Vrijdag 04/12/2020

Ronde van Spanje

Marc Legendre: "Ik ben hier gelukkiger dan met Biebel op een chocopot"

Beeld Diego Franssens

Zijn buurman Jose heeft een smartphone en een 4x4, maar onlangs voer die man wél naar Tenerife om de heks met het boze oog te bezweren. 'Dat is El Hierro', zegt striptekenaar en scenarioschrijver Marc Legendre (60) over het Canarische eiland dat al tien jaar zijn thuis is.

Reizend waren we in Toscane beland en vanuit Pisa konden we enkel via München terug naar huis. De allerlaatste vlucht bracht Duits bier en het Lufthansa Magazin. Daarin stond: 'Was steckt in Ihrer Tasche, Nena?' en onze nu 56-jarige jongensdroom antwoordde: 'Stirnlampe/Headlamp': '... just in case the lights go out, like they did recently when I was camping in a pine wood on El Hierro, my favorite Canary Island.'

Niet één van haar 99 Luftballons versierde tien dagen eerder het gebouw in Valverde dat de luchthaven van El Hierro is. Maar er was zoveel meer. Marc Legendre en zijn vrouw Kati wachtten ons op met cava. De valies die in Zaventem de vlucht naar Tenerife miste, was al vergeten. Kati zorgde voor een tandenborstel, tandpasta, nieuwe kousen en een T-shirt. "No te preocupes", zei iemand eerder. Zij wonen al twintig jaar op de Canarische Eilanden. Eerst tien jaar op Gran Canaria, daarna op El Hierro. Kijk naar de kaart en je staat naast de Westelijke Sahara. Toch is dit eiland-als-een-ypsilon Spanje en Europa. "Het is niet de mooiste plek op aarde. Maar het is er wel het alternatief voor. En misschien de synthese van alle mooiste plekken."

Beeld Diego Franssens

Via bol.com hadden we tweedehands Coño besteld, Marcs boekje van 174 bladzijden over hun 'leven op een Canarische Eiland'. De eerste zinnen: 'De letterlijke vertaling van coño is 'kut'. Maar een Canario zal het zelden in die betekenis gebruiken. '¡Hola coño!' roept hij als hij een vriend ontmoet. 'Hallo, makker!'' De laatste zinnen van die eerste pagina: 'Vrouwen nemen het woord coño zelden in de mond. Voor hen heeft het waarschijnlijk slechts één betekenis. De letterlijke.'

Het worden dagen van opletten.

Coño gaat over die eerste tijd op Gran Canaria, pas later kwamen ze hier. Op het 'eiland van de eeuwige lente', omdat het er ook in de winter 24 graden is. Maar nu is het zomer en onderweg naar het hotel voor twee nachten zegt Marc: "Het is druk op de weg." We zullen twee auto's passeren. Na twee dagen heb je Marcs humor helemaal door. Met serieuze blik, maar altijd relativerend. Ook zichzelf. "Ik kan helemaal niet goed tekenen." Een minuut later staat een exclusieve Biebel op El Hierro in ons schriftje: 'Belle mais petite...', zegt hij in het tekstballonnetje.

"Mijn droom was om de wereld rond te varen, stijl Bernard Moitessier. Moitessier was een Franse filosoof/schrijver die als eerste non-stop de wereld wilde rondvaren. Toen hij in La Rochelle ging aankomen, verwelkomden ze hem via de marifoon met 'Bernard, tu es le premier!', maar hij zag al dat gedoe niet zitten.Hij legde niet aan en voer La Rochelle voorbij. Hij schreef er later over: 'Parce que je suis heureux en mer et peut-être pour sauver mon âme.' Ik heb al zijn boeken gelezen, maar de romantiek om naar al die vreemde eilanden te varen, ging weg toen ik later verhalen hoorde over hoe mannen met epauletten je stonden op te wachten en je voor alles en nog wat zogezegd moest betalen. De tijd van Moitessier was voorbij."

