Zondag 25/08/2019

Interview

Marie, dochter van Ronny Mosuse: “We gingen niet naar pretparken, maar naar musea. Dat was gratis”

‘Als ik rond me kijk, in mijn kringetje van gelijkgestemde zielen, denk ik: racisme bestaat niet meer. Maar dan open ik Facebook en krijg ik een koude douche.’

Ronny Mosuse kent u nog van bij The Radios en van bij The Clement Peerens Explosition, of misschien heeft u thuis een van zijn Nederlandstalige albums liggen. Zijn kroost, daarentegen, heeft hij altijd mooi verborgen weten te houden. Tot nu: dochter Marie (20) is sinds vorige week te zien in Bloed, zweet & luxeproblemen. Samen met vijf andere millennials reisde ze naar Ghana en Sri Lanka, waar ze in sweatshops zelf mochten ervaren hoe moderne slavernij voelt. “Opeens viel het licht uit en stond het water in een mum van tijd tot aan onze knieën. Ik vond dat tof.”

Een halfuurtje later dan afgesproken komt ze het Brusselse café binnengewaaid, maar tegen haar excuus valt weinig in te brengen: ze was aan het werk.

Is het dan toch onzin wat ze beweren, dat millennials luie donders zijn die niet weten wat hard werken is?

“Als ik iets wil, werk ik ervoor. Ik maak nu maquettes voor een bedrijf dat met duurzaamheid bezig is. Het is eens wat anders dan een job in de horeca - daar had ik het wat gezien. Maar eigenlijk zit ik in mijn derde jaar sociologie aan de VUB.”

“Ik ben vrij streng opgevoed. Zeker bij papa werd luiheid niet door de vingers gezien - bij mama kwamen mijn broer en ik met wat meer weg, ze is zachter van aard. Van papa mochten we ook nooit zeuren. Maar tijdens Bloed, zweet & luxeproblemen heb ik toch vaak zitten zuchten en klagen.”

“Nu, het waren wel lange dagen van 10 uur hard labeur - en dan wordt het werk nog elke aflevering zwaarder ook. We logeerden bij lokale mensen, soms op matjes op de grond, en daardoor sliepen we te weinig. En ik was al met een slaaptekort aan het avontuur begonnen: ik ben rechtstreeks van het Dour-festival naar de luchthaven gereden. Maar als ik de beelden nu terugzie, dan denk ik toch: ik had wat meer op mijn tanden moeten bijten.”

Céleste, de dochter van Goedele Liekens, vertelde dat ze vroeger vaak te horen kreeg dat ze aan de arme kindjes in Afrika moest denken.

“Dat was bij papa ook vaste kost. Vroeger drong dat niet tot me door, maar nu weet ik: eten weggooien hoort niet.”

“Ik ben echt bezig met wat er in de wereld gebeurt. Er zijn leeftijdsgenoten die niks weten van de actualiteit, maar ik kan niet leven met oogkleppen op. Dan zou ik ook niet in Brussel kunnen wonen: je ziet hier elke dag miserie als je op straat wandelt. Ik zou meer moeten doen om te helpen, maar voorlopig beperkt mijn bijdrage zich tot een maandelijkse storting aan het Rode Kruis - zij delen pakketjes uit aan de zwervers.”

Schuilt er een wereldverbeteraar in jou?

“Ik probeer het juiste te doen: ik eet zo veel mogelijk vegetarisch, koop meestal tweedehands... Maar ik besef dat het nog veel te beperkt is: mijn schoenen zijn van Nike en ik durf nog weleens in een avocado te happen. Goed is dat niet, maar ik werk eraan. En wellicht doe ik meer dan mijn ouders, toen zij zo oud waren. Al is mijn vader nu ook goed bezig: hij eet biologisch, teelt zijn eigen groenten en bakt zelfs zijn eigen brood. Zo hoort het ook: wij hoeven ons geen zorgen te maken over wat we vanavond willen eten of waar we gaan slapen. Een extra inspanning leveren voor de wereld is voor ons een kleine moeite.”

“De reis met Karine (Claassen, red.) heeft niet plots mijn ogen geopend, ze heeft hooguit mijn ideeën verder versterkt. De mooiste ontmoeting die ik had, was met Thom Yorke, een Ghanese cacaoboer. Geen idee of hij écht zo heet, maar ik vond het prachtig: ik ben een grote fan van Radiohead - this is meant to be, dacht ik. Hij was best autoritair, maar toch klikte het meteen. Hij vertelde ons dat de cacaoteelt erg klimaatgebonden is: één slecht seizoen en de oogst is om zeep. Hij had nog nooit zoveel mislukte oogsten gehad als de voorbije jaren. Wie durft zich dan nog af te vragen of de klimaatopwarming een fabeltje is?”

Was jij één van de 65.000 betogers op de recente klimaatmars?

“Ja. Ik heb als kind ook meegelopen in zulke grote betogingen, met mijn mama. Toen mijn vrienden het voorstelden, dacht ik: natúúrlijk doen we mee. Daar hoef je toch niet over na te denken?”

Ben jij opgevoed als globetrotter?

“Ik ben met mijn mama een paar keer in Afrika geweest, maar mijn ouders hebben me nooit aangemoedigd om de wereld rond te reizen. Integendeel: ze zullen eerder op de rem gaan staan. ‘Toen wij jong waren, gingen we elk jaar met de auto naar Frankrijk’, zeggen ze dan. Of: ‘Wij waren de 40 al voorbij toen we de eerste keer het vliegtuig namen.’ Doe maar rustig, denken ze: verken eerst Europa en ga het dan wat verder zoeken.”

“En toch ben ik vorig jaar met een vriendin naar Vietnam getrokken. Ik wilde dat land zo graag zien. We hadden alleen onze vliegtuigtickets geboekt, verder zouden we wel zien waar de reis ons bracht. We trokken van het ene hostel naar het andere, en sliepen tussendoor bij gezinnen. Die zelfstandigheid was zalig. We zijn er zelfs in een orkaan beland - een vrij heftige, met verschillende slachtoffers. We zaten ergens te eten, toen opeens het licht uitviel en het water in een mum van tijd tot aan onze knieën stond. Onze telefoon deed het niet meer, dus moesten we het in ons eentje zien te redden. Ik vond dat tof. (lacht) Het was wel eng om de weg terug naar het hostel te vinden in de duisternis, terwijl we door het donkere water ploeterden. Op dat moment was ik doodsbang, maar achteraf was ik trots.”

Het thuisfront ook?

“Ik heb mijn ouders toen als eerste gebeld. We begrepen niks van het nieuws daar, dus konden we niet inschatten of we moesten vluchten. ‘Blijf maar waar je bent’, zei mijn papa. Hij is de rustigste mens die ik ken. Ik heb hem nog nooit in paniek gezien. Ik weet niet hoe het grote publiek hem ziet, maar ik ken hem als kalm, bedachtzaam en braaf. Een oude, wijze man, die me over alles goeie raad kan geven - studiekeuzes, vrienden, de liefde. Als ik het zelf niet goed weet, dan weet hij het meestal wel.”

Met de andere kinderen van BV's in 'Bloed, zweet & luxeproblemen'. 'Als ik de beelden nu terugzie, denk ik: ik had wat meer op mijn tanden moeten bijten.'

Luister je naar zijn muziek?

“Het is niet mijn stijl, maar ik vind hem wel goed. Als er vroeger iemand kwam babysitten, dan vroegen mijn broer en ik weleens om een cd van papa op te zetten, anders konden we niet slapen. En als we bij hem waren, dan zong hij ons zelf in slaap.”

“Ik heb trouwens zelf moeten ontdekken op het internet dat papa ooit nog Marktrock heeft platgespeeld met The Radios. Hij heeft ons dat nooit verteld - opscheppen is niet zijn ding. Ik ben er trots op dat hij die hele muziekcarrière puur op talent heeft uitgebouwd, zonder ooit naar de muziekschool te zijn geweest. Hij heeft gewoon een gitaar vastgegrepen en is beginnen te zingen.”

