Woensdag 28/07/2021

Manifest van de G1000

Als de politici er niet uitgeraken, laat de burgers dan beraadslagen. Dat is de oproep van een onafhankelijke groep denkers en doeners. En ze hebben een uitgewerkt voorstel klaar: de G1000, een bijeenkomst in Brussel op 11 november van duizend willekeurig gekozen burgers die onbevangen overleggen over de toekomst van dit land. Want democratie is zoveel meer dan burgers die stemmen en politici die onderhandelen.

Een jaar geleden kozen de burgers van dit land door wie ze bestuurd wilden worden. Een jaar lang hebben ze gewacht - met hoop, met wanhoop, met schaamte, met humor, en vooral met heel veel geduld. Er kwam geen regering. De uitdagingen waar België momenteel voor staat lijken te groot om door het spel van de partijpolitiek opgelost te krijgen. Dat is niet erg; de democratie is gelukkig meer dan een kwestie van politieke partijen.

Als de politici er niet uitgeraken, laat de burgers dan beraadslagen. Wat het volk niet heeft aan expertise, heeft het aan vrijheid. En dat is in deze context een enorm voordeel. Gewone burgers, anders dan politici, hoeven geen afweging te maken tussen nationale en electorale belangen. Gewone burgers hoeven zich niet permanent af te vragen: zal ik hiervoor beloond worden of afgestraft? Zal mijn tegenstander hiermee kunnen scoren of niet? Gewone burgers hoeven niet verkozen of herkozen te worden. Dat is van onschatbare waarde. Expertise kan je redelijk snel opdoen, maar vrijheid heb je of heb je niet. Burgers zijn dus beter geplaatst om letterlijk 'onpartijdige' keuzes te maken.

De ondertekenaars van dit manifest hebben na maanden denkwerk een concreet model uitgedokterd dat een nieuwe impuls kan geven aan het opheffen van de impasse die dit land al vele jaren teistert: de G1000, een burgertop van duizend willekeurig gekozen inwoners van dit land. Zij baseren zich op recent wetenschappelijk onderzoek, relevante voorbeelden uit het buitenland en nieuwe technologieën. De G1000 wil de democratie van dit land nieuw leven inblazen.

Onze analyse
Een radicaal-democratisch alternatief voor de huidige situatie, dat vergt eerst en vooral een nieuwe zienswijze op het bestaande conflict.

1. De Belgische crisis is niet alleen een crisis van België, maar ook een crisis van de democratie. Het komt lang niet alleen door de communautaire materie dat de boel blokkeert. Het is zo goed als zeker dat de grote kwesties uit het verleden (zoals de koningskwestie, de schoolstrijd of de rakettenkwestie) vandaag eveneens tot een stilstand zouden leiden. Er is meer aan de hand. Met zijn langste formatieperiode ooit loopt België niet achter op andere Westerse landen, maar is ze een van de eerste landen waar de crisis van de democratie zich zo duidelijk manifesteert. Ook in Nederland en Groot-Brittannië verliep de laatste regeringsvorming moeizamer dan gebruikelijk.

2. In een democratie kiezen de burgers ervoor zichzelf te besturen, hetzij op directe wijze (zoals in het oude Athene ), hetzij op indirecte wijze. Bij een zuivere directe democratie is iedereen permanent van nabij betrokken bij de politieke besluitvorming. Het systeem biedt veel kans op inspraak en werkt goed voor kleinere gehelen, vooral bij redelijk makkelijke kwesties. Bij grotere, complexere gehelen is het onhandig. Moderne staten zijn stukken ingewikkelder en uitgebreider dan een Griekse stadsstaat . Omdat niet iedereen zich kan of wil bezighouden met het bestuur van een land, duiden de burgers eens om de paar jaar enkele individuen aan die dit in hun plaats zullen doen. Dit ritueel heet verkiezingen en de verkozenen gelden dan als de vertegenwoordigers van het volk. Samen vormen zij het parlement dat vervolgens een dagelijks bestuur samenstelt dat de krachtenverhoudingen respecteert: de regering. De directe democratie van weleer heeft plaats gemaakt voor de indirecte, representatieve democratie: de democratie bij afvaardiging.

3. België is sinds haar ontstaan in 1830 een representatieve democratie (op de oorlogsjaren na). De allereerste verkiezingen vonden plaats in 1831. Sindsdien waren er bijna zeventig stembusgangen. Die representatieve democratie heeft bijna twee eeuwen lang goed gewerkt. Het was een middel dat een succesvol evenwicht vond tussen de inspraak van het volk en de daadkracht van het bestuur.

4. Vandaag echter stoten we op de grenzen van de representatieve democratie. Verkiezingen maken het bestuur niet meer mogelijk, maar lijken juist een obstakel tot degelijk bestuur te vormen. Partijen, ooit ontstaan om de diverse belangengroepen in de samenleving te stroomlijnen, houden elkaar nu in een permanente houdgreep. Politici doen denken aan een zogenaamde rattenkoning, een nest jonge ratten waarvan de staarten zodanig met elkaar verstrengeld raakten dat elke poging om zich los te rukken de knoop verder aanspant. De rattenkoning is geen lang leven beschoren: de diertjes, die hun handelen niet kunnen coördineren (elk sleurt in zijn eigen richting), sterven van honger en ontbering. De representatieve democratie, dat frisse stelsel van weleer, is een zuurstofarme omgeving geworden. Geen wonder dat het land in ademnood verkeert.

5. Hoe is het zover kunnen komen? Omdat er iets fundamenteel veranderd is in de wereld waarin we leven. Een volksvertegenwoordiger anno 1911 had het stukken makkelijker dan een volksvertegenwoordiger anno 2011. Wie toen eenmaal verkozen was, wist dat hij (van zij was nog niet veel sprake) zich voor vier jaar min of meer comfortabel kon nestelen in het parlementaire pluche. Tussen verkiezingen door werd hij occasioneel aan zijn kiesbeloften herinnerd door stukken in de krant of brieven van burgers, maar verder was hij gedelegeerd om vier jaar lang ongestoord datgene te doen waarvoor hij was verkozen, te weten: debatteren, wetten maken, waken over een gezonde inrichting van de samenleving. En als de verkiezingen eraan kwamen, kon hij rekenen op de grote partijtrouw die er toen nog heerste.

6. Wat een verschil met vandaag! De verkozen politica kan zich niet langer voor enkele jaren terugtrekken in het reservaat van de macht, maar moet zoveel mogelijk de openbaarheid van de media opzoeken waar ze wordt bevraagd en belaagd, geïnterpelleerd en bekritiseerd, om vervolgens op allerlei online fora beschimpt, bespot, uitgekotst, opgehemeld, aanbeden of afgemaakt te worden. Weg nobel streven. Politiek is een hondenstiel geworden, een hogere vorm van rusteloosheid. Want er zijn meer stembusgangen dan vroeger. Bovendien is de kiezer mondiger dan ooit en ook nog eens kritischer. Bye bye partijtrouw. Die rusteloosheid is voor een deel ook haar eigen schuld: om federaal parlementslid te kunnen worden heeft ze regionale verkiezingen moeten winnen. Ze weet dat ze beloftes heeft gemaakt die lekker klonken tijdens de campagne maar lastig te realiseren zijn tijdens de legislatuur. Geen wonder dat dat spanningen geeft. Ze weet: mijn kiezers zijn sledehonden die me gebracht hebben tot waar ik nu sta, maar er niet voor zullen terugdeinzen me te verscheuren als ze straks geen eten krijgen.

7. Bondig gezegd: de politicus van 1911 had macht, die van 2011 heeft angst. De een verkeerde voortdurend in een post-electorale gelijkmoedigheid, de andere leeft onophoudelijk in een pre-electorale neurose.

8. Wat ook niet hielp: het wegvallen van het traditionele middenveld. Vakbonden, ziekenfondsen en coöperaties vormden vroeger een doorgeefluik tussen de massa en de macht. Ze wisten de veelheid aan stemmen uit de basis te bundelen en te vertalen naar beleidssuggesties hogerop. Omgekeerd konden ze moeizaam bereikte compromissen van bovenaf verdedigen bij hun achterban. De verzuiling had vele nadelen, maar ze gaf wel structuur aan het tumult. Veel van die middenveldorganisaties bestaan nog steeds, maar op het communautaire dossier wegen ze nauwelijks. En hun militanten worden nu vaker als klanten beschouwd.

9. En dan zijn er allerlei technologische ontwikkelingen. De komst van een veel interactiever internet, het zogenaamde web 2.0, heeft bij het begin van de eenentwintigste eeuw de boel serieus omgegooid. Kon je als wakkere burger vroeger je mening over een bepaald politiek initiatief enkel laten blijken door geïsoleerde daden (een lezersbrief, een betoging, een staking), dan kan je nu onbeperkt, onophoudelijk en ongefilterd je voor- of afkeer laten blijken. Eind 2006 riep Time Magazine 'you' uit als de persoon van het jaar. Wat wij deden op het internet was niet langer het vrijblijvend consumeren van andermans