Beeld Diego Franssens

In '92 brachten ze hun boot De Windbreker - zeilschip van 23 ton met een mast van 20 meter - naar Gran Canaria, maar door aanhoudende motorproblemen werd het schip niet hun vervoermiddel. Het werd hun huis. "Terwijl ik zat te tekenen, klopte Kati er het roest van af. Tegen dat geklop hielp alleen een cd van Pink Floyd. Al die tijd hebben we in onze kop gezeild. Kati's vader had een bootje en op school zat ik in de zeilclub. Zeilen is een ziekte. Maar die motor herstellen lukte niet en we dachten uiteindelijk: moeten we naar Fiji varen om te vinden wat we hier hebben? We zijn blijven plakken."

Ineens zitten we op het terras van zijn huisje in Echedo. Een dorpje met een kerk ("de basiliek"), glascontainers en tussen opgestapelde stenen smalle weggetjes met scherpe bochten. Misschien is dit de wonderbaarlijkste plek van deze Spaanse reeks. Kijk. De zee. "Op El Hierro bestaat de legende van San Borondón, een eiland dat volgens de mensen 'af en toe' passeert. Een beetje zoals Loch Ness. Ze wachten tot het ooit nog eens gebeurt. Ik heb er Wachten op een eiland over gemaakt, een (met plechtig gezicht waarin de aanhalingstekens al zitten, RVP) 'graphic novel'. Maar eigenlijk gaat het over mensen die wachten op een nieuw leven. We horen al dertig jaar mensen zeggen dat ze ooit België gaan verlaten. Ze blijven wachten."

Waarom die aanhalingstekens? "Graphic novel vind ik een totaal overbodig begrip. Kijk naar het schap in de Fnac: dat zijn allemaal strips of boeken. Cages, de zogeheten 'graphic novel' van Dave McKean, is voor mij gewoon een strip. Dat onderscheid vind ik overbodig. Voor Verder kwam ik plots op de shortlist van de Libris Literatuurprijs en stond ik naast Jeroen Brouwers. Dat klopte helemaal niet. Alsof je met een strip naast Jeroen Brouwers kunt gaan staan."

Ook daarin zit dus die relativering en het zit zelfs in de fles wijn die hij heeft opengemaakt: een Roleta Russa de Bical. Op het etiket staat zijn Biebel. "William Wouters (de vroegere eigenaar van het Antwerpse restaurant Pazzo, RVP) zit nu in Portugal en maakt daar deze wijn. Hij vroeg me een tekening voor het etiket. En hij wilde absoluut Biebel, maar zelf vind ik de wijn te lekker voor een Biebel-etiket. Ik vind dat je jezelf niet al te ernstig moet nemen. De uitgeverij vroeg me ooit op Facebook te gaan. Maar ik schrijf scenario's. Wat moet ik daar op zetten? Ik deed het toch, en wat gebeurde er? Zet ik er een foto van een bloemkool op, dan krijg ik 120 likes. Zet ik er iets op van het project voor meisjes in Bangladesh waar mijn broer zich voor inzet, dan krijg ik één like."

Beeld Diego Franssens

Bang voor de lachmeeuw

Of je vanop El Hierro de wereld anders bekijkt, is geen vraag. Natuurlijk. Dat doe je al helemaal als je naar Las Puntas rijdt. Daar ligt Hotel Punta Grande, tot voor kort het 'kleinste hotel ter wereld', maar nu is de capaciteit verdubbeld. Ze hebben vier kamers. "Ze hebben zichzelf uit het Guinness Book of Records geprezen."

Het avondlicht duffelt de zee in en El Hierro wordt een overweldigende vulkanische rots die de mens klein maakt. Op het terrasje van restaurant Garañones komt water van San Borondón op tafel en Viña Frontera en mojos zijn de sausjes bij garnalen en bij pulpo a la gallega. Te bestellen zonder medeklinkers, dan verstaan ze je beter: u-o-a-a-e-a. Dan is er vis. "Als je te veel bestelt, zeggen ze dat je misschien beter wat minder neemt. Als je nadien iets laat liggen, vinden ze dat verschrikkelijk en ik begrijp dat. Die mensen moeten véchten voor hun eten."

Jose, zijn buurman, eet al zijn hele leven wat de tuin voortbrengt. Soms zijn dat courgetten en dan eet Jose twee maanden courgetten. "Zelfs tomaten of sinaasappelen heb je in de winkel niet altijd. Als we vrienden op bezoek hebben die vegetariër zijn, moet hij lachen. In zijn jeugd waren er soms enkel varkens en ajuinen. 'Als ik toen vegetariër was geweest, had ik al die tijd alleen ajuinen moeten eten.' Voor de herreños is vegetarisme een luxeleven. Toen Belgen in de jaren 70 al op Tenerife lagen te zonnen op het strand, moest Jose's moeder naar een waterput om water te halen. En als dat er niet was, moest ze aan de bomen schudden om van de dauw wat druppels te krijgen."

Beeld Diego Franssens

Zijn Spaans is na twintig jaar zeer goed. "Ik heb het geleerd door petanque te spelen", zegt hij. Het is geen grap. "Een taal leer je door bevelen te krijgen. Kijk naar kinderen. 'Eet je bord leeg' of 'Poets je tanden'. Bij petanque gaat het net zo. 'Mik daarop', 'Ga opzij staan'. (lacht) Het is een idee voor Theo Francken (staatssecretaris voor Asiel en Migratie, red.): organiseer petanquetoernooi-en als je wilt dat asielzoekers Nederlands leren."

Dat Marc en Kati de taal leerden, vonden ze logisch. "Ze noemen ons 'giris', buitenlanders, dat blijf je natuurlijk. We wonen nu al tien jaar naast Jose, hij is een echte goeie vriend geworden, maar toen hij eens hier zat en iemand hem vroeg om even te komen, riep hij: 'Nu niet, de giris hebben koffie gezet.' Dat heeft geen enkele negatieve bijklank, maar we blijven giris."

Die Jose is een bijzondere man en El Hierro een bijzondere plek met zo'n 11.000 ingeschreven inwoners, van wie er zo'n 6.000 echt wonen. Er is geloof. Eens om de vier jaar vieren ze de Bajada de la Virgen, dan wordt een beeld van Maria over het eiland gedragen. Er is ook bijgeloof. Een paar keer horen we de pardella, een lachmeeuw die een bijzonder geluid maakt. "Vroeger stortten vuurtorenbewakers en missionarissen zich van de kliffen omdat ze gek werden van dat geluid. Ze dachten dat het heksen waren. Op een dag belde Jose me. Hij zat op de boot naar Tenerife en vroeg me om zijn hond eten te geven. Waarom zo onverwacht? Jose was met de auto tegen een paaltje gereden en de afvoerbuis zat ook nog verstopt. Voor hem was er geen twijfel: de heks met het boze oog had het op hem gemunt. Hij reed met de auto naar beneden, deed alsof hij naar de Parador reed (aan het einde van een lange weg het beste hotel van El Hierro, RVP), maar sloeg op het allerlaatste moment naar de ferry af. Anders had de heks dat geweten. Op Tenerife moest iemand haar dan bezweren. Ook dat is El Hierro. De mensen hebben een smartphone en een 4x4, maar ze geloven nog altijd in heksen."

Ochtend, een bericht van de fotograaf: 'Paniek. Ben mijn camera vergeten in het restaurant.' Marc rijdt van Echedo naar Las Puntas, maar Garañones slaapt nog. Even later toch de verlossing: we kunnen hem op de middag halen.

De mevrouw neemt Marcs bezorgdheid over het mogelijk verlies van het fototoestel verontwaardigd op.

"Natuurlijk nam niemand die mee. Dit is El Hierro", zegt ze.

Hij: "Ooit zei iemand me: 'Op El Hierro stelen we alleen je hart'. Ik was mijn zonnebril eens vergeten, maar ik wist niet meer waar. Tot we vier maanden later nog eens in La Maceta (een restaurant, RVP) kwamen. De bazin kwam me meteen mijn zonnebril brengen. Hij had er altijd op me gewacht. De enige misdaden die ze plegen, zijn pesterijen. Als er wat ruzie is of bij jaloezie om een vrouw. Dan laten ze hooguit de lucht uit je autoband."

Rode stickers

Ook dit is dit eiland. Op weg naar Echedo passeren we een kamp met containers. Toen vorig jaar een boot met vluchtelingen uit Afrika afdreef, stond het eiland op stelten. Niet om de boot terug de zee in te duwen. "Iedereen reed naar de kust met sandwiches, kleren, drank. De herreños sprongen bij om te helpen. Ze werden opgevangen in de turnzaal van de school, maar omdat ze vonden dat ze die mensen zo niet konden ontvangen, lieten ze die containerwoningen plaatsen. Alleen zijn ze leeg gebleven. Er is geen bootje meer aangespoeld."

Pardellas, gestolen harten, een voorbijdrijvend eiland, de uitzichten en Jose zelf: het kán niet anders dan inspirerend werken. Dat Amoras, zijn spin-off van Suske en Wiske, een beetje El Hierro is. Hij knikt. "Ik zou in Antwerpen nooit hebben kunnen doen wat ik hier doe. Hier kan ik niet naar de Fnac of een koffie drinken op de Groenplaats: er is geen afleiding. En er is de afstand met België. Daar zou ik misschien een strip maken over de N-VA, nu kijk ik vanop de tribune naar wat in België gebeurt.

"Maar als ik door het bos rijd, komt die Rode Ridder er zo uit. (lacht) In België zou het nogal duren voor ik zo'n ridder tegenkwam. Ook Amoras speelt zich hier af. En misschien inspireert dat 'echte' leven me wel. Mensen zijn met andere dingen bezig. Vroeger zou ik de eerste dag naar de Fnac gereden zijn voor de nieuwe Springsteen. Ik zag alles van KVS, NTG en het Raamtheater en ik kon niet meer ademen voor ik de nieuwe film van Coppola gezien had. We waren nooit thuis, gingen elke avond uit eten en sloten restaurants en cafés. Dat heb ik niet meer."

Beeld Diego Franssens

Stilaan kwam die overgang. Niet dat alles beter is dan België, absoluut niet, Kati en Marc rijden nog gráág naar Antwerpen. Dat doen ze dan met de wagen en dat neemt z'n tijd. Eerst de boot op, dan vanuit Andalusië naar boven. Stoppend in andere plekken, ontdekkend. "Maar vroeger stopten we altijd in Montpellier voor de Fnac en dan in Lyon voor die Fnac. Nu doen we dat niet meer."

Stilaan kozen ze bewust voor minder. "Als we zouden gaan zeilen zijn, vroegen we ons af: welke drie boeken zouden we meenemen? We maakten stapels met stickers. Rode, oranje en groene. De rode bleven over."

Op prachtige boekenplanken staan meer dan drie boeken, maar op veel hangen nog stickers. Op De gedichten. 1948-1963 van Hugo Claus bijvoorbeeld. "Als jonge gast had ik de Oostakkerse gedichten gelezen, ik was daar dagen niet goed van."

Ook op Ulysses van James Joyce. "Omdat ik hem, zoals iedereen, nog niet gelezen had." En op Reis naar het einde van de nacht van Céline. Maar drie is toch weinig. Want ook Vagabonds des Mers du Sud van Moitessier moest mee en De ondergang van het denken van Alain Finkielkraut. "Hij was eerst een 'goeie' denker, tot hij werd verguisd als 'rechtse' denker. Maar wat vandaag gebeurt in de wereld en de maatschappij voorspelde hij al in 1987."

Al in een interview in 1995 sprak Legendre over verrechtsing, hij vertelt daar nu ook over, maar in een mail een paar dagen na dit interview vraagt hij om daar niet al te veel nadruk op te leggen. Hij wil niet overkomen als visionair of betweterig kijven op wat er in België fout loopt. Hij komt graag terug om garnalen te eten en voor de gezelligheid van de cafés in Antwerpen. Dat wat op de sociale media zogezegd 'enkel in België mogelijk is' ziet hij overal in de wereld in allerlei maten en vormen. Dus ja, ze wonen graag op El Hierro. Maar neen, het is geen afkeer van Antwerpen, Vlaanderen of België. "Integendeel."

"Waarom ik dan twintig jaar geleden al over de verrechtsing praatte? Ik denk dat het antwoord bij mijn moeder te vinden is. Aandachtig luisteren naar de mensen én echt om je heen kijken, dat had met elementaire beleefdheid te maken, vond zij."

Blije preien

We zijn naar de chiringuito van La Maceta gereden, een barakje waar hij graag komt en, naar de zee kijkend, inspiratie opdoet. Wachten op een eiland ontstond voor een groot deel op dit terras. "Als nadenkplek is de zee ideaal. Ze is hypnotiserend, de deining voelt aan als ademhalen, samen met de golven komen de verhalen aangerold.

Maar we blijven nog even bij zijn moeder. "Zij bracht me boeken aan die ik op school niet te lezen kreeg. Hollands glorie van Jan de Hartog, bijvoorbeeld. Eigenlijk was dat een jongensboek voor volwassenen, maar ik las het toen ik 14 was. Je kon dus een wereld scheppen door een boek. Voordien las ik De Rode Ridder alsof De Rode Ridder dat zélf geschreven had. Tot ik op de Boekenbeurs ging aanschuiven voor een handtekening en zag dat Leopold Vermeiren geen ridder was. (lacht) Ik ben uit de rij gestapt. Mijn moeder was een huisvrouw die geen onderscheid maakte. Ze zong mee met Adamo, maar ook met Der Ring des Nibelungen van Wagner. Als het goed was, wat het goed.

"Mijn ouders waren heel arme mensen. Niet meteen Angela's Ashes, maar het kwam wel in de buurt. We moesten de laatste kolenresten uit de kelder schrapen. Maar ze vonden het wél belangrijk dat er altijd eten op tafel stond, dat er boeken in huis waren en dat er muziek was. Ik herinner me hoe ze de Pastorale van Beethoven uitlegde: nu hoor je de vogeltjes fluiten. Op den duur hoorde je die inderdaad. Over het eten praatte ze als over mensen. Kijk naar de blaadjes van de selder, die zijn blij hoor. Tot vandaag heb ik rillingen als ik een prei afsnijd. Ik begrijp niet dat je dat hebt als je een kip slacht, maar niet als je groenten afsnijdt. Ook daarvoor moet je respect hebben."

84 werd de mama van Marc Legendre. Ze overleed na borstkanker, ze koos voor euthanasie. "De dokters zeiden: 'Maar Pauletteke, je kunt nog een tijd leven'. Maar ze wilde niet aftakelen. 'Ik kan nu nog lachen, ik vind het veel plezanter om nu afscheid te nemen', zei ze."

Dat was twee jaar geleden. Marc en zijn drie broers waren bij dat afscheid. "De verpleegster zei: 'Praat gerust uit wat nog verteld moet worden'. Mijn moeder vond dat niet nodig. 'We kennen elkaar al zestig jaar, alles wat moest gezegd worden, is gezegd.' Ze bleef maar vertellen over de garnaalkroketten die ze de avond voordien nog had gevraagd. Tot de dokters met hun karretje binnenkwamen en zeiden dat ze er dan misschien toch maar moesten aan beginnen. 'Jaja,' zei ze, 'doe maar.' Terwijl ze bleef vertellen. Ze zeiden dat het drie minuten kon duren voor ze zou inslapen en zij zei nog: 'Amai dat gaat rap'. Maar plots lag er een andere vrouw."

Beeld Diego Franssens

Er moest niks meer gezegd en misschien is Paulette nu in de hemel waar ze zelf in geloofde. "De week voor ze overleed, zei ze: 'Wat ik ambetant vind aan doodgaan, is dat straks niemand meer kan vertellen hoe het vroeger écht was. Bij alles sleuren ze vandaag Hitler, maar binnenkort kan niemand nog zeggen of dat klopt of niet. Omdat niemand die het meemaakte er nog is."

Een Belgische Snoopy

We rijden verder. Langs kapotgewaaide en nieuwe serres waar bananen en avocado's groeien. Dan over een weg die het vulkanisch landschap doorklieft, naar het strand van Verodal: hier is niemand, alleen wij. Het landschap verandert. We zien zo'n boom die omgewaaid lijkt en toch verder leeft, net als de legendarische sabinas.

De kerk van de Virgen de los Reyes is dicht vandaag. We rijden door een pijnbomenbos waar de zwartgeblakerde stammen van de Pino Canario wijzen op bosbranden, maar de blaren in de top tonen dat de pijnboom overleeft. Nena is er niet. We rijden langs de Mar de las Calmas waar drie walvissen wonen. We zien ze niet. We drinken in Bar Mentidero, als De leugenaar, waar oude mannen domino spelen.

Schrijven kan hij overal, heeft hij nog op het terras van de chiringuito verteld en in zijn hoofd vechten nieuwe scenario's van Ayak + Por, een nieuwe Amoras, een vijfde De Rode Ridder, een geheim project, een humoristisch verhaal met Fabio Bono (met wie hij De Rode Ridder maakt) en een fotoverhaal met als werktitel Een prachtige vergetelheid om er als eerste uit te komen.

Stil staat dat hoofd nooit. "Zo zit mijn kop in elkaar. Ik moet heel veel verschillende dingen doen. Ik zou niet zeven jaar aan één verhaal kunnen werken en op één dag schrijf ik aan drie verschillende verhalen. En ik schrijf die scenario's tot in de kleinste details uit." Maar mist hij het tekenen dan niet? "Ik kan dat helemaal niet goed. De Rode Ridder zou ik niet kunnen en Amoras evenmin. Tekenaar Charel Cambré is een wonder. Heb ik talent? Hoeveel procent is talent en hoeveel zweten? Toen ik de Bronzen Adhemar won, dacht ik: als je maar lang genoeg bezig bent, win je ooit zo'n prijs. Dat is een mooie beloning, absoluut, maar wat Kati, die alles als eerste leest, zegt, vind ik belangrijker.

"Met Biebel heb ik alles verteld wat ik wilde vertellen. Een comeback ervan is onmogelijk. Ik wilde er een Belgische Snoopy van maken en hij stond op T-shirts, sporttassen en chocopotten. Dat heeft me financieel natuurlijk ferm geholpen. Maar uiteindelijk ben ik daar zelf mee gestopt. Ik ben hier gelukkiger dan met Biebel op een chocopot."

Of naar El Hierro komen de beslissing van zijn leven was? Hij knikt ja. "Op El Hierro echt oud worden, kan waarschijnlijk niet. Je vereenzaamt en als je medische hulp nodig hebt, wordt het lastig. Maar ik denk ook niet dat we terug naar België kunnen. Misschien dat we, als we hulpbehoevend worden, naar ons huisje in Gran Canaria teruggaan. Dat hebben we nog.

Beeld Diego Franssens

"Maar ik denk daar nog niet te veel over na. Een vriend van me ging alles doen, maar hij blijft maar nadenken en nadenken en redeneert alles kapot. Hij is nooit weggeraakt uit België. Ik denk alleen scenario's voor boeken uit. Niet het scenario van mijn leven."

Een leven dat ze met twee leven. Kinderen kwamen er nooit, maar zij bleven altijd. Marc en Kati, die na een leven bij Alfabetisering Vlaanderen en als reisagente, mee voor dit avontuur koos. Soms kleurt ze zijn verhalen in. Ze belt een hele dag voor onze achtergebleven valies. Maakt fantastisch konijn klaar. Is een bijzondere vrouw.

"Bij Kati blijven, is geen kunst", zegt Marc. "Dat is een ongelooflijke vrouw. (glimlacht) Dat zij bij mij is gebleven, dát is pas een wonder."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234