Maandag 20/01/2020

Mark Elder

'Ik was koorknaap en groeide op met het beste van de oude Engelse muziek. Tegelijk was ik aangetrokken tot grote orkestwerken van onze romantische 'golden age'. Die combinatie geeft mijn werk iets extra'

De eerste Engelsman aan het roer van een Brits muziekinstituut

Everything UK?, zo heet dit jaar een belangrijk deel van het Klarafestival. Het concertluik in kwestie is zowat helemaal aan componisten en uitvoerders uit het Verenigd Koninkrijk gewijd. Morgen ontvangt het PSK hoge, zij het in ons land zelden geziene, gasten: Mark Elder en zijn Hallé Orchestra. Niet dat alles wat zij spelen per se Brits moet zijn. 'Goede smaak is toch een Franse uitvinding, niet?'

Londen

Van onze medewerker

Rudy Tambuyser

Elder en zijn Hallé Orchestra brengen in Brussel een programma met werk van Benjamin Britten, Gustav Holst en Colin Matthews. Engelser kan niet, denkt u? Toch wel. We spreken sir Mark bij hem thuis in Londen, daags na zijn uitvoering van Elgars oratorium The Dream of Gerontius op de BBC Proms. Twee uur laatromantische bombast met meer dan vijfduizend Britten om je heen, dolenthousiast en niet zelden tot tranen toe bewogen. Dan weet je weer wat isolation betekent, splendid of niet. Elgar vormt de volgende morgen een goed aanknopingspunt voor ons gesprek over Elders programma in het PSK en over Britse muziek in het algemeen.

Dat er vrijdag geen Elgar wordt gespeeld, vindt de dirigent overigens heel jammer. "Het Hallé Orchestra (met thuisbasis in Manchester, RT) is het oudste Britse orkest. Het heeft een speciale band met Elgar. Het bracht bijvoorbeeld ooit de première van zijn eerste symfonie. Op de een of andere manier vond men in Brussel Elgar geen goed idee. Ligt hij misschien moeilijk bij jullie publiek?"

Een sluitend en algemeen antwoord op die vraag bestaat wellicht niet. In elk geval hebben wij, 'continentalen', vaak moeite om helemaal te vatten waarom Britten zo warm lopen voor Elgars symfonische pathos. Elder zelf, zo blijkt, voelt zich muzikaal en menselijk diep verbonden met de componist, en niet alleen omdat hij op dezelfde dag jarig is. "Ik begrijp de vervreemding wel een beetje. Ooit moest ik The Dream of Gerontius op het conservatorium studeren. Ik begreep er niets van. Je moet er een tijd mee leven, dan komt het wel. Elgar is ook een beetje een dubbelzinnige figuur. Enerzijds is er die grote snor, zijn ijdelheid, zijn baan bij The King's Music, zijn aandacht voor imago en statussymbolen, 'Land of Hope and Glory', zeg maar de toeters en bellen. Verder heb je nog de tragiek van zijn celloconcerto en de karakterschetsen die zijn Enigma-variaties vormen. Twee toegankelijke, niet toevallig vaak gespeelde werken.

"Naar de interessantste Elgar moet je wat langer zoeken. In The Dream of Gerontius, in de tweede beweging van de eerste symfonie, komt een innigheid en een waarachtigheid aan het licht die volstrekt uniek is. Daar hoor je de Wagner in Elgar, maar tegelijk met die invloed ook zijn Britsheid. In zijn muziek hoor je onze landschappen, hoor je bovendien het einde van het tijdperk dat hij symboliseert. En voor je dat tijdperk kortweg, juist maar onvolledig, 'romantisch' noemt: Elgars eigen opnamen zijn bijzonder verhelderend. Nooit slepend of tranerig, altijd vloeiend."

Wat je ook van Elgar vindt, je kunt er niet omheen dat de Engelse of Britse muziek na de vroegbarokke Purcell niet echt een scherp profiel had, zelfs niet toen in de tweede helft van de negentiende eeuw de nationale componistenscholen de kop opstaken. Met Elgar was er opnieuw een gezicht, of je dat nu mooi vindt of niet, en lag de weg open voor Vaughan Williams en Holst. Van die laatste brengen Elder en Hallé vrijdag The Planets, een muzikale schets van ons zonnestelsel, voor zover dat toen bekend was.

"Bij Vaughan Williams vinden we ondanks de symfonische context de essentie van de Engelse melodie, ongekunsteld, zoals die in onze folksongs zit vervat. Holst was, in de aanloop naar het tijdperk van Benjamin Britten, een soort tussenfiguur. Hij was een muzikale asceet, hij raakt je niet echt tot in je ziel. Zijn kracht ligt meer in zijn originaliteit dan in het gevoelsmatige. Ontboezemingen zoals zijn Lyric Movement zijn bij hem zeldzaam. The Planets is een meesterlijk staaltje van descriptief vermogen en orkestratiekunst. Een typisch geval van wat wij bull's eye noemen, de nagel op de kop. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de delen 'Mars' en 'Jupiter' voor elke filmcomponist onvermijdelijk studiemateriaal zijn."

Dat Pluto ontbreekt in Holsts kosmologische werk lijkt een schoonheidsfout, maar is logisch. Pluto werd pas in 1930 ontdekt. Het Hallé Orchestra vroeg aan zijn componist in residentie, Colin Matthews, die veel uitgaven van Holst-muziek verzorgde, dan ook om de cyclus te vervolledigen. Zijn 'Pluto' is ook vrijdag te beluisteren. "(lacht) Dat even na de première van 'Pluto' de verre planeet senso stricto geen planeet bleek te zijn, was wel een beetje een domper op de feestvreugde. (In 2000 deelde een groep wetenschappers Pluto niet in als planeet, maar als deel van de Kuiper-gordel, een groep ijsachtige kometen, RT.) In elk geval heeft Matthews een mooi staaltje afgeleverd. 'Pluto' is vintage Matthews, maar toch hoorbaar met respect voor en kennis van Holsts erfenis geschreven. Hij heeft de laatste noot van 'Neptunus', de laatste beweging die Holst componeerde, verlengd en laat er een verschrikkelijk snel en energetisch deel op volgen. 'Mercurius' en 'Mars' klinken er overigens sterk in door."

Van Colin Matthews zullen morgen in Brussel bovendien vier orkestarrangementen van pianopreludes van Debussy weerklinken. Interessant, niet alleen omdat we zo de vergelijking kunnen maken met de zettingen die onze Luc Brewaeys van dezelfde stukken heeft gemaakt, maar ook omdat Elders programma op die manier een mooie subthematiek meekrijgt. "Binnen het louter Britse thema wilden we de zaak toch een beetje opentrekken. Met Franse muziek door een Brit gearrangeerd, en beroemde Franse woorden door een Brit op muziek gezet ('Illuminations' van Britten op tekst van Rimbaud, RT) wordt het een beetje een ode aan de goede smaak. Een Franse uitvinding, toch? (lacht)"

Als onversneden Engelse leider van een door en door Engels instituut en liefhebber van de meest Engelse aller componisten voelt Elder zich wellicht met beide voeten in een sterke traditie staan? Ja en nee, zo blijkt. "Ik was ooit koorknaap in een kathedraalkoor, groeide op met het beste van wat de oude Engelse muziek te bieden heeft. Tegelijk was ik altijd aangetrokken tot de grote orkestwerken van onze romantische golden age. Die combinatie geeft mijn werk als muzikant misschien iets extra in het licht van de traditie. Ik heb ook al heel vroeg een eigen Engels orkest gewild.

"Anderzijds, je kunt niet zeggen dat Barbirolli (een van Elders legendarische voorgangers bij Hallé, RT) dat speciale niet had, en hij was deels Italiaans. Overigens, Hallé zelf, de stichter van mijn orkest, was een Duitser. Na hem kwam de beroemde Hans Richter, een Duitser. Sir Hamilton Harty was een Ier, Skrowaczewski was een Pool en Nagano is een Californische Japanner. Amazing! Ik ben de eerste Engelsman die het Hallé leidt. Laten we die traditiekwestie dus niet te belangrijk maken."

John Mark Ainsley en Hallé, onder leiding van Mark Elder, vrijdag 23 september, PSK, Brussel, www.bozar.be, www.klarafestival.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234