Zing jij ook?

“Ja. Thuis stond er een piano en een drumstel, en er slingerden altijd gitaren rond. Mijn papa liet ons vrij om daarmee aan de slag te gaan. Dat deed ik ook: hoorde ik hem iets spelen, dan kroop ik achter de piano om de melodie te zoeken, puur op gehoor.”

“Ik ben wel met muziek bezig - ik probeer nu ook te drummen en heb een basgitaar van papa geleend - maar ik heb niet de minste behoefte om in de schijnwerpers te staan. Ik wil het liever in mijn eentje uitzoeken. Mijn broer heeft dat ook: hij is een geweldige muzikant, maar het laatste wat hij wil, is beroemd zijn. Hij heeft al op Tomorrowland gestaan en zit bij het platenlabel van Soulwax, maar hij ziet het niet zitten om interviews te geven of op tv te komen. Mijn mama zegt hem weleens dat hij niet om het promowerk heen zal kunnen als hij een nieuwe plaat wil uitbrengen, maar daar past hij liever voor.”

Jullie zijn zo doodgewoon, voor kinderen van een BV.

“Misschien kennen we de keerzijde van bekendheid te goed. Als kind was naar de zee gaan met mijn papa geen optie: op de dijk werd hij voortdurend aangeklampt. Dan weken we liever uit naar Cadzand of Normandië. Op school hadden we er minder last van: we woonden in Boechout en daar had je een paar handige bliksemafleiders. Naast Bart Peeters, Jan Leyers en Hugo Matthysen waren wij helemaal niet zo speciaal. Tegenwoordig is het ook veel beter: van mijn leeftijd weet haast niemand nog wie mijn papa is.”

“Misschien hebben mijn ouders ons bewust uit de schijnwerpers gehouden. Ook mama: ze werkt bij de televisie - ze is eindredactrice bij Gert Late Night - en weet hoe het allemaal in elkaar zit. Daarom heb ik ook maandenlang getwijfeld of ik wel wilde meedoen met Bloed, zweet & luxeproblemen. Ik had geen zin om me bloot te geven voor heel Vlaanderen.”

Terug naar de anonimiteit kun je nu niet meer.

“Mijn theorie is: na zes maanden is iedereen me vergeten. Wie kent de deelnemers van De mol van drie jaar geleden nog? Het zal even vervelend zijn, maar hier in Brussel zal het wel meevallen.”

Blauw bloed

Je lijkt me niet het type dat een verwende kindertijd heeft genoten.

“Ik kreeg zeker niet zomaar alles wat ik wilde. Dat kon ook niet: zo breed hadden mijn ouders het niet. Ze waren amper 25 toen ze aan kinderen begonnen - ze kenden elkaar al van toen ze een jaar of 16 waren. Een paar jaar nadat ik ben geboren, zijn ze uit elkaar gegaan en moesten ze allebei rondkomen als alleenstaande ouder. Mama vond altijd wel manieren om ons alles te geven wat we nodig hadden: kleren kregen we van vriendjes en familie. Naar pretparken gingen we niet, maar wel naar musea, want dat was gratis. Het enige wat ik me herinner, is dat ik heel lang heb rondgereden op een veel te kleine fiets. Ik heb hard moeten zeuren voor een nieuwe.”

“Ik ben blij met mijn opvoeding. Mijn papa is opgegroeid bij pleeggezinnen en in tehuizen: dat is zeker zes keer zo erg. Ik had tenminste de liefde van mijn ouders en die is onbetaalbaar. Na de scheiding ben ik grotendeels bij mijn mama opgegroeid en daar had ik een heel warm nest.”

Vertelde je papa soms over zijn moeilijke jeugd?

“Ja, maar het was niet alleen maar kommer en kwel. Hij vertelde ook vrolijke verhalen over zijn tijd in home Zonnehuis. Over hoe ze de auto van de directrice leenden om te gaan joyriden, of hoe ze soms drank wisten binnen te smokkelen. Prettig kan zo'n tehuis niet zijn, maar papa zat er wel met al z'n broers en hij heeft er vrienden voor het leven gemaakt.”

“Het enige waar ik als kind niet bij kon, was dat ik wél een bonneke had - de mama van mijn papa - maar dat hij niet bij haar was opgegroeid. Dan legde hij uit dat het voor zijn mama te moeilijk was om in haar eentje voor vijf kinderen te zorgen, dat haar huis zo vervallen was dat het water er binnenliep. Intussen is ze gestorven, maar ik heb haar er nooit iets over durven te vragen.”

Zijn eigen vader heeft hij amper gekend.

“Dat zal vast wel een invloed hebben op hoe hij tegen het vaderschap en relaties aankijkt. Ik heb gelezen dat je meer kans maakt om later te scheiden als je zelf uit een gebroken gezin komt. Mijn papa heeft zijn vader haast nooit gezien en is zelf al twee keer gescheiden. Voilà, de regel is bevestigd.” (lacht)

Heb je het boek van je papa gelezen, De verborgen geschiedenis van mijn vader?

(knikt) “Véél uit geleerd. Papa vertelde vroeger altijd dat onze opa een stamhoofd was in de brousse van Congo: ‘Jullie hebben blauw bloed.’ Ik geloofde hem. Maar toen ik dat boek las, bleek het toch allemaal niet zo simpel: mijn opa was wel een clevere student, maar van zijn plannen om na zijn studies in België terug te keren naar Congo en zelf naar de macht te dingen, is nooit iets in huis gekomen. Ik was op slag een illusie armer over mijn blauwe bloed.”

“Bij zijn boek hoorde ook een Koppen-documentaire, waarin je hem zag kennismaken met zijn familie in Congo. Die film maakte meer indruk op me dan het boek. Zo mooi hoe al die mensen mijn papa in de armen vlogen: ‘Le Belge! Twee druppels water je vader!' Dat zijn dus allemaal tantes, nonkels en neven van mij. Het eerste wat ik mijn papa vroeg, was: neem me alsjeblieft mee naar Congo.”

Je papa had plannen om later terug te keren en iets te doen met het stuk grond waar hij als verloren zoon recht op had.

“Grond én een geit - daar heeft hij kennelijk ook recht op. Hij wil graag terugkeren, maar hij wacht liever tot mijn twee zusjes oud genoeg zijn. Ik heb wel Facebook-contact met dat deel van de familie, maar erg diepgaand zijn onze gesprekken nog niet: ze sturen vaak hoaxberichten. Je weet wel: ‘Stuur dit bericht door, anders ga je dood.’ Ze posten ook berichten over de verschrikkelijke politieke toestand in Congo. En ze sturen elke dag dat God me moge zegenen - ze zijn erg gelovig.

“Mijn roots liggen voor een stukje daar. Ik draag een deel van de Belgische geschiedenis in mij mee, ook al is het dan het kolonialisme. Ik weet nog dat ik erover leerde in het vijfde middelbaar: na één pagina was de kous af, terwijl er over de Zonnekoning pagina's lang werd gepalaverd. Als ik mijn papa ging vragen hoe het zat, dan wond hij zich erover op en gaf hij zijn eigen versie van de feiten: ‘Zo is het gegaan en laat je niks anders wijsmaken.’ Ik ben blij dat er een programma als Kinderen van de kolonie bestaat, want misverstanden uit het verleden voeden nog steeds het racisme.”

Heb jij daarmee al te maken gekregen?

“Nee. Ik zie er niet Afrikaans uit. Iedereen denkt dat ik iets Aziatisch of Zuid-Amerikaans heb, maar Congolees raden ze nooit. Hun frank valt pas als ze mijn achternaam horen.”

