Woensdag 29/01/2020

'Mannelijke politici huilen ook. Gelukkig maar'

'De overbodige man', 'Het nieuwe zwakke geslacht': als je de titels van recente boeken en opiniestukken moet geloven, is het afgelopen met de maatschappelijke dominantie van de man. 'En we kunnen er maar beter aan wennen', zegt Mark Eyskens (83). 'De autoritaire man komt nooit meer terug.'

Ik sta voor de Heverleese villa van Mark Eyskens en vraag me af in welke staat ik de voormalige premier zo meteen zal aantreffen. Zou hij na het beëindigen van zijn politieke loopbaan zijn pak en das ritueel verbrand hebben en zijn dagen voortaan slijten in een zijden joggingbroek en een matching marcelleke? Zou hij ondertussen een begenadigd amateurtuinier geworden zijn en me ontvangen in een lichtgroene overall met kniekussens en een duimstokzak?

Geen van beide, blijkt wanneer hij de deur opendoet. Het gewezen CD&V-boegbeeld draagt een onberispelijk wit hemd, een rode das en een donkerblauw pak. Eens een staatsman, altijd een staatsman. Ik had het kunnen weten.

Zonder tijd te verliezen met smalltalk, troont hij me mee naar zijn kantoor, waar hij de voormiddag al schrijvend en contemplerend heeft doorgebracht. In de man cave van Mark Eyskens geen pooltafels, gameconsoles of halters, maar wel boeken, schilderijen en sculpturen uit alle windstreken en continenten. Eyskens is altijd al een man geweest die verfijning verkiest boven viriliteit. In zijn wereld oogsten spitsvondige bon mots luidere lachsalvo's dan schunnige moppen. En staat hoofse camaraderie hoger aangeschreven dan 'mannen weten waarom'-vriendschappen. Every inch a gentleman, ook op zijn 83ste.

Voor we samen de staat van de mannelijkheid - en onvermijdelijk ook die van de vrouwelijkheid - opmaken, voelt hij de behoefte om ons gesprek in het juiste perspectief te plaatsen. "In genetisch opzicht zijn alle mensen haast identiek", doceert hij. "We verschillen zelfs nauwelijks van sommige dieren. Het DNA van mensen is voor 96 procent gelijk aan dat van fruitvliegen. Om maar te zeggen: mannen en vrouwen zijn in de eerste plaats vertegenwoordigers van de mensheid. In het grotere geheel zijn de verschillen tussen de seksen bijzonder relatief. Laten we dat niet vergeten."

Toch lijkt het erop dat la guerre des sexes weer springlevend is. Donald Trump zou zijn verkiezingsoverwinning mee te danken hebben aan mannen die vinden dat de samenleving veel te vrouwelijk geworden is. Ze zouden hun verloren gegane mannelijkheid opnieuw willen opeisen en dáárom op alfaman Trump gestemd hebben.

Mark Eyskens: "Dat is mogelijk. Je mag niet vergeten: de dominantie van de man is een mythe die al eeuwen meegaat. In één versie van het Bijbelverhaal schept God Eva uit de rib van Adam. Dat voedt de misvatting dat de vrouw ondergeschikt is: ze is maar een onderdeel van de man die in al zijn generositeit een rib afstaat. Vandaag klasseren we zo'n verhaal als een onderdeel van de bijbelse mythologie. Maar gedurende honderden jaren werd het als de waarheid beschouwd. Dat laat sporen na in het collectief geheugen."

U die kunt vergelijken: hebben mannen het vandaag zoveel moeilijker dan vroeger? Zijn ze, zoals sommigen beweren, het slachtoffer geworden van de emancipatie van de vrouw?

"Mannen en vrouwen zijn op de arbeidsmarkt elkaars concurrenten geworden. En dat vinden sommige mannen blijkbaar nog altijd vervelend. Toen Sophie Dutordoir voor het eerst genoemd werd als mogelijke NMBS-baas, zeiden haar mannelijke tegenkandidaten: 'Hoe kan een vrouw nu een spoorwegmaatschappij leiden? Het spoor, dat is toch iets mannelijks? Moet elke CEO tegenwoordig een vrouw zijn?'

"Gelukkig heeft die aanstellerij weinig indruk gemaakt."

Mannen denken te veel in communicerende vaten, schrijft columniste Heleen Debruyne. Ze moeten ophouden met denken dat mannen verliezen waar vrouwen winnen.

"En ze heeft gelijk. Het klopt niet dat vrouwen de jobkansen van mannen beperken. Er zijn nooit méér mensen aan het werk geweest dan vandaag. Er zijn dus genoeg jobs voor mannen én vrouwen. Het wordt hoog tijd dat we dat eeuwige man-vrouwdualisme aan de kant schuiven. Mannen en vrouwen moeten in de strijd voor meer gelijkheid aan hetzelfde zeel trekken. Waarom komen mannen niet op voor een gelijk loon voor vrouwen? Waarom pleiten vrouwen niet voor meer ouderschapsverlof voor mannen?"

Omdat mannen en vrouwen elkaar niet meer zo goed begrijpen? In Amerika verenigen bange mannen zich tegenwoordig al in Men's Right Movements. Ze willen naar eigen zeggen een dam opwerpen tegen de oprukkende mannenhaat.

"Amerika is, zoals wel vaker, een geval apart. In Amerika beschikt elk gezin over wapens en maken vrouwen zich in toenemende mate schuldig aan partnergeweld ten opzichte van hun mannen. Nogal wat Amerikaanse mannen zijn bang dat hun vrouw na een ruzie de gezinsrevolver uit de lade zal halen en hen ongenadig zal neerknallen. Dat speelt allemaal mee.

"Wist je dat de kans dat een Amerikaanse man vermoord wordt door terroristen vele malen kleiner is dan de kans dat hij geliquideerd wordt door zijn eigen echtgenote? Een troostende gedachte, nietwaar?" (lacht)

Toch klinkt de mannelijke verontwaardiging ook bij ons steeds luider. Veel mannen hebben het gevoel dat ze hun mannelijkheid moeten onderdrukken. Dat ze 'in deze gefeminiseerde samenleving' tegen 'hun ware biologische aard' moeten ingaan.

"Ik ga niet mee in dat biologisch determinisme. We worden niet enkel gedreven door fysieke impulsen. De grootste mannen in de geschiedenis zijn degenen die hun darwinistische voorbestemdheid hebben gemilderd met een laagje beschaving. Mannen zoals Mandela en Gandhi, die niet spraken over domineren, winnen en veroveren, maar over liefhebben, respecteren en samenwerken. Dát zijn de mannen die ons als soort doen evolueren.

"Mag ik ook opmerken dat de wetenschap vandaag veel genuanceerder is over de biologische verschillen tussen man en vrouw dan honderd jaar geleden? Nieuw onderzoek toont aan dat de grenzen tussen de seksen veel minder scherp getrokken kunnen worden dan we denken. Dat er in mannen veel meer vrouwelijkheid schuilt - en in vrouwen veel meer mannelijkheid - dan we tot nog toe hebben aangenomen."

In plaats van nostalgisch te doen over de viriele mannelijkheid van weleer, zouden we het begrip beter een hedendaagse invulling geven?

"Natuurlijk. Al die heimwee naar de sterke, autoritaire man: het is begrijpelijk en psychologisch uitlegbaar, maar het heeft als mensbeeld geen enkele toekomst. Integendeel: het onderscheid tussen de seksen gaat de komende decennia alleen nog maar méér vervagen. Artificiële-intelligentiesystemen zullen veel van onze activiteiten overnemen. De traditionele taakverdeling tussen man en vrouw zal daardoor nog minder relevant worden dan vandaag al het geval is.

"Over een paar jaar zijn zowel mannen als vrouwen zelfstandig opererende multitaskers die zelf beslissen wanneer en hoelang ze werken, en of ze dat thuis, op kantoor of elders doen. De digitalisering zal in grote mate bijdragen tot het ontstaan van een geslachtsloze maatschappij."

Mark Eyskens was in 1981 acht maanden premier. Hij leidde een regering die bestond uit 25 mannelijke ministers en 3 mannelijke en 4 vrouwelijke staatssecretarissen. Wanneer ik opmerk dat de samenstelling van Eyskens I niet meteen aantoont dat hij de inbreng van vrouwelijke politici in zijn regering onontbeerlijk vond, slaat hij voorzichtig mea culpa.

"Ik had ervoor moeten zorgen dat er meer vrouwen in mijn regering zaten, ja. Als ik vandaag op een vergadering ben waaraan geen enkele vrouw deelneemt, denk ik altijd: 'Hoe is dat nu toch mogelijk? De helft van de mensheid is hier afwezig.' Maar in die tijd stond ik daar nog niet op dezelfde manier bij stil. Let wel: de vervrouwelijking van de kieslijsten, de quotawet die bedrijven verplicht om meer vrouwen in hun raad van bestuur op te nemen, ik heb het allemaal gesteund. Maar ik had wellicht nog meer een voortrekkersrol kunnen spelen.

"De emancipatie van de vrouw is - zeker in de politiek - vrij langzaam tot stand gekomen. Mijn vader (Gaston Eyskens, tussen 1949 en 1972 zesvoudig premier van België, STS) sprak nog met nauwelijks verholen afschuw over vrouwelijke politici. 'Waar bemoeien die vrouwen zich eigenlijk mee?' zei hij. Vrouwen in de politiek, dat was voor de mannelijke politici van toen pure horror."

En voor de mannelijke politici van uw generatie?

"In de regeringen waarvan ik deel heb uitgemaakt, hadden de vrouwen een verzachtende invloed op de mannen. Ze zorgden ervoor dat zelfs de grootste macho's wat gematigder werden in hun taalgebruik. Dat ze wat minder seksistische moppen vertelden. Maar dat was niet veel meer dan een laagje vernis.

"De mannelijke ministers konden bij momenten behoorlijk giftig uit de hoek komen ten opzichte van hun vrouwelijke collega's. Wat ze absoluut niet konden verdragen, was dat een vrouw een dossier beter beheerste dan zij. Of met een voorstel op de proppen kwam dat ze liever zelf bedacht hadden. Dan durfden ze hun frustraties weleens verbaal af te reageren."

Vrouwelijke ministers werden getolereerd zolang ze het maar niet in hun hoofd haalden om hun job goed te doen?

"Zoiets, ja. Om eerlijk te zijn: ik ben beschaamd over het verleden. Mannelijke politici - en dat is een groep waartoe ik om voor de hand liggende redenen ook mezelf moet rekenen - zijn veel te lang veel te hard geweest voor hun vrouwelijke collega's. Neerbuigend, misprijzend zelfs."

Hoe uitte die minachting zich?

"Tijdens begrotingsconclaven hielden de vrouwelijke ministers doorgaans erg sterke pleidooien. Maar in de politiek is gelijk hebben niet altijd hetzelfde als gelijk krijgen. En wanneer vrouwelijke ministers ondanks de kwaliteit van hun betoog hun slag niet thuishaalden, gebeurde het weleens dat ze hun tranen niet konden bedwingen. Daar werd door de mannen lacherig over gedaan. 'Massavernietigingswapens' werden de occasionele huilbuien van de vrouwen smalend genoemd. Dat is seksistisch en het zou vandaag terecht niet meer getolereerd worden."

Hebt u tijdens uw lange carrière nooit een mannelijke politicus zien huilen?

"Toch wel. Bijvoorbeeld tijdens de Europese topbijeenkomst waarop de eenmaking van Duitsland bekrachtigd werd. De toenmalige Britse premier Margaret Thatcher werd nogal zenuwachtig van het vooruitzicht van een eengemaakt Duitsland. 'Ein Volk, ein Reich: ik heb dat nog gehoord', zei ze met veel gevoel voor drama. Pas toen de Duitse premier Helmut Kohl in ruil voor de hereniging van Duitsland instemde met de oprichting van de Europese monetaire unie, was er uitzicht op een akkoord.

"Nadat het compromis door iedereen aanvaard was, begon Helmut Kohl in een hoek van de vergaderzaal ingehouden te huilen. De tranen rolden over zijn wangen. 'Mijn grootste droom is zonet werkelijkheid geworden', snikte hij. Mannelijke politici wenen dus ook. En gelukkig maar."

Als eerste minister sprak u op het einde van een ministerraad ooit de woorden: 'Sorry als ik niet iedereen beledigd heb. Volgende keer let ik erop.' Tegenwoordig worden beledigingen aan het adres van politieke tegenstrevers níét met humor verzacht. Bewijst de verruwing van het politieke taalgebruik dat het machismo in de Wetstraat weer helemaal terug is?

"Ik ben er vrij zeker van dat de politici van vroeger even grof waren als die van vandaag. Alleen merkte de kiezer daar niet zoveel van: er waren namelijk nog geen sociale media. Vandaag kun je je politieke concurrenten via Facebook en Twitter op elk moment van de dag kapittelen. En je hoeft de bestemmeling van je uithaal niet eens in de ogen te kijken, je kunt hem gewoon vanuit je luie zetel uitschelden. Veel politici - en zeker de alfamannetjes à la Trump - kunnen aan die verleiding niet weerstaan. Met alle vijandelijkheden vandien."

De alfareflex kan in de politiek nochtans zware gevolgen hebben. Naar verluidt was de voormalige Amerikaanse president Lyndon B. Johnson er halverwege de Vietnamoorlog al van overtuigd dat hij zijn troepen moest terugtrekken, maar durfde hij dat niet uit angst om 'niet mannelijk genoeg' bevonden te worden.

"Mannelijke profileringsdrang is in de politiek altijd gevaarlijk. En het is helaas een fenomeen dat niet uit te roeien is. Het gespierde antisyndicalisme van vandaag - 'we zullen die vakbonden eens keihard aanpakken' - is óók typisch mannelijk gorillagedrag. Dat ondertussen trouwens ook door heel wat vrouwelijke politici is overgenomen. Ik zei het al: het onderscheid tussen de seksen is aan het vervagen." (lacht)

Zie ook: het succes van vrouwelijke populisten als Marine Le Pen in Frankrijk en Frauke Petry in Duitsland. Misschien heeft het succes van het populisme niet zozeer te maken met een heimwee naar mannelijkheid, dan wel met een wijd verspreide afkeer van het gelijkheidsdenken. 'Minderheden moeten niet te hoog van de toren blazen', lijkt tegenwoordig de teneur. Denkt u dat verworvenheden als het gemeentelijk stemrecht voor migranten en het homohuwelijk ooit weer zullen verdwijnen?

"Uw vraag gaat wat mij betreft over de toekomst van de democratie. Is onze democratie - met haar 'one person, one vote'-principe - nog in staat om met de steun van de meerderheid een ethisch wenselijk beleid te voeren? Of laten we het egoïsme regeren? Zullen we de enorme veranderingen die op ons afkomen nog kunnen omzetten in verbeteringen voor zoveel mogelijk mensen? Of laten we ons gek maken door demagogen als Trump?"

Goeie vragen. Nu nog de antwoorden.

"Ik kan niet in de toekomst kijken. Maar laten we zeggen dat er de komende jaren een belangrijke rol is weggelegd voor de journalistiek en het onderwijs. Journalisten en leerkrachten zullen meer dan ooit op een ethisch kompas moeten varen en de fundamentele basiswaarden van onze democratie moeten verdedigen. De geschiedenis leert ons dat die waarden niet onwankelbaar zijn. We zullen ze moeten beschermen."

In 1961 leerde Mark Eyskens Anne Rutsaert kennen: een pas afgestudeerde licentiate in de politieke en sociale wetenschappen. Ze trouwden nog geen jaar later en kregen in korte tijd drie dochters en twee zonen. Het gevolg laat zich, de tijdgeest indachtig, makkelijk raden: mevrouw Eyskens borg haar universiteitsdiploma op en koos ervoor om voltijds haar gezin te runnen.

Aan mijnheer Eyskens vraag ik of hij ook getrouwd had kunnen zijn met een partner die wél carrière had willen maken.

"Ik beken dat dat moeilijk zou geweest zijn. Dan hadden we onze kinderen moeten uitbesteden aan pensionaten en dat zou niet gewerkt hebben. Anne en ik hebben lang geleden gekozen voor het huwelijksconfederalisme. Er zijn in dit huis twee deelstaten: één genaamd Anne Rutsaert en één genaamd Mark Eyskens. Wij hebben elk onze eigen bevoegdheden: Anne beslist zowat alles - waar we op vakantie gaan, wat we eten, welk pak ik moet aantrekken - en ik hou me bezig met het beleid van Donald Trump, de brexit en nog wat andere details. Oh ja, en ik druk elke ochtend op het knopje dat onze rolluiken omhoog doet gaan.

"Af en toe hebben mijn vrouw en ik een conflict. Dan trekken we ons voor overleg terug in onze slaapkamer, doorgaans omstreeks halftwaalf 's nachts. En zodra we een akkoord bereiken - en dat lukt altijd - gaan we weer verder. Ons huwelijk is een mooi voorbeeld van coöpetitie: een mengeling van competitie en coöperatie. Dat systeem werkt perfect. De politiek kan er een voorbeeld aan nemen." (lacht)

Denkt u dat het vandaag voor jonge mannen lastiger is om aan een lief te raken dan voor u destijds?

"Ja. Vrouwen zijn zowel economisch als seksueel onafhankelijk geworden. Ze zijn op het gebied van mannen een stuk veeleisender dan vroeger. Tegelijkertijd - en ik moet opletten wat ik nu zeg, want dit zou paternalistisch kunnen overkomen - zijn vrouwen ook veel mooier dan toen ik jong was. Ze verzorgen zich beter en zijn over het algemeen aantrekkelijker dan in mijn tijd. Ook dat kan voor de mannen van nu intimiderend zijn. De schoonheid van een vrouw heeft soms een verlammend effect."

Kortom: ook in de liefde regeert de genderchaos.

"De keuzemogelijkheden op amoureus gebied zijn in ieder geval enorm toegenomen. Vroeger wou de katholieke kerk dat de vrouwen thuisbleven zodat ze de mannen niet op buitenechtelijke gedachten konden brengen. Maar vandaag komen de seksen elkaar voortdurend tegen. Je kunt op om het even welk moment verliefd worden. Als je in de vooravond nog gauw een fles wijn gaat halen, kun je aan de kassa van de supermarkt aan de praat raken met een knappe vrouw. En als je dan ook nog eens afspreekt om de week daarop samen te gaan lunchen, kan het snel gaan."

U spreekt uit ondervinding?

"Amice, als het over verleiding gaat, heb ik altijd de woorden van de Duitse socioloog Max Weber voor ogen gehouden. Weber zei: 'Er is de ethiek van de overtuiging - de begeerte, de vervoering - en er is de ethiek van de verantwoordelijkheid. Wel, in geval van verleiding volg ik de ethiek van de verantwoordelijkheid. Dat volstaat om op het rechte pad te blijven."

Veel mannen zijn tegenwoordig vrijgezel omdat ze zich geïntimideerd voelen door de onafhankelijke, geëmancipeerde vrouw. Ze roepen zelfs de hulp in van professionele datingcoaches. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?

"Zeker. Een workshop die je leert hoe je een vrouw het hof moet maken, lijkt me vele malen nuttiger dan een cursus mindfulness." (lacht)

Welk advies heeft ú voor jonge mannen die zich op de liefdesmarkt begeven? Kunnen ze nog iets leren van u?

"Arthur Rimbaud zei ooit: 'Je est un autre.' Ik is een ander. Vrij vertaald: wij zijn niet in staat om onszelf te kennen, tenzij in de blik van een ander. Dat geldt ook - en misschien vooral - in de liefde: je partner houdt je onvermijdelijk een spiegel voor. Mijn advies aan jonge mannen is dan ook: zorg ervoor dat je spiegelbeeld vleiend is. Word verliefd op een vrouw die er niet alleen voor zorgt dat je jezelf leert kennen, maar die er ook nog eens toe bijdraagt dat je een bétere versie wordt van jezelf."

Wordt mannelijkheid een vage herinnering naarmate de jaren vorderen? Voelt u zich op 83-jarige leeftijd minder man dan toen u 33 was?

"Nee. Ook als tachtiger kun je nog hartstocht beleven. Er zijn natuurlijk fysieke beperkingen, maar de intensiteit blijft. In mentaal opzicht is het leven een continuüm waarop de leeftijd geen vat heeft."

Tot slot: aan welke man moeten we vandaag een voorbeeld nemen?

"Aan Baudelaire. En bij uitbreiding aan alle mannelijke dichters. Poëten hebben een heel openhartige en ondeugende soort mannelijkheid. Daardoor zijn ze beter in staat om vrouwen te begrijpen en kunnen ze een brug slaan tussen de geslachten. Precies wat we vandaag nodig hebben."

Volgende week: bioloog Dirk Draulans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234