Woensdag 05/08/2020

Marcel, de dakloze dakbedekker

Vijf jaar geleden leidde Marcel nog een schilder- en isolatiebedrijf in Waterloo. Hij had een vrouw en twee kinderen, bewoonde een villa en had een tiental arbeiders onder zich. Zaterdag kwam hij in de statistieken terecht als eerste Brusselse dakloze die dit najaar stierf van de kou. Kris Hendrickx bericht.

Een stuk karton dat als matras dienst deed, het looprekje dat Marcel gebruikte om zich voort te bewegen, een paar broden en wat lege bierblikken. Het ligt een week later nog allemaal op de trappen van de Sint-Katelijnekerk in het centrum van Brussel. De oranje rozen die iemand op het wagentje kwam leggen, contrasteren met de smerige achtergrond. Hier vond zoon Olivier, zelf ook dakloos, zaterdagochtend zijn vader. Marcel Decleve was 54 jaar oud en had als dakdekker en isolateur een groot deel van zijn leven op daken van andermans huizen doorgebracht. De afgelopen vijf jaar leefde hij zelf zonder dak.

Anders dan de meeste van zijn lotgenoten koos Marcel bewust voor een leven op straat. Tenminste, dat is wat de pastoor van de kerk, die Marcel dagelijks zag, van hem te horen kreeg. "Hij had flinke schulden", zegt de pastoor. "Alles wat hij nog met werken kon verdienen zou daar automatisch naartoe gegaan zijn, zei hij. Dus koos hij deze manier van leven."

Voor echte problemen zorgde Marcel niet, vindt de pastoor. "Het is zoals bij de meeste daklozen. Als je kalm met hen praat, zijn het heel redelijke mensen." Zo redelijk dat hij zijn financiële situatie kende, bleek Marcel dan weer niet te zijn. De man die als dakloze stierf kreeg de maanden voor zijn dood wel degelijk een uitkering. "Die werd gestort op de naam van het revalidatiecentrum in Vorst, waar Marcel deze zomer nog behandeld werd voor zijn drankverslaving", vertelt een hulpverlener die hem kende. "Hij vertrok daar met een looprekje en koos opnieuw voor de straat. In Vorst hebben ze niets meer van hem gehoord."

Marcel is heengegaan, de anderen zijn er nog. Ze staan met zijn vieren voor de Delhaize op de Anspachlaan met hun kartonnen bedelbekertje, drinken Cara-pils of roken een gebedelde sigaret. Over Marcel willen ze het eerst liever niet hebben. "Waarom wil je over de doden schrijven? Doe iets over ons, wij leven nog", zegt Marisa met een treurige glimlach. Marisa moet ergens in de dertig zijn. Ondanks haar dakloze en licht beschonken toestand is ze een knappe verschijning met een stralend gezicht.

Marisa: "Marcel was een vriend. We werkten samen op de parkings. Auto's helpen parkeren en daar wat geld voor vragen. We sliepen dicht tegen elkaar aan omdat dat warmer was. Als we elkaar tegenkwamen, gaf hij geen hand of een kus, maar hij legde zijn hand op mijn borst. Ik vertelde hem dan telkens dat hij de andere borst niet mocht vergeten, omdat die jaloers zou kunnen worden." Marisa kijkt omhoog, naar de pikzwarte lucht boven de Anspachlaan en zwaait. "Joehoe, Marcel! Kun je me zien?"

Hoewel ze hem jarenlang elke dag zagen, weet nauwelijks iemand iets over zijn verleden te vertellen. "We zijn dan misschien wel hele dagen samen, over ons eigen verleden praten we nauwelijks", legt Xavier (20) uit. "Die verhalen zijn meestal niet zo mooi en wekken toch alleen maar wantrouwen." Xavier is al anderhalf jaar dakloos, haalde in zijn Waalse geboortedorp "heel wat streken" uit, begon heroïne te gebruiken en verliet vrouw en dochter toen hij achttien was. In Brussel liet hij zich meteen door drie OCMW's uitbetalen, waardoor hij uit die hoek beslist geen hulp meer hoeft te verwachten.

In tegenstelling tot de anderen ziet Xavier zichzelf wel nog uit het dal kruipen. "Ik ben jong, ik doe af en toe wel een job en binnenkort wil ik een kamer huren. En ik heb nog dromen: ooit wil ik naar Frankrijk om theater te doen." Achteloos haalt Xavier zijn gsm boven om te zien of er geen jobbericht is.

De ene dakloze is de andere niet. Terwijl de clochards aan het Zuidstation om het zacht uit te drukken een niet zo frisse indruk maken, kun je deze mensen met moeite onderscheiden van de massa's voorbijgangers. Toch is Jean (39) bijvoorbeeld al anderhalf jaar op straat. Ooit was hij heftruckbestuurder. Financiële problemen leidden tot de fatale klik die bijna elke dakloze meemaakt. Je huur niet meer kunnen betalen, eruit gezet worden en plots tot de categorie van de clochards behoren.

Jean weet zich voorlopig nog te redden, bedelt met veel humor en kent plaatsjes waar hij een hap te eten krijgt of tenminste droog kan slapen. Marc, die ook tegen de veertig moet aanlopen, heeft het moeilijker. Hij is nog maar vijf maanden dakloos en kan daar maar niet aan wennen. In plaats van 's nachts op een bank of in een portiek te slapen, blijft hij meestal wakker, gaat met zijn rugzak op een bank zitten of wandelt door de stad. "Deze nacht zal ik wel ergens moeten slapen, ik ben al zestig uur wakker en mijn voeten zitten vol blaren", vertelt hij. "Marc loopt over een slap koord", denkt Jean. "Hij heeft niet dezelfde weerstand als wij en kan elk moment vallen." Als hij Marc over zijn voeten hoort vertellen, knikt hij instemmend. "Voeten en benen zien het meest af. Wat wil je, we staan de hele dag recht of wandelen."

Geroutineerde clochards weten perfect waar ze wat kunnen krijgen. Elke namiddag om drie uur is het bijvoorbeeld verzamelen geblazen in de Koningslaan in Vorst. De zusters van Moeder Teresa zorgen daar voor een gratis warme maaltijd. Voorwaarde is wel dat het publiek eerst zo'n drie kwartier luistert naar de zaligmakende religieuze teksten die de zusters voorlezen. Bij Poverello krijgen ze een maaltijd voor 1 euro, terwijl ze bij een andere zusterorde in de Marollen 's morgens boterhammen kunnen halen. Waar zelfs de meest ervaren daklozen nooit zeker van zijn is echter een doodgewoon bed. Jean diept een flyer op die duidelijk al vaker dienst heeft gedaan. Het vouwblad toont een lange lijst van opvanginstanties in het Brusselse.

Jean: "Als ik ze allemaal bel is er veel kans dat er nergens plaats is. In nachtasiel Hoeksteen in de Marollen wordt voorrang gegeven aan mensen die er voor het eerst komen of er de vorige nacht niet hebben geslapen. In de praktijk zit het asiel gewoon heel snel vol doordat Poolse zwartwerkers het asiel als een goedkoop hotel gebruiken. Ik schat dat in Brussel minstens vijftig mensen elke nacht buiten slapen. Een extra asiel zou geen luxe zijn."

Marcel Decleve is wellicht gestorven door een samenloop van omstandigheden, met gezondheidsproblemen, kou en alcohol als voornaamste. Marcel zou dagelijks wel een viertal flessen Lambertini soldaat hebben gemaakt, een goedkope namaak-Martini. Hij kocht zijn flessen en zijn bierblikken vaak bij de Indiër op de hoek aan de Oude Graanmarkt, waar elke nacht de cliëntèle van de cafés en de restaurants in de trendy Dansaertstraat sigaretten komt kopen.

Enkele jaren geleden woonde Marcel nog in een villa in de Clos du Limesenrieu in het chique Waterloo. Hij was altijd een harde werker geweest. Op zijn veertiende ging hij aan de slag als tuinman. In 1970 diende hij bij de rechtbank van koophandel in Nijvel de oprichtingsstatuten van zijn eenmansbedrijfje in. Aan klanten geen gebrek. Het was de periode van verkavelingen in de zuidelijke periferie van Brussel. Volgens het laatste handelsrapport kon je bij Marcel Decleve voor ongeveer alles terecht: schilder- en behangwerken, dakbedekking, thermische isolatie, asfaltage, bitumeren van dakwerken.

Marcel stichtte een gezin. Er kwamen twee kinderen, een zoon en een dochter. Volgens de summiere gegevens die er zijn, had Marcel het niet zo begrepen op de bruidegom van zijn dochter. Het huwelijk liep spaak, zijn echtgenote had een slimmere advocaat dan hij. Zijn gezondheid ging achteruit. Hij verhuisde in 1998, verbleef ook nog een poosje in het Sint-Jansziekenhuis en koos voor de straat.

"Na vijf jaar op straat was hij gewoon opgebruikt", zegt Jean. "Vijf jaar buiten slapen, verdriet, kou en alcohol is veel. En drinken of een ander soort drugs nemen, dat doen tenslotte alle daklozen. Dat beetje vreugde gaan we ons niet ontzeggen."

Dat hen hetzelfde lot te wachten kan wachten als Marcel, beseffen zijn makkers maar al te goed. Jean telt op zijn vingers: "Ik alleen weet al van zes daklozen die vorig jaar gestorven zijn. Allemaal mensen die ik kende."

Sociale diensten tellen voor dit jaar alleen al minstens elf overleden daklozen. Marcel was de eerste van het najaar. Dat Jean hen allemaal persoonlijk kende, is niet verwonderlijk. Wie echt op straat woont, behoort al snel tot de kleine Brusselse gemeenschap van daklozen. "Bijna iedereen hoort wel tot een groepje van een vijftal of meer daklozen. De groepjes zijn zoals een familie: als iemand aan mijn vriend Marcel kwam, dan kreeg hij met mij te doen."

Cijfers over het aantal Brusselse daklozen zijn er niet. Zeker is alleen dat het aantal gratis opvangplaatsen in de hoofdstad absoluut ontoereikend is. De twee enige centra die er hebben, moeten dagelijks mensen wegsturen. "De laatste tijd worden we geconfronteerd met een groot aantal gezinnen met kinderen dat op straat wordt gezet", zegt Pascale Peretta van het Centre d'Aide Sociale Urgente (CASU). "Deze week alleen al zijn hier 32 kinderen tussen zes maanden en vijftien jaar binnengekomen. Huisbazen van wanbetalers willen allicht vermijden dat ze tegen een uitzettingsverbod aankijken in de winter. Wij hebben vijftig bedden en daarmee moeten we in principe elke nacht andere mensen helpen, maar gezinnen kun je niet zomaar wegsturen."

Ook in Nachtasiel Hoeksteen in de Marollenwijk worden dagelijks mensen geweigerd. Als de 48 bedden hier in de vooravond nog niet bezet zijn wordt lotje getrokken. Wie pech heeft, wordt verzocht om het de volgende dag nog eens opnieuw te proberen.

'Na vijf jaar op straat was Marcel opgebruikt', zegt Jean, zijn vriend. 'Vijf jaar buiten slapen, verdriet, kou en alcohol is veel. En drinken of een ander soort drugs nemen, dat doen alle daklozen. Dat beetje vreugde gaan we ons niet ontzeggen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234