Donderdag 17/10/2019

Gendergelijkheid

Mannen doen steeds minder in het huishouden

Amper één op de drie Belgische mannen deelde in 2015 dagelijks in de huishoudelijke taken. Beeld EPA

In plaats van meer, doen mannen vandaag net minder in het huishouden dan tien jaar geleden. Volgens een Europese studie is de gelijkheid tussen vrouwen en mannen dus nog niet voor morgen. Al is dat niet noodzakelijk de schuld van die man.

Op zowat alle vlakken gaat de gelijkheid tussen man en vrouw in ons land er – lichtjes – op vooruit. Vrouwen gingen tussen 2005 en 2015 wel meer aan het werk, ze kregen iets meer financiële armslag en namen meer deel aan de macht, waardoor ze over het algemeen de kloof met de mannen een stukje wisten te dichten. 

Maar daar tegenover staat wel een grote maar: Belgische mannen zijn in dezelfde periode een pak minder gaan doen in het huishouden. De cijfers staan in de jongste gendergelijkheidsindex van het European Institute for Gender Equality en zijn markant. 

Amper één op de drie Belgische mannen gaf in 2015 aan dat hij iedere dag minstens een uur achter de kookpotten staat of op een andere manier bijdraagt aan het huishouden. Tien jaar eerder was dat nog net niet de helft van de mannen. Bij de vrouwen bleef de huishoudelijke belasting quasi gelijk: ruim 80 procent gaf aan elke dag een uur huishoudelijk werk te doen. Opvallend: bij koppels met kinderen is het verschil zelfs nog groter. Daar participeert nauwelijks 28,7 procent van de mannen dagelijks in het huishouden, tegenover 88,5 procent van de vrouwen.

België is niet het enige land binnen de EU met zo'n negatieve evolutie – in twaalf van de 28 lidstaten ging de participatie van mannen erop achteruit – maar enkel Litouwen deed het nog slechter. Mannen besteden daarentegen wel meer tijd aan hun vrije tijd dan vrouwen: 38,7 procent gaat meermaals per week sporten of andere hobby's beoefenen, tegenover 32,3 procent van de vrouwen.

Rolpatronen

De Europese cijfers zijn bijzonder, want ging het niet net  beter met die gelijkheid tussen de seksen? Een gedetailleerde studie van Ignace Glorieux (VUB) in 2016 uitvoerde in opdracht van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (op basis van cijfers uit 2013, twee jaar eerder dan de Europese studie) bevestigde dat ook: heel langzaam groeiden mannen en vrouwen dichter naar elkaar toe. Al was dat wel vooral omdat vrouwen minder tijd waren gaan besteden aan het huishouden en de bijdrage van mannen quasi gelijk bleef.

Het Europese Instituut voor Gendergelijkheid hanteerde een minder fijnmazige bevragingstechniek. Bovendien ondervroeg ze bij de laatste meting niet alleen de werkende bevolking zoals in eerdere enquêtes, maar kwam de hele populatie ouder dan achttien in aanmerking. Werklozen dus, maar ook oudere mannen en vrouwen waar het rollenpatroon nog veel feller ingesleten zit. 

Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, wacht nog op een diepere analyse van de gegevens. Maar het rollenpatroon is ook voor haar een belangrijke mogelijke verklaring voor de cijfers
. "In tijden van crisis grijpen we terug naar patronen die we kennen", zegt zij.

Dat mannen de afgelopen tien jaar dus nog minder zouden zijn gaan afwassen of stofzuigen, is daarom niet noodzakelijk de verantwoordelijkheid van al die individuele mannen, benadrukt Stevens. "Het zijn ook wij als samenleving die die patronen vaak bevestigen. Is de economische situatie onzeker, dan krijgen mannen misschien eerder kansen omdat men ervan uitgaat dat zij nog steeds de financiële zorgen voor het gezin op hun schouders dragen. Wat trouwens een vorm van discriminatie en dus verboden is, maar soms onbewust toch gebeurt."

Daarbij komt ook de populariteit van de poetshulp, zeker in gezinnen met tweeverdieners. Vaker dan vrouwen lijken mannen de neiging te hebben om geen huishoudelijk werk meer op te knappen, aangezien er toch een werkster wordt ingehuurd met dienstencheques.

Neemt niet weg dat de uitdieping van de kloof in de Europese studie verontrustend is, zegt Stevens. "Zeker als je weet dat taakverdeling in het huishouden en in de zorg voor het gezin heel sterk gelieerd is met de loonkloof."

Waarom de ene man zijn weg vindt in het huishouden en de andere niet

Het huishouden blijft een bastion van ongelijkheid. Maar waar de ene man zich nogal makkelijk wentelt in het klassieke rollenpatroon, trekt de andere het hele huishoudelijke takenpakket naar zich toe. Drie mannen getuigen over hun verhouding met de was en de plas.

Rudi Van Der Stukken (55) kookt, dweilt en strijkt al 34 jaar thuis

De normaalste zaak van de wereld, vindt Rudi Van Der Stukken de taakverdeling bij hem thuis. Beeld Eric de Mildt

Al 34 jaar is Rudi Van Der Stukken (55) een koppel met Pascale Allard. En al evenveel jaar doet hij steeds de was en de plas thuis. Van koken over dweilen tot strijken: hij doet het allemaal. "De normaalste zaak van de wereld", vindt hij.

Hun taakverdeling valt voornamelijk te wijten aan de werkschema's van de beide partners. Van Der Stukken werkt in vroege en late shifts bij een papierbedrijf, zijn vrouw van negen tot vijf als bediende. "Op een dag zoals vandaag ben ik om 13 uur thuis en zij, zoals steeds, om 19 uur, zeven uur later. Moet zij dan nog beginnen te koken?"

Het is echter geen louter praktische zaak. "Ik kan tijdens vrije ochtenden of namiddagen sporten, wat fantastisch is." Dat voordeel wil Van Der Stukken compenseren door het huishouden te doen. "We werken allebei fulltime, maar die vrije momenten heeft zij niet."

De taakverdeling ten huize Van Der Stukken is al 34 jaar lang de regel. "Ik ken enkele koppels met hetzelfde systeem, maar wij zijn meer de uitzondering dan de regel, ja."

Ze hebben samen één kind, dat intussen uit huis is. "Ik ging hem toen bij vrije momenten afzetten of afhalen van school", zegt Van Der Stukken. Ook toen liep de taakverdeling volgens hem gesmeerd. "Wanneer ik dan een late shift had, kon mijn vrouw voor hem zorgen."

Bert Bauwelinck (51) heeft als politicus geen tijd

Bert Bauwelinck heeft er naar eigen zeggen niet veel aanleg voor, voor huishoudelijke taken. Beeld Eric de Mildt

"Als ik ooit alleen kom te staan, vrees ik dat ik in het huishouden een sukkel zal zijn", lacht Bert Bauwelinck (51), politicus bij sp.a in Temse en de Kamer. Lange werkdagen met aansluitend een avondvergadering zijn bijna een certitude, zijn afwezigheid in het huishouden is dat echter ook.

"Het is totaal geen principiële kwestie om ons huishouden eerder stereotiep in te vullen." Een poetshulp of tuinman vonden ze beiden belachelijk, en "om te vermijden dat we onszelf voorbij holden" ging zijn vrouw twintig jaar geleden deeltijds werken.

"De politieke werkomgeving kan best verstikkend zijn. Mensen verwachten dat je 'er' bent", zegt Bauwelinck. "Zeggen dat je naar huis moet omdat het jouw beurt is om de strijk te doen? Dat is vragen om rare blikken of een sneer: 'Doe niet zo flauw.'"

Het dagelijkse takenpakket is dus weggelegd voor zijn vrouw, al was het ooit anders. Als pas afgestudeerde zorgde hij anderhalf jaar thuis voor zijn zoon. "Mijn vrouw trof toen vaak een grote puinhoop aan, het is gewoon mijn sterkste kant niet. Als ik nu aanbied om een grote kuis te houden, krijgt ze hartkloppingen bij het idee alleen."

"In de vakantieperiode probeer ik wel het zware kluswerk te doen." Ook daar wentelt hij zich dus een beetje in het stereotype beeld. "Ik zou wellicht een groter schuldgevoel moeten dragen, maar je groeit voor een stuk in die verdeling."

Koen Dedoncker (41) ziet veel rijkdommen in het huishouden

"In onze 18 jaar samen heeft er nooit een strikte taakverdeling op tafel gelegen, het huishouden is altijd een golfbeweging geweest", zegt Koen Dedoncker (41), stafmedewerker bij Beweging tegen Geweld (vzw Zijn) en vader van twee jonge kinderen.

Toen zijn vrouw zo'n twee jaar geleden op de universiteit de rollen van docent en onderzoeker ging combineren, was het voor hem een evidente keuze: "Ik zou even wat minder werken en zowel het huishoudelijke takenpakket als de zorg van onze twee kinderen op mij nemen. Dat voelde op dat moment heel logisch aan."

Ook in zijn omgeving voelde hij daarvoor veel begrip, geen gefronste wenkbrauwen over een vermeend gebrek aan mannelijkheid. "Misschien is mijn omgeving niet representatief, maar ik heb me geen seconde minder man gevoeld", zegt Dedoncker.

"Integendeel, er zitten zoveel rijkdommen in die zorg. De meest banale dingen kunnen heel groot worden in de relatie met je kind." In die mate zelf dat er bij hem geen enkele frustratie zat in het torsen van het volledige huishouden. "Eerder was het mijn vrouw die het als een gemis aanvoelde, want zij zag dat ik plots dichter bij de kinderen stond."

Nu werkt Dedoncker opnieuw fulltime en heeft zijn vrouw wat gas teruggenomen op het werk. Golven dus. "De kindjes zijn nu bijna 2 en 4, een zware periode. Ik denk dat we allebei handen tekort komen om alles te klaren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234