Woensdag 26/06/2019

Chuck Berry

Marc Didden neemt afscheid van Chuck Berry: "In de hemel is beperkte plaats voorzien voor notoire vetzakken"

Eén voor één sterven ze, de rock-'n-rollhelden uit Marc Diddens jeugd. Met Chuck Berry overleed zaterdag zonder meer, dixit Didden, 'de meest briljante auteur-compositeur van zijn generatie'. Dit is zijn hoogstpersoonlijk eerbetoon.

Chuck Berry in 2008 in Amsterdam. Al 30, 35 jaar grossierde de voormalige rockster in redelijk waardeloze concerten. Beeld BELGAIMAGE

Toen waren ze nog met twee. Dat is wat ik dacht toen ik afgelopen zaterdagavond onder de wol wilde kruipen maar Wim De Vilder, journaalankerman mijner dromen, nog net hoorde melden dat de grote Amerikaanse songschrijver, rockzanger en gitarist Chuck Berry de building des levens verlaten had.

Nu blijven alleen Little Richard en Jerry Lee Lewis nog over als mannen van stavast, als kerels die niet alleen de rock maar ook de roll uitgevonden hebben, als wildebeesten die tegen de grauwheid van de jaren 50 tekeergingen en en passant de heer Ludwig van Beethoven beleefd maar luid verzochten even opzij te gaan staan en tegelijk ook ook de heer Tsjaikovski op de hoogte brachten van het nieuws dat er nieuwe tijden aangebroken waren.

“You know my temperature’s risin’

And the jukebox’s blowin’ a fuse

My hearts beatin’ rhythm

And my soul keeps singing the blues

Roll over Beethoven

And tell Tchaikowsky the news.”

( Uit 'Roll over Beethoven')

Sjiekenbakken

In de kelderkeuken waar ik mijn vroege jeugd doorbracht, had ik omstreeks Expo ’58 in een klein hoekje het zogenaamde Sjiekenbakkenmuseum ingericht , een prutspinacotheek die uit kartonnen foto’s van film- en popsterren bestond. Ik betrok die naar rato van één frank per stuk uit de kauwgumautomaat bij de krantenwinkel om de hoek. En gooide de kauwgum in kwestie weg omdat mijn moeder zei dat je darmen ervan aan elkaar gingen plakken. 

Maar die foto’s bezorgden me onmetelijk en dagelijks geluk. Ava Gardner, Rita Hayworth en vooral Natalie Wood lachten me zomaar vriendelijk toe, en zij waren duidelijk van mij en ik van hen. Voor altijd. 

Maar bij de beeltenissen van Elvis Presley, Buddy Holly, Eddie Cochran, de al genoemde Little Richard en Jerry Lee Lewis, en zeker Chuck Berry kreeg ik ook altijd warme gedachten in hart en hoofd en alles wat daar in de buurt van kwam. Vingerknippen kon ik niet, maar met foottappen en heupschudden had ik in die dagen niet de minste last. Die mannen maakten mij écht gelukkig door gewoon  te bestaan. 

Maar toen ik ze via de uit schellak vervaardigde 78-toerenplatencollectie van mijn oudste broer kort daarop ook nog echt kon horen, was ik snel helemaal verkocht. Ik dacht meteen: rock-'n-roll, c’est moi.

Tot vandaag – we zijn ondertussen een ruime halve eeuw verder geraakt in dit verhaal – gaat er trouwens geen dag voorbij zonder dat ik mezelf een shot echte rock-'n-roll toedien. Elvis , natuurlijk en altijd. Maar ook zo veel mogelijk Buddy en Eddie en Jerry Lee en ook kleine Richard. En sedert een mooie zomerdag in 1964 is daar ook bijzonder vaak een streep Chuck Berry bij. 

Ik leerde hem en zijn muziek niet rechtstreeks kennen, maar via een fraaie omweg genaamd The Rolling Stones. Die dag kreeg ik van een schoolkameraad namelijk een singeltje waar hij helemaal niets aan vond. Dat plaatje heette 'Carol', was bijzonder opzwepend en deed mij en mijn vrienden mateloos dromen van hoe het meisjesverkeer zo snel mogelijk op gang zou komen.

“Oh Carol, don’t let him steal your heart away

I’m gonna learn to dance if it takes me all night and day.”

Climb into my machine so we can cruise on out

I know a swingin’ little joint where we can jump and shout.’

( uit 'Carol' )

Nieuwe plaat

Charles Edward Anderson Berry werd op 18 oktober 1926 geboren in Saint Louis, Missouri en is daar op 18 Maart 2017, eergisteren dus, op 90-jarige leeftijd overleden.

Hij had zopas aangekondigd dat hij tegen zijn komende verjaardag een laatste langspeelplaat zou uitbrengen. Ze zou vol nieuw materiaal staan. En ze zou voor de duidelijkheid gewoon Chuck gaan heten. Goed nieuws dus. Tot het slechte nieuws kwam.

Was Chuck Berry een belangrijk artiest?

Als u het mij vraagt, dan zeg ik: zeer zeker. Had u het ooit aan John Lennon kunnen vragen, dan zou die geantwoord hebben: “If you had to give rock’n’roll another name, that would be Chuck Berry.

Ik leg me neer bij die bewering. Met veel plezier zelfs. En als je Lennon samen met The Beatles de pakkendste versie van Chucks 'Rock’n’Roll Music' hoort zingen, heb je daar zelfs een tastbaar bewijs van. Want van alle hierboven vermelde rockiconen was Chuck Berry misschien wel het fijnste meneertje en zonder meer de meest briljante auteur-compositeur. Er ligt een cd met Berry-classics op mijn werktafel en alleen maar de tracklijst van dat lijstje aflezen bezorgt me vanzelve talrijke shivers down my spine:

'Johnny B.Goode', 'Maybellene', 'Too Much Monkey Business', 'School Days', 'Reelin’ And Rockin', 'Memphis Tennessee', 'Little Queenie', 'Nadine', 'No Particular Place to Go' of 'Sweet Little Sixteen'. U kent ze of u herkent ze als u ze ergens hoort, in de versie van Chuck zelf, of in die van de Stones, de Beatles, de Kinks, de Who, Rod Stewart, of zelfs die van zijn oervrienden Elvis Presley, Buddy Holly of Jerry Lee Lewis.

Berry was een bijzondere songschrijver, met teksten die een feest zijn voor taalliefhebbers en die vol schalkse dubbelzinnigheden zitten, maar ook vol referenties aan de wondere wereld van de automobiel. Absurd, vaak. Hitsig ook. En als het moest zelfs met commentaar op de destijds nog overal tastbare rassendiscriminatie.

“Flying across the desert in a TWA

I saw a woman walking across the sand.

She been a walkin’ thirty miles en route to Bombay

To get a brown eyed handsome man.

Her destination was a brown eyed handsome man.”

( uit 'Brown Eyes Handsome Man' )

Berry, die weleens zei dat hij zijn bijzondere zangstijl bedacht had door gewoon de stijl van zijn twee idolen, crooner Nat King Cole en bluesgrootheid Muddy Waters, te combineren, was ook een bijzondere gitarist en werd door vroege volgelingen als Eric Clapton en Keith Richards niet zelden als een inspirator en een voorbeeld genoemd. 

Bedenkelijke hobby

Los van zijn indrukwekkende catalogus vol onsterfelijke wereldhits en een never ending tour, die van 1953 tot drie maanden geleden liep, kan niemand ontkennen dat er aan deze Mr. Rock’n’Roll ook wat smet kleefde.

Hoewel hij afkomstig was uit een vroom gezin dat zijn vroege liefde voor muziek meer dan oogluikend toestond, raakte hij van jongs af aan op het zogenaamde slechte pad. Dat uitte zich in het beoefenen van buitensporten als gewapende roofovervallen, het ontvoeren van 14-jarige meisjes, gevolgd door een redelijk lange gevangenisstraf op het hoogtepunt van zijn populariteit, waarna nieuwe vervolgingen kwamen na het vinden van drugs en sekstapes bij een terloopse huiszoeking naar aanleiding van vermeende fiscale fraude. 

En een tweede veroordeling wegens de ontdekking van bewijzen voor een andere bedenkelijke hobby van Chuck: op tijd en stond via een verborgen camera het toiletbezoek van de vrouwelijke klanten van zijn familierestaurant gadeslaan. Daarvoor moest hij eigenlijk weer de nor in, maar zijn advocaten konden tot een vergelijk komen met de justitie na een storting van ongeveer 1, 2 miljoen dollar. 

Chuck was een rare kwast, laat dat zeker zijn. Als u van sleaze houdt, moet u overigens maar eens op Urban Dictionary gaan kijken wat het werkwoord 'Chuck Berry' daar betekent, en u zal dan wel wat voorzichtiger zijn de volgende keer dat u het in de mond neemt. Ook Berry’s grootste hit, het vreselijke 'My Ding-A-Ling', zal zijn reputatie als vetzak geen goed gedaan hebben. Ieder diertje zijn pleziertje, horen vrije geesten dan te zeggen.

Wat hem ook ten laste gelegd kan worden, is de slechte gewoonte om de laatste 30, zeg maar 35 jaar zulke ongelofelijk slordige optredens weg te geven. Schertsconcerten,  waar hij begeleid door een vaak onbetekenende bende derderangsmuzikanten in ruil voor een zak duiten snel snel door zijn repertoire fietste.

C'est la vie

Iedereen en zijn klein broertje zal u deze dagen zeggen welk Berry-nummer het beste is. 'Memphis Tennessee' zal vaak boven water komen, 'Carol' ook en natuurlijk en terecht het werkelijk onverslijtbare 'Johnny B. Goode'. 

Zelf heb ik ook zo’n favoriet en die heet 'You Never Can Tell'. Het is, zoals veel van Chucks werk, een eenvoudig verhaal. Over een jong koppel deze keer, een zekere Pierre en een “lovely mademoiselle”. Ze blussen hun jonge liefde met een coolerator “crammed with tv-dinners en ginger ale”, terwijl ze luisteren naar hun “seven hundred little records, all rock, rhythm and jazz.”

Ik hoor het graag in Berry’s eigen versie, maar nog liever in die van Emmylou Harris. Al mag die van Ronnie Lane’s Slim Chance en zeker die van Bruce Springsteen & The E-Street Band er ook altijd zijn. In de volksmond is het liedje vooral bekend als 'C’est La Vie'. Laat dat nu volgens mij wellicht de exacte woorden zijn die Berry zaterdagmorgen uitgesproken zou hebben als iemand hem was komen aankondigen dat nog eer de zon onderging deze Johnny B. voorgoed dood zou zijn. C’est la vie!

God is goed en ik ben er zeker van dat er in de hemel ook een beperkte plaats voorzien is voor notoire vetzakken. Zeker als ze een gitaar kunnen bespelen die klinkt like ringing a bell.

Er is dus nog hoop!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden