Zondag 20/10/2019

Liefde

‘Mannen interpreteerden mijn polyamoureuze voorkeur als een uitnodiging voor snelle seks’

Latrelaties, open relaties, swingers: de klassieke verhouding waarbij twee mensen exclusief voor elkaar kiezen, is niet langer de enige, zaligmakende norm. Vooral polyamorie, een levenswijze waarbij men in alle openheid meerdere liefdesrelaties tegelijkertijd aangaat, is in opmars. Is uw interesse gewekt? Lees dan vooral voort. ‘Mijn man is een beetje kinky ingesteld. Hij ziet me wel graag met iemand anders bezig.’

Volgens sommigen is monogamie een verstikkende uiting van onze drang naar zekerheid en geborgenheid. De meervoudige liefde zou ons natuurlijker afgaan. Kijk maar naar hoe de mens openlijk geliefden deelde in de oertijd of hoe slechts 9 procent van alle diersoorten monogaam is, en dan nog komt er vaak overspel bij kijken. Polyamorie zou het antwoord kunnen zijn op het dilemma dat de mens al eeuwen teistert: de drang naar vrijheid en avontuur enerzijds, en geborgenheid en standvastigheid anderzijds. We spraken met vijf mensen die de liefde vinden in de armen van meerdere partners.

Hanne (27): “Voor ik mijn echtgenoot leerde kennen, had ik een monogame relatie met mijn eerste lief. Die relatie was soms beklemmend. Ik wilde vrijer omgaan met mannen en vrouwen. Ik wilde iets opbouwen, maar tegelijk ook vrij zijn. Toen ik mijn echtgenoot leerde kennen, gaf hij aan dat hij me leuk vond, maar dat hij geen vaste relatie wilde. In het begin vond ik dat prima, maar hoe meer ik me aan hem hechtte, hoe meer ik een duidelijk omlijnd relatiekader nodig had.

“Polyamorie bleek een leerproces. Ik heb lang aan mezelf getwijfeld, maar leerde sterk genoeg te zijn om te zeggen: ‘Ja, ik breek uit de monogamie. Dit is wat ik wil, fuck die hokjesmentaliteit, het is oké om te zijn wie ik ben.’

“Mijn man en ik hebben anderhalf jaar lang een relatie gehad met een vrouw. We gingen op date met drie, maar ook apart. Onze vriendin Imke bleef vaak slapen en spendeerde hele weekends in ons appartement, maar we gingen uit elkaar omdat we een ander idee hadden over de toekomst.

“Via een datingapp leerde ik onlangs een koppel uit Maastricht kennen. Ze wonen samen en gaan trouwen. Ze zijn gelukkig in hun relatie, en ik in de mijne. En toch genieten we van elkaar, met drie, altijd op een oprechte manier. Maar het zal nooit zo intens worden dat we samen aan de familietafel zitten.

“Mijn man en ik hebben intussen een groter huis gekocht, met een extra slaapkamer, zodat partners kunnen blijven slapen. Dat gebeurt al af en toe. Dan lig ik met mijn partners in de slaapkamer, terwijl mijn man op het terras in de zon zit of een boekje leest. Problemen heeft hij daar niet mee. Hij is een beetje kinky ingesteld, dus hij ziet me wel graag met iemand anders.”

Bo (27): “Zeven jaar geleden zat ik op de datingsite OkCupid. De profielen die mij aanspraken, vermeldden allemaal wel ergens de term ‘polyamorie’. Ik heb er mijn eerste polyamoureuze vriendin leren kennen. Het was nieuw voor ons allebei. We wisten gewoon: een relatie, ja! Monogamie, nee! (lacht) Die eerste relatie heeft zeven maanden geduurd.

“Nu zie ik mezelf als een ‘relatieanarchist’. Ik plak geen labels, maar laat mijn verbintenissen op natuurlijke wijze evolueren. Met iedereen die ik tegenkom heb ik een connectie. Dat gaat van een praatje op straat tot een diepe vriendschap of een romantische relatie. Zodra je iemand labelt, als partner bijvoorbeeld, ontstaan er maatschappelijke verwachtingen. Dat vind ik niet leuk.”

Tilke (23): “Twee jaar geleden had ik op vakantie een seksuele relatie met iemand anders. Ik biechtte het op aan mijn partner en samen kwamen we tot de conclusie dat ik me niet schuldig moest voelen, dat die ervaring geen afbreuk deed aan onze liefde voor elkaar. We evolueerden van monogamie naar een open relatie, naar polyamorie om dan ten slotte bij relationship anarchy te komen. Dat draait om connecties, eerder dan om partners of relaties. We doen wat goed voelt en communiceren eerlijk en open, in alle richtingen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik veel meer liefde te geef had dan ik in een monogame relatie kwijt kon. Ik kan mezelf nu ongeremd uiten en dat voelt zo natuurlijk aan. Naast mijn vaste partner ben ik momenteel nog met iemand aan het daten en heb ik nog wat connecties in opbouw.”

Erik (57): “Al sinds mijn 17de ben ik samen met mijn vrouw. We hebben elkaar altijd graag gezien. Ik had nooit het gevoel dat ik iets miste, maar wel dat er in mijn hart plaats is voor meer dan één bijzondere liefde. Om de drie of vier jaar werd ik verliefd op iemand anders. De eerste twintig jaar van mijn huwelijk duwde ik die gevoelens weg, maar ik ben er wel altijd eerlijk over geweest, ook al zorgde dat voor conflicten met mijn vrouw.

“Vijftien jaar geleden ontmoette ik Manon, een vrouw die workshops geeft over polyamorie. Zij vertelde me dat het normaal en menselijk is om verliefd te worden op andere mensen. Ik werd smoorverliefd op haar en vertelde mijn vrouw dat we elkaar in korte tijd meermaals hadden ontmoet. We zijn toen twee jaar in relatietherapie gegaan. Het verruimde onze horizon, en mijn echtgenote gaf me meer ruimte om mijn polyamoreuze gevoelens de vrije loop te laten. Ondertussen heb ik al tien jaar intens contact met Anne en Els, mijn twee vriendinnen.”

Tamara (55): “Ik ben twee keer getrouwd geweest en telkens werd ik makkelijk verliefd op andere mannen. Ik vond mezelf abnormaal en stond die gevoelens niet toe. Intussen ben ik tweeënhalf jaar gescheiden.

“Toen de vriend van mijn oudste zoon vertelde dat hij poly was, vielen de puzzelstukjes samen. Ik besloot het ook te proberen, wat niet makkelijk was. Ik had nog steeds het gevoel dat het niet hoorde. Ik voelde me geïndoctrineerd door de maatschappij en mijn eerder conservatieve generatie. Maar ik heb doorgebeten. Inmiddels heb ik twee liefdevolle partners en aanvaardt mijn omgeving me zoals ik ben.”

Tilke: ‘Ik leer mee te genieten wanneer een van mijn partners een nieuwe liefde vindt.’

Welke reacties kregen jullie over het algemeen op jullie outing?

Tilke: “Ik stond onlangs met een interview over polyamorie in een tijdschrift. Die week sprak een oudere vrouw, die duidelijk wilde flirten, me aan op het werk. Ze vroeg hoe het gesteld was met al mijn partners en of er niet nog eentje bij kon. Alsof ik me als ‘polyamoureus’ tot iedereen aangetrokken voel! (lacht)

Hanne: “Je hebt toch geantwoord dat ze best maar even aanschuift en zich voorstelt met een introductiefilmpje. En een origineel, hè!

“Ik kreeg vaak voorspelbare reacties: ‘Och, je hebt de ware nog niet gevonden.’ Of: ‘Zie je je man wel écht graag?’ Terwijl een ouder toch ook van meerdere kinderen kan houden?

“Sowieso heb ik de behoefte niet om mijn liefdesvoorkeur van de daken te schreeuwen. Mijn ouders wipten weleens onverwacht binnen als Imke bij ons was. Ik denk dat ze wel voelden dat ze meer was dan een gewone vriendin. Mijn vader leek er eerder conservatief op te reageren. Volgens mij denkt hij: ‘Als ik er niet over praat, is het er niet.’

“Als er naast mijn huwelijk ooit een nieuwe, serieuze relatie bijkomt, ga ik mijn ouders en omgeving wel inlichten. Dan wil ik dat die partner mee aanschuift op familiefeestjes.»

Tamara: “In mijn omgeving had iemand anders het polyamoureuze pad al geëffend. Mijn coming-out ging vlot. Mijn kinderen waren meteen blij voor mij. Maar in het datingwereldje heb ik het wel meermaals mogen uitleggen. Ik gaf mijn polyamoureuze voorkeur een prominent plaatsje op mijn datingprofiel, maar de meeste mannen interpreteerden dat als een uitnodiging voor snelle seks. Telkens opnieuw moest ik dezelfde uitleg doen. Ondertussen date ik alleen nog maar in de polygemeenschap.”

Erik: “Ik zou me graag outen, maar doe het niet omdat mijn vrouw dan alle bagger over zich heen krijgt. Ze zal het verwijt krijgen dat ze haar man laat vreemdgaan en niet sterk genoeg is als vrouw, maar het tegendeel is waar. We worden allebei 58 en onze vriendenkring zou ons veroordelen. We hebben geen zin om ons te verantwoorden.”

Denken mensen meteen dat er iets met je scheelt?

Hanne: “Ze vermoeden toch dat we op zijn minst een hechtingsprobleem hebben. Kijk, ik heb een perfecte jeugd gehad, kom uit een warm nest, mocht gaan studeren en kreeg een mooi spaarcentje mee toen ik een huis kocht. Polyamorie is geen dekmantel voor een of ander trauma.”

Tamara: “Ik moet altijd uitleggen dat polyamorie over romantiek gaat en niet louter over seks – hoewel er ook polyrelaties bestaan die uitsluitend seksueel van aard zijn, en daar is niets verkeerds mee. Maar zolang er romantiek bij komt kijken, lijkt het aanvaardbaar. De maatschappij is nogal hypocriet als het over seks gaat. Dat geldt ook voor die dubbele moraal: mannen met veel partners zijn casanova’s, vrouwen zijn promiscue. Ontrouw wordt gedoogd, maar een creatieve oplossing zoeken om ontrouw te vermijden is dan weer een stap te ver.”

Bo: “Je kunt het vergelijken met de holebiwereld van twintig jaar geleden. Een outing ging toen, en nu soms ook nog, gepaard met onnoemelijk veel vooroordelen.”

Zelfs therapeuten zijn niet altijd vrij van vooroordelen?

Bo: “Het is frustrerend om tijdens een sessie met een psycholoog een halfuur lang uit te leggen dat je non-monogamie níét het probleem is. Dan denk ik weleens: ‘De helft van mijn sessie betaal ik eigenlijk voor niets.’ Je mag als therapeut non-monogamie in vraag stellen, maar vraag dan bijvoorbeeld iets als: ‘Hoe werkt dat voor je en waarom doe je dat?’”

Ook in het polyamoureuze leven schijnt de zon niet altijd. Jaloezie lijkt me de keerzijde van de medaille. Hoe gaan jullie daarmee om?

Hanne: “Ik zou liegen als ik zeg dat ik nooit jaloers ben. Als je partner iemand nieuw leert kennen, steekt die automatisch wat meer tijd en energie in die andere persoon. Ik praat er dan over met hem en weet dat mijn gevoel zich mettertijd herstelt. Jaloezie is – bij mij toch – van voorbijgaande aard.”

Tamara: “Ik heb geleerd er op een gezonde manier mee om te gaan. Als je jaloezie erkent, verliest ze haar kracht. Op momenten dat ik onzeker ben en me afvraag of mijn vriend zijn nieuwste vriendin niet boeiender vindt dan mij, vertel ik hem dat ook zo. Hij heeft begrip voor die zwakke momenten en geeft me dan extra aandacht. Maar een beetje struggle is normaal. Onlangs had ik het moeilijk. Van één man ben ik de derde partner en ik voelde me een beetje verloren toen hij een vierde relatie startte. In polyamorie moet je continu de realiteit bijstellen, maar ook je verwachtingen, naar de ander en naar jezelf, wat niet altijd makkelijk is. ‘Ik ben poly, ik moet dit oké vinden’, nam ik me voor.”

Bo: “Dat is een van de grootste valkuilen: het idee dat je niet jaloers mág zijn. Maar hoe meer je tegen die gevoelens vecht, hoe harder ze opspelen. Aanvaarden dat je niet perfect bent, ook niet in een polyrelatie, is een belangrijke stap.”

Erik: ‘Ik zou me graag outen, maar doe het niet omdat mijn vrouw dan alle bagger over zich heen krijgt’

Je zou die jaloerse gevoelens ook kunnen interpreteren als een teken dat polyamorie niet aan jou besteed is.

Bo: “Media, films en boeken plaatsen jaloezie vaak in hetzelfde daglicht. Wie zijn partner graag ziet, is jaloers. Zo niet heb je een flauw afkooksel van een ‘echte’ relatie en is de connectie duidelijk niet diep genoeg. Jaloezie wordt ook iets waar je je achter kunt verschuilen: ‘Het was de jaloezie die ‘slet’ in de auto van je nieuwe lief heeft gekerfd, niet ik.’ Terwijl jaloezie geen constante hoeft te zijn, en als ze er is, hoeft ze ook geen bedreiging te betekenen. Je leert net blij te zijn voor de ander.”

Tilke: “Klopt. Ik leer mee te genieten wanneer een van mijn partners een nieuwe liefde vindt. Je gunt het de ander oprecht. Een opmerkelijk besef.”

Bo: “Misschien kun je het nog het best vergelijken met je beste vriend of vriendin die een nieuw lief heeft. Je ziet hem of haar gloeien bij de ontdekking van een nieuwe liefde en je kunt alleen maar blij zijn.”

Erik: “Jaloerse gevoelens mag je vooral niet opkroppen en negeren. Achter jaloezie schuilen verlatingsangst en een aangetast zelfvertrouwen. Door over die angsten te blijven communiceren, kun je ze deels wegnemen.”

Bo: “Het kan gebeuren dat een van mijn partners over andere mensen vertelt en ik me onzeker voel. Is die ander specialer dan ik? Op zo’n moment neem ik een bad en probeer ik logisch te redeneren over die gevoelens. Ik bespreek ze ook met mijn partners. Niet dat zij die angst moeten wegnemen, maar we moeten er wel over kunnen praten zodat ik weet dat het geen verhaal is dat ik alleen moet oplossen.”

Hebben jullie het empathisch communiceren intussen tot in de perfectie onder de knie?

Bo: “Je kunt perfect meerdere partners hebben en slecht blijven communiceren. Niet iedere ‘polyamoureus’ is supergoed in relaties en communicatie. Sommigen raken erdoor in de knoei met elkaar en richten onherstelbare schade aan, anderen zien in elke botsing een leermoment en groeien dichter naar elkaar.”

Tilke: “In een monorelatie heb je één communicatielijn. Hoe meer mensen, hoe meer communicatielijnen, en hoe meer kans op kortsluiting. Als je dus met vijf bent... You do the math!

Timemanagement lijkt me ook wel een noodzakelijke vaardigheid.

Bo: “Zonder een minutieus ingevulde agenda red je het niet.”

Tilke: “Impulsiviteit is dan weer een vaardigheid die we verleren. (lacht) Je moet meer plannen dan in een monogame relatie.”

Bo: “Ik heb vrienden die een schema opstellen en op voorhand bepalen wie op welke avond bij wie slaapt. Maar ik gebruik het first come, first served-principe. Als ik je wil zien, laat ik het gewoon weten, en omgekeerd. Die regel doorbreek ik alleen in noodgevallen. Als het in mijn agenda staat, dan ga ik. Punt. Dat vind ik maar normaal. Als iemand me mist, check ik mijn agenda. Meestal lopen die dingen wel vanzelf.”

Tamara: “Als een van mijn partners op zakenreis gaat, heb ik plots veel meer tijd om bestaande relaties aan te halen of nieuwe te ontdekken. Andere mensen kruisen bijeenkomsten van de hobbyclub aan in hun agenda, ik mijn dates. (lacht)

Tilke: “Ik zit in de poly-queercommunity, een zeer klein wereldje. Ik ben graag op de hoogte wie op welk event is, sommige partners zijn er nog niet klaar voor om elkaar te ontmoeten.”

Bo: ‘Het idee dat je niet jaloers mág zijn is een van de grootste valkuilen.’

Is het aan te raden dat alle partners elkaar kennen, om zo ongemakkelijke momenten te vermijden?

Bo: “Ik vind het alleszins fijn als iedereen weet wie de andere partners zijn. Ze hoeven absoluut geen beste vrienden te worden, maar ze moeten elkaar toch een keer gezien hebben. Zeker als je partners thuis ontvangt.”

Tamara: “Dat geeft ook zekerheid. Als ik honderduit vertel over een nieuwe partner die mijn andere lieven nog nooit hebben gezien, is de kans groot dat ze zich die automatisch beter voorstellen dan hij is.”

Bo: “Of slechter.”

Tamara: “Dat is ook al gebeurd. Dan voel je de neiging om de negatieve details uit te zoeken en ga je in beschermingsmodus. Daarom vraag ik op elke eerste date of ze mijn andere partners willen ontmoeten. Als ze daar niets van willen weten, ebt de aantrekkelijkheid weg, want daarin zie ik een voorteken dat ze niet ten volle mee zijn met het polyverhaal.”

Bo: “In het begin van een nieuwe relatie zal ik met opzet over andere dates vertellen, zodat ik zeker weet dat die nieuwe liefde beseft dat ik hier echt wel ben voor de totaalervaring. Veel mensen zijn nieuw in het wereldje en hebben er weinig of geen ervaring mee. Als ik merk dat ze het niet oké vinden, praten we erover en zien we waar we eindigen.”

Tilke: “Je moet de partners van je lief niet meteen leuk vinden, maar je moet ze wel goede mensen vinden. Je wilt toch zeker zijn dat je partner goed behandeld wordt?”

Erik: “Mijn vrouw kent mijn twee vriendinnen. Als een vriendin langskomt om met mij te gaan wandelen, dan houdt mijn vrouw haar kindjes bij. Maar mijn vriendinnen kennen elkaar niet. Dat hoeft ook niet, ze komen uit verschillende milieus en hoeven geen raakpunten te hebben. Met de ene ga ik op tantraweekends, met de andere kan ik filosoferen of genieten van intimiteit.”

Al die relaties onderhouden vergt allicht een gigantische emotionele en sociale inspanning. Zijn jullie nooit uitgeput op het einde van de dag?

Hanne: “Hoe meer energie ik geef, hoe meer ik terugkrijg.”

Bo: “Ik krijg vaak de vraag hoeveel partners ik maximaal zou aankunnen. Vaak antwoord ik al grappend dat mijn hart groot genoeg is voor de hele wereld, maar dat ik daar jammer genoeg de tijd niet voor heb.”

Hanne: “Je hoeft ook niet evenveel energie te steken in elke relatie. Het is niet de bedoeling dat al mijn relaties even intens zijn als die met mijn echtgenoot. Ik kan mezelf vooralsnog niet klonen. (lacht) Sommige partners zie je een paar keer per jaar, met andere ga je maandelijks op weekend of woon je samen. Elke relatie heeft een andere intensiteit. Ik moet echt niet van elke partner de familie leren kennen.”

Erik: “De intensiteit is nooit hetzelfde. Ik zal op geen enkele vrouw even verliefd worden als op mijn echtgenote. Met haar deel ik mijn leven en heb ik kinderen. Met mijn vriendinnen deel ik een andere geschiedenis. Maar er moet niet telkens een afgemeten en gelijke hoeveelheid liefde zijn om een relatie ‘geslaagd’ te noemen.”

Bo: “Ik heb mensen in mijn leven die veel reizen en die ik maar twee keer per jaar zie. Maar daarom is die connectie niet minder diep. Van anderen weet ik dat het niet zou werken als ze in dezelfde stad zouden wonen.”

Is iedereen altijd mee met die tempowissels?

Tamara: “Je moet altijd het tempo van de traagste volgen. Als iemand zijn draai niet vindt, moet je die ruimte en vooral tijd geven.”

Tilke: “Als je enkel meegaat in het polyverhaal om je partner te plezieren of aan je zijde te houden, valt je relatie vroeg of laat toch door de mand.”

Stel dat je partner opnieuw monogaam door het leven wil. Is er dan een weg terug?

Hanne: “Dat zou een reden zijn om een echtscheiding aan te vragen, en daar denkt mijn man hetzelfde over. We hebben samen de stap gezet om te trouwen omdat we allebei even overtuigd zijn van het pad dat we nu bewandelen. Soms samen, soms apart. We grappen weleens dat een monogamiewens onze doodsteek zou zijn. Maar eigenlijk moeten we daar niet lacherig over doen.”

Tamara: “Het is alsof je partner zegt dat hij wil emigreren naar Zuid-Amerika en jij graag onder de Vlaamse kerktoren vertoeft.”

Erik: “Mocht mijn vrouw ooit zeggen dat ze me opnieuw voor haar alleen wil, moet ik kiezen. Blijf ik bij haar, of verlaat ik haar en blijf ik mezelf trouw? Ik heb haar nog nooit moeten missen, en daar ben ik haar dankbaar voor, dus ik weet niet welke pijn dat gemis zou teweegbrengen.”

Bo: “Ik heb weleens gedatet met mensen die eerder monogaam zijn. Een van hen zie ik nog altijd doodgraag, maar we zullen nooit even toegewijd zijn. Hij wilde een toekomst met mij, maar die bestond uit dingen waar ik geen zin in had en die ik ook niet relevant vond.”

Tamara: ‘De maatschappij is nogal hypocriet als het om seks gaat.’

Beschouwen jullie polyamorie als een geaardheid of als een keuze?

Erik: “Een moeilijke vraag. Ik denk dat het antwoord voor iedereen verschillend is. Een hele hoop mensen zal met klem ontkennen dat polyamorie een geaardheid is. Eerder een fout in de opvoeding, zoals ook lang over homoseksualiteit werd gedacht.”

Bo: “Voor mij voelt relatieanarchie aan als een geaardheid, maar misschien minder vaststaand dan hetero-, homo- of biseksueel zijn.”

Hanne: “Het is alleszins een levensvisie. Misschien kun je het vergelijken met een vegetariër, die volgt ook bepaalde principes en heeft meestal geen zin meer in een hamburger (lacht).”

Tilke: “Die scheiding tussen keuze of geaardheid lijkt me iets te binair. Voor mij is het een levensvisie die momenteel bij me past. Ik zou kunnen kiezen om monogaam door het leven te gaan, maar het zou me niet gelukkig maken. Je kunt altijd ontkennen en niet trouw aan jezelf zijn. Maar wat brengt dat op?”

De samenleving is vandaag nog altijd afgesteld op het gezin. Niet op de single en al zeker niet op de polyamoureus. Merken jullie dat?

Bo: “Alles is afgesteld op twee personen. Probeer maar eens een lening aan te gaan met drie personen. De banken staan niet bepaald te springen.”

Hanne: “Ik ken een vrouw die twee levenspartners heeft en met zijn drieën hebben ze twee aanpalende rijwoningen gekocht. De middenmuur hebben ze uitgebroken, zonder dat aan te geven. Officieel wonen ze op twee verschillende adressen. Jammer dat er zo’n omweg aan te pas moet komen.”

Tamara: “Als vijftigplusser begint je toekomstbeeld er anders uit te zien. Daarom praten we vaak over hoe we de dingen zullen aanpakken als we straks niet meer goed te been of hulpbehoevend zijn. Zullen we dan nog in staat zijn om onze huidige levensstijl voort te zetten? Polyamorie in het bejaardentehuis, ik ben het nog niet tegengekomen.”

Bo: “Ik vraag me af of het in België ooit wettelijk wordt om met meerdere personen te trouwen. Er ligt een voorstel op tafel van Groen om mensen aan te duiden als levenslange vriend, met dezelfde legale voordelen als een huwelijkspartner.”

Hanne: “Wij zijn al een tijdje aan het onderzoeken of het mogelijk is om een derde persoon in ons leven dezelfde legale bescherming te geven als wij als getrouwd koppel. Dat uitzoeken kost wat geld.”

Erik: “Zulke stappen zullen altijd gezet worden in functie van andere maatschappelijke fenomenen dan polyamorie. Ik betwijfel of het ooit mainstream wordt. Maar toen ik als zestienjarige de eerste homomanifestatie in Antwerpen door de straten zag trekken, geloofde ook bijna niemand dat de holebigemeenschap zo outspoken en uitgebreid zou worden.”

Voor iemand die zich enkel comfortabel denkt te voelen bij monogamie, klinkt jullie verhaal best ingewikkeld. In een notendop: waarom maakt polyamorie jullie gelukkig?

Bo: “Heb je vijf uur? (lacht)

Hanne: “Het gevoel vrijer te kunnen zijn. In vorige relaties had ik altijd het gevoel tegen maatschappelijk opgelegde grenzen te botsen. Nu weet ik wat me destijds ongelukkig maakte en besef ik wat ik wil. Ik voel me vrijgevochten en misschien zorgt zo’n nieuwe relatie en verliefdheid er wel voor dat ik net méér energie en liefde heb voor mijn man. Niet dat ik die kick van verliefdheid najaag. Maar als ze er is, geniet ik er ten volle van.”

Tamara: “Als ik halsoverkop verliefd word, word ik ook opnieuw verliefd op mijn oudere lieven. Een mooi mechanisme.”

Tilke: “In monogamie verloor ik mezelf. Ik paste me aan mijn partner aan. Misschien omdat ik ervan uitging dat een partner alles moet zijn: mijn beste vriend, de liefde van mijn leven, de ideale gesprekspartner en een goede seksuele connectie. Ik wilde dat alles kunnen geven en mijn partner maximaal behagen, maar ik dacht te weinig aan mezelf en aan wat ík wil. Nu ik meerdere relaties heb, word ik meer met mezelf geconfronteerd en verlies ik mezelf minder uit het oog. Meerdere partners hebben zorgt ervoor dat ik mezelf kan blijven ontdekken en trouw kan blijven, aan één of meerdere mensen.”

Is polyamorie voor jullie een antwoord op relationeel lijden?

Hanne: “Ik ga hier niet beweren dat iedereen op zoek moet naar een extra lief. Wat werkt voor de ene, is geen garantie op geluk voor de andere. Maar het zou geen kwaad kunnen als we allemaal wat vrijer zouden denken, zonder elkaar te beknotten of bepaalde relatiemechanismen automatisch uit te sluiten.”

Erik: “Als mens word je klein en kwetsbaar geboren. Ik vind het fantastisch dat ik die kwetsbaarheid op mijn leeftijd mag herbeleven. Ik kan mezelf geven op een manier die in het monogame wereldje niet kan. Ik kan mijn lichaam en mijn gevoelens delen, via woorden of fysieke intimiteit. Ik krijg die ruimte van mijn partners en dat vind ik nog elke dag even ongelooflijk. Maar ik wil polyamorie niet romantiseren. Elke relatie kan mooi zijn, maar kent nu eenmaal ook haar valkuilen.”

Niet vrijblijvend

Klinisch psychologe Nathalie Cardinaels schreef het boek Ik hou van jou en jou en jou over polyamorie en deed daarvoor onderzoek naar de drijfveren van polyamoureuze zielen.

We zitten hier met vier vrouwen en één man rond de tafel. Trekt polyamorie vooral vrouwen aan?

Cardinaels: “Het lijkt alsof meer vrouwen zich eraan wagen, maar dat is moeilijk met zekerheid te zeggen. Ook het aantal polyamoureuzen in Vlaanderen – we schatten net geen 30.000 – is moeilijk te bepalen, omdat niet iedereen er zo vlotjes mee naar buiten komt.”

Nathalie Cardinaels: ‘Wie goed is in timemanagement, heeft een streepje voor.’

Sommige mensen zijn meer bedreven in de meervoudige liefde dan anderen. Bestaat er een succesformule?

Cardinaels: “Mensen met een hoge emotionele intelligentie hebben meer kans om hun weg te vinden in meervoudige liefdes. Ze zijn goed in geweldloze en eerlijke communicatie, ze durven in eigen boezem kijken en blijven achter zichzelf en hun eigen wensen staan. Zelfbewustheid is een belangrijke factor. Ze leven en laten leven, en veren mee bij nieuwe ontwikkelingen. En wie goed is in timemanagement heeft ook een streepje voor.”

Hebt u tips voor nieuwsgierige monogamen?

Cardinaels: “Informeer jezelf: lees veel, hang wat rond op forums of ga naar een event van Polyamory Belgium. Maar beschouw het niet als een vrijblijvend experiment. Het draait altijd om gevoelens van jezelf én van anderen. Je kunt niet zomaar gaan experimenteren met het hart van een ander.”

Nathalie Cardinaels, Ik hou van jou en jou en jou. Een open kijk op polyamorie, Pelckmans Pro

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234