuurlijk volstrekt onvoorstelbaar én onvoorspelbaar. Het enige wat we mijns inziens kunnen en moeten doen is een literair klimaat scheppen waarin de schrijver van een dergelijk geschrift een kans zou maken. En dat doe je dus niet door de markt een allesbepalende macht te verlenen, en al helemaal niet, zoals nu in Nederland gebeurt, door honderden bibliotheken te sluiten. We krijgen nu zelfs achttienjarigen aan de universiteiten die verplicht moeten worden om een jaar lang een cursus te volgen om zich enigszins behoorlijk te kunnen uitdrukken op papier. Dat soort dingen baart mij zorgen.

"Anderzijds worden er, toegegeven, nog altijd beurzen en stipendia verdeeld onder schrijvers. Hoewel, wie weet werkt dat dan juist weer contraproductief: misschien worden schrijvers wel te veel verwend. Een kunstenaar als Mondriaan was tot aan zijn laatste levensjaren arm, en dat was voor hem gewoonpart of the deal. Hij was bereid in armoede te leven voor zijn ideaal: liever armoede dan zwichten voor de wetten van de markt. Een dergelijke instelling, zou je kunnen denken, vergt eenzelfde gedrevenheid als die waarmee grote kunst nu eenmaal wordt gemaakt. Maar goed, overigens denk ik dat je beter schrijft wanneer je gewoon centrale verwarming hebt, hoor."

Bent u behalve naar de toekomst van de roman ook nieuwsgierig naar wat u zelf nog zult produceren?

"Heel erg. Ik heb heel veel zin om aan een nieuwe roman te beginnen, die zich ditmaal volledig in de 21ste eeuw zal afspelen. Ik heb het gevoel dat het schrijven van dit essay me heeft geholpen om scherper te zien in wat voor tijd ik leef, wat de culturele context is voor de romancier en wat de mogelijkheden zijn van de nieuwe wereld die nu opdoemt. Ik ben dus inderdaad erg benieuwd naar wat voor roman ik de komende tijd zal schrijven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234