Zondag 18/08/2019

'Mannen kunnen niet kiezen'

'Zelf zie ik niet zoveel overeenkomsten tussen Dave Eggers en mij. Eggers roept de hele tijd: 'Look at me, look at me!', terwijl ik wijs naar de man die naast me staat en zeg: 'Look at him'

Benjamin Kunkel, oprichter van het tijdschrift 'n+1' en auteur van de bejubelde roman 'Besluiteloos'

Herinnert u zich Dave Eggers en zijn McSweeney's nog? Ja? Wel, vergeet ze dan maar snel, want hun opvolgers staan te dringen: jonge schrijvers, met een eigen tijdschrift en een nieuwe thematiek. n+1 is de nogal enigmatische titel van het blad dat onder meer door The New York Times de hemel in werd geprezen. We spraken met Benjamin Kunkel, een van de vier oprichters van n+1, en schrijver van de roman Besluiteloos.

Door Marnix Verplancke

Wat meteen opvalt bij het openslaan van n+1 is de expliciet politieke toon van het blad. Hier geen wereldvreemde intellectuele spelletjes, maar wel analyses van de actualiteit, doorlichtingen van grote maatschappelijke trends en veel opbouwende kritiek. De tijden zijn veranderd. De literatuur is weer op aarde geland en engagement mag weer, maar daardoor is het natuurlijk niet zo makkelijk om n+1 in een paar woorden te vatten. Is dit blad literair, of veeleer politiek? Benjamin Kunkel: "In feite wilden we een blad op de markt brengen dat zulk onderscheid precies niet wou maken. We wilden iets brengen over wat het betekent vandaag te leven en jezelf te zijn. Mensen vormen een geheel. Ze bestaan niet uit verschillende onderdeeltjes zoals het literaire of het politieke, daarom is het ook volkomen artificieel om je op een van deze twee te richten en de andere te verwaarlozen. Literatuur, politiek, journalistiek, theorie, uiteindelijk komen die allemaal in hetzelfde hoofd terecht. Bovendien wilden we een gezonde mengeling van sérieux en humor bieden: de spot drijven met onze eigen ideeën, maar tonen dat we er desondanks toch achter blijven staan. Zo zouden we bijvoorbeeld heel graag geloven dat we politiek iets kunnen veranderen, ook al hebben we tegelijk het gevoel dat we daar niet al te veel op mogen hopen. Maar toch blijven we erin geloven."

De opkomst van de politiek getinte non-fictie in de Amerikaanse letteren is al een tijd aan de gang, en daar zitten 9/11 en de oorlogen in Afghanistan en Irak voor veel tussen. Ook lezen is geen onschuldige bezigheid meer en in de literaire bladen en bijlagen daalt de ruimte die voor zuivere fictie vrijgemaakt wordt dan ook gestaag, en dit ten voordele van non-fictie. In die zin zou je n+1 een kind van 9/11 kunnen noemen. "Een overheersend gevoel na de aanslagen was dat je vanaf dan in feite welk leven dan ook kon leiden", aldus Kunkel. "De vervreemdende zelfgenoegzaamheid was toen groot: iedere job, iedere romance, ieder appartement, het was allemaal goed. En dat gevoel is maandenlang blijven aanhouden. Alles leek opeens zo triviaal in vergelijking met wat er gebeurd was. Het was toch niet het moment om te beginnen zeuren over problemen op het werk; er waren duizenden mensen gestorven. Gewoon in staat zijn adem te halen en te kunnen zorgen voor je naasten leek toen voldoende te zijn. Hoe meer 9/11 echter voor politieke doeleinden misbruikt begon te worden, hoe zwakker dat gevoel werd. Het leek wel alsof onze regering ons het recht om te rouwen afnam door 9/11 een politieke invulling te geven. Opeens werden ons verdriet en onze angst gekanaliseerd naar hun politieke doelen, zonder dat ons iets gevraagd werd. Paradoxaal genoeg heeft president Bush daardoor de solidariteit onder de New Yorkers enorm bevorderd en is er ruimte ontstaan om opnieuw over politieke alternatieven te discussiëren. In de jaren 1990 leek het wel alsof er geen verschil meer was tussen de democraten en de republikeinen. Ze schenen hun beider eindpunten bereikt te hebben en die lagen niet zo ver uit elkaar. Toen kwam Bush, die toonde dat er wel degelijk nog iets veranderd kon worden in de politiek, zij het niet ten goede, maar hij toonde het toch maar. Waarvoor hij onze perverse dankbaarheid verdient."

Kunkel werpt zich graag op als het gezicht van n+1, een smartass die soms onbeschaamd arrogant uit de hoek durft te komen - "Waarom wij het gehaald hebben terwijl zoveel andere tijdschriften vroegtijdig sneuvelden? Omdat wij zoveel beter zijn!" Dat hij het verwijt krijgt de nieuwe Dave Eggers te willen zijn, is dan ook best te begrijpen, maar, zo zegt hij, dat is allemaal sterk overdreven, want die man is nog ver van versleten: "Achter een vergelijking tussen Eggers en mij gaat heel wat grove demografie schuil. Ze houden ervan ons tegenover elkaar te plaatsen omdat we allebei blanke jongens uit het midden van de VS zijn die een tijdschrift hebben opgericht. In multicultureel Amerika doen ze niets anders. Jonge zwarte schrijvers worden altijd vergeleken met oudere zwarte schrijvers, jonge Joodse schrijvers met oudere Joodse, Aziaten met Aziaten en ga zo maar door. Blanken vormen in dit geheel hun eigen subcultuurtje, met dit verschil dat blanke christelijke mannen over het algemeen niet literair kunnen schrijven, wat Eggers en mij dus inderdaad speciaal maakt. Zelf zie ik in feite niet zoveel overeenkomsten tussen ons. Eggers roept de hele tijd: 'Look at me, look at me!', terwijl ik wijs naar de man die naast me staat en zeg: 'Look at him'."

Him is in dit geval Dwight Wilmerding, het hoofdpersonage uit Kunkels debuutroman Besluiteloos. Dwight is eind de twintig en werkt op de helpdesk van farmagigant Pfizer, dag in dag uit telefoontjes beantwoordend van pennenlikkers die niet weten hoe ze met een tekstverwerker om moeten gaan. Hij woont samen met drie vrienden in wat niet veel meer blijkt dan een overjaarse studentenflat en heeft een halfslachtige relatie met Vaneetha, die ooit wel wil trouwen maar nog niet weet met wie. Dwights grootste probleem is dat hij - conform de titel van het boek - nooit eens een besluit kan nemen. Wanneer hij moet kiezen, tost hij erom. Knap uitzichtloos zou je Dwights situatie kunnen noemen, tot zijn job geoutsourcet wordt naar India en hij een mail krijgt van zijn vroegere studiegenote Natasha, die in Ecuador zit: of hij niet eens langs wil komen. Daar moet hij natuurlijk even over nadenken. Gelukkig komt een van zijn flatgenoten hem ter hulp. Weet je wat jou mankeert, zegt hij, jij lijdt aan aboulie, wat de chique naam is voor besluiteloosheid en hij steekt hem meteen een experimenteel geneesmiddel in handen dat uitkomst moet bieden. Dwight neemt het, vertrekt naar Ecuador, ontmoet er de - je houdt het niet voor mogelijk - Belgische Brigid, die net haar doctoraatsproject over de haag heeft gegooid en duikt met haar onder in zwoele seks, cactusdrugs en linkse politiek. Hij wordt zowaar een "democratisch socialist".

Wat heb ik nu aan mijn fiets hangen, denk je wanneer je Besluiteloos uit hebt. Meent die man dat? Moeten we dit serieus nemen? Is dit ironie? Of dubbele ironie? Drijft Kunkel hier de spot met ieder politiek engagement, of blijft hij er ondanks die zelfspot toch in geloven? Kunkel zelf: "Ik wou van Dwight een sympathieke gek maken: iemand die je niet serieus kunt nemen en tegenover wie je heel sceptisch staat, maar ook iemand met wie je wel sympathiseert, en in wie je zelfs gelooft. Soms moet je een naïeve nar gebruiken om je boodschap over te brengen, want hopen we niet allemaal diep in onszelf dat er een betere wereld mogelijk is dan deze waarin de ongelijkheid en het onrecht zo groot zijn?"

Besluiteloosheid lijkt wel de ziekte van deze tijd. In De kinderen van de keizer schrijft Claire Messud ook al over de nieuwe 'lost generation' die eraan lijdt.

"New York stikt ervan. In het milieu waaruit ik kom, zie ik veel mensen die hun adolescentie tot in het oneindige lijken te willen rekken. Ze zijn eind de twintig of begin de dertig en hebben geen idee wat ze met hun leven willen aanvangen. Dat zijn zorgen voor later, voor als ze 'groot' zijn, maar dat zijn ze al meer dan tien jaar. Het woord adolescentie heeft geen lange geschiedenis. Veel ouder dan een eeuw zal het niet zijn. Die verlengde kindertijd bestond daarvoor niet. Mensen werden gewoon volwassen en dienden hun verantwoordelijkheid op te nemen. Nu zien we dat die adolescentie een steeds groter deel van het leven uitmaakt. En daarvoor zijn nogal wat redenen. Enerzijds hoeven jonge mensen niet meteen werk te zoeken. Ze worden van thuis uit ondersteund en kunnen dus wel een tijdje aanklooien. Bovendien is de arbeidsmarkt heel flexibel geworden, waardoor je heel vaak van job kunt veranderen, wat veel tijd en energie opslorpt. Anderzijds is het voor iemand met een job wel mogelijk om regelmatig uit eten te gaan en dure koffie te drinken en zo, maar door de extreem hoge vastgoedprijzen raakt hij niet veel verder dan een leven van de hand in de tand. Een paar essentiële kenmerken van het volwassen leven, zoals een eigen huis kopen of bouwen en de mogelijkheid om kinderen op te voeden, worden dus steeds moeilijker. En dat heeft dan weer zijn weerslag op de psychologische conditie van die jongeren. Zij voelen zich kwetsbaar en onzeker."

Het lijkt vooral een mannenprobleem te zijn. Dwight is Mr. Besluiteloosheid zelve, terwijl zijn zus Alice, Natasha of Brigid daar niet veel last van lijken te hebben.

"Ik zie hier twee redenen voor. Vrouwen zijn pas heel recent mee beginnen te draaien in de economische mallemolen. Een halve eeuw geleden waren de meeste Amerikaanse vrouwen nog gewoon huismoeders die de kinderen opvoedden en 's avonds eten maakten voor hun man die afgepeigerd van zijn werk kwam. Nu zijn ze zelf professioneel bezig. Zij zitten dus nog niet vastgeroest in een bepaald stramien, en zijn minder vlug teleurgesteld in de steeds maar afnemende mogelijkheden. Wanneer ze naar hun moeder of grootmoeder kijken, beseffen ze dat ze er flink op vooruit gegaan zijn, wat natuurlijk niet voor de mannen geldt. De tweede verklaring die ik zie, is iets duisterder en wellicht controversiëler, namelijk dat een cultureel opgelegde monogamie vrouwen beter uitkomt dan mannen. Vrouwen hebben het wellicht minder moeilijk om de 'juiste' keuze te maken dan mannen. Meer zelfs, voor mannen is het gewoon moeilijk om te moeten kiezen. Zij willen hun zaad liefst zo veel mogelijk afzetgebieden geven."

U laat Dwight pas tot inzicht komen wanneer hij in Ecuador zit, ver van de VS.

"Een van de radicaalste boeken in Amerika ooit geschreven is Thoreaus Walden, waarin de verteller zegt dat hij veel gereisd heeft in zijn kleine dorpje. Het is dus niet nodig om je land te verlaten om er een dieper inzicht in te krijgen. Maar het kan wel helpen, of dat denken we toch. Het is bijna een cliché dat reizen je andere horizonten laat ontdekken waardoor je je eigen veronderstellingen ter discussie durft te stellen. Jonge Amerikanen maken er steeds meer de gewoonte van om in kleine groepjes de wereld rond te trekken. Ze nemen het vliegtuig en reizen dan heel Europa door. Zelf ervaar ik dat hoe meer ik reis, hoe minder het me allemaal nog interesseert. Reizen is immers één en al oppervlakkigheid. Ik mis diepgang en begrip, en die kun je pas krijgen door ergens te blijven, ergens een jaar te gaan wonen of zo. Ik wou het over kleine, onbekende landen hebben in mijn roman, waar de gemiddelde Amerikaan geen enkele associatie bij heeft. Vandaar ook die Belgische Brigid. Neem Italië, Frankrijk, Rusland of zelfs Polen. Een Amerikaan kan zich daar iets bij voorstellen, maar bij België niet, en in die zin is het te vergelijken met Ecuador."

Leidt Dwights idealisme niet recht naar de desillusie?

"Niet altijd. Mensen moeten niet verwachten dat de wereld van vandaag op morgen zal veranderen. Het is veel belangrijker open te staan voor nieuwe ervaringen. Maar dat geeft natuurlijk geen garantie dat je gelukkiger zult worden. De weg naar meer geluk leidt immers ook naar meer verdriet. In essentie gaat het niet over een van deze twee, maar wel over de bereidheid om iets te voelen, om je open te stellen voor sensaties. En natuurlijk zullen de grootse, maar korte momenten van geluk verloren dreigen te gaan in een zee van verdriet en melancholie, maar van tijd tot tijd kun je ook van die melancholie genieten. In As You Like It laat Shakespeare de melancholicus Jacques - dat zal wel niet toevallig een Franse naam zijn - het volgende zeggen: 'It is true that I am a melancholy man. I do love it more than laughing.' Wie zou hem ongelijk durven te geven?"

> Studeerde aan Harvard en Columbia University.

> Richtte in de herfst van 2004 samen met drie vrienden het halfjaarlijkse tijdschrift n+1 op met als doel "the revitalization of civilization".

> Schrijft regelmatig voor The New York Times, The New Yorker en The New York Review of Books.

> www.benjaminkunkel.nl

> www.nplusonemag.com

Benjamin Kunkel

Besluiteloos

Oorspronkelijke titel: Indecision

Vertaald door Wim Scherpenisse

Rothschild & Bach, Amsterdam,

287 p., 19,95 euro.

Dit is de ironische levensgeschiedenis van Dwight Wilmerding, die aan een ziekelijke besluiteloosheid lijdt, tot hij door een vriend - er bestaat tegenwoordig toch een pilletje voor alles? - een middeltje aangeboden krijgt. Fluks vertrekt hij naar Ecuador, op bezoek bij ex-studiegenote Natasha, waar hij door de Belgische Brigid ingeleid wordt in liefde, drugs en politiek.

'Mensen blijven steeds langer in de adolescentie steken. Ze worden van thuis uit ondersteund en kunnen dus wel een tijdje aanklooien'

'Hoe meer ik reis, hoe minder het me allemaal nog interesseert. Reizen is immers één en al oppervlakkigheid. Ik mis diepgang en begrip, en die kun je pas krijgen door ergens te blijven'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden