Maandag 05/12/2022

Marc Jacobs 'Ik leid een rock-'n-roll-leven, maar dat merk je niet aan de kleren die ik maak'

Drie merken bepalen vandaag het gezicht van de mode. Ze heten Gucci, Prada en Vuitton. Alledrie zijn ze van oorsprong Europese, artisanale bagage- of lederfabrikanten. Twee van de drie hebben een Amerikaan in huis gehaald om het merk te verjongen en opnieuw begeerlijk te maken. De ambitieuze Tom Ford deed het voor Gucci, nightclubber Marc Jacobs voor Vuitton. Bethan Cole ontmoette Jacobs in het gloednieuwe hoofdkwartier van Vuitton in New York

De ontwerper zit achter zijn grote, witte tafel die bedekt is met tekeningen. Hij is tenger, ongeschoren en stijlvol verwaarloosd. Hij neemt een slok van zijn blikje cola, zucht, steunt zijn hoofd in zijn handen en zegt: "Ik ben zo moe." Dan gaat hij verder met het passen. Françoise, het model, heeft een roomkleurig hemd aan, waarvan de lange manchetten over haar handen vallen. Erover draagt ze een bordeauxrode overgooier met een diepe V-hals. Marc Jacobs bestudeert de overgooier aandachtig, beweegt zich rond het model op zijn stoel met wieltjes, zich vooruit duwend met zijn in witte sokken gestoken voeten. Nauwkeurig noteert zijn team de microscopische veranderingen die hij aanbrengt, een stukje stof minder hier, een plooi wat dieper daar. Voor ons lekenoog valt het kledingstuk al perfect op het lichaam van het meisje, maar de ontwerper verbetert toch nog iets. Er vallen lange stiltes, wat ongewoon is voor Marc Jacobs. Misschien is het de sfeer van de Louis Vuitton-building: hoge plafonds, strenge beveiliging en torenhoge gevelpanelen die aan een middeleeuws fort doen denken. Je hebt de indruk dat je, indien je er niet 'gepast' uitziet, door de veiligheidsagenten uit het gebouw wordt gezet met de brutaliteit van de Stasi. "Ik heb nog altijd het gevoel dat me dat elke dag kan overkomen", lacht Jacobs geruststellend, maar met een spoor van ernst in zijn blik. De jongeman werkt sinds kort in drie kamers ergens hoog in het nieuwe hoofdkwartier van Louis Vuitton in New York. Het lijkt een moderne fabel. Hier zit een ontwerper wiens ideeën zo invloedrijk zijn dat je ze overal op straat herkent. Hier, opgesloten in een toren van leder en staal, waar slechts sporadisch het daglicht binnendringt, bedenkt hij het ene luxeobject na het andere, om te antwoorden op de droom van de shoppers in die wereld daarbuiten.

In de kleren van Marc Jacobs zit iets dat de hebzucht van veel mensen in overdrive brengt. Zijn timing is perfect en zijn instinct voor het moment waarop avant-garde algemeen 'hip' wordt, is fenomenaal. Hij trekt zijn modellen fifties-schoenen met puntige neuzen aan, en meteen ontstaat een lawine van imitaties. Hij tekent een cilindervormige Vuitton-tas van pastelkleurig lakleer, en plots zie je de vorm overal.

Jacobs lijkt, net als Tom Ford, het geheim te kennen om een moderage te ontketenen. Zo'n rage is een ogenschijnlijk oncontroleerbaar moment waarop iedereen naar hetzelfde object verlangt. Het is een gevoel dat alle redelijkheid tart. We weten best dat een plooirok maakt dat we er dik uitzien, maar we worden niettemin verliefd op de meisjesachtige beweging ervan. We weten dat een miljoen mensen die gestreepte sjaal zullen dragen en dat we er geen moment 'apart' door zullen zijn, maar toch snellen we ervoor naar de winkel. Dit is hoe de behendigste ontwerpers op ons gevoel werken. Maar Jacobs geeft de indruk dat hij, opgesloten in dit luxueuze graf, slechts een glimp opvangt van dat succes. "Ik kan me voorstellen dat er seizoenen waren dat ontwerpers zo'n goeie collectie maakten dat zij werkelijk 'je van het' waren, maar ik heb me nog nooit 'het' gevoeld. En dat zal ik ook niet. Ik voel me te veel een buitenstaander. Ik voel me goed als radertje in het modesysteem, maar op de een of andere manier sta ik er toch buiten."

Op het defilé van Vuitton voor deze zomer sprong het LV-logo opvallender dan ooit in het oog. Jacobs plaatste de letters op baseballpetten, op hotpants en zelfs op de hakken van schoenen. Het is een handige tegenzet nu neplogo's op straat voor het rapen liggen. "Ik zag een foto van rapster Foxy Brown met de Louis Vuitton-hondenmand. Dat is zo kitsch dat ik wist: dit is het moment." Jacobs deed een meesterzet qua timing door het logo meteen zo groot uit te spelen.

Een beetje ironisch is dat Jacobs, de ster van het chique Vuitton, dezelfde is die in 1992 grunge op de catwalk bracht. Grunge, de stem van de achtergestelde middenklassekids die hun verzet uitten met rauwe muziek en kleren. Staat dat niet diametraal tegenover de de Donald Trump-achtige culturele fantasie waar hij zich nu in beweegt? Hij antwoordt met een verhaaltje. Er waren eens twee groepen mensen. Ze zagen er precies hetzelfde uit, behalve dat die van de ene groep sterretjes op hun buik hadden en de anderen niet. Die met de sterren ontwikkelden een meerderwaardigheidscomplex. Die zonder sterren wilden ook sterren. Dan komt er een man met een sterrenmachine in de stad en hij verkoopt alle ster-lozen sterretjes voor hun buik. De andere groep voelt zich plots niet meer bijzonder en laat zijn sterren verwijderen om het verschil te benadrukken. Ad infinitum. "Iedereen wil toch wat hij níet heeft?" zegt Jacobs. "Ik lees dat het ultieme statussymbool in Hollywood nu is om je vooral niet op te kleden. Je gaat naar een belangrijke vergadering in jeans en T-shirt, waarmee je zegt: 'Vlieg op. Ik hoef geen Armani te dragen om serieus te worden genomen.' Het is goed om die dingen te weten. Zelf zie ik er altijd slordig uit, alsof ik me bij het Leger des Heils heb bevoorraad. Maar ik doe dat niet om die reden, alleen omwille van het comfort."

Hollywood-blockbusters van de jaren tachtig inspireerden hem voor de huidige zomercollectie van Vuitton. Hij wijst op een stapeltje video's: Flashdance, A Chorus Line , Working Girl. "Elke avond keken we naar deze films. Eerst was ik een beetje gegeneerd om toe te geven dat ik ze echt goed vond. Er zit geen ironie in, echt niet. Dan begonnen we na te denken over de hele gevoeligheid van de eighties, de mensen die kleren van twee maten te groot droegen en die hun sweatshirts stuk knipten en rond hun lichaam wikkelden. Dat gevoel wilden we overbrengen, maar dan op een heel verfijnde manier." Jacobs slaagde erin om de revival van de eighties een vrolijk, sexy, pastelkleurig en optimistisch project te laten lijken.

Jacobs heeft een voorkeur voor dagkleding en bij hem heeft vrouwelijkheid iets naïefs en meisjesachtigs, of romantisch en bohémien; nooit feeksachtig. "Ik vind het te gemakkelijk om de dingen er stout te laten uitzien, of - ik haat het woord - 'edgy'. Ik hou van de gedachte dat ik iets intelligenters doe." Hij beaamt dat zijn visie op vrouwen, hoewel sterk beïnvloed door film en muziek, schatplichtig is aan stiliste Venetia Scott, met wie hij sinds september 1997 samenwerkt. "Ik vertrouw Venetia ten volle. Zij heeft een buitengewone smaak en ze ziet er zo goed uit. Ik hou van haar présence en van haar uitstraling."

Tot Jacobs' naaste vrienden behoren Kim Gordon van Sonic Youth, ontwerpster Anna Sui en regisseuse Sofia Coppola. Met zijn moeder of zijn zus heeft hij geen contact. "Ik heb geen band meer met mijn familie en daar ben ik niet rouwig om. We zijn allemaal een verschillende weg ingeslagen en zo is het nu eenmaal." Marc Jacobs groeide op in New York City, als zoon van twee theateragenten. Zijn vader stierf toen hij zeven was. "Ik had een vreemde jeugd, mijn moeder was compleet gek. Mijn zus, mijn broer en ik werden heel vrij opgevoed." Na de dood van zijn vader deed zijn moeder Marc in therapie. "Ik haatte dat. De beste therapie voor mij is praten met vrienden." De jaren na de dood van zijn vader waren rommelig en hij hervond zijn stabiliteit pas toen hij op zijn twaalfde bij zijn grootmoeder ging wonen. Zij moedigde hem aan zijn artistieke talenten te ontplooien en steunde hem in zijn belangstelling voor mode. Jacobs bezocht de High School of Art and Design en daarna Parsons College. Hij wist heel goed wat hij wou. Als tiener wist hij dat hij in de mode wilde, op zijn vijftiende deed hij zijn coming out en trok hij in bij zijn vriend.

Terwijl hij nog op Parsons College zat begon Marc Jacobs al aan zijn carrière te werken. In 1984 ontwierp hij een collectie handbreiwerk. Datzelfde jaar ontmoette hij Robert Duffy, die zijn zakenpartner werd en dat tot vandaag is gebleven. Duffy is een grote, vriendelijke en gedistingeerde man, met zilvergrijs haar. In 1986 lanceerden ze samen de eerste Marc Jacobs-collectie. In 1989 werden ze samen aangeworven om het designteam van Perry Ellis te leiden. In '93 gingen ze daar weg om 'Marc Jacobs international' te beginnen. Bernard Arnaults aanbieding voor Louis Vuitton volgde in 1996. Dat nieuws raakte toen een beetje in de verdrukking door de tamtam die werd gemaakt rond Alexander McQueen en John Galliano, die door LVMH voor Givenchy en Dior werden ingehuurd.

Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat de komst van Jacobs in Parijs op de werkvloer niet bepaald op gejuich werd onthaald. Hier werd plots een bestudeerd-nonchalant uitziende New Yorker, met het hart op de tong en een zwak voor de undergroundrock van Pavement en Sonic Youth, losgelaten in een stijf, bourgeois instituut van de Franse mode. "Ik paste er niet in. Ik had het gevoel dat ik iedereen tegen mij had, en tot op een zekere hoogte was dat ook zo. Hoe vaak ze ook het tegendeel beweerden. Het was moeilijk omdat ik een buitenstaander was en een Amerikaan. Ik ben er zeker van dat ik voor vele mensen hier niet de eerste keuze was. Maar ik was wel door iemand gekozen, namelijk door meneer Arnault."

Staan zijn kleren onder het Marc Jacobs-label voor een geïdealiseerde collegestijl en 20ste-eeuwse Americana, dan geeft Vuitton hem de kans om flirterig chic te zijn. "Bij Vuitton voel je een meer Europese modegevoeligheid. Je voelt dat je in Europa verder kan gaan met de mode", overpeinst hij. "In Parijs voel je die traditie."

Jacobs woont nu in Parijs, maar houdt nog steeds zijn appartement in New York aan. Zijn leven op twee continenten heeft hem aan het denken gezet over zijn afkomst en heeft hem een tikkeltje nostalgisch gemaakt. Hij weegt af wat typisch Frans en wat typisch Amerikaans is. "Een trenchcoat over een dikke rolkraagpull is meer Ali McGraw in Love Story en een trenchcoat met blote benen en hoge hakken is meer Catherine Deneuve in Belle de Jour."

Venetia Scott is het eens met zijn verschillende visie op Vuitton/Jacobs "Ik denk dat hij zijn pittigste dingen voor Vuitton maakt. Ik heb de indruk dat hij zich daar echt mee amuseert. Vuitton is veel meer Frans, Jacobs is het meisje van New York."

"Ik laat de dingen er graag eenvoudig uitzien", theoretiseert Jacobs. "In New York zijn ze eenvoudig. Voor Vuitton laten we ze er simpel uitzien, maar er zit een interessantere snit in en meer detail. Dat is wat ik me in het hoofd prent om de twee dingen van elkaar gescheiden te houden."

Hoewel eenvoud de essentie is van elk van zijn kledingstukken, is het niet van toepassing op zijn levensstijl. Hijzelf zegt dat hij erg gekalmeerd is, maar zijn reputatie als partybeest is nog steeds aanzienlijk. "Ik ben hyper", geeft hij toe, "ik ga in alles tot op de bodem. Ik kan een gezondheidskick hebben en dan elke dag naar de gym gaan, of ik kan nachten na elkaar uitgaan en helemaal uitfreaken. Matigheid ligt mij niet. Als ik uitga, ben ik de laatste die het licht uitdoet." In Parijs is hij iets minder uithuizig dan in New York. "Een van de dingen die mij aan Parijs bevallen, is dat ik er minder uitga. Mensen komen bij me thuis langs, je zet muziek op, je drinkt wat en voor je het weet sta je in de living te dansen tot het ochtend wordt." Hij herinnert zich de nacht dat hij bleef hangen met Alexander McQueen. "Hij kwam kijken naar mijn show voor Vuitton en ik ging kijken naar de zijne voor Givenchy en tussenin kwam hij bij me thuis langs. Na een paar uur stelden we vast dat we de hele tijd over mode hadden zitten praten, terwijl we hadden gezworen het daar niet over te hebben. Maar dat is echt onvermijdelijk, omdat je erover wilt praten met iemand die je begrijpt."

De vergelijking maken tussen Marc Jacobs en Tom Ford lijkt onvermijdelijk.Twee Amerikanen die door Europese luxehuizen zijn ingehuurd om een oubollig merk op te peppen. Alletwee maken ze nu kleren met een serieuze ragefactor. Toch zijn ze als personen elkaars tegengestelde. Fords catwalkfantasie is de ultrasexy avondkledij, haltertopjes, laag uitgesneden sexy jurken, aansluitend als een tweede huid. Zijn werkelijkheid is die van een gedecideerde modeman, hyperprofessioneel, een controlefreak gedreven door een fenomenale ambitie, zoals zijn recente aanstelling bij YSL illustreert. Jacobs daarentegen is een man wiens leven naast de mode veeleer de chaos van de nacht inhoudt dan powerlunches in Hollywood. Zijn modebeeld draait rond dagkleding, vol van introspectie, nostalgie en comfort. "Ik leid inderdaad een rock-'n roll-leven", geeft hij toe, "maar als het op mode aankomt probeer ik niet een spiegel van dat leven voor te houden en in clichés te vervallen." Hij heeft, zegt hij, helemaal niet de ambitie om hoger op te klimmen in de hiërarchie. "Ik streef er absoluut niet naar om de controle over te nemen van wat dan ook. Ik wil enkel mijn werk goed doen. Ik wil goeie kleren en een goeie show maken, punt uit."

Hij gunt me een blik op enkele tekeningen voor de najaarscollectie van Vuitton. Schetsen in zwarte inkt van berets, smalle broeken en overgooiers. Er staat een minder dure Marc Jacobs-lijn op stapel (naar verluidt gefinancierd door Vuitton) en een meer casual-collectie voor Vuitton van "grote klassiekers en basisstukken".

In april wordt hij zevenendertig. Is hij een gelukkig man? "Ik ben altijd somber. Ik ken extreme hoogtes en laagtes. Ik kan ontzettend gelukkig zijn, zoals gisteren, en dan werk ik als een paard. Op andere dagen ben ik moe en lethargisch en dat maakt me triest, want dan heb ik het gevoel dat ik niet genoeg doe en de mensen rekenen juist op mij om hun batterijen op te laden."

Hij zou een personage van Woody Allen kunnen zijn, heel hip en heel nineties. Als ik hem dat zeg, lijkt hij gevleid. "Ik hou van Woody Allens films. Als je opgroeit in New York City herken je zo veel van die neurose van de joodse culturele elite." Hij steekt nog een sigaret op, denkt even na, en glimlacht dan, vermoeid. Het is de eerste stilte die hij laat vallen na tweeëneenhalf uur praten.

©IFA

Bewerking Agnes Goyvaerts

'Toen ik pas bij Vuitton in Parijs kwam, had ik het gevoel dat iedereen tegen mij was, hoe vaak ze ook het tegendeel beweerden. Het was moeilijk, omdat ik een buitenstaander was en een Amerikaan'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234