Vrijdag 06/12/2019

'Mannen zijn niet si, en vrouwen niet la'

Macht erotiseert, jihadi's zijn gefrustreerd en de mens is een kuddedier bij wie racisme ingebakken zit. Het zijn maar een paar 'bevindingen' uit de sociale psychologie. Vermaard onderzoeker Rom Harré (87) geeft fors tegengas. 'Al te veel van die experimenten zijn potsierlijk', zegt hij tijdens een passage in ons land.

`Kinderen uit conflictueuze gezinnen krijgen later sociale problemen', 'Wie goede daden stelt, wordt minder angstig', 'Vrouwen houden van grappige mannen, maar mannen houden niet van grappige vrouwen'. Het zijn maar een paar 'nieuwtjes' uit de sociale psychologie.

Dagelijks verschijnen er tientallen en ze vinden gretig aftrek. Ze bieden een houvast die de wereld overzichtelijk maakt. Je bent succesvol omdat je positief ingesteld bent; je bent depressief omdat je je emoties te weinig uit; je hebt een voorkeur voor risico's nemen omdat je extravert bent en graag speelt.

Talloze van dat soort bevindingen vormen de basis voor, onder andere, leerkrachten, politieagenten, managers, de consumentenindustrie en de politiek. De ijver waarmee de onderzoeken opgezet worden, is indrukwekkend. Het kan dan ook niet anders of de mens in zijn sociale omgeving is een veel minder groot mysterie dan pakweg vijftig jaar geleden.

"Dat weet ik nog zo niet", zegt Rom Harré met pretoogjes. De Britse wiskundige die sociaal psycholoog werd en prestigieuze prijzen, eredoctoraten en een indrukwekkende lijst boeken en artikels op zijn naam heeft staan, is enkele dagen in ons land voor een lezing.

U haalt de neus op voor de experimenten in de sociale psychologie?

Rom Harré: "De meeste experimenten zijn echt slecht omdat ze niets zeggen over hoe mensen zich werkelijk in de realiteit zouden gedragen. In feite kun je bijna nooit iets universeels zeggen over hoe mensen zich gedragen of wat ze voelen en doen. Maar dat gebeurt dus de hele tijd. Mannen zijn si, vrouwen zijn la."

Hoe komt dat?

"Psychologie werd geassocieerd met geschiedenis, verhalen en literatuur. Ongeveer een eeuw geleden besloten enkelen dat psychologie 'wetenschappelijk' moest worden. Ze keken naar de scheikundigen en natuurkundigen die experimenten deden en kopieerden die aanpak. Dat is zeer dubieus. Mensen zijn geen eencelligen die, als je ze in een bepaalde setting zet, zo reageren en waaruit je dan kunt afleiden dat ze dat altijd doen. Toch is dat hoe het eraan toegaat. Terwijl je, om de mens te begrijpen, nota bene veel meer kunt leren bij Tolstoj en Shakespeare dan in zo'n laboratorium. Zij leggen in hun verhalen uit hoe twijfel en troosteloosheid werken bij de mens."

U was zelf eerst een 'harde' wetenschapper, chemisch ingenieur en wiskundige. Vanwaar de overstap?

"Net omdat ik geschokt raakte door de weerzinwekkend slechte manier waarop sociale psychologie onderzoek deed. Ik gaf wiskunde in Lahore, en ging daarna opnieuw studeren aan Oxford. Filosofie. Op een avond vergezelde ik een vriend die een praatje moest geven voor de sociaal psychologen. Het was verbijsterend. De onderzoeken die werden voorgesteld waren zo schokkend slecht dat ik een heel semester meevolgde. En het werd erger en erger."

Kunt u wat voorbeelden geven?

"Heb je een paar uur? Neem het experiment waarbij werd geconcludeerd dat hoe verder je van iemand af staat, hoe vijandelijker je je opstelt en omgekeerd. Omdat je van verder af meer kunt neerkijken op iemand en agressiever overkomt, en wanneer je dichterbij staat, is dat niet zo en stel je je dus meer onderwerpend op. Je ziet dat nog vaak, dat soort body language-conclusies.

"Een ander voorbeeld is het onderzoek van Robert Zajonc (zie kader) over waarom mensen elkaar graag mogen. Je zou denken dat je daar wel iets relevants zou kunnen over ontdekken. Maar één onderzoeker wilde het echt 'zeer wetenschappelijk' houden en baseerde zich op hoe graag testpersonen bepaalde woorden hadden! Vreselijk.

"Of het onderzoek met zes studenten die moeten zeggen hoeveel lijnen ze zien op tekeningen terwijl een van de zes vooraf was gevraagd altijd iets anders te zeggen. De andere vijf kregen telkens geld om hun mening aan te passen aan die van hem. Op den duur deden ze dat. Conclusie: de mens is om te kopen met geld. Terwijl Amerikaanse schooljongens weleens de gewoonte hebben degene die het luidst roept, te volgen. Daar werd niet naar gekeken."

Waarom ging u dan net verder in dit 'twijfelachtige' vakgebied?

"Omdat ik iets wilde doen. Ik vond de manier waarop het liep schadelijk. Ook uit de handboeken bleek dat de proefpersonen altijd weer universiteitsstudenten waren en dan werd gedaan alsof mensen zich in een experiment gedragen zoals ze dat ook in de echte wereld, in hun ingewikkelde levens, zouden doen. Samen met Paul Secord, een sociaal psycholoog die net als ik zwaar teleurgesteld was door de staat van ons vak, schreef ik uiteindelijk een boek in een poging wat meer sérieux te brengen."

Dat boek, The Explanation of Social Behaviour, werd invloedrijk. Wat is de kerngedachte?

"Onderzoek mensen niet zoals je atomen of dieren bestudeert. Zowat het belangrijkste aspect van de menselijke psychologie zijn de conversaties. Die met jezelf en anderen. Herinneringen, beslissingen, emoties... alles hangt samen met de verhalen die wij onszelf en anderen vertellen, welke rol we erin spelen, welke culturele betekenis die we aan onze handelingen en woorden geven, welke gebruiken, rechten en plichten mensen menen te hebben of afstoten. Dat zal altijd verschillen per cultuur, per groep, per mens en per situatie.

"Ons onderzoek bij mannelijke studenten in Washington en Madrid toonde dat de Amerikaanse jongens het 'unfair' vinden als in een gezin de meisjes als vanzelfsprekend de afwas doen, terwijl de Spanjaarden dat 'vernederend' vinden. Maar dat zijn ook weer veralgemeningen. Je moet dan uitzoeken hoe dat precies komt.

"Een ander voorbeeld: in de VS is het verhaal van rechten en plichten zo dat de rechten vaak de plichten hebben overheerst. 'Ik heb recht op mijn wapen als zelfverdediging' overstemt de plicht om anderen niet in gevaar te brengen. Wie moorden en de wapenlobby's onderzoekt, houdt daar maar beter rekening mee. Waarom heerst dat discours en kun je dat veranderen?

"Wij hebben jaren geleden ook een grote hooliganstudie gedaan. De meeste mensen denken: hooligans zijn mensen die sneller agressief zijn en tot ontploffing komen dan gemiddeld. Dat klopt niet. Hooligans blijken heel erg volgens regels en patronen te functioneren. Wanneer er een uitbarsting van geweld is, is het doorgaans binnen dat strikte kader van de match én volgens onuitgesproken conventies. Dan zie je dat ze elkaar daarover uithoren. 'Waarom heb je die man in elkaar geslagen?' Antwoord: 'Hij staarde naar me.' In dit verhaal is het de afspraak dat je elkaar niet aanstaart. Zulke dingen achterhaal je niet door hooligans te enquêteren of in een rollenspel te stoppen."

Wat met beroemde voorbeelden zoals het Milgram-experiment (zie kader) en het experiment met racisme in de klas?

"De conclusies die we uit die experimenten trekken, rammelen al te vaak. Stanley Milgram besloot dat mensen onder druk van autoriteit tot de vreselijkste dingen in staat zijn, zelfs tot moord. Dat experiment wordt zo vaak bovengehaald om bijvoorbeeld de nazipraktijken te verklaren. 'In iedere gewone mens schuilt een moordenaar als je er maar gezag op loslaat.' Maar nadien bleek dat de meesten van de zogenaamd immorele volgzame proefpersonen gewoon niet geloofden dat ze ook echt iemand zouden doden, omdat het nu eenmaal een academisch experiment was waar ze aan meededen.

"Het racisme-experiment ken ik niet in detail, maar dat kinderen die je de opdracht geeft de andere groep te mijden dat ook gaan doen, is niet bepaald verbazend. Dat betekent echter niét dat ze in het echte leven ook in een vingerknip racist worden. En de conclusie kan echt niet zijn dat 'racisme ingebakken zit'. Waar je moet naar kijken, is of de cultuur het mogelijk maakt of niet. Kannibalisme kan bij ons niet, maar een sportteam dat in het Andesgebergte crashte, deed het toch, om te overleven. Kun je dan zeggen: 'het zit in de mens'? Mijn besluit na jaren onderzoek is dat je heel erg weinig universeels kunt zeggen over de mens.

Zelfs over moordenaars en jihadi's kunnen we geen claims maken over waarom zij doen wat ze doen?

"Het was een Belg, de psychiater Jean-Pierre De Waele, die dat veertig jaar geleden in de gevangenis van Sint-Gillis voor het eerst duidelijk aantoonde. Hij onderzocht hoe je kunt uitmaken of iemand op borgtocht vrijgelaten kan worden. De Waele stelde vast dat iedere moordenaar anders is. En dat als je veralgemeningen probeert te maken zoals 'wie in dronken toestand moordde is wellicht minder gevaarlijk' of 'wie nog goede familiebanden heeft, vormt een kleiner risico' en die gebruikt voor borgtocht, het resultaat desastreus is. Omdat wat de ene moordenaar van de andere onderscheidt, de ingewikkeldheid van zijn leven is. De Waele zag dat het net in soms tegenstrijdige details zat of iemand een gevaar werd. Die details moet je zoeken.

"Onderzoek naar jihadi's deed ik met een man die zeventien jaar bij de CIA werkte. Na de aanslagen op de Londense metro in 2005 moest hij uitzoeken waarom vier van de acht betrokken jongemannen jihadi werden maar uiteindelijk niét meededen. Ook hij zag dat er geen gemene deler is en je dus niet kunt zeggen 'dít is hoe je een jihadi maakt' zoals in 'ze zijn gefrustreerd en geïsoleerd en op zoek naar een leider'. Waar hij mee kwam was: 'Deze jongen had ruzie met zijn moeder en toen ontmoette hij die man en die zei hem dat en dat deed hem denken aan toen enzovoort. Ieder verhaal is een ander verhaal. Waar de psychologie dan idealiter naar op zoek gaat, is naar hoe en waarom die specifieke persoon zich het recht om anderen te doden heeft toegeëigend. Dat moet je bovenspitten om dit probleem aan te pakken."

Overheden willen oplossingen. Hoe herintegreer je IS-strijders, wat met vluchtelingen? Biedt de sociale psychologie geen antwoorden?

"Zeker. Maar je moet aanvaarden dat je het individu per individu moet bekijken. Eén formule op iedereen toepassen, zoals iedereen opsluiten, heeft omgekeerde gevolgen. We weten dat mensen in de cel vaak nog ergere moordenaars of extremisten worden en we weten ook dat je religieus extremisme niet kunt reduceren tot die religie. De beste manier om erger te voorkomen, is die mensen één op één te onderzoeken en bijna iets als therapie te geven.

"Hetzelfde met vluchtelingen. Als je ze als één groep behandelt, schep je erg veel problemen omdat ze zo verschillend zijn. Maar iedereen kan op een specifieke manier in de maatschappij passen. Je zou een task force met psychologen moeten opzetten die voor grote thema's telkens kan ingaan op de individuele verhalen. Dat gebeurt niet omdat het zo intensief is.

"En het gebeurt zelfs niet in de onderzoekswereld, waar je met makkelijke experimenten beter aan de bak komt. Bovendien komt de neurobiologie, met de genen en de hersenen, nu als belangrijke verklaring voor gedrag op de voorgrond. Dat is verderfelijk."

Hoezo?

"Je hoort al in rechtszaken mensen pleiten 'het waren mijn genen', 'de stofjes in mijn hersenen'. Dat idee is het gevolg van het belang dat wordt gehecht aan neurologisch en genetisch onderzoek als verklaring voor wat de mens doet. Alsof wij geen morele wezens zijn. Ik ben dol op neurowetenschap. Maar het is zeer erg dat al die vondsten neergezet worden als verklaring voor wat mensen doen. 'Je hebt dat gen of die hersengolven, dus daarom ben je depressief, agressief, enzovoort.'

"Gemakzuchtige oordelen over mensen, zowel in therapie als in bijvoorbeeld de rechtszaal, loeren dan om de hoek. Maar wanneer je die fysieke inzichten ziet als kennis over het lichaam, over het gereedschap waarmee wij in de sociale wereld handelen, dan vullen de psychologie en de neurobiologie elkaar perfect aan.

"De neurowetenschap zal echter nooit kunnen uitleggen waarom mensen doen wat ze doen. Emoties bijvoorbeeld, zie je niet in een scan of een bloedstaal. Er zijn zoveel soorten woede, angst, stress. Dan moet je opnieuw zoeken naar iemands verhaal. Ik heb nog in een Italiaans stadje gewerkt waar het aantal zelfmoorden erg hoog lag. Dan kwamen onderzoekers met: 'Het is het donkere weer in de winter' en dan kreeg iedereen een lichtbox en leverde dat niets op. Al die zoektochten naar een algemene formule zijn tijd- en geldverspilling. Bij depressies evenzeer. Het is niet 'de werkdruk' of 'de sociale media'. Het is veel slimmer om campagnes op te zetten die mensen aanmoedigen er voor elkaar te zijn dan iedereen dezelfde verklaring en pil te geven. Eén mens die écht en lang naar een andere mens luistert, is al veel zinvoller."

Kan praten ook altijd conflicten tussen mensen oplossen?

"Ik geloof van wel. Als je rekening houdt met de eergevoelens. In al mijn onderzoek is de grote verrassing toch geweest hoe enorm veel mensen van elkaar verschillen. Als er evenwel iets is wat ik wél als een rode draad zie, dan is het dat eergevoel een zeer belangrijke motivatie is. We horen vaak dat de mens gedreven wordt door hebzucht, maar eer halen en bewaren en vernedering vermijden zijn veel belangrijker. Kijk naar de Grieken. Het draait niet om politiek of geld, maar om eer, als dat volk 'neen' heeft gestemd in het referendum. Het ergste wat ook in deze situatie kan gebeuren, is de eer van de andere aantasten. Wat minister Varoufakis deed, was alvast slim. Hij tastte te veel de eer van de eurogroep aan. Verder zou ik aan Angela Merkel willen zeggen: verneder de Grieken niet. Geef ze op de een of andere manier het gevoel dat ze hun eer bewaren. Ik weet niet hoe ze is in het echt, maar ik krijg alvast de indruk dat ze neerkijkt op Tsipras. Een zeer slecht idee."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234