Zondag 31/05/2020

Marginalen op het middenveld

Over de film My Name Is Joe kun je zeggen dat hij om de liefdesverhouding draait tussen Sarah en de Joe uit de titel en zo de indruk wekken dat het een romantisch verhaaltje betreft. Je kunt de klemtoon leggen op de pogingen van dezelfde Joe om als voetbalcoach de slechtst denkbare amateurploeg van Glasgow aan een overwinning te helpen en zo de komische aspecten van de film benadrukken. Of je kunt vooral oog hebben voor de lamentabele levensomstandigheden van zowat alle personages, en besluiten dat het een tragedie is vol sociale kommer en existentiële kwel. Kortom, drie invalshoeken die zich normaliter niet makkelijk tot een coherent geheel laten versmelten, tenzij...

Jan Temmerman

Ja, tenzij een getalenteerd, ervaren en geëngageerd regisseur als Ken Loach zich over het project ontfermt en dan wordt My Name Is Joe niet alleen een boeiend verhaal waarin die drie componenten duidelijk aanwezig zijn, maar ook een sterke film die als eindresultaat meer te bieden heeft dan de som van de samenstellende delen.

In Cannes had regisseur Ken Loach, daags na de voorstelling van My Name Is Joe in competitie, in zijn drukke interviewschema een opening gelaten van twee tot vier in de namiddag om de rechtstreekse televisie-uitzending van de Cup Final, het jaarlijkse hoogtepunt van de Engelse voetbalcompetitie, niet te missen. Hij had echter geen rekening gehouden met het tijdsverschil tussen Engeland en Frankrijk, met als gevolg dat hij óf het laatste uur van de match zou missen óf de geplande interviews moest afzeggen. In Cannes zouden veel (mindere) filmgoden van dat laatste geen punt maken, maar Loach verkoos professioneel te blijven en zijn schema gewoon af te werken. Zijn persattaché had wel de opdracht gekregen snel een videorecorder te gaan huren om de hele wedstrijd te kunnen opnemen.

"Ach, ik ben niet zo'n fanatiek voetballiefhebber. It's just good fun," glimlacht Loach. "Het beste aan voetbal vind ik dat het geen werk is. Het is eens iets anders om je zorgen over te maken, zonder dat het eigenlijk echt belangrijk is. Ik heb geen favoriete ploeg, maar ik ga zo nu en dan eens kijken naar de lokale voetbalploeg van het stadje Bath waar ik woon. In welke afdeling? Wel, dat is eigenlijk een gevoelig punt, want ze zitten in de categorie ónder de officiële liga. Een tijd geleden bleken de eigenaars van plan de terreinen van de ploeg te verkopen en toen hebben we met een grote groep supporters het initiatief genomen om dat te verhinderen, met als resultaat dat we nu allemaal samen voor zo'n veertig procent kunnen meebeslissen over de toekomst van onze club."

De titel My Name Is Joe verwijst naar de manier waarop deelnemers aan Alcoholics Anonymous-sessies zichzelf voorstellen. De Joe in kwestie (glansrol van de Schotse acteur Peter Mullan, die daarvoor in Cannes de prijs voor de beste mannelijke vertolking kreeg) is een late dertiger die de alcoholduivel onder controle lijkt te hebben. Met herwonnen levenslust en vol energie - wellicht een poging om de verloren tijd goed te maken - wijdt hij zich aan de vrij hopeloze taak om een lokaal voetbalploegje, een samenraapsel van werklozen, marginalen en andere sociaal onaangepasten, te coachen. Tussen haakjes: in de film worden de tegenstanders van zijn team onder meer geleverd door de Drumchapel Unemployed Workers en het Wanderers Unemployed Centre.

Toevallig maakt Joe kennis met de maatschappelijk werkster Sarah (rol van Louise Goodall), die haar handen meer dan vol heeft in Ruchill, een van de meest verloederde buurten van Glasgow. Daardoor houdt ze nauwelijks tijd over voor een affectief privé-leven. Tussen beide protagonisten ontstaat, na een periode van argwaan, een hartstochtelijke verhouding, maar inmiddels gaat het leven zijn gang en in dit geval betekent dat dus: drugs, geweld, prostitutie en nog zo'n paar gesels van het moderne grootstadsleven. Elk voor zich moeten Joe en Sarah bepaalde keuzen maken en soms komen hun respectieve opties loodrecht tegenover elkaar te staan.

Als My Name Is Joe iets duidelijk maakt, dan is het wel dat de harde realiteit vaak, om niet te zeggen stelselmatig, de geboden keuzemogelijkheden - niet alleen materieel, maar ook moreel - drastisch en dus dramatisch inperkt. Maar aangezien Ken Loach dit vertelt, gebeurt het niet op een drammerige manier, maar met veel emotie, veel humor en veel engagement.

De sociaal en politiek sterk geëngageerde Ken Loach (°1936) werd in de jaren zestig en zeventig bekend met films als Cathy Come Home (over een thuisloze tienermoeder), Kes (over een jongen en zijn valk) en Family Life (over de familiale reacties op de waanzin van een jonge vrouw). Hij werkte ook veel en graag voor de televisie, ook al werden enkele van zijn politieke documentaires zwaar gecensureerd of niet eens uitgezonden.

Door de jaren heen is Loach zijn militant engagement op een opvallend bescheiden en integere manier trouw gebleven, zowel wat de keuze van zijn working class-onderwerpen als wat zijn realistische en spontane filmstijl betreft, zonder sentimenteel gezwam maar met een sterk geloof in solidariteit, rechtvaardigheid en andere linkse idealen. We hebben het al eerder geschreven: als Hollywood voornamelijk droomfilms aflevert, dan maakt Loach vaak nachtmerriefilms over niet bepaald glamoureuze, laat staan commerciële onderwerpen zoals werkloosheid, uitbuiting, klassetegenstellingen en kansarmoede.

Op de affiche van een film die Ken Loach in de jaren negentig draaide, Raining Stones, stond de toepasselijke slogan 'It would be funny, if it didn't hurt so much'. Die slagzin gold eigenlijk ook al voor zijn vorige film, Riff-Raff, en zou opnieuw voor My Name Is Joe gebruikt kunnen worden. Maar de humor die Loach in zijn films hanteert, is van een speciale soort. Het is er geen waar de personages het slachtoffer van zijn, ook al doen ze schijnbaar belachelijke dingen. Er wordt met andere woorden niet zozeer om hen als wel door hen gelachen.

Dat sluit trouwens goed aan bij het thema van zelfrespect dat vaak centraal staat in de films van Loach, waardoor de personages ondanks alle misère toch nog in staat zijn te lachen om elkaar en om zichzelf. Werkloosheid en humor gaan dus wel degelijk samen, maar toch wil Loach een film als My Name Is Joe allerminst als een pure komedie presenteren. "Als je zoiets zou willen maken - en daar heb ik op zichzelf geen problemen mee -, dan moet je werkelijk de ene grap op de andere laten volgen en dan moet je de donkere kanten onbelicht laten. Want werkloosheid hééft nu eenmaal die donkere kant."

Dat de Britse filmindustrie een opvallende traditie heeft van sociaal drama (met behalve de films van Ken Loach en Mike Leigh ook andere recente voorbeelden zoals Brassed-Off, TwentyFourSeven en The Full Monty) vindt Loach niet zo verwonderlijk. "Dat maakt volgens mij deel uit van de Britse cultuur in het algemeen. In de literatuur is er bijvoorbeeld een sterke traditie, met onder meer Chaucer en zelfs Shakespeare, waarin het leven van gewone mensen en hun humor aan bod kwamen. In de negentiende en ook in de twintigste eeuw was er natuurlijk ook sprake van een uitgebreide working class-literatuur. Ook onze humortraditie, bijvoorbeeld bij veel stand-up comedians, is voornamelijk gebaseerd op het leven en de observaties van de werkende klasse. Eigenlijk verbaast het mij dat dat in andere culturen niet zo uitdrukkelijk bestaat."

De keuze van het Schotse Glasgow als locatie voor My Name Is Joe heeft alles te maken met de persoon van advocaat Paul Laverty, een geboren en getogen Glaswegian, die in de jaren tachtig als mensenrechtenactivist actief was in Nicaragua en die Loach het verhaal en het scenario voor Carla's Song aan de hand deed. Volgens Laverty is er trouwens een rechtstreeks verband tussen die film en My Name Is Joe en dat verband zou zowaar van klimatologische aard zijn. Op de filmset van Carla's Song in Managua, de hoofdstad van Nicaragua, kreeg Loach het zo op z'n heupen van de tropische temperaturen en van de muggen dat hij zich op een bepaald moment tot Laverty wendde en vroeg 'of hij toevallig geen zin had om een verhaal te schrijven dat zich in Glasgow zou afspelen'. Die ironische vraag viel blijkbaar niet in dovemansoren.

Zo'n tropische anekdote is natuurlijk leuk voor de petite histoire van de film, maar wat regisseur Loach naar eigen zeggen zo waardeert in het scenariowerk van Laverty, is dat hij geen genoegen wenst te nemen met tweedehands materiaal. "Hij gaat naar de bron," benadrukt Loach. Met andere woorden: Laverty schrijft over plaatsen die hij kent, mensen die hij kent, situaties die hij kent. En dat blijken in dit geval plaatsen, mensen en situaties te zijn waarover Loach graag films maakt. Ook hier is het duidelijk dat hij in eerste instantie aandacht heeft voor de personages. De sociale agenda of politieke boodschap komt pas later en brengt nooit het menselijke verhaal in de verdrukking. Wat Loach eigenlijk steeds weer doet, is buitengewone films maken over heel gewone mensen.

"Als je zoals ik kleinschalige Europese films maakt, verdien je geen fortuinen en hoef je ook niet bang te zijn om het contact met gewone mensen te verliezen," zegt hij. "Dan blijf je dus regelmatig de bus nemen en dan word je op tijd en stond platgedrukt in overvolle metrostellen."

TITEL: My Name Is Joe. REGIE: Ken Loach. SCENARIO: Paul Laverty. FOTOGRAFIE: Barry Ackroyd. MUZIEK: George Fenton. PRODUCTIE: Rebecca O'Brien voor Parallax Pictures. VERTOLKING: Peter Mullan, Louise Goodall, David McKay, Annemarie Kennedy, Gary Lewis, Lorraine McIntosh, David Hayman, e.a. UK, 1998, kleur, 105 min. Gedistribueerd door Cinéart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234