“Ik ben de enige van de vier kinderen die er niet Afrikaans uitziet: mijn kleinste zus heeft dikke krullen en de andere een echte afro. Mijn broer is ook donkerder, maar hem zien ze vaak aan voor een Marokkaan of een Turk. Ik besef dat mijn uiterlijk me het leven makkelijker maakt. Mijn zusje is als kleuter wél gepest op school: alle meisjes in haar klas hadden van dat lange, blonde haar, dus maakten ze er een spelletje van om aan haar krulletjes te komen. Dan kwam ze huilend thuis en zei ze dat ze ook steil blond haar wilde.”

“Soms denk ik dat we zulke vooroordelen ontgroeid zijn. Kijk ik rond me, in mijn kringetje van gelijkgestemde zielen, dan denk ik: racisme bestaat niet meer. Maar dan open ik Facebook en krijg ik een koude douche. Het probleem is misschien zelfs erger dan vroeger. Papa zal nooit de pesters van zijn dochter aanvallen, maar hij probeert ons er wel tegen te wapenen: ‘Laat je niet kleineren. Wees trots op je afkomst.’”

“Papa leerde ons ook een spelletje: hij telt overal de zwarte mensen. Gaan we skiën? Nul zwarten. Kijken we een doorsnee programma op tv? Volledig witte cast. En áls er al een zwarte tussen zit, dan is het de slechterik. Stilletjesaan sijpelt dat besef door. We hoeven het niet eens over Zwarte Piet te hebben: blackface kan gewoon niet meer, punt. Als het een hele groep kwetst, dan houdt het toch op? Het moest jou maar eens overkomen.

“Het gekke is: ik heb me altijd donkerder gevoeld dan ik eigenlijk ben. Misschien omdat ik me zo verbonden voel met mijn papa en mijn zusjes. Ik denk ook altijd dat mijn haar veel meer krult dan het eigenlijk doet. Pas wanneer ik in de spiegel kijk, merk ik dat dat niet zo is. Het bloed dat door mijn aderen stroomt, heeft kennelijk toch een grote invloed op hoe ik me voel.”

Hoe Afrikaans voel jij je?

“Ik was daarnet toch te laat? (lacht) Ik noem dat altijd mijn Afrikaanse ritme, maar eigenlijk ben ik gewoon rotslecht in timemanagement. Ik heb geen Afrikaanse opvoeding gekregen. We gingen wel naar het Mano Mundo-festival, maar verder reikte onze Afrikaanse cultuur niet. Papa heeft zijn Afrikaanse roots zelf moeten ontdekken. Dat ben ik nu ook aan het doen. Ik heb zelfs al een keertje krekels gegeten.”

Je lijkt op je papa, dus onvermijdelijk ook op zijn broer Robert, die overleed toen je nog een kleuter was.

“Hij is gestorven vlak voor de scheiding van mijn ouders. Papa praat niet vaak over zijn broer met mij. Ik wil hem er niet mee belasten: het lijkt me pijnlijk om die wonde altijd weer te moeten openrijten. Ik kan me niet inbeelden hoe het is om mijn broer en tegelijk mijn beste vriend te verliezen.”

“Mijn broer Mozes lijkt erg op Robert, zeggen ze. Naar het schijnt heeft hij dezelfde inborst en dezelfde manier van praten. En dan is hij ook nog eens met muziek bezig - papa heeft altijd gezegd dat Robert de meest getalenteerde broer was. Het moet tegelijk confronterend en troostend zijn om hem zo in zijn zoon te herkennen”

Na de dood van Robert wist je vader het wel zeker: het enige wat telt in het leven, is de liefde.

“Familie, liefde, relaties: je mag ze nooit for granted nemen. Ik ben blij met mijn grote gezin. Toen papa er nog twee kinderen bij kreeg, heb ik me nooit aan de kant geschoven gevoeld. Later wil ik absoluut ook zo'n groot gezin. Het is me ook opgevallen in Sri Lanka en Ghana: koester je naasten, want als het niet meezit en al het materiële valt weg, dan heb je tenminste elkaar nog. Ik vind dat een schone gedachte.”

Bloed, zweet & luxeproblemen is iedere maandag te zien op Eén om 20.40 uur of op VRT NU. 

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden