Maandag 21/06/2021

Marc Didden: "Wie slim is vist hier"

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Columnist en journalist Marc Didden schreef deze tekst eind vorig jaar in opdracht van de vereniging voor onafhankelijke boekhandels 'Confituur'. Een fragment eruit vindt u vandaag in 'Boeken' in de gedrukte versie van De Morgen. De integrale tekst leest u hier.

In een beetje stad zijn er maar twee plekken die echt veilig zijn voor een angstige mens als ikzelf : een kerk en een boekhandel. Rust vind je er bijna zeker alsook het soort van mensen waarvan je zeer waarschijnlijk nooit enige last zal hebben. Zelf ben ik ben de zoon van een man die altijd las en een vrouw die dat nooit deed.

Mijn vader, die helemaal niet gestudeerd had, las zowel proza als poëzie en hij zat soms ook twee dagen lang gewoon in de Winkler Prins Encyclopedie te kijken.

Hij hield van heimatliteratuur en had een bijzonder warm hart voor Claes en Timmermans. Hij had ook alles van Elsschot en Walschap staan, maar eveneens, en nog wel in Gothische letters gezet, de hele Goethe en Schiller.

Mijn moeder, die een heilige was en ook een volmaakte huismoeder met gefnuikte acteerambities, las écht zo goed als nooit.Toen ik haar daar met de arrogantie van de gemiddelde puber - ik was toen vast van plan om later samen met mijn jeugdvriend Jules poète maudit te worden, hij Verlaine en ik Rimbaud, of andersom - eens schamper over aansprak en vroeg waarom ze eigenlijk geen boeken las zei ze kortaf : "Omdat ik dat niet nodig heb."

Dat vind ik, vanaf vandaag bekeken, een bijzonder verstandig antwoord en het zou voor de mensheid ook vast en zeker een meerwaarde betekenen indien alle mensen die het niet echt de nood voelen om te schrijven daar onmiddellijk zouden mee ophouden of, nog beter, er nooit aan waren begonnen.

Zelf koop ik tenminste één boek per week maar ik moet meteen toegeven dat ik er dat ik er daarvan achteraf misschien maar een stuk of tien per jaar écht lees.

Ik doe dat dan wel traag en grondig. Dat zeg ik er maar snel bij opdat u mij niet helemaal voor een gestampte hufter zou aanzien. Maar ook omdat het waar is.Wanneer ik thuis ben zit ik ook vaak zowat de hele dag en liefst nog tot een diep stuk in de nacht met mijn neus in alle mogelijke boeken die ik in de loop der jaren de mijne mocht gaan noemen.

Ik ruik er ook graag aan en als ik op een gezellige avond onder vrienden al eens één sluitend argument in de groep gooi om mijn wrevel tegenover e-boeken en aanverwanten te ventileren dan is één van mijn laatste tegenargumenten altijd het totaal ontbreken van elk geurspoor bij die vermaledijde elektronische publicaties.

Zoals iedereen neem ik me altijd voor om veel meer te gaan lezen wanneer ik naar het buitenland vertrek, voor werk of vakantie, al komt dat de laatste jaren niet meer zo gek veel voor. Ik heb helemaal geen talent voor toerisme en ik ben ook al geen avontuurlijke reiziger maar toch bekruipt mij af en toe de vreemde lust om tijdelijk de dingen en de plekken die mijn leven tot mijn leven maken te laten voor wat ze zijn.

Dan neem ik een trein of een vliegtuig naar ergens in den vreemde en daar aangekomen ga ik dan een week of twee lang op een te enge hotelkamer zitten om dan ongeduldig te wachten op het moment waarop de taxi eindelijk weer voorrijdt om mij weer tot bij het station of luchthaven te brengen die de aanzet vormt tot de heuglijke terugkeer naar mijn vertrouwde en gerieflijke appartement.

Ik moet in regel altijd vaststellen dat ik op die reisjes meestal twee draagtassen vol boeken meezeul die ik uiteindelijk nooit lees. Dat komt bijvoorbeeld omdat ik niet tegen de belichting van mijn hotelkamer kan, of last heb van het geluid van de altijd vlakbij gelegen lift, of - en dàt is de enige ware reden - omdat andermaal zal blijken dat ik alleen maar goed kan lezen aan een grote, quasi lege tafel terwijl de meeste hotels die ik me kan veroorloven werkelijk nooit over een grote, quasi lege tafel beschikken.
Op naar een romantisch café dan maar ?

Ook al geen oplossing omdat ik over zo'n goed gehoor beschik dat ik in de horeca onbewust altijd maar moet meeluisteren naar conversaties van mensen die zich twee, drie, zelfs vier tafels van de mijne bevinden. Die auditieve 'gave' heeft me al veel mooie verhalen opgeleverd, moet ik toegeven, maar toch vooral veel onrust en hoofdpijn.

Nog een reden voor mijn niet-lezen op verplaatsing is dat ik ook altijd de verkeerde boeken meeheb wanneer ik onderweg ben. Te serieuze dingen of druksel dat niet serieus genoeg is. Boeken waarin het veel sneeuwt terwijl ik lui onder een palmboom lig , of boeken waarin koude huwelijken aan repen gereten worden terwijl ik mij zelf op mijn eigen honingmaan bevind.

U kent dat gevoel wel, van de man met de verkeerde boeken.Wat ik doe in dat geval is die verkeerd gekozen meesterwerken naast me neer leggen en dan prompt het hotel buitenstappen om op zoek te gaan naar nog meer en andere boeken. Die tocht eindigt dan bijna vanzelf in een bezoek aan de lokale krantenwinkel waar zich altijd wel zo'n ijzeren draaimolentje vind met daarop een kleine voorraad van al wat oudere Livres De Poche of al wat gelige Penguins. Ik maak er dan een sport van om tussen dat magere aanbod toch tenminste één of twee titels te vinden waarvan ik denk dat ze best lezenswaardig zullen zijn, onder de gegeven omstandigheden. Die truuk lukt zo goed als altijd net zoals ik met de hand op het hart durf te beweren dat ik op gelijk welke juke box ter wereld steevast een stuk of wat songs kan vinden die toch genoeg de moeite zijn om op luidruchtige wijze de ruimte van een drankhuis te vullen en in het gezelschap van wildvreemden mee te brullen.

Ik heb volgens die methode zowel het werk van Amélie Nothomb als dat van Patricia Highsmith ontdekt, alsook dat van William Faulkner en Patrick Modiano , om maar een paar eminente voorbeelden te noemen.

Soms gebeurt er ook een wonder.

Dan loop je een beetje bewust verloren langs de zijstraat van een zijstraat in één of andere middelgrote stad, iets van de strekking Carpentras, Bath, Groningen of Bilbao.

Net wanneer het begint te motregenen doet zich een sympathiek aandoend winkeltje aan je voor, niet zelden voorzien van een wat vergezochte naam.

Binnen zit een man met een wat verwarde maar dichterlijke kop. Hij zit achter een tafeltje dat vol met boeken geladen is in één van de boeken aan het lezen die hij je straks met enige tegenzin zal verkopen.

De radio staat steevast op het plaatselijke Klara afgestemd. Bij de stilste passages van Mozart's Concerto nr.9 voor piano hoor je de wijze kater nog net wat harder spinnen dan de koffiezet waarnaast hij voorgoed plaats genomen heeft. Wanneer de deurbel rinkelt knikt de boekhandelaar weliswaar beschaafd naar de bezoeker, maar niet al te enthousiast.Verder zijn er alleen maar boeken te zien, overal. Niet alleen op de tafel, of op die veel te hoog oplopende rekken, maar ook op de stoelen, op de grond, op de trappen. Als u een beetje geluk heeft beschikt de boekhandelaar ook nog over een klein maar verzorgd snorretje, een goudgerand ziekenfondsbrilletje, een jasje uit tweed , dat op de juiste plaatsen met twee lederen ellebooglappen is bestikt.

We bevinden ons in dit geval ongetwijfeld in een onafhankelijke boekhandel. Als het écht goed zit heeft die zowel oude als nieuwe boeken in de aanbieding en raadt de man achter de tafel u ook wel eens stellig aan een boek niet te kopen.

Onafhankelijke boekhandels zijn een beetje de booreilanden van het intellect geworden.

Torens van wijsheid die eenzaam uitsteken boven de oceaan van onwetendheid die veel van onze steden toch geworden zijn met hun alsmaar meer op mekaar lijkende winkelstraten waar onderhand de helft van de wereldbevolking schoenen, jasjes, smart phones en digitale tv-toestellen komt kopen die de andere helft van de wereldbevolking tegen een hongerloon in elkaar heeft gezet.

In het boekenvak bestaan ze ook, die high street stores die er allemaal vrijwel hetzelfde uitzien en waar er behalve een immens aanbod van boeken, muziek en aanverwanten toch altijd ook een wat kille supermarktsfeer hangt. Niet dat je mij nooit eens bij Waterstone's in Brussel of Londen zal aantreffen, bij Barnes & Noble in New York of in een of andere nederzetting van de Fnac, of liefst nog bij Le Furet Du Nord in Rijsel waar je lange tijd de indruk had van tegelijk in een grootwarenhuis én in een buurtboekhandel te vertoeven. De eerlijkheid gebiedt me wel te melden dat je in zo'n grootschalige ketens ook vaak op een personeelslid stuit dat werkelijk bezeten is van ware bibliofilie.

Die liefde voor het boek voel ik ook telkens wanneer ik, nu al bijna een halve eeuw lang, binnenkom bij het vlaggenschip van Foyle's, de immense boekhandel daar aan die lange Londense boekenstraat die de Charing Cross Road toch nog altijd een beetje is.

De eerste keer dat ik in een boekhandel binnenliep om eigenhandig een boekwerk te kopen was in 1959.

Ik was toen tien en helemaal flabbergasted nadat ik in de Cinema Ambassador , aan de August Ortsstraat vlakbij de Brusselse Beurs, samen met mijn vader een betoverende voorstelling had meegemaakt van de Bijbelse spektakelfilm "Ben Hur" . Ik was er helemaal ondersteboven van en ik herinner me goed dat ik toen mijn vader na afloop vroeg "En wat wilt ge nu doen, jongen ?" antwoordde dat ik de film nog eens wilde zien.

Mijn vader deed even of hij daarover nadacht maar wees mijn bede toch voorzichtig af. Het zou teveel geld kosten en ook teveel tijd want de film duurde zeker drie uur en moeder wachtte thuis met een kom dampende tomatensoep met balletjes. "Ook niet slecht" zal mijn jonge ik toen wel gedacht hebben maar onderweg naar de tramhalte passeerden we het uitstalraam van een boekhandel en daar zag ik in een mooi blauw boekje liggen.

Het was een werk van Lew Wallace dat al in 1880 werd geschreven en het heette toevallig "Ben Hur" net als de film waar ik nog altijd natrillend van onder de indruk was terwijl ik door de straten van de hoofdstad liep. Het bewuste boek kostte 49 Frank, véél geld toen voor iemand die het iedere week met 5 Frank zondagsgeld moest doen. Ik weet dat allemaal nog zo goed omdat ik het boek nog altijd in mijn bezit heb en omdat het in zijn simili-lederen omslag nog steeds als Boek Nr.3 is in mijn boekenkast staat. Ik heb het wel nooit gelezen, om de vrij eenvoudige reden dat het volkomen onleesbaar geworden is en wellicht is dat ook altijd zo geweest, ook al was "Ben Hur" tot de komst van Margaret Mitchell's "Gone With The Wind" de best verkopende roman uit de Amerikaanse literaire geschiedenis. Maar wat ik mij wel herinner van dat boek is hoe goed het gevoel was toen ik die boekhandel binnengestapt was en er even later met een in mooi papier gewikkeld pakje was buitengekomen dat helemaal van mij was.

Zonder dat ik het wist was die aankoop het begin van een lange traditie in mijn dagelijks leven. Wellicht daarom heb ik er ook vandaag de dag nog steeds moeite mee om zomaar een boekhandel voorbij te lopen. Wellicht daarom koop ik zoals de meeste boekenliefhebbers nog een paar keer per jaar een boek waarvan ik bijna zeker weet dat ik het nooit zal lezen.

Ik doe dat dan omdat ik vind dat een boek daar zo alleen ligt te liggen in een uitstalraam en ik het beetje als een wees zie waarvoor ik een warme thuis wil zijn.

Ik koop wel eens boek omdat ik een boekhandel sympathiek vind, en ooit heb ik in een bekende Gentse kunstboekhandel een heel duur boek gekocht met als enige aanleiding dat ik helemaal van streek was vanwege de felrode haarkleur van de verkoopster .
Soms val ik ook alleen voor een boek omdat ik het omslag mooi vind, zelfs als ik op het moment van de aankoop al sterke vermoedens koester dat de inhoud mij zal tegenvallen.

Soms koop ik ook een boek dat ik allang in mijn bezit heb maar waardoor ik ontroerd wordt omdat het een meesterwerk is dat mijn leven grondig heeft veranderd nu beschikbaar blijkt voor minder geld dan wat er voor de gemiddelde salade met tomaat en mozzarella gevraagd wordt in de horeca.

Ik koop ook boeken omdat ik vind dat mensen die het zich kunnen veroorloven boeken moeten kopen en die beter niet gaan lenen in de bibliotheek, vooral omdat boeken in regel helemaal niet duur zijn.

Van één ding ben ik zeker : omdat een goed boek een goede omgeving nodig heeft om zijn lezer te vinden heeft God, of zijn manager, op een dag de onafhankelijke boekhandel uitgevonden, een plek waar ik mijn hele leven al graag over de vloer kom.

De eerste keer dat ik in dit leven wat geld verdiende was toen ik als brouwersgast werkte bij de nu allang verdwenen Brouwerij Leopold, schuin tegenover waar zich in Brussel nog steeds het onvolprezen Wiertz Museum bevindt. Ik heb weinig herinneringen aan die tijd, behalve dat ik in tegenstelling tot de meeste mijner landgenoten niet écht van bier houdt en ook al helemaal niet tegen de weeë geur ervan kan wanneer het verschaald is. Maar wat ik nog wel nog voel is de pijn in mijn onderrug die ik opliep door al dat afschuwelijke sjouwen met bierbakken om ze te stapelen op lompe, grote vrachtwagens die het hele koninkrijk dagelijks van dat vermaledijde vocht gingen voorzien.Toen ik mijn allerlaatste loonzakje in handen had, na mijn allerlaatste arbeidsdag bij Brouwerij Leopold, besloot ik nooit van mijn leven nog hard te werken en zeker niet in een sector die lichtjes naar oude pis rook en langzaam mijn lichaam in stukken brak.

Een paar maanden later stond ik al achter de balie bij de Free Press Bookshop, in de Brusselse Spoormakersstraat, een smalle straat in de buurt van de Grote Markt, waar vroeger een beetje de sfeer hing van de Rue de Seine aan de Parijse linkeroever. Vandaag loop ik nog altijd graag door die straat want er bevinden zich nog steeds een paar interessante antiquariaten en gelukkig is er naast de handel in bladmuziek Adagio ook nog de fijne handel in bedrukt papier die Plaizier heet.

Maar ik denk natuurlijk met enige weemoed aan vroeger toen je in die geliefde Rue des Eperonniers naast een rist hippe cafés, ouderwetse restaurants, goedkope snackbars, slecht verlichte spaghetti-tenten toch vooral een mooi overaanbod had aan kunstgalerijen en goede boekhandels. Eentje, met de mooie naam "La Jeune Parque" , was zelfs uitsluitend aan boeken over theater gewijd, iets wat nu volstrekt ondenkbaar zou zijn, tenzij u helemaal naar de "Coupe-Papier" zou trekken in de Parijse Rue de l'Odeon.

Maar bij de boekhandel waar ik werkte ging het over de nieuwe tijden. Mei '68 was nog maar net afgelopen toen ik er stond en wat de 'Free' in Free Press betekende begreep ik ook al snel want de politie kwam er om de haverklap binnenvallen om te kijken wat voor anarchistische druksels en ander pornografisch papier - ze lieten er geen twijfel over bestaan dat beide genres voor hen qua schadelijkheid identiek waren - wij van onder de smalle toog verkochten.

Terwijl ik er op rustige momenten op de zeldzame klanten wachtte las ik daar zowel het hele oeuvre van Jack Kerouac, Henry Miller als Samuel Beckett en Albert Camus en ontdekte ik en passant ook nog Claus, Boon, Hermans, Mulisch en Reve. Ik kwam er ook voortdurend interessante mensen tegen waarvan ik er velen tot op de dag van vandaag nog ken en anderen mij zeker de weg hebben gewezen naar de wondere wereld van de kunst en de cultuur. Ik heb daar ook en vooral begrepen hoe belangrijk de aanwezigheid van een goede, onafhankelijke boekhandel wel is voor het geestesleven van een stad, zeker als daar zoals in het geval van de Free Press Bookshop ook nog een café was aan gekoppeld. Dat heette "De Dolle Mol" en was samen met de boekhandel ook al een creatie van Herman J.Claeys, een beetje een vergeten held die Brussel aan het eind van de jaren '60 een ondergrondse scène schonk zonder dat die toen nog erg burgerlijke stad dat eigenlijk besefte.

Herman J.Claeys was een verlegen stille man.

Zacht van stem maar hard van radicaal linkse overtuiging. Hij was en taalkundige en een dichter en een romancier en hij had in feite helemaal geen talent om een boekhandel of een kunstenaarskroeg uit te baten maar omdat hij vond dat zoiets nodig was deed hij het toch. Dankzij hem kon je in in Brussel zowel het Rode Boekje van Mao kopen als het sekshandboek "Variaties."

Iets wat nu helemaal niets bijzonders lijkt maar waarvoor Claeys destijds wel door de Minister van Justitie, met de hulp van de Brusselse politie, een tijdlang achter slot en grendel verdween. In "De Dolle Mol" ( in het begin niets anders dan een gore kelder aan de Kaasmarkt, zo Saint-Germain des Près als maar kon zijn ) werd in de praktijk omgezet wat je uit je aankopen bij de "Free Press Bookshop" kon leren. Een beetje sex, een beetje drugs en een beetje rock'n'roll, jawel. Er werd tot laat in de lacht uitvoerig gedronken en uitbundig gefeest. Er werd gepraat en gekust en gerookt. In dat laatste geval ging het meestal om legale sigaretten maar soms ook niet. De bonte klandizie slikte ook wel eens witte, rode of blauwe pil. Maar niemand maalde daarom want je kon die toen nog alledrie gewoon bij de apotheker om de hoek halen. En het rook er toch ook altijd een beetje naar oude pis.

Ik weet ook dat nog allemaal zo goed omdat ik de jongen kende die er 's avonds als barman werkte. Het was de zelfde als de boekverkoper bij de Free Press, namelijk schrijver dezes.

Ook populair bij de Brusselse 'beats' die daar in "De Dolle Mol" goedschiks, kwaadschiks ondergonds leerden leven was toen het hevige anti-hoestdrankje Romilar.

Tussen de rondjes lauwe pils en zure wijn gingen die bruine flesjes wel eens van mond tot mond. Ik herinner mij dat het winkelmeisje van bij die bewuste apotheker om de hoek mij regelmatig en op eerder argwanende toon vroeg hoe het toch kwam dat zoveel jonge Vlaamse intellectuelen last hadden van chronische bronchitis.
Zelf bleef ik van al dat spul af. Ik ben altijd al een totale schijter geweest als het op drugs aankwam. En terwijl we toch aan de bekentenissen bezig zijn : ik ben evenmin een alcoholist en ik kan ook al niet zwemmen.

Daarom vraag ik me bij een buitenlandse verplaatsing sneller af of er een boekhandel in de buurt van het hotel is dan wel een zee of een zwembad. Als ik aan een stad terugdenk waar ik ooit geweest ben dan is mijn eerste en innigste herinnering daaraan vaak een boekhandel : ik had het al over Foyle's in Londen maar verder heb ik ook nog plekken van verering in Parijs, Rome, Porto, Berlijn, Keulen, San Francisco of New York's Greenwich Village. En in Amsterdam.

Die stad is voor mij al van bij mijn eerste bezoek in 1967 onlosmakelijk verbonden met de boekhandels Allert De Lange ( aan het Damrak ) en natuurlijk ook het legendarische Athenaeum, aan datzelfde Spui.

Allert De Lange is helaas allang verdwenen, een logisch gevolg van het feit dat het Damrak tegen het eind van vorige eeuw verworden is van een stijlvolle sas tussen het Centraal Station en het 'magies sentrum' van Amsterdam tot een soort pitta en porno-boulevard van het allerlaagste allooi. Het Spui is nog wel altijd very much een boekenplein. Dat heeft natuurlijk vooral te maken met de nog steeds majestueuze aanwezigheid van Athenaeum, maar ook met tal van andere boekhandels die zich op of in de buurt van het plein ophouden en aan de zeer fraaie oude en antieke boekenmarkt die er iedere vrijdag haar witte tentjes opslaat. Ik weet niet of Athenaeum écht de beste Nederlandstalige boekhandel ter wereld is, al denk ik persoonlijk van wel. Maar hij is in ieder geval door zijn aanbod, door zijn ligging, door het nieuwscentrum ernaast en de vroegere koffiekelder waar je op koude winterdagen gratis en voor niks door de alternatieve pers kon surfen ( al was dat woord toen alleen nog eigendom van halfnaakte mannen met een plank onder hun voeten ) toch zeer zeker een cultureel epicentrum en een betrouwbare kennisbank voor iedere Nederlandstalige min of meer intellectueel. Wanneer ik aan Amsterdam denk, dan denk ik dus automatisch aan Athenaeum.

En natuurlijk ook wel aan andere wonderlijke winkels als Van Rossum, Kunstboekhandel Premsela en wat verderop in dezelfde Van Baerlestraat, Het Martyrium.

Er bestaat een zeer mooi liedje van de Vilvoordse zanger Kris De Bruyne dat "Amsterdam" heet en waarin een zinsnede voorkomt die luidt als volgt : "Je kan er boeken kopen die je hier heel zelden vindt". Ik herinner me dat mijn rock'n'rollvrienden daar niet écht van onder de indruk waren, begin jaren '70, maar ikzelf was dat zeer duidelijk wel. Ik draaide de song grijs zoals je dat alleen maar met vinyl kon doen en ik herkende in die song meteen de overweldigende indruk die zich van mij meester maakte toen ik voor het eerst bij Athenaeum binnenkwam en daar al die wijsheid op me af zag komen vanuit die mooi gerangschikte volumes op die overvolle maar nette rekken daar.

Ik zag zoveel respect voor alles wat een goed boek kan zijn : een onontbeerlijke levenslijn naar een persoonlijke manier van denken, de enige weg om een vrij mens te worden.

Een boek is tegelijk - en ik weet dat u dat allemaal weet - een boeiende reisgezel en een troostende schouder om op uit te huilen, maar godzijdank ook gewoon een papieren hulpdesk om te weten hoe je een taart moet bakken of een relatie repareert, of domweg iets wil leren over verleden, heden of toekomst van de mensensoort.
Bij Athenaeum stelde ik die eerste dag al iets vast wat ik sindsdien als een peilstok beschouw om te weten te komen hoe goed een boekhandel in feite wel is : hij is goed als poëzie er een volwaardige plek krijgt, en dus niet enkel verdwijnt naar een verdomhoek en weggeschoffeld wordt, ergens onder een trap.

Zoals Athenaeum voor een groot stuk en jarenlang mijn band met Amsterdam bepaalde was Oostende voor mij jarenlang in wezen niets anders dan Boekhandel Corman. Ik kende het huis Corman al vanwege de fijne en omvangrijpe zaak met dezelfde naam die zich tegenover het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten bevond en waar ik voor het eerst ervaren heb dat de wereld van het boek niet de wereld van één taal is maar bij uitstek die van de meertaligheid.

In de Brusselse branche vond je zonder moeite het beste van wat het Franse, het Nederlandstalige, het Engelse en het Duitse boekwezen te bieden had. En er lag ook wel eens iets in het Spaans of het Italiaans op tafel. Allemaal broederlijk naast mekaar en als je dat zo wilde kreeg je er ook nog graag eens liefdevolle en deskundige uitleg bij.
In de vitrine van de Corman-boekhandel in Oostende hing lange tijd ook een bordje waarop stond geschreven "Zdjes govorjat po-roesski" wat wil zeggen "Hier Spreekt Men Russisch", een enigszins merkwaardige mededeling voor wandelaars die meestal eigenlijk alleen op zoek waren naar een voortreffelijke garnaalkroket bij Taverne James of een filterkoffie in het naburige Café Du Parc. Nu is alles zowat merkwaardig aan de geschiedenis van de Corman Boekhandels die behalve in Oostende en Brussel voor mij verrassend ook in het mondaine Knokke een nederzetting hadden en nog steeds hebben, zij het in samenwerking met de hoofdstedelijke plutôt sympathieke mega-store Filigranes.

Ik ben altijd al diep gecharmeerd geweest door de leeswijzer en de stofomslag die ik en alle andere klanten gratis meekregen telkens wij een boek bij Corman kochten. Er staat een eerder mysterieus serieus kijkend soort panter op te kijken die ooit als vriendendienst voor de boekhandelaar getekend werd door de vaardige pen van Felix Labisse. Dat was dan weer een van afkomst Franse kunstenaar die zeer diep verankerd was aan de Belgische Westkust, en een echte spil van het artistieke leven , daar. Vriend van schrijvers als Michel de Ghelderode en filmmaker Henri Storck en ook van het franse theatergenie Jean-Louis Barrault. Labisse's werk staat op het netvlies van veel kustbezoekers gebrand via de reeks van 36 schrijversportretten die hij speciaal voor de wanden van de Cormanwinkel aan de Oostendse Adolphe Buyllaan schilderde.Hij had dat gedaan op verzoek van Mathieu Corman, de stichter van de kleine boekenketen die tot vandaag de dag zijn naam draagt, maar oorspronkelijk "Librairie Du Carillion" heette. Corman was in 1901 in Lontzen geboren, een landelijk dorp dat toen in Duitsland lag maar nu in de provincie Luik. Zijn vader was een Waal, zijn moeder een Duitse, maar zelf noemde hij zich graag een Vlaming. Dat weet ik allemaal niet uit mezelf maar uit een biografisch essay van Roger Tavernier dat ik in een oud nummer van De Brakke Hond, jaargang 11, aantrof.

Mathieu Corman was een man naar mijn hart. Een dwarsligger. Een overtuigd communist maar ook een zakenman. Iemand die niet te beroerd was om als dat moest een vrachtwagen van de Duitse bezetter te stelen om er zo zijn 'gevaarlijke' boeken mee te transporteren naar waar die ook thuishoorden.

Maar Corman was ook iemand die zijn leven vaak op het spel zette voor de goede zaak en bijvoorbeeld ook een half jaar lang te Figueras in een Franquistische gevangenis heeft gezeten omdat hij een clandestiene ontsnappingsroute had helpen opzetten die mensen via Spanje en Portugal naar Groot Brittanië smokkelde.

Zeggen dat Corman's verdere levenloop zowel een speelfilm als een documentaire dubbel en dik waard zou zijn is een gigantisch understatement maar binnen het kader van dit boekenverhaal wil ik u alleen maar zeggen dat de bekende Oostendse vrijheidsstrijder, boekhandelaar, uitgever, vertaler ook een onvoorstelbaar bereisd man was voor wie de binnenlanden van Rusland en China, Canada en Cuba weinig geheimen hadden.

Dat voelde je ook aan het aanbod in de rekken van zijn boekhandels.

Jammer genoeg moet ik u volledigheidshalve ook nog melden dat de film van zijn bestaan redelijk slecht geëindigd is. Op 24 Februari 1975 beroofde Mathieu Corman zichzelf van het leven, ergens pal in zijn geboortestreek en dat nadat hij al dan niet terecht verwikkeld was geraakt in een zaak van vleselijke omgang met iets te jonge meisjes. Hij wilde wel begraven worden in Oostende, en op zijn graf liet hij de volgende woorden aanbrengen : "Matthieu Corman - 1901-1975 - Homme Libre". Alsook een hamer en een sikkel die door zijn zoon wat later dan weer vakkundig verwijderd werden. Matthieu Corman mag dan al ruim dertig jaar fysiek van deze wereld verdwenen zijn maar wanneer ik bij mijn zeldzame bezoeken aan Oostende nog eens tussen de wat slordig gestapelde boeken in de huidige boekhandel Corman sta voel ik daar wis en waarachtig toch ergens nog zijn vrije geest rondwaren.

Mijn hart bloedt dan ook telkens overvloedig wanneer ik verneem dat er ergens een onafhankelijke boekhandel over kop gaat. Het raakt me natuurlijk dubbel wanneer het over een zaak gaat waar ik zelf graag over de vloer kwam. Ik heb het al gehad over Allert de Lange in Amsterdam en ik geef toe dat ik nog altijd een kleine opstoot van instant verdriet voel wanneer ik in hartje Antwerpen langs het pand loop waar vroeger de uitmuntende boekhandel Het Landschap huisde.
Maar helaas loopt het ook elders vaak niet goed af.

Zo mis ik nu al "The Village Voice" , in de Parijse Rue Princesse, een winkel die pas in juli 2012 dicht is gegaan. Het was eigenlijk een betere Engelstalige boekhandel dan de meeste zaken die je tegenwoordig in New York tegenkomt want de culturele hoofdstad van de Amerikaanse Oostkust was vele jaren lang een bijzondere boekenstad maar ze wordt nu vrijwel volledig beheerst door de groothandels in leesvoer van het genre "Barnes & Noble" en "Waldenbooks" , maar natuurlijk vooral ook daar de ook hier maar al te bekende internet-bookshops.

Toch is het in datzelfde New York dat ik een jaar of twintig geleden de boekhandel van mijn dromen tegenkwam, en wel de zogenaamde Gotham Book Mart in Midtown Manhattan. Hij is nu sedert 2007 gesloten - slachtoffer van vulgaire speculatie op de vastgoedmarkt en ook wel van een probleem met achterstallige huur - maar het was, zelfs wanneer ik mijn woorden weeg, niets anders dan de beste onafhankelijke boekhandel van de Westerse wereld. Hij was bij het begin van de jaren '90 nog gelegen op een plek waar men geenszins zo'n winkel zou verwachten, namelijk aan de 47nd Street West, middenin de drukke diamantwijk. Hij zat daar zowat halfweg tussen de Vijfde en de Zesde Avenue gekneld en het was ontroerend om daar tussen de drukdoende handelaars in edelstenen en hun sjieke klanten met grote regelmaat ook wat verlopen intellectuele junkie-types tegen te komen , op zoek naar een goed shot literatuur.

Vlak voor zijn definitieve sluiting verhuisde de "Gotham Book Mart" nog even naar de 46nd Street East, waar hij in een voor zijn doen net iets te elegante omgeving algauw niet anders kon dan een zachte doodsreutel laten horen. En toen werd het plotseling stil, voor altijd. Doodjammer. Want ik herinner me zo graag hoe je van als je de winkel binnenkwam meteen werd overvallen door een bedwelmende bedrijvigheid die zo aanstekelijk werkte dat je, zelfs als je niet in de minste mate van plan was om op die dag een boek te kopen, toch meteen ging graaien in het werkelijk onuitputtelijke aanbod nieuwe, oude en heel oude boeken dat zich over alle vier de verdiepingen van de originele en ook wel de ultieme "Gotham Book Mart" verspreidde.
Het personeel was er bekend vanwege zijn fenomenale en totaal encyclopedische kennis van elk beschikbaar boekwerk en vaak volstond het half uitspreken van een gezochte titel al om te horen dat je helemaal naar het vierde moest en "dat kleine gele rek, onder het dakvenster" even moest doorploegen want daar zat het boek van je dromen vast en zeker. En dat was dan ook zo. Maar nog sterker : ook toen nog niemand ooit van Google & Zoon gehoord had beschikten al die verkopers daar al over een zoekmachine in hun hoofd die je, als dat nodig was, ook foutloos doorverwezen naar een boekhandel in Philadelphia of Boston, waar ze dan ook nog in jouw plaats naar belden en ervoor zorgden dat het bewuste boek 24 u. later in je brievenbus viel.

Het zal u niet verbazen dat de boekhandel van bij zijn oprichting in 1920 ook een soort van literaire club was en een kunstgalerij en dat de James Joyce Society er van 1947 tot bij de noodlottige sluiting haar adres en vergadertafel had.

Ik ben nog altijd boos op mezelf dat ik tussen 1972 en 1992 jaarlijks in New York was zonder de Gotham te ontdekken. Maar er was wel een soort van excuus voor, want met een beetje ongeluk kon je ook op de laatste fatale locatie de zaak zomaar gewoon voorbij lopen. Tenzij je met je hoofd omhoog door de 46ste straat Oost wandelde en daar plotseling een ouderwets aandoend uithangbordje kon waarnemen waarop een onschuldig tafereeltje stond afgebeeld van een grijze baardman die in een sloepje rustig zit te vissen en waaronder in zwarte loden letters volgende zin stond te lezen : "Wise Men Fish Here", wat ik met uw goedvinden zou willen vertalen als "Wie Slim Is Vist Hier". Een waarheid waar absoluut niet aan te tornen viel. De "Gotham Book Mart" was echt een wonder van een visvijver waar de honger naar kennis van de klanten volmaakt in harmonie was met de kunde van de verkopers - lees boekengekken - die er werkten.

Een greep uit het klantenbestand , iets waar de winkel heel discreet mee omging maar toch ook erg trots op was, leert ons wie daar de afgelopen bijna honderd jaren zoal regelmatig over de vloer kwam : Woody Allen, W.H. Auden, Truman Capote, Charlie Chaplin, Don DeLillo, George & Ira Gershwin, James Joyce, Mick Jagger, Norman Mailer, Arthur Miller, Eugene O'Neill, Jacqueline Kennedy Onassis, Ezra Pound, Philip Roth, J.D. Salinger, Andy Warhol en Dylan Thomas, et j'en passe et des meilleurs. Leuk om weten is dat de winkel onder zijn verkopers ook niet onverdienstelijke schrijvers gekend heeft als daar zijn of waren : LeRoi Jones, Allen Ginsberg en Tennessee Williams, al werd die laatste nog voor het beëindigen van zijn eerste werkdag de laan uit gestuurd.

Vergeef me, lezer, dat ik zolang uitgeweid ben over een boekhandel die niet meer bestaat en waar u wellicht nooit langs bent geweest ben en ik veel te weinig. Maar ik kon niet anders en ik ben - zie de indrukwekkende namenlijst hierboven - in goed gezelschap. Arthur Miller zei graag dat hij zich zijn New York helemaal niet kon inbeelden zonder de aanwezigheid van de "Gotham Book Mart".

En al kende u deze winkel niet dan ben ik er zeker van dat u dat gevoel wel kent. Eén blik op uw boekenkast thuis en u weet vast wel weer waar al die boeken vandaan komen. Van welke achterstraat in Gent of Mechelen, Antwerpen, Hasselt, Brugge, Brussel of Amsterdam, Parijs of Londen u dit of gene volume ooit als een jachttrofee mee naar uw schuilhol hebt gesleurd.

Arthur Miller had dus helemaal gelijk.
Ik vind New York ook niet meer zo leuk sedert de "Gotham Book Mart" er weg is. Ik zou Gent of Mechelen, Antwerpen of Hasselt, Brugge of Brussel, Amsterdam, Parijs of Londen ook trieste plekken vinden zonder de onafhankelijke boekhandels waar u en ik nu aan moeten denken.

Wise men fish here, inderdaad, maar wat als er straks geen vijver meer over is en zelfs geen water ?

We mogen er niet aan denken.
Of net wel.
We mogen het vooral niet laten gebeuren.

Tot zover.
Nu ga ik ergens een espresso machiatto drinken.
En eindelijk eens aan dat verdomde "Ben Hur" beginnen.

Vooraf ga ik nog eens minzaam lachen om mijn favoriet citaat van Marx. En ik heb het dan over Groucho :

"Outside a dog, a book is a man's best friend.
Inside a dog, it's too dark to read."

Marc Didden, Brussel, 1 november 2012

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234