Zaterdag 28/05/2022

Marc Dutroux sprak. Sprak hij ook de waarheid?

Wie of wat kan Marc Dutroux hebben bedoeld met een 'polycrimineel netwerk'? Is het echt zo zeker dat niet hij maar 'anderen' Julie en Mélissa ontvoerden? Douglas De Coninck zocht en vond een paar antwoorden.

Jean-Marie Dedecker: "Hebt u dat gedaan?"

Marc Dutroux: "Maar neen, mijnheer, absoluut niet!"

"Wie heeft dat dan wel gedaan?"

"Daar kan ik mij niet over uitspreken. Ik heb zo mijn ideeën... maar ik spreek alleen als ik iets zeker weet."

"Dus, ze zaten toevallig in uw kelder?"

"Ze zijn niet per toeval gekomen, mijnheer. Het waren Weinstein en Lelièvre die met hen (met Julie en Mélissa, DDC) aangekomen zijn. Ça c'est clair."

"U was niet op de hoogte?"

"Nee, ik was niet op de hoogte."

Als de twaalf gezworenen in Aarlen, weze het nu ergens in 2003 of in 2004, zullen moeten antwoorden op de vraag of Marc Dutroux schuldig is aan het kidnappen van Julie Lejeune (8) en Mélissa Russo (8), zal dat voor de strafmaat vast niet zoveel uitmaken. Met de andere ontvoeringen (An Marchal, Eefje Lambrecks, Sabine Dardenne en Laetitia Delhez), verkrachtingen én de door hem bekende moord op zijn ex-kompaan Bernard Weinstein, lijkt de maximumstraf onafwendbaar. "En dit is nu zowat de sfeer bij de speurders", zegt Carine Russo, de moeder van Mélissa. "Het maakt niet uit, hij krijgt toch de zwaarste straf. Wel, voor ons maakt het wél uit wie ons dochtertje heeft ontvoerd. Stel dat het inderdaad niet Dutroux was. Dan lopen de ware daders nu nog vrij rond."

Het dossier 86/96 beslaat al veel kubieke meters, maar in de synthesenota waarmee onderzoeksrechter Jacques Langlois eerder deze maand het hoofdstuk 'Julie en Mélissa' afrondde, staat het antwoord niet. Meer dan zes jaar speurwerk heeft Langlois niet verder gebracht dan een bundeling van drie stellingen. Te beginnen met die van Michelle Martin, de ex van Dutroux: "Marc vertelde me dat hij Julie en Mélissa zelf ontvoerde, samen met Weinstein." De tweede stelling is die van Dutroux: "Martin liegt." De derde is van Michel Lelièvre: "Dutroux liegt. Bij de vier andere ontvoeringen heb ik geholpen, bij Julie en Mélissa niet."

Ziedaar, de 'elementen' waarmee Langlois de zaak voor de rechtbank wil brengen. "Hoe kun je nu van een huisvrouw of een metselaar verwachten dat die op basis van deze kakofonie, en zonder enig ander concreet element, uitspraak doet?", zucht Carine Russo. "Moeten de juryleden oordelen op grond van wie ze in de rechtszaal het sympathiekst vinden klinken? In de huidige stand van het onderzoek, dat volgende week moet worden afgesloten, is er geen enkel bewijs."

Neufchâteau heeft lang geloofd in de 'BX-piste', die de schuld van Dutroux zou aantonen. Op 23 juni 1995, de nacht voor de ontvoering van Julie en Mélissa, werd in Namen in de buurt van het station een grijze Citroën BX gestolen. Door wie en waarom werd nooit duidelijk. Maar uit begin 1997 boven water gekomen rijkswachtdocumenten over de in die periode gevoerde Operatie Othello blijkt dat Dutroux twee weken daarvoor, op 9 juni 1995, eveneens in Namen, een Citroën BX trachtte te stelen (1). Namen ligt halfweg de autosnelweg Luik-Charleroi. Wetende dat criminelen bij riskante ondernemingen altijd graag gebruikmaken van pas gestolen wagens, is het logisch te denken dat de dader van 23 juni Dutroux moét zijn geweest. En dat hij Julie en Mélissa de volgende dag heeft ontvoerd met die grijze BX.

Er is echter een probleem met de BX-piste. Ze komt begin 1997 tot stand, na de ontdekking van de tot dan toe geheimgehouden Othello-stukken, en op het hoogtepunt van de politieoorlog. De regering heeft net beslist dat rijkswacht en gerechtelijke politie (GP) zullen fuseren. De GP heeft er om politiek-strategische redenen belang bij te bewijzen dat de BX-piste de juiste is, want dan blijkt nog maar eens hoe de rijkswacht heeft geblunderd door de BX-diefstal te veronachtzamen.

De twee ondervragers van Michelle Martin zijn GP'ers, van wie één syndicaal actief is en erg begaan met de politiehervorming. Samen tekenen ze op 28 augustus 1997 in hun proces-verbaal 8179/97 volgende verklaring van Martin op: "Het schiet me nu te binnen dat ze (Dutroux en Weinstein) in die periode samen in Namen een auto hebben gestolen, op een parking in de buurt van het station. Ik kan niet precies zeggen of het echt op de dag van de ontvoering was, maar dat is goed mogelijk. Dutroux heeft mij dat allemaal uitgelegd. Ik geloof zelfs dat die wagen een Citroën moet zijn geweest, en misschien een BX."

Martin heeft haar ex-man weliswaar al eerder beschuldigd van de ontvoering, maar deze plots wel bijzonder concrete informatie komt out of the blue. Alsof het Martin, die daarover al een jaar aan een stuk is ondervraagd, opeens allemaal te binnen is geschoten. Maandenlang zullen speurders in Neufchâteau autokerkhoven afschuimen en lijsten van geheelde of teruggevonden Citroëns uitpluizen. Want als dé BX teruggevonden wordt, zitten daar misschien nog dna-sporen op. De speurtocht zal niets opleveren, behalve het zeer sterke vermoeden dat de GP'ers de verklaring van Martin hebben gedicteerd. Het duo wordt uit het onderzoek verwijderd.

Er is een getuige van de ontvoering van Julie en Mélissa: de in die tijd 70 jaar oude mevrouw Marie-Louise Henrotte. Ze is die namiddag, 24 juni 1995, net ontwaakt uit een middagtukje en heeft vanuit haar raam gezien hoe de meisjes ter hoogte van de nutteloze brug over de E42, kennelijk vrijwillig, in een kleine auto zijn gestapt. Henrotte heeft het over "een kleine, donkergrijze wagen" en wijst in de verhoorkamer foto's aan van een Toyota Starlet en een Peugeot 205. De BX was ook grijs, dat detail stemde overeen. Maar een BX verwarren met een kleine Peugeot of Toyota? Dat lijkt sterk. Langlois zal de BX-piste uiteindelijk afsluiten, moe als hij is van elkaar bekampende speurders. Maar met het einde van de BX-piste verdwijnt ook de enige concrete piste in de richting van Dutroux.

Wie ontvoerde Julie en Mélissa? "Ik niet", houdt Dutroux al sinds 1996 vol. Ook toen wees hij naar Weinstein en Lelièvre. Let wel: Dutroux heeft nooit gezegd dat zij de meisjes ontvoerden, alleen dat zij hen naar zijn huis in Marcinelle "brachten". Waarom bij hem? Beiden, aldus Dutroux, wisten dat hij al eens was veroordeeld voor kinderontvoeringen, nog andere misdrijven op zijn naam had staan en de allerlaatste zou zijn om de politie te verwittigen. Dat Julie en Mélissa stierven, heet het, komt doordat Dutroux in december 1995 werd gearresteerd voor andere feiten en de meisjes aan hun lot werden overgelaten.

Jean-Marie Dedecker is niet de enige die met Dutroux correspondeert. Dat doet ook Georges Frisque, ex-zakenpartner van medeverdachte Michel Nihoul en erg bevriend met zowel Dutroux' advocaat Julien Pierre als met diens andere beroemde cliënt, baron Benoît de Bonvoisin. Frisque leerde Nihoul in het begin van de jaren tachtig kennen, ten tijde van de financiële zwendel omtrent het Luikse ziekenhuis Centre Médicale de l'Est (CME). Hij belandde daardoor zelf een poosje in de cel en zon op wraak. Hij zit al jaren achter Nihoul aan en meent dat als Dutroux het vandaag heeft over een 'polycrimineel netwerk', hij het - zonder het zelf te beseffen - heeft over Michel Nihoul.

Sinds kort beschikt Neufchâteau over materiële aanwijzingen dat Dutroux wel degelijk betrokken was bij de ontvoering van Julie en Mélissa. Het gaat om haartjes van Mélissa die werden teruggevonden in zijn bestelwagen en een metalen kist. Helaas kunnen ze om procedurele redenen niet worden vermeld tijdens het proces

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234