Zaterdag 19/10/2019

Interview

Marie Bamutese: “Ik ben gaan studeren om te begrijpen hoe het kan dat mensen in beesten kunnen veranderen”

Marie Bamutese. Beeld Stefaan Temmerman

De nieuwe Canvas-reeks Terug naar Rwanda vertelt het verhaal van de genocide in Rwanda, nu 25 jaar geleden. Marie Bamutese overleefde de volkerenmoord. Met haar man, VRT-journalist Peter Verlinden, blikt ze terug en vooruit. “Er is zelfs geen graf voor mijn vader.”

“Everzwijn uit Frankrijk op zijn Afrikaans.” Marie Bamutese (36) wijst lachend op de stoofpot die ze heeft bereid. Of we mee aan tafel willen schuiven?

De kinderen van Marie – haar 9-jarige zoon Matteo is van haar vorige partner, de twee jongsten Celina (6) en Petro van 1,5 jaar heeft ze samen met VRT-journalist Peter Verlinden – jongleren met hun spaghetti. Ook papa krijgt een bord pasta voorgeschoteld: “Ik heb het nooit zo voor de Afrikaanse keuken gehad.”

Marie Bamutese laat het zich daarentegen goed smaken, samen met haar Rwandese vriendin die vanavond speciaal voor de kinderen is komen koken omdat het een drukke dag is geweest. Bamutese studeert politieke wetenschappen aan de KU Leuven en met drie kinderen is dat niet altijd makkelijk te combineren. “Het is een zware studie, maar ik ben ontzettend blij dat ik de kans krijg om dit te doen.”

Dat het een confronterende periode is, klinkt het stilletjes nadat de kinderen naar bed zijn gebracht. “Elk jaar rond deze tijd is het zwaar. De ene dag kan ik er beter mee om dan de andere. Inmiddels is het alweer 25 jaar geleden. Niet zomaar een getal. Voor mij zijn al die jaren als een film. Een film waarin de nadruk op elk woord ligt: Rwanda – Vijfentwintig – Jaar.

“Eigenlijk moet het zijn: Rwanda 29 jaar. Want in oktober 1990 begon de oorlog. Vanuit het noordelijke buurland Oeganda vielen de rebellen van huidig president Paul Kagame
(destijds de militaire bevelhebber van het RPF, het Rwandees Patriottisch Front, red.) ons land binnen. Van meet af aan werd de bevolking systematisch vermoord. Zo zijn de angst en de haat beginnen te gisten. Het oude Rwanda was voorgoed weg. De hartelijkheid onder de mensen maakte plaats voor een diep wantrouwen. Ik herinner me nog goed hoe zich op school groepjes begonnen te manifesteren. Groepjes van Tutsi’s en Hutu’s (Marie is een Hutu, president Kagame een Tutsi, red.).”

Marie Bamutese en haar man, VRT-journalist Peter Verlinden: “Marie en ik zijn geen evidente combinatie. En toch hebben we een heel sterke relatie.” Beeld Stefaan Temmerman

Vanuit het noorden ontstond een interne vluchtelingenstroom naar het zuiden van Rwanda en de hoofdstad Kigali.

“Het ging om meer dan een miljoen mensen. Nu is Rwanda niet rijk en met die enorme stroom ontheemden werd het er niet gemakkelijker op.”

Drieënhalf jaar later, op 6 april 1994, werd vlakbij Kigali het vliegtuig neergeschoten waar onder anderen de Rwandese president Juvénal Habyarimana in zat. Diezelfde nacht nog zetten de rebellen van Kagame vanuit hun veroverde gebied in Noord-Rwanda hun aanval op het zuiden in. De aanslag op het vliegtuig luidde het begin in van een gruwelijke periode. In honderd dagen werden naar schatting 1,1 miljoen mensen vermoord, ongeveer evenveel Hutu’s als Tutsi’s. Marie Bamutese was 11 jaar toen de genocide en massamoorden plaatsvonden.

“Wij woonden in het zuiden van Rwanda. Wat ik me nog herinner van 7 april, was de moordbende die het huis van onze buurvrouw binnendrong.”

“De moordbendes, de zogenoemde Interahamwe, bestonden uit mannen die het noorden waren ontvlucht, verwant aan het regime van de vermoorde president Habyarimana. Mannen die wij niet kenden. Mannen die hadden gezien hoe hun families in het noorden waren uitgemoord. Ze hadden honger en zaten er mentaal helemaal door. Een groot deel van hen was uit op wraak voor hun vermoorde families. Zo hadden de moordbendes het gemunt op gezinnen die verdacht werden van collaboratie met het RPF. De buurvrouw, Francine, stond bekend als sympathisante van het Patriottisch Front. Het was paasvakantie, ik was thuis toen de bende haar huis binnenviel. Ik heb niet gezien hoe ze werd vermoord, ik kan me er niet veel van herinneren. Wel weet ik nog goed hoe de moordbende precies wist waar ze moest zijn. Francines kinderen kwamen bij ons terecht. Omdat wij Hutu’s waren, of althans het merendeel van mijn familie, liet de bende ons met rust.”

Beeld Stefaan Temmerman

Bamutese hamert op het belang van het jaartal 1990 omdat de gebeurtenissen destijds mee een rol speelden in wat er in 1994 plaatsvond.

“President Kagame en zijn entourage willen niets weten van die eerste jaren sinds 1990. Omdat daaruit blijkt dat ze medeverantwoordelijk zijn. En ze doen er alles aan om dat te vermijden. Iedereen die het over oktober 1990 heeft, wordt door de Rwandese overheid als negationist weggezet (van de genocide op de Tutsi’s in Rwanda in 1994, red.). Maar ik ben geen negationist, ik erken de genocide. Vanaf de nacht van 6 op 7 april zijn de Hutu-milities de Tutsi’s beginnen te vermoorden. Waarna het volledig uit de hand liep. De moordbendes van de Hutu’s hebben volgens gedetailleerde onderzoeken in zeventien dagen tijd duizenden Tutsi-families om het leven gebracht, in totaal wellicht een half miljoen mensen. Maar uitgebreide onderzoeken en getuigenissen van overlevenden bevestigen ook dat het RPF talloze moorden op Hutu’s heeft gepleegd. Er zijn aan beide kanten heel veel slachtoffers gevallen.”

In april ’94 bleek al snel dat het regeringsleger geen verhaal had tegen de zwaarbewapende rebellen van Kagame. Marie en haar familie moesten twee weken na de fatale nacht van 6 april op de vlucht. Het land was inmiddels voor ongeveer de helft veroverd door de rebellen. Het vluchtende regeringsleger controleerde alleen nog min of meer het zuidwesten van het land.

Interne tweestrijd

Wanneer Marie op een zondag met haar moeder naar de ochtendmis vertrekt en over een heuvel stapt, weet ze niet wat ze ziet. Honderden, misschien wel duizenden vluchtelingen komen over de wegen en heuvels aan, uit de richting van Kigali. Volledig in paniek. Ze schreeuwen Marie en haar moeder toe dat ze mee moeten vluchten. Want de rebellen zouden nu snel ook bij hen aankomen.

“We zijn meteen naar huis gegaan en halsoverkop vertrokken. Ik zag hoe onzeker en angstig mijn anders zo sterke moeder was en begreep dat het helemaal mis was. Rond het vluchtelingenkamp waar we die eerste dagen verbleven, we zaten nog altijd in eigen land, werd constant geschoten. Mijn vader was te ziek, we hebben hem bij een zware aanval op dat eerste kamp moeten achterlaten. Ik heb hem nooit meer teruggezien. We weten niet hoe het met hem is afgelopen daar. Er is geen graf. Niets.”

Pas veel later begreep Marie dat ze haar vader voor het laatst gezien had, zonder afscheid te nemen.

Marie vluchtte met haar moeder, grootmoeder, broers en zusjes naar het zuiden, en kwam uiteindelijk in Congo terecht. Opgejaagd door een gierende angst voor de dood die hen op de hielen zat.

Je was nog maar een kind van 11. Drong de ernst van de situatie tot je door?

Marie Bamutese: “Gelukkig niet. Al lieten de doden een onuitwisbare indruk na. In het kamp waar we later mijn vader moesten achterlaten, ging ik met mijn zus hout sprokkelen. Bij een diepe put tussen de huizen hoorden we iemand kreunen. We gingen kijken en schrokken. Het lag er vol lijken, bloed, stukken van mensen. Eén man bleek nog te leven, hij was degene die zo kreunde. Ik weet nog hoe ik in tweestrijd stond; aan de ene kant wilde ik begrijpen wat ik zag, aan de andere kant wilde ik zo snel mogelijk weg. Het was onwezenlijk, het leek een film. Maar het was écht.”

“Die interne tweestrijd van het willen beseffen en er tegelijk juist niets van te willen weten, is al die tijd gebleven.”

Op weg naar Congo liepen Marie en haar familie mee in de vluchtelingenstroom. Ze maakte er met haar zus een spelletje van om ter snelst bij het volgende rustpunt te zijn. Op een dag liep ze in haar eentje vooruit toen ze bij een wegversperring plots werd tegengehouden. Of ze haar identiteitskaart kon laten zien. Maar ze was te jong, ze had er nog geen. Omdat ze nogal groot voor haar leeftijd was, namen de mannen waarschijnlijk aan dat ze ouder was. Ze vertrouwden het niet, dachten dat Marie een Tutsi was, een spion.

“Ze namen me mee en sleurden me naar de rand van een diepe put. Ook daar lagen allemaal lijken in, en bloed en vuil. Een van de mannen had een knots met spijkers bij zich. Hij wilde mij ermee doden en in de put laten vallen. Als mijn moeder niet tussenbeide gekomen was, ze was gelukkig heel snel, dan was ik er niet meer geweest. (stilte) Kun je geloven dat ik veel van die zaken tot op vandaag niet ten volle besef? Misschien ben ik te druk bezig met overleven, met mijn gezin en mijn studie. Misschien ben ik er al die tijd al voor op de vlucht. Komt het besef pas echt als ik met pensioen ga.”

“Mijn geloof heeft er ook mee te maken, denk ik. We zijn heel christelijk opgevoed thuis, en dat geloof houdt me tot op vandaag in leven. Het kwade moet bestreden worden, je moet in het goede geloven. Dat zijn waarden die ik heel intens ervaar. Ik heb pijn geleden maar ik laat hem niet toe. Als ik te veel zou beseffen wat er allemaal is gebeurd, ben ik bang dat ik misschien wraakzuchtig word.”

Nadat Marie en haar familie twee jaar in een vluchtelingenkamp in Congo verbleven, werden de kampen ook daar aangevallen door de troepen van Kagame. Volgens het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen verbleven er in de zomer van 1996 ruim 1,1 miljoen vluchtelingen in de Congolese kampen. Door de aanvallen van Kagames rebellen dreigde een nieuwe genocide, deze keer op de Hutu’s. Honderdduizenden mensen, onder wie ook Marie en haar familie, moesten opnieuw een veilig onderkomen zoeken. Anderhalf jaar lang was Marie op de dool, grotendeels in het donkere regenwoud. Ze voelde hoe haar acht­jarige nichtje Elodia, dat ze al die tijd op haar rug droeg, stierf door ziekte en uitputting. Ze raakte de andere zussen en haar broer kwijt.

Met haar kleine neefje van twee, haar grootmoeder, moeder en twee jongere zussen, legde ze het grootste deel van het traject af. Onderweg waarschuwde een dorpsbewoner hen dat ze ontdekt zouden worden door de Mai Mai, de lokale Congolese milities die samenspanden met de militairen van Kagame. Ze zouden zeker vermoord worden. De enige manier om er levend uit te komen, was dat Maries moeder een van haar dochters aan de man meegaf, stelde hij. Omdat Marie de oudste van de drie meisjes was, nam de man haar mee. Waarna hij de familie hielp om zich te verstoppen en ze ook deze gruwelijke gebeurtenis overleefden.

Duizenden vluchtelingen stierven door honger en uitputting in de onmetelijke Congolese jungle. Of ze werden vermoord. Ook Maries grootmoeder overleefde het niet.

En Marie, die liep verder in het eindeloze oerwoud, alsmaar verder. Tot ze op haar 17de via Oeganda in Nairobi terechtkwam en uiteindelijk helemaal in haar eentje in België belandde. Intussen had ze vernomen dat haar moeder bij haar gedwongen terugkeer naar Rwanda daar vermoord was. Haar broer en zusjes hadden de genocide en massamoorden wel overleefd. Ze wonen nu in Frankrijk.

Je hebt lang gezwegen. Tot je in 2009 het plan opvatte om een boek te schrijven. Waarom na al die jaren?

Bamutese: “In 2009 was het 15 jaar herdenking van de genocide. Ik werd ouder, begon me te interesseren in filosofie en ethiek en besefte steeds beter: Ik heb het overleefd. Ik weet nog dat ik het in Congo heel moeilijk had en dat ik aan het bidden was: ‘Laat me alstublieft achttien jaar worden.’ Ik wilde niet jong sterven. Intussen ben ik 36 en vind ik het mijn plicht om het verhaal te vertellen van al die mensen die het niet gehaald hebben. Als ik er nu aan terugdenk, is het alsof de doden die ik onderweg zag me allemaal wilden zeggen: ‘Vergeet ons niet. Vertel aan de wereld wat ons is overkomen.’ Zowel de Tutsi’s als de Hutu’s. Ik maak geen onderscheid. Het boek (Marie, overleven met de dood, uit 2015) werd een ethisch engagement.”

Peter Verlinden zit mee aan tafel en tokkelt op zijn laptop. Intussen luistert hij naar zijn vrouw die vertelt over hoe je in Rwanda niet mag praten over de vele Hutu-slachtoffers omdat dit nog altijd een taboe is.

Verlinden: “Wat ik niet begrijp, is dat intelligente mensen vandaag de dag niet inzien wat het huidige regime in Rwanda tot stand heeft gebracht. Het is een dictatuur, met een president die met 99 procent van de stemmen ‘verkozen’ werd. Het gaat over een plan dat 30 jaar geleden begon. En toch wordt dit regime door het Westen getolereerd, zelfs opgehemeld. Met als argument wat professor Filip Reyntjens (UAntwerpen) het ‘genocidekrediet’ noemt. Alsof het regime bijna het recht verworven heeft om een soort almacht te creëren om het overgrote deel van de bevolking te onderdrukken. Om ze geen inspraak en geen vrijheid te geven. Niets is bespreekbaar. Om de Hutu’s mag niet worden gerouwd. Daarom heet het ook ‘genocide op de Tutsi’s’. Er zijn nergens herdenkingen voor de Hutu’s. Terwijl het om ongeveer een half miljoen doden gaat. Ik snap niet dat de internationale gemeenschap dat niet doorheeft. In de academische wereld is het al lang bekend.”

Wat zit er achter dat niet willen weten?

Peter Verlinden: “Politiek opportunisme. Zogezegd omdat Paul Kagame voor stabiliteit in de regio zorgt. Maar kijk naar wat er de afgelopen 25 jaar is gebeurd, de oorlog in Rwanda nog niet eens meegerekend. Er zijn twee oorlogen in Congo geweest door Kagame. Het hoe en wat is tot in de details bekend. Kagame is géén stabiele factor voor de regio. Maar ach, het is geen alleenstaand geval. Het Westen blijft overal dictators steunen.”

Hij wordt er stilaan bijzonder cynisch door, zegt hij. Als mens en als journalist. Ook Marie is cynischer geworden: “Maar op een andere manier dan Peter. Wat mij zorgen baart, is dat de mensen zo’n kort geheugen hebben. Dat we niets leren van de geschiedenis. Ondanks mijn geloof weet ik dat er duivels slechte mensen bestaan. Kagame en zijn entourage zijn des duivels voor mij. Ze blijven bezig met moorden. Terwijl er geen haan naar kraait. Ik ben ontgoocheld in de internationale gemeenschap, ook in België. De politici zijn bezig met eigenbelang. Dat noem ik een vorm van medeplichtigheid.”

Als de helft van de slachtoffers in Rwanda niet wordt erkend, hoe zie je de herdenking dan?

Bamutese: “In dat opzicht is het een valse herdenking. Ooit zei een Rwandese professor: ‘Wie de doden scheidt, kan de levenden nooit verzoenen.’ Als Paul Kagame zegt dat de Hutu’s zich eeuwig moeten blijven verontschuldigen, hoe kun je dan ooit tot een verzoening komen?”

Verlinden: “Op dit moment is er op Twitter weer heel veel venijnigheid. Omdat Marie en ik zeggen dat alle slachtoffers herdacht moeten worden. Dus zijn we negationisten.”

Bamutese: “Zo werd plots beweerd dat mijn vader Théoneste Bagosora is, een man die geldt als het brein van de genocide in Rwanda. Ik word de dochter van Hitler genoemd op Twitter. En Peter verdedigt de genocide omdat hij met de dochter van Hitler is getrouwd.”

Verlinden: “Het gaat om georkestreerde propaganda. We weten van een Amerikaanse journalist, hij werd zelf overspoeld door negatieve Twitter-berichten na een kritisch artikel over Rwanda en deed er een onderzoek naar, dat alle berichten van hetzelfde IP-adres afkomstig waren. Wijzelf hebben een klacht ingediend bij het gerecht, er wordt een onderzoek ingesteld.”

Bamutese: “De bedreigingen zijn heel erg. Zo erg dat ik me echt niet veilig voel. De Rwandese diaspora in België is zwaar gepolariseerd. Daarbij is de Rwandese geheime dienst zeer actief in ons land, dat is algemeen bekend. De Rwandese lobby in Europa is sterk, vergelijkbaar met de Israëlische lobby. Ik bekijk die Twitter-berichten niet, ik kan er niet tegen. Om dezelfde reden zit ik nooit op de sociale media. Geen Facebook, LinkedIn, niets.”

Verlinden: “Als zij op sociale media zou gaan, wordt ze afgemaakt.”

Bamutese: “De Belgische staat zou minstens kunnen erkennen dat die Rwandese lobby bestaat. Maar dat gebeurt niet. Er wordt in alle talen over gezwegen.”

Als slachtoffer van gruwelijke gebeurte­nissen ben je een overgevoelig mens geworden, zeg je.

Bamutese: “Als er iets is waardoor ik mijn zelfbeheersing verlies, is het onrecht. Ik kan heel emotioneel reageren als ik zie hoe zwaar sommige vluchtelingenkinderen het hebben. Of als het gaat over de seksuele misdaden van de kerk. Je hoeft niet ver te kijken om onrecht te ontdekken. Daarom kijk ik niet meer naar het nieuws. Maar ook in huis kan ik tekeergaan. Ik ben milder tegenover de kinderen dan Peter. Als ik vind dat hij te streng is, krijgt hij met mij te maken. Dan kan ik heel hevig zijn. Omdat ik het als onrecht aanvoel. Ik kan niet tegen mensen die hard zijn. Terwijl Peter het goed bedoelt, het gaat over opvoeding.”

Verlinden: “We wonen nu acht jaar samen en we hebben heel zware momenten gehad in onze relatie. We kwamen allebei uit een moeilijke situatie, al kun je mijn scheiding niet vergelijken met het leed van Marie. Ik wil maar zeggen dat het niet alleen aan Marie lag als we in de clinch lagen, ook ik had mijn gevoeligheden. Maar gelukkig zijn we allebei ook heel rationeel, dat heeft ons er altijd door gesleept. Al duurde het soms een paar dagen, we begrepen van onszelf waarom we zo emotioneel reageerden en konden er daarna over praten. Marie en ik zijn geen evidente combinatie. En toch hebben we een heel sterke relatie.”

Beeld Stefaan Temmerman

Bamutese: “Om terug te komen op mijn overgevoeligheid: in Congo zag ik talloze kinderen sterven als vliegen. Nu ik zelf moeder ben, besef ik nog beter hoe machteloos hun ouders zich moeten hebben gevoeld. Een van de redenen waarom ik ben gaan studeren, is om te begrijpen hoe het kan dat mensen in beesten kunnen veranderen. Hoe het kan dat ze een baby ijskoud laten creperen tot de laatste snik. Ik wil het niet alleen kunnen verklaren, ik zou er ook iets aan willen doen, al besef ik dat ik er weinig aan kan veranderen.”

Je vindt troost in de boeken van de Duits-Amerikaans-joodse filosofe Hannah Arendt. In welke zin?

Bamutese: “Een jezuïetenpriester, degene die me naar België heeft geholpen, gaf me een van haar boeken cadeau. Ik raakte geïntrigeerd omdat ik bij haar geen enkele haat ervaar. Ze stelt de mens centraal, met alle respect, ongeacht geslacht of huidskleur. Ook Emmanuel Levinas (Frans-joodse filosoof van Litouwse afkomst, red.) is momenteel een inspiratiebron. Dankzij hem ben ik te weten gekomen waarom ik zo heftig reageer. En dat ik weliswaar politieke wetenschappen studeer, maar niet goed weet wat ik er achteraf mee moet doen. Omdat ik weet dat politiek en ethiek niet hand in hand gaan. Ik kan er niet tegen als mensen onrecht wordt aangedaan. En toch word ik de dochter van Hitler genoemd.”

Wat krijgen je twee oudste kinderen mee van wat je is overkomen?

Bamutese: “In het begin wilde ik hun niets vertellen. Maar een arts adviseerde om dat wel te doen. Op een manier die ze begrijpen. Als mijn kinderen vragen waarom ze geen zwarte opa en oma hebben, zeg ik dat ze gestorven zijn. Toen ze verder vroegen, vertelde ik dat iemand hen dood heeft gemaakt in Afrika. ‘Dan gaan we nooit naar Afrika, mama’, reageerden ze. Het doet pijn maar mijn geloof helpt me er altijd weer door. Het is een troost te weten dat er iemand daarboven is die voor me zorgt. Moffel ik op die manier mijn eigen pijn en verdriet weg? Misschien, maar dat God het dan maar oplost.”

Terug naar Rwanda, vanaf dinsdag 26 maart om 21.20 uur op Canvas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234