Dinsdag 18/06/2019

Marib, waar de oorlog zo zijn voordelen heeft

Terwijl de rest van Jemen wordt geteisterd door een uitzichtloze burgeroorlog, hongersnood en cholera, bloeit de provinciestad Marib helemaal open. 'Als er geen oorlog was, zouden we Sheba City nooit kunnen bouwen.'

ANA VAN ES

e sultan verklaart de lunch voor geopend.

In Jemen, een land in tijden van cholera, staat op het menu: perfect gekookte garnalen, een heel lam, geroosterde vis, kip zo mals dat je het met een lepel kunt opscheppen, een dessertbuffet vol vers fruit, taarten overgoten met honing.

"Jullie zullen getuige worden van de realiteit van dit land", belooft hij, sultan Bin Ali al Arada, gouverneur van de provinciestad Marib.

Buiten zijn paleis waarschuwt de VN voor dreigende hongersnood, de grootste in decennia met miljoenen slachtoffers. Sinds twee jaar is Jemen in de greep van een burgeroorlog zonder enig perspectief op vrede. Vorige week vielen opnieuw tientallen burgerdoden bij luchtbombardementen en aanslagen. Cholera, de ziekte die Jemen al langer teistert in een middeleeuwse epidemie, dreigt op te laaien.

Binnen gaan kannen rond met rozijnensap. "Jemenitische wijn." Sultan al Arada draagt een kromzwaard om zijn middel, zoals bijna alle mannen in Marib. Enthousiast vertelt hij over lopende projecten in zijn stad. "Inspanningen met zeer beperkte middelen. Voor de nood van de mensen."

Bomen planten, 66.000 stuks, zodat de stad groener wordt. De bouw van een voetbalstadion met vijfduizend zitplaatsen en een veld van Duits kunstgras - een dag eerder toevallig geleverd.

En natuurlijk de aanleg van het vliegveld. Voor de goede orde: dit is Jemen, waar de hoofdstad Sanaa is gesloten voor alle commerciële vluchten. Toch heeft provinciestad Marib binnenkort een vliegveld voor burgerluchtvaart, stelt de gouverneur. "De enige vraag is nog of het een nationaal of een internationaal vliegveld zal worden."

Het klinkt gek, en het zal allemaal nog veel gekker worden.

Op slot

Wij luisteren belangstellend, twaalf journalisten van The New York Times, Reuters, Der Spiegel, Die Zeit, The Independent en ook de Volkskrant. De vrouwen in het gezelschap geven gehoor aan zijn verzoek om onze hoofddoekjes af te doen. De gouverneur, zo moeten wij begrijpen, is een zeer modern man. Camera's van de lokale pers leggen alles vast. Een dag na aankomst zijn wij zelf nieuws in Jemen: westerse journalisten in Marib.

Inderdaad, dit is een van de bizarste reportagereizen die onlangs in de Arabische wereld zijn gemaakt.

We zijn hier gekomen dankzij Farea al Muslimi, 27 jaar, telg uit een invloedrijke Jemenitische familie, oprichter van het Sanaa Center for Strategic Studies in Beiroet, Libanon. Farea, die bij hem thuis in Beiroet regelmatig bijeenkomsten organiseert over zijn vaderland, heeft een kring journalisten om zich heen verzameld die maar één ding willen: de ellende in Jemen met eigen ogen zien.

Maar Jemen, in de greep van een vergeten oorlog, zit voor verslaggevers nagenoeg op slot. Met een visum alleen kom je niet binnen. Om aan boord te stappen van een vliegtuig naar Jemen is toestemming nodig van het buurland dat hier vooropgaat in de oorlog en daarom internationaal bekritiseerd wordt: Saoedi-Arabië. Journalisten maken daarop weinig kans. De oorlog, de honger en het leed van Jemen blijven daarom al jaren onderbelicht.

Tot de uitnodiging kwam van Farea. Sultan al Arada, een van de machtigste mannen in Oost-Jemen, was bereid om ons via zijn invloedrijke contacten het land in te loodsen, naar zijn thuisbasis Marib. Hoewel de kosten voor onze rekening kwamen, was het vanzelfsprekend dat hij zelf een agenda bij dit bezoek zou hebben. Toch leek het vooral een unieke kans om Jemen in te komen.

Dat het vliegtuig hier kon landen met ons aan boord, was volgens ingewijden niets minder dan een wonder.

Gevulde beurzen

In een zitkamer van zijn paleis laat de gouverneur zakjes qat rondgaan, de drug die in Jemen geldt als eerste levensbehoefte. Hij zegt: "Als ik jullie hier in Marib ontvang en rozen voor jullie uitstal, ga je mijn verhaal in elk geval begrijpen."

