Maandag 25/01/2021

Recensie

Mark Lanegan in Flagey: suiker over grafgrond ***

Beeld Alex Vanhee

Geen zanger die overtuigender gestalte kan geven aan Allerzielen dan Mark Lanegan. In Flagey raakte je vanzelf in grafstemming bij zijn gruizige croonerzang. Alleen kende dit concert met spaarzame strijkers te weinig deining, om je twee uur lang gekluisterd te houden.

"There is no morphine, I'm only sleeping... There is no crime to dreams like this..."

Tijdens 'One Hundred Days', uit het magistrale 'Bubblegum' (2004), krijgt Mark Lanegan het schijnbaar even te kwaad. Zijn handen trillen zacht onder het schamele licht van de spots. Somber staart hij voor zich uit, terwijl hij zingt over straathoertjes en zijn "business farther down". Een diepe zucht volgt na de laatste noot.

Makkelijk kan het inderdaad niet zijn, om elke avond de littekens van een loodzwaar verleden open te krabben. Of om oud junkieverdriet op te rakelen. Het bloed en de tranen zijn inmiddels geronnen of opgedroogd - Lanegan is al een tijdje clean - maar zoals elke ex-verslaafde weet: demonen tonen zich nooit écht verslagen. Je lokt ze dan ook beter niet elke avond uit.

Tedere nostalgie
Zou dat verklaren waarom Lanegan met 'Imitations' (2013) grotere nadruk legt op tedere nostalgie dan op grauwe ellende? De coversongs van die plaat gaan weliswaar in sepia gedrenkt, maar verraden ook een verrassend zwak voor easy listening. En zowaar een liefde voor bubblegum-prinsesjes als Nancy Sinatra, schmalzerige crooners of lounge lizards als Andy Williams of Neil Sedaka.

In Flagey overheerste nog steeds eigen werk of nummers die hij met Soulsavers ('Can't Catch the Train') of Screaming Trees ('Halo of Ashes') schreef. Maar net zo lief had Lanegan zijn koffer met covers gevuld, waarbij zijn bariton omwikkeld werd met een suikerrand van orkestrale sixtiespop. Daarvoor schakelde hij een cellist en violist in, die bijvoorbeeld een intiemer arrangement gaven aan het pompeuze James Bond-theme 'You Only Live Twice'.

De Brusselaar Lyenn bediende zich dan weer afwisselend van bas of gitaar, en een enkele keer van onhoorbare achtergrondzang. Dat laatste was een tikkeltje jammer, want in het voorprogramma toonde de verlegen muzikant zich nog een begenadigd vocalist.

Ook het andere voorprogramma, Duke Garwood (met wie Lanegan eerder dit jaar 'Black Pudding' inblikte) stelde zich trouwens verrassend verdekt op. Daardoor werd de aandacht voornamelijk verdeeld tussen de boomlange treurwilg Lanegan en gitarist Jeff Fielder.

Postume ode aan Lou Reed
Die laatste zette de traditional 'The Cherry Tree Carol' of een sterk 'Pretty Colors' verdienstelijk naar zijn hand. Maar net zo goed verraste hij met een subtiel herwerkte Lou Reed-song, die als postume ode de set werd binnengesmokkeld. Wij hadden gehoopt op een 'Sad Song' of 'The Bed', maar het schaamteloos vertederend 'Satellite of Love' gaf eens te meer aan dat Lanegan dezer dagen heult met de lichtere kant van het bestaan.

Eerlijk is eerlijk: die songkeuze bood ook een wenselijk tegenwicht aan het klauwende duister van 'Phantasmagoria Blues', het asgrauwe 'When Your Number Isn't Up' of eerder vermeld 'One Hundred Days'.

Toch draaide zacht-en-teder niet elke keer in Lanegans voordeel uit. Zo stelde de Kurt Weill en Bertolt Brecht-classic 'Mack The Knife' het wraakroepend zonder angel. Een futloos arrangement draaide deze murder ballad daarmee de nek om: met een slap wiegenliedje moest je het stellen.

En was het ook geen zonde om het even briljante als furieuze 'Blues Funeral' uit 2012 schandalig onderbelicht te houden? Alleen met 'The Gravedigger's Song' drukte Mark Lanegan je nog eens met de neus op de superieure force van die plaat. De tientonner die in de oorspronkelijke versie over je heen denderde, verloor niets aan zeggingskracht als treurige ballade.

Jammer genoeg kon je dat niet over de hele lijn beweren: door de spaarzame inbreng van de groep, kabbelde de set soms nogal braaf voort. Neil Sedaka's 'Solitaire' - bekend dankzij The Carpenters - klonk zelfs effenaf salonfähig, voor een artiest van Lanegans allooi.

Even vreesde je voor erger, in de bis. Daar lag de klemtoon dan weer op 'Black Pudding' (2013). Op papier geen goed idee, want Lanegans muzikale samenwerking met Duke Garwood kun je bezwaarlijk een grand cru noemen. Niettemin kwam een nummer als 'Mescalito' live bijzonder sterk uit de strijd, met sambaballen en Lyenn die geluiden manipuleerde via een onbestemd paneel. Dat Lanegan voortdurend moest spieken op zijn iPhone om die tekst voor te dragen, wilde je dan ook makkelijk vergeven.

Bij fans bleek toch vooral het afsluitende 'Halo of Ashes' - een song van Lanegans vroegere groep Screaming Trees - in goede aarde te vallen. De soloversie van Fielder plaatste het oriëntaalse motiefje van de originele versie wat in de schaduw, maar de power-riffs schudden her en der indommelende publieksgangers wel weer krachtig wakker.

Méér zulke accenten hadden ongetwijfeld voor een betere dynamiek gezorgd in de set. En ook voor vier sterren boven dit stuk.

Vanavond speelt Mark Lanegan opnieuw in Flagey.

Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234