Dinsdag 12/11/2019

Manifest voor het kleine geluk

Ian McEwan is een gevierd schrijver: supersellend en gelauwerd door critici. Zijn nieuwe roman, Saturday, bevestigt op overtuigende wijze zijn positie als beste Britse auteur van zijn generatie.

Ian McEwan

Saturday

Jonathan Cape, 279 p., 22,95 euro.

Aan het begin van zijn carrière woonde Ian McEwan aan de verkeerde kant van de Theems, in de achterbuurt Stockwell. Vanuit een moderne torenflat schreef hij duistere, taboe doorbrekende verhalen als 'Butterflies', waarin een pedofiel een meisje vermoordt, en Psychopolis, over sadomasochisme in Los Angeles. Later ventileerde 'Ian Macabre' zijn toenemende interesse voor wetenschap en politiek via andere ongemakkelijke onderwerpen als incest, voyeurisme, kidnapping en euthanasie. Dertig jaar en tien romans later woont McEwan, inmiddels 58, in Fitzrovia, een voorname wijk ten noorden van de natte wond die Londen nog immer sociaal verdeelt. Nog steeds zijn er veel morele dilemma's, maar de scherpe randjes van McEwans obsessies en perversie zijn intussen afgevijld.

Het boek verhaalt hoe de vrije dag van de welgestelde Londense neurochirurg Henry Perowne bij toeval in een nachtmerrie verandert. Het is niet zomaar een zaterdag, maar 15 februari 2003: honderdduizenden Britten trekken door Londen uit protest tegen de aanstaande oorlog in Irak. Perowne heeft te veel tegenstrijdige gevoelens om aan de betoging mee te doen. Bovendien is zaterdag zijn dag. Zijn genotzuchtige zelfgenoegzaamheid komt hem duur te staan: op weg naar een partijtje squash komt hij in aanraking met de letterlijk en figuurlijk geesteszieke onderwereldfiguur Baxter. De belangrijke reünie van Perownes gezin die 's avonds aanvangt, verandert in een catastrofe wanneer Baxter zijn gram komt halen.

Het motto, afkomstig uit Saul Bellows Herzog (1964), verraadt dat het boek gaat over "what it means to be a man. In a city. In a century. In transition. In a mass. Transformed by science. Under organised power." Dat Saturday, na het eeuwoverspannende epos Atonement, zich afspeelt in 24 uur, doet niets af van de intellectuele bagage. McEwan verbindt op virtuoze wijze grote en minder grote vraagstukken: schuld, predestinatie en rechtvaardigheid in een goddeloze tijd, het recht op privacy en het belang van familie, de oorlog tegen Irak, de aard van geluk, voortschrijdende ouderdom, genetische en materiële erfenissen, de macht van doctoren over de mens, de noodzaak van geweld en oorlog, de macht van de massamedia, de spirituele uitputting van de hedendaagse samenleving, en de noodzaak van het kleine plezier. Eveneens zijn er de nodige zelfreflexieve literaire overpeinzingen.

Gezien McEwans fascinatie voor de wetenschap is het niet verrassend dat zijn hoofdpersoon een neuroloog is: het scalpel en de pen zijn beide instrumenten om de mens te doorgronden, en eventueel beter te maken. Net als Martin Amis pleit McEwan voor de ratio in een tijd vol irrationele angsten. Maar wel aangevuld door kunst: in McEwans wereld worden mensenlevens niet alleen gered door de medische wetenschap, maar ook door de louterende voordracht van een gedicht.

McEwan onderzoekt de staat van de wereld zoals we die via onze zintuigen tot ons nemen: de kleur van het daglicht en de geur van verschroeid been worden tot op het bot beschreven. Ook bevat de openingssequentie een beschrijving die de beroemde luchtballonscène in Enduring Love naar de kroon steekt. Dit is McEwans sterke kant: zo specifiek beschrijven dat in de speldenprik van het moment een epifanische schoonheid wordt geopenbaard.

McEwan toont zich wederom een scherpzinnig woordsmid wiens heldere zinnen stijf staan van het literaire vernuft. Wanneer Perowne vertelt dat hij zich niet ongemakkelijk voelde de rol van zijn dode schoonmoeder over te nemen, vertelt hij: "In his place a reasonable man might have panicked with dignity, but the simplicity of the arrangement gave Henry Perowne nothing but delight." Is dit de mooischrijverij waar Marja Pruis en Kees 't Hart zich in De groene Amsterdammer over beklaagden? Is net als in McEwans vorige roman Atonement het proza zo weloverwogen dat het gespeend is van spontaniteit? Nee, het grammaticale fascisme botst met de inhoud, en levert een sluwe zin die verraadt dat Perowne niet de rationalistische controlefreak is die hij zichzelf en de lezer voorspiegelt.

McEwans gekalibreerde stijl is geconditioneerd door en medeplichtig aan de technocratie die bekritiseerd wordt. Perownes voyeurisme, benadrukt door gelijksoortige beschrijvingen van operaties en zijn observatie van mensen op straat, is gegroeid uit een door de massamedia geproduceerde maatschappij die geobsedeerd is door het ongezien kijken naar anderen. De alomtegenwoordigheid van televisie in het boek duidt aan dat de werkelijkheid op door haar gestelde voorwaarden wordt beleefd. Het resultaat is een chirurgische blik die het menselijke vermoordt.

Saturday laat zien hoe het protestantse arbeidsethos de wereld overneemt. Terwijl Perowne protesteren als een vorm van werken ziet, meent hij dat zijn vrije dag een bewuste uitoefening is om zich niet schuldig te voelen aan schaamteloze non-productiviteit. De fascinerende ambivalentie schuilt in het feit dat die redenering enerzijds onderdeel is van de rationalistische machine, maar anderzijds is de manier waarop de chirurg tot vervelens toe zijn gedachten beschrijft een indicatie van zijn neurotische verlangen naar de veiligheid van de routine. Zo waant Perowne zich de door Baxter verstoorde orde te kunnen herstellen door een partij squash te winnen. Niets blijkt minder waar: niemand ontsnapt aan de contingentie die ten grondslag ligt aan het moderne leven.

Die subtiliteiten uiten zich ook in Perownes twijfels inzake Irak. Hij verkiest de door ambivalentie geboden neutraliteit om zich aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te onttrekken. De tegenstrijdige gevoelens worden zorgvuldig en intelligent uitgewerkt, onder andere via een dialoog tussen Perowne en zijn dochter die de dilemma's van voor- en tegenstanders uitlegt.

Saturday is het imposante werk van een kundig vakman, maar is niet zonder gebreken. Hoewel de roman een onweerstaanbare thrillervaart heeft, valt het boek in het midden stil. De nauwgezette uitweidingen over een squashwedstrijd, Perownes bezoek aan zijn demente moeder, het bereiden van een visschotel geven zijn geestesgesteldheid uitstekend weer, maar zijn eveneens saai. De opzichtige manier waarop McEwans research wordt gepresenteerd ontstijgt weliswaar Harry Mulisch' paternalisme, maar leidt tot veel overbodigheden. McEwan schaduwde twee jaar lang een neuroloog en dat wil hij laten zien door veel medische terminologie te gebruiken. Maar een neuroloog zou niet zeggen dat zijn instrumenten 'nicely weighted' zijn, dat is vanzelfsprekend. Hier wordt duidelijk dat McEwan zelf hier en daar de stem van Perowne aanvult, en een ingenieus en humoristisch spel speelt met de autoriteit van de schrijver en dokter als genezer. Tenenkrommend is de manier waarop McEwan de bibliotheek is ingedoken om Perownes zoon Theo als gitaargod neer te zetten. Vreemd blijft ook het feit dat McEwan twee jaar na Don DeLillo's Cosmopolis (2003) verdacht veel ingrediënten van die roman overneemt.

Saturday is een roman die velen zal behagen: McEwan demonstreert dat hij een vrijgevig schrijver is die zijn gedachten over de wonderlijke en gruwelijke facetten van de menselijke conditie graag met de lezer deelt. Perownes zaterdag blijkt onverwacht een homerisch daguitstapje vol belangrijke inzichten. Uiteindelijk is het boek een niet onredelijk manifest voor het recht van de bourgeoisie op het kleine geluk in een onvoorspelbare wereld. McEwan positioneert zich hiermee in een comfortabel herenhuis van fictie, buiten de gehoorsafstand van Stockwell. De troost van vreemden wordt vervangen door het gerief van het vertrouwde. Wie het comfort van zijn huis prefereert, kan Saturday met een gerust hart aanschaffen. Wie de straat verkiest, kan overigens genoeg duistere steegjes vinden in McEwans roman. Maar ze zijn erg goed verlicht.

Bas Groes

Wie het comfort van zijn huis prefereert, kan Saturday met een gerust hart aanschaffen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234