Vrijdag 22/10/2021

Marc Dutroux, de geïsoleerde pleiter

'Welk belang kan ik erbij hebben gehad om een lidkaart op naam van Dutroux naast de lichamen van An en Eefje achter te laten? Hoe kunnen deze meisjes in twee weken tijd zoveel gewicht hebben verloren? Dames en heren van de jury, veroordeel me voor wat ik heb gedaan, niet voor wat ik niet deed. Bedenk: als u me veroordeelt voor die moorden verstrijkt de laatste kans om ooit nog de waarheid te kennen.' De laatste woorden van Marc Dutroux.

Aarlen

Van onze verslaggever

Douglas De Coninck

Als hij spreekt, hoor je verontwaardigd te zijn. Alleen al het feit dat hij spreekt in het bijzijn van slachtoffers en hun families beschouw je vanzelf als een provocatie. Maar het was niet de kille, arrogante Dutroux die gisterochtend zijn 21 pagina's lange tekst afdreunde. "Ik wil mijn diepst mogelijke en oprechte spijtbetuigingen uiten aan de families. Jullie zijn allemaal ouders zoals ik er zelf graag had gewild. Ik vraag geen vergiffenis. Bij wat onherstelbaar is, kan dat niet. Ik zeg wel dat ik ter beschikking sta van iedereen die me hierna contacteert met vragen."

De grote lijnen blijven dezelfde. Dutroux blijft erbij dat hij niemand heeft vermoord. Dat hij tijdens het onderzoek loog, kwam doordat hij in 1996 Michelle Martin "uit de wind wou zetten", zodat zij voor hun drie kinderen zou kunnen zorgen. "Maar kijk naar mijn eerste bekentenis over An en Eefje en u ziet dat ik toen al sprak over twee auto's en vier mannen. En ja, of die twee mannen politiemensen waren, weet ik niet. Dat is wat men mij zei." En neen, hij was niet de ontvoerder van Julie en Mélissa. "Ik herhaal dat ze mij werden gebracht. Volgens wat ik van Nihoul hoorde, was het 'een familiekwestie'. Ik wist eerst niet wie ze waren. Ik las geen kranten en had geen kabeltelevisie." Het eerder opgediste verhaal over hoe hij het kinderhok bouwde om de kinderen te beschermen tegen "het netwerk van Nihoul" bleef achterwege. Verder: much of the same. Hij, kleine schakel in het netwerk. Hij, slachtoffer van één grote gerechtelijke manipulatie, "zoals in 1989".

Marc Dutroux denkt niet dat hij nog lang gaat leven. Meer dan eens alludeerde hij op "een infarct" dat hem weldra zou kunnen treffen. "Daarom wil ik dat mijn kinderen weten hoeveel ik van hen hou en hoezeer het me allemaal spijt. Als het gebeurt, zal ik dit bestaan verlaten met opluchting. Maar weet dan, dames en heren van de jury, dat wat men u hier heeft laten zien het werk was van leugenaars en manipulatoren."

Dutroux ging heftig tekeer tegen de these van de geïsoleerde pervert, de enige die onderzoeksrechter Langlois wou zien: "Het onderzoek is een even grote nachtmerrie als de feiten zelf". Maar dit viel op: Dutroux bleef relatief welgemanierd. "Ik zeg niet dat Langlois een oneerlijke magistraat is. Hij is iemand die heel erg overtuigd is van zijn gelijk. Het is wel hij die bepaalde stukken toeliet in het strafdossier, zoals de getuigenis van de tegelzetter die begin juli 1995 mijn huis in Marcinelle kwam bekijken. Uit zijn verklaring kan men opmaken dat de verluchtingspijp naar de kelder toen nog niet klaar was, want die kwam uit op de opengebroken vloer. Ik herinner u eraan dat Julie en Mélissa zijn ontvoerd op 24 juni. Ze zijn me eind juli gebracht. Denkt u werkelijk dat ik een tegelzetter bij mij thuis ga uitnodigen als daar twee ontvoerde kinderen rondlopen? Een magistraat die toelaat dat zo'n verklaring in het dossier terechtkomt, is een eerlijke."

Minder lof had Dutroux voor Michel Demoulin, de rechterhand van Langlois die zich erop beroemt hem op 15 augustus 1996 met een psychologisch spelletje te hebben overtuigd om de weg te wijzen naar de kelder waaruit Sabine en Laetitia om 18.30 uur 's avonds werden bevrijd. Het verhoor ("ik zal u twee meisjes geven") vond plaats in Marche-en-Famenne, een dik uur rijden van Marcinelle. Blijkens het proces-verbaal begon het verhoor om 16.30 uur. Niet veel tijd dus voor psychologie. "Ik heb spontaan beslist om Sabine en Laetitia te redden", zei Dutroux. "Demoulin geloofde me niet toen ik zei dat Laetitia nog leefde. Hij geloofde me helemaal niet toen ik sprak over Sabine en een bergplaats. Hij dacht dat ik hen in een val wou lokken en eiste dat ik als eerste binnen zou gaan. Wel, daar lag mijn pistool verborgen, zoals u weet. Ik had op dat moment alles kunnen uithalen wat men zich van een wanhopige kan voorstellen. De waarheid is dat om het even welke politieman die dag van mij hetzelfde had bekomen. Als iemand hier gefeliciteerd moet worden, is het die jongen uit Bertrix die mijn nummerplaat onthield. Niet Demoulin."

Zou Dutroux 'namen noemen'? Daarvoor waren de buitenlandse media massaal gekomen, maar de namen zeiden hen niets. Vader en zoon Rochow. Patrick Charbonnier. Gérard Pinon. Claude Thirault. Allemaal onderwereldfiguren uit Charleroi. En Michel Nihoul. "Er is geen koning of een kardinaal nodig voor chantage", zei Dutroux, verwijzend naar de CME-affaire waar Nihoul er ooit via André Cools bijna in slaagde drie beroepsmagistraten in Luik om te kopen. "Ik deed wat Nihoul vroeg omdat ik bescherming nodig had." En passant beaamde hij dat Nihoul erbij was, bij de verkenningsrit in Bertrix, daags voor de ontvoering van Laetitia. Nihoul, zegt hij, hing in die tijd permanent aan de telefoon voor "een meisje". "Nu spreekt men hier van Oost-Europese meisjes. Dat is een amalgaam. Het ging niet om prostituees. In Bertrix hadden we eerst een ander meisje op het oog."

Precies zoals advocaat Fermon eerder deze week in zijn repliek de jury wegwijs maakte in de Nihoul-dossierstukken ratelde ook Dutroux verwoed referentienummers af. Hij deed dat zo snel dat niemand kon noteren, wat de jury ook niet deed. Hij verloor zichzelf in een betoog over "vers beton" en een verklaring van Pinon als zou hij Dutroux eind oktober 1995 in de hangar van zijn kompaan Bernard Weinstein aan het werk hebben gezien bij het graven van het graf van An en Eefje. Vanuit de box Dutroux zwaaide met foto's: "Kijk, hier ziet u het". Niemand zag wat, maar wie goed luisterde, hield iets over. Er is nooit een put gegraven voor An en Eefje. De put hoorde bij een oude metaalgieterij. "Pinon liegt, maar hij weet wel heel exact de juiste periode te noemen voor de dood van An en Eefje. Logisch. Het is hij, Pinon, die hen samen met Michel Lelièvre heeft vermoord. Men wil doen geloven, op basis van een verklaring van Martin, dat ik An en Eefje na twee weken doodde. Hoe kunnen de meisjes in twee weken zoveel gewicht hebben verloren? (ongeveer 15 kilogram elk, DDC) Geloof me, de moordenaar van An en Eefje loopt nog vrij rond." Op de lichamen van een van de Hasseltse meisjes lag een plastic kaartje. De lidkaart bij Belgique Loisirs van broer Serge Dutroux, die in 1992 zelfmoord pleegde en in wiens woonst Lelièvre nadien zijn intrek nam. "Die kaart is na de dood van Serge verstuurd en is bij Lelièvre aangekomen (zuchtend). Dat men nu eens logisch nadenkt. Welk belang kan ik erbij hebben gehad om een lidkaart op naam van Dutroux naast de lichamen van An en Eefje achter te laten? Het is zo makkelijk. Martin en Lelièvre hoeven zich maar aan te sluiten bij de these van de geïsoleerde pervert. Het klopt dat ik Martin heb verteld dat An en Eefje dood waren. Omdat Pinon me dat had verteld. Niet in september, maar in november 1995. Ze heeft die datum veranderd om de speurders te plezieren. Op de mond van An zat tape. Een zeldzaam soort tape. Men heeft bij de bezittingen van Weinstein gezocht en bij mij. Ik had twintig soorten tape in huis. Maar niet die. Waarom heeft men niet bij andere verdachten gezocht, zoals elke normale politieman zou doen?"

Dutroux heeft al zijn prognose. Zichzelf ziet hij nooit meer uit de gevangenis komen, Martin en Lelièvre wel. "En u, Michel Nihoul, u weet dat u ermee wegkomt." Opeens kwam Dutroux op dreef. Het was geen geneuzel meer, het kreeg de toon van een heus pleidooi. "Ziet niemand dan die ongelofelijke contradictie? Staat niemand dan stil bij die absurditeit? Ik, de geïsoleerde pervert, maar op een gegeven moment zaten er twee meisjes op de eerste verdieping en twee in de kelder. Waarvoor? Voor seksfuiven dan, of zo? Ik heb Sabine en Laetitia misbruikt, dat is waar, maar zij hebben er mij nooit van beschuldigd dat ik een triootje wou. Wat hier gebeurt, is de perfecte misdaad. Ik vraag u om mij te veroordelen voor wat ik heb gedaan, niet voor wat ik niet heb gedaan. Bedenk: als u me veroordeelt voor die moorden, verstrijkt de laatste kans om ooit nog de waarheid te kennen."

Hij richtte zich tot de jury: "Ik ben vrijer dan jullie. Op jullie geweten rust nu de geloofwaardigheid van onze justitie. Als u zich vergist, is de hele natie daarvoor verantwoordelijk."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234