Marib was volgens de overlevering ooit de troon van de koningin van Sheba. Onze gewapende escortes leveren ons af bij Hotel Sheba, gebouwd in de jaren 1980 als toeristenresort, sinds kort weer open. Het zwembad is troebel. De kamers ruiken naar ongediertespray, iets dat het personeel probeert te verbloemen met elektronische geurkaarsjes. Om veiligheidsredenen wordt het ons verboden om zelfstandig één stap buiten Hotel Sheba te zetten.

Het Marib waar we door rijden in een konvooi gepantserde terreinwagens is allerminst het Jemen dat je verwacht. Hier zijn geen luchtaanvallen, is geen zichtbare hongersnood of cholera. Integendeel: Marib bloeit dankzij de oorlog. Deze tribale provinciestad is een steeds belangrijker machtscentrum van de regering in Jemen, die op veel andere plaatsen alle invloed heeft verloren.

De universiteit van Marib, twee jaar geleden nog een dependance van die in de hoofdstad Sanaa, explodeerde van 1.200 naar 5.000 studenten en is nu zelfstandig. Onlangs opende een filiaal van de Centrale Bank. De bank was nodig, want Marib handelt veel over de frontlijn. Vlak bij de stad liggen grote olie- en gasvelden, Marib is in Jemen exclusief leverancier van kookgas. Meer dan 60 procent daarvan wordt zonder pardon verkocht aan de tegenstanders in Sanaa.

"De mensen daar hebben niks te kiezen", zegt de gouverneur fijntjes.

Omdat de regering in Jemen niet veel meer te vertellen heeft, mogen de lokale autoriteiten in Marib een deel van de gas- en olieopbrengsten zelf houden. "We zetten het op een rekening voor ontwikkeling van de stad." Vandaar de plannen voor het planten van 66.000 bomen in een woestijnklimaat, een voetbalstadion met Duits kunstgras en een eigen vliegveld.

De oorlog leidt in Marib tot gevulde beurzen. Het leed concentreert zich elders, op plaatsen waar wij niet kunnen komen, die wij alleen uit verhalen kennen - de hoofdstad Sanaa, waar Houthi-rebellen standhouden ondanks luchtbombardementen; de havenstad Aden, wetteloze zetel van de regering die zich in de praktijk nauwelijks laat zien; Taiz, waar Al Qaida tussen de twee fronten zit.

Ja, de burgeroorlog in Jemen. Het is niet erg als je daar niets van begrijpt, want dat doen ze ter plaatse ook niet. In 2014 koos oud-president Saleh, tot dan toe westersgezind, de kant van de Houthi-rebellen. De Houthi's pleegden daarna een staatsgreep en zitten nu in de hoofdstad Sanaa, waar zij het - deels met Amerikaanse wapens uit het vroegere arsenaal van Saleh - opnemen tegen troepen van Hadi, de huidige president die als pro-westers geldt. Hadi staat zwak en zit daarom ondergedoken in Saoedi-Arabië.

Omdat een burgeroorlog in de Arabische wereld zelden beperkt blijft tot één land, bemoeien de buren zich ermee, evenals het Westen. Iran steunt waarschijnlijk de Houthi-rebellen. Aan de kant van president Hadi vechten Saoedi-Arabië, de Emiraten en andere Arabische landen in de operatie 'Herstel van Hoop', onder meer met omstreden bombardementen op Sanaa. Deze Arabische coalitie krijgt militaire hulp en wapens van de VS en Groot-Brittannië. Uitzicht op vrede is er niet.

In het begin van de oorlog wisten lokale strijders de Houthi's vlak buiten Marib tot staan te brengen. Deze stad werd een toevluchtsoord voor regeringsgezinde, soms welgestelde vluchtelingen uit de rest van Jemen, zoals de hoogleraren, artsen en zakenlui uit Sanaa. Daarmee is de bloei begonnen.

Winkelcentra

"De oorlog heeft hier zijn voordelen gehad", glundert Mohammed Zubaiyen, een charmante 26-jarige zakenman die perfect Engels spreekt. Zijn familie bouwt Sheba City: een project dat moet uitgroeien tot drie winkelcentra met woontorens en kantoorruimtes, scholen en ziekenhuizen. "Als er geen oorlog was, zouden we dit nooit bouwen."

Hij studeerde in Engeland en Dubai, maar is geboren in Marib. "Als ik rondrijd, denk ik: wat is dit? Dit was vroeger toch een veld? Marib was niets. Een dorp. Eén hoofdweg. De buurman van zes huizen verderop was bij Al Qaida. Nu hebben we in de provincie ruim twee miljoen inwoners, dankzij de vluchtelingen. We hebben ze gastvrij ontvangen. Zij op hun beurt hebben onze economie aangejaagd. Ze namen kennis mee en een andere mentaliteit."

Sinds de oorlog is hier:

Shoarmavlees.

Werken in kantoren.

Jeans!

De jonge ondernemer is bezorgd over de dag dat het vrede wordt.

"We hebben daar studies naar laten doen. We denken dat de vluchtelingen zullen blijven als de oorlog voorbij is. Ze verdienen hier nu meer dan ze ooit in Sanaa hebben verdiend. Als je hier veel geld kunt verdienen, kun je net zo goed blijven."

Tijdens onze eerste nacht in Marib vindt een Amerikaanse drone-aanval plaats niet ver van de stad. Twee Al Qaida-strijders zijn gedood, stelt het Amerikaanse ministerie van Defensie. De woestijn rond Marib is het toneel van een schimmig hightech-executieprogramma, uitgevoerd op afstand, gericht tegen Al Qaida. Alles wijst erop dat bij deze drone-aanvallen niet alleen terroristen omkomen, maar ook onschuldige burgers.

"Ik hoorde achteraf van deze aanval", zegt de gouverneur tijdens weer een qatsessie, boven een gemberbiertje. Hij is niet tegen drone-aanvallen, mits ze alleen gebeuren op plaatsen die onbereikbaar zijn voor zijn eigen manschappen. "De aanval van vannacht was op een plaats waar onze veiligheidsdiensten kunnen komen. Maar er is geen coördinatie, en er zijn zoveel terroristen."

Voor Sultan al Arada is dit een gevoelig onderwerp. Dat komt door zijn broer, Khalid. Die staat sinds 19 mei van dit jaar op de terroristenlijst van het Amerikaanse ministerie van Financiën. Khalid zou een topfunctionaris zijn van Al Qaida, leider van een Al Qaida-kamp, betrokken bij het leveren van wapens en smokkelen van strijders, om over geheime betalingen nog maar te zwijgen.

Kalasjnikovs

Laster, stelt de gouverneur. Zijn broer is een machtige tegenstander van Saleh, de oud-president die zich in Jemen heeft ontpopt als politieke hagedis. Namen van zijn opponenten komen op onverklaarbare wijze op de Amerikaanse terreurlijst. Maar ja, leg dat eens uit aan de inlichtingendiensten in Washington. "De Amerikaanse ambassadeur in Riyad zei dat mijn broer een advocaat moet nemen."

Zijn telefoon gaat. Lokale sjeik. Ruzie tussen twee stammen, iets met een moord. "Ga naar de stam van de dader en neem vier kalasjnikovs mee." Zo werkt conflictbeslechting in Marib. Als de stam de wapens accepteert, geldt dat volgens de traditie als een bekentenis van schuld.

Veranderingen in deze wereld gaan langzaam. Op een feestbanket - schalen kamelenvlees, mannen die een traditionele dans opvoeren, vrouwen die zich niet laten zien - ontmoeten we Racheed al Mulaiki (27), een radiojournalist die is gevlucht uit Sanaa. Onlangs heeft hij zich verloofd met een meisje dat hij op de werkvloer ontmoette. Een hele stap, in Jemen in oorlogstijd. "Mijn vader zit in Sanaa, dus in zijn plaats ging mijn leidinggevende mee naar haar familie. Hij deed het heel goed, precies volgens de traditie. Mijn vader heeft daarna gebeld met haar vader: gefeliciteerd."

De radio in Marib wordt betaald door de gouverneur. Oorlog, drone-aanvallen, de rol van Saoedi-Arabië: uiteraard halen zulke zaken de uitzending niet. Maar vorige maand is het programma Ons huis gelanceerd, drie keer per week een halfuur: over de verhoudingen in het gezin, over Facebook, over de vraag: wat als een meisje wil studeren en haar vader zegt nee?

"Voor het eerst wordt daar in Marib over gepraat", zegt Rachid.

Was het moeilijk om toestemming te krijgen van hun vader? In de collegebankjes van de universiteit, tijdens een eerstejaars les ICT, lachen meisjes minzaam vanachter hun gezichtsbedekkende nikab. Het zit een beetje anders: zonder bul stemt papa niet snel toe in een huwelijk. "Een hoogopgeleide vrouw kan haar familie tot steun zijn", zegt Samar Adban (20). En waar studie je niet kan brengen. Een nichtje studeerde ook. Frans. Ze is in Parijs geweest!

Deze verwacht je ook niet, in verwoest Jemen: Ansam van 38 jaar, die bij haar dochter aanschoof op de middelbare school, eindelijk het diploma halen dat haar zelf was ontzegd. Nu studeren moeder en dochter samen, zij bedrijfskunde, de dochter van 19 scheikunde. "Mijn man is tegen. Als hij nerveus is, zegt hij: hou hiermee op. Mijn zussen zijn ook tegen. Ze zeggen: je bent oud, waarom wil je studeren?"

Weggevaagd

Ineens klinken schoten op het plein. "Wegwezen, naar de auto's." Het blijkt een patroon: zodra wij aan de praat raken met gewone Jemenieten, moeten we vertrekken. De vorige keer dat een groep westerlingen zich in Marib waagde, een decennium geleden alweer, staat iedereen nog pijnlijk voor de geest. Deze Spaanse toeristen werden prompt weggevaagd door een Al Qaida-autobom. Tien doden.

Vanaf de achterbank weten we niet wat we niet zien. We kunnen evenmin controleren wat we wel zien. Marib is stoffig, de gebouwen onafgewerkt, de aanblik verpauperd. Net als je bedenkt dat het verhaal over 66.000 te planten bomen ongetwijfeld verzonnen zal zijn, om nog maar te zwijgen over het vliegveld en wonderstad Sheba City, staan we voor het voetbalstadion in aanbouw.

Naast de onafgewerkte tribunes wijst opzichter Mohammed Ralah naar wat volgens hem het Duitse kunstgras is, nog in de verpakking. Hij laat een filmpje zien op zijn telefoon: een groen speelveld, stadionverlichting als voor de eerste klasse. "Zo moet het worden. Er was ook een andere optie voor het kunstgras, uit Turkije, maar wij vertrouwen de Duitsers meer."

Keek Jemen maar vaker naar het Westen, verzucht de 33-jarige ondernemer Musali Buhaibeh na afloop van een bijeenkomst met qat kauwende sjeiks. Tijdens zijn studie in Frankrijk ontdekte hij werkelijkheden die in Jemen niet bestaan. De boeken die hij daar las. Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. "Het heeft onze huwelijksproblemen opgelost. Hier zeggen ze: een vrouw moet, móét haar man volgen. Maar dat werkte voor ons niet. Toen ik Mannen komen van Mars had gelezen, begreep ik dat er ook andere manieren zijn."

Sinds kort leidt hij een instituut voor Engelse les voor jongeren, vlak bij de universiteit. Engels leren, hoopt hij, zal hun blik op de wereld veranderen. En dat is hard nodig. Want de problemen begonnen niet met de huidige burgeroorlog. "Dit gaat in Jemen al zestig jaar zo. Het is niet onze cultuur om te praten en te luisteren. Wij lossen problemen op door te vechten."

Verrassing

Plotseling moeten we het land uit. De oorlog laait op, een Houthi-raket is afgevuurd op Riyad, in Saoedi-Arabië voltrekt zich een paleisrevolutie. Voor Sultan al Arada blijkt het doel van de reis bovendien gerealiseerd. Zijn secretaris twittert dat ons bezoek onderdeel was van een "strategisch plan" om "de toeristensector" nieuw leven in te blazen. Als journalisten zich in Jemen wagen, dan zijn vakantiegangers vast niet ver weg.

Bij het afscheid wacht een verrassing. Het konvooi van gepantserde terreinwagens waarin we steeds zijn rondgereden, heeft afgedaan. De gouverneur heeft voor deze laatste rit iets nieuws voor ons geregeld. Iets beters. Iets heel bijzonders.

Een bus.

Meer precies een gewone, ongepantserde, witte touringcar, die rijdt zoals Arabische bussen dat plegen te doen - nogal stapvoets. Saoedi-Arabië heeft het luchtruim gesloten. Het land per vliegtuig verlaten is niet langer mogelijk. Onze enige uitweg is over land naar Oman, een reis van meer dan een etmaal. 1.000 kilometer in onze witte bus door Jemen, dwars door veronderstelde Al Qaida-stadjes, door het Lege Kwartier, de grootste zandwoestijn ter wereld, een weg die "heel veilig" is, aldus Mohammed, de zoon van de sultan die voorin meereist.

"Tour Group Visa?", vraagt de verbijsterde douane als we de grens oversteken naar Oman, een uithoek van de Arabische wereld waar nooit een schot wordt gelost. Na ruim honderd uur in Jemen zijn het de woorden van Sheba City-voorman Mohammed die blijven hangen: "De oorlog heeft hier zijn voordelen gehad."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden