Woensdag 23/10/2019

Interview

Marc Sergeant, manager van Lotto Soudal: "Ik ben zuinig met woede"

Marc Sergeant: "Mijn job is vandaag plezanter dan een paar jaar geleden. Als het slecht gaat, komen alle vragen bij mij terecht, hé." Beeld Belga

Waarom Marc Sergeant (56) nog steeds van de koers houdt? Omdat hij na al die jaren nog af en toe een mirakel ziet. Een lamme die plots kan lopen, bijvoorbeeld. En daar wordt de manager van Lotto Soudal vrolijk van. "In de auto achter het peloton is het keihard lachen."

Je ziet er nog steeds uit alsof je een bergrit in de Tour kunt rijden. Hoeveel sportman zit er nog in je?
"Ik heb het geluk dat ik slank lijk. Mensen schatten me altijd magerder in. Toen ik renner was, dachten ze dat ik 72 kilo woog, terwijl dat in werkelijkheid 78 kilo was. Vandaag weeg ik 90 kilo voor 1,87 meter. Dat is toch niet zo weinig? Ik heb gewoon lichte botten."

En doe je nog aan sport?
"Ik ga af en toe lopen. Op stage, bijvoorbeeld. Dan zet ik mijn wekker om zes uur en ga ik 8 à 10 kilometer lopen. In het donker, langs de Playa. En daarna een goede douche. Daar kan ik van genieten."

Bezoek je als fijnproever wel eens een sterrenrestaurant?
"Vroeger was Oud Sluis, het vorige restaurant van Sergio Herman, een van mijn favorieten. In The Jane in Antwerpen ben ik nog niet geweest. Ik houd ook van goede wijn. Ik lees daar boeken en artikels over, maar ik heb dat vooral al drinkende geleerd. (lacht) Ik ben soms beschaamd dat ik de naam van mensen niet kan onthouden, maar wel van wijn. Bizar."

Je noemt koers ook een passie. En de Ronde van Vlaanderen is je lievelingskoers. Waarom?
"Dat is altijd mijn droomwedstrijd geweest. Die koers dompelt je onder in een andere wereld. Die helikopters, die motoren, al dat volk: dat heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken. Dat is begonnen lang voor ik koerste. De Ronde passeerde toen nog in Denderleeuw en daar ging mijn peter altijd kijken."

"Ik hoor hem nog vertellen over de kletskop van Fiorenzo Magni (drievoudig Rondewinnaar van 1949 tot 1951, red.)... Ik was een klein manneke toen. Mijn peter ging destijds zijn steenkolen halen in Brussel. Eerst op de trein, daarna nog drie kilometer te voet naar Teralfene met een zak van vijftig kilo op zijn rug. En als hij thuiskwam nog wat in de hof werken. Dat kunnen wij niet meer. Ik besefte dat als zo'n man met zo veel bewondering spreekt over renners, dat zij iets speciaals moesten zijn."

Je bent een wielerromanticus?
"Ik hou wel van die verhalen van vroeger, ja."

Ben je daarom ook zelf renner geworden?
"Misschien wel. Mijn ouders waren er eerst tegen. Ik was een Van Avermaet: ik ben maar op mijn negentiende beginnen koersen. Ik ging 's avonds na school trainen met een lamp op mijn kop. Toen mijn ouders zagen dat ik niet tegen te houden was, zijn ze mijn grootste fans geworden. En zijn ze me beginnen te pamperen. Dan kwam ik thuis na training en stond er een warm bad voor me klaar."

"Ik was begin de twintig toen ik mijn eerste Ronde van Vlaanderen reed. Mijn vader is onwel geworden van emotie. Plots reed zijn zoon daar tussen Jan Raas, Hennie Kuiper, Roger De Vlaeminck en Sean Kelly: niet zo lang daarvoor waren dat ook nog zijn helden."

Ga je zondag genieten van de koers?
"Dan is het ook stress, natuurlijk. Maar ongetwijfeld ga ik eens naar het volk aan de kant kijken. Als renner herkende ik soms mensen, maar op een manier zoals ik ze nooit eerder had gezien. Die uitdrukking op hun gezicht als de koers passeerde, was uniek."

Speelt jouw ploeg straks een bepalende rol?
"Daar hopen we op. Het is een droom om nog een keer de Ronde te winnen (dat lukte al in 2000 met Andrei Tchmil en in 2003 met Peter Van Petegem, red.). Op termijn moet Tiesj Benoot dat kunnen. In Jürgen Roelandts blijf ik ook geloven, maar dan moet het koersverloop enorm meevallen. Jens Debusschere zie ik vooral uitblinken in Parijs-Roubaix: hij heeft wat nodig is om over stenen te rijden. Spijtig dat hij geblesseerd is."

Het is niet zo lang geleden dat de Lotto-ploeg werd vergeleken met een onderzeeër zonder torpedo's. Af en toe kwam die wel aan de oppervlakte, maar hij was sowieso ongevaarlijk.
"(lacht) Dat is een mooie. Ja, mijn job is vandaag plezanter dan een paar jaar geleden. Op de momenten dat het goed gaat, heb ik een makkelijke job, maar als het slecht gaat, is het een heel moeilijke. Dan komen alle vragen bij mij terecht, hé. Maar ik doe mijn job graag. Oudere collega's vinden dat soms minder plezant, maar ik zit nog graag in de auto in de koers. Dat is vaak lachen."

"Je ziet de gekste dingen onderweg. Ik herinner me een man in de Tour. Hij stond in zijn deurgat te kijken, op twee krukken. Ik dacht nog: 'Wat een arme sukkelaar'. Tot iemand een drinkbus zijn kant uit gooide. Hij liet zijn krukken vallen en spurtte achter die bidon. Een mirakel! Ik heb me kapot gelachen."

En wij maar denken dat het in zo'n ploegleidersauto een en al stress is.
"Dat is het vaak ook. Af en toe verontschuldig ik me bij Herman Frison voor de dingen die ik heb gezegd. Door de adrenaline heb ik mezelf soms niet onder controle. Dan zit ik tegen Herman te schreeuwen dat hij rapper moet rijden, of daar moet passeren, of hier moet afdraaien. Niet mooi. Mensen zouden schrikken als ze me zagen."

Je bent een gentleman, maar soms word je braaf genoemd. Is dat een belediging?
"Neen. Mensen mogen dat zeggen van mij. Ik ben inderdaad een vrij milde mens, maar ze moeten niet met mijn voeten spelen."

Want anders?
"In de Driedaagse De Panne heb ik ooit mijn auto achtergelaten op het parcours. Ik had alle stickers en doorgangsbewijzen die ik nodig had, maar een agent wilde me niet laten passeren. Ik heb mijn sleutel uit het contact gehaald en ben uit mijn auto gestapt. 'Alstublieft, trek er uw plan mee'. Het was rap opgelost. De buitenwereld mag me braaf vinden, maar ik wil niet dat mijn renners of het personeel denken dat ze alles mogen. Provoceren zit niet in mij, maar ik heb een raar kantje. Ik kan venijnig uit de hoek komen."

Mogen we nog een voorbeeld?
"Twee jaar geleden kreeg André Greipel slaag van Marcel Kittel in de Tour in Londen. Hij wilde niet reageren voor de pers en kroop in de bus. Ik heb hem gezegd: 'Wel, dan spreek ik in jouw plaats. Ik ga ze nu zeggen dat je een schrikkepuit bent en dat je bang bent om te sprinten'. Dat heb ik ook gedaan. 's Avonds hing er een rare sfeer, Greipel liep daar met een lang gezicht. De volgende ochtend kwam hij op mijn kamer. 'Ik neem alles op mij', zei hij. 'Het is allemaal mijn fout. Ik durf gewoon niet.' Bij het ontbijt heb ik de ploeg gevraagd wie nog in Greipel geloofde. Alle acht staken ze hun hand op. André heeft daar moed uit geput: twee dagen later won hij zijn rit."

Als je maar af en toe kritiek hebt, is het effect groter?
"Exact. Ik ben zuinig met mijn woede. Renners weten dan dat ik het meen."

Je lijkt een zeer rationeel mens. Zijn er, behalve in de auto, nog momenten waarop emotie de bovenhand krijgt?
"Muziek kan me ontroeren. Vooral de combinatie van mooie beelden en muziek. Ik hou van klassieke muziek; af en toe ga ik naar de opera. Verrast dat je? Ik kom uit een gewoon arbeidersgezin, maar mijn ouders en oudere broer luisterden veel naar muziek. Er stond vaak bigbandmuziek op bij ons thuis. Ik heb daar een heel brede muzieksmaak aan overgehouden. Ik hou evenveel van moderne dingen als van Jacques Brel of kleinkunst."

Wie zijn je voorbeelden als ploegleider?
"Walter Planckaert heeft me stielliefde geleerd. Van Walter Godefroot heb ik geleerd dat je mensen tweede kansen moet geven. Onder Patrick Lefevere heb ik hard leren werken en leren delegeren. En bij Peter Post heb ik het belang van winnen geleerd. Je mag de lat nooit te laag leggen. Je moet altijd voor de uitdaging gaan."

En toch rem je Tiesj Benoot af?
"Als je Tiesj opstelt, dan koerst hij. Ik zie dat wel graag, maar ik heb hem gezegd dat hij moet oppassen. Hij mag zich uitleven, maar niet te gretig. Van Avermaet komt ook uit dat leerproces van te veel geven en op het einde net tekortkomen. Vandaag koerst hij zuiniger, en dat maakt hem nu een winnaar."

Wat vind jij van baarden?
"Euh, ik heb er nooit een gehad."

Mannen met baarden komen er bij Walter Planckaert niet in. Scheren is een vorm van discipline, vindt hij. Iets doet ons vermoeden dat jij er net zo over denkt.
"Ik snap Walter. Ik denk dat hij bedoelt dat als je je op dat vlak al niet kunt verzorgen, dat je het wel op meer vlakken zult laten hangen. Ik zou het ook niet graag hebben als ze bij ons allemaal een baard zouden hebben. Toen Tony Gallopin deze winter toekwam met een baard, ben ik er eens aan gaan trekken. De volgende dag had hij zich al geschoren. Maar af en toe 'een specialleke' mag. Thomas De Gendt laat zijn baard soms staan: hij doet graag anders dan de rest, maar hij koerst ook anders dan de rest."

Maar voorkomen is belangrijk voor je?
"Peter Post was altijd piekfijn uitgedost in maatpak en das. Hij droeg schoenen uit de VS van 1.000 dollar en had een hele collectie horloges. Hij was een verschijning. Veel mensen keken naar hem op, ook al sprak hij amper Engels of Frans. Dat heb ik goed onthouden."

Bedankt voor dit interview.
"Dat is graag gedaan. Ik ben een brave mens, je mag me alles vragen. Maar pas op als ik in de wagen zit, ik zou je van de baan kunnen rijden. (lacht hartelijk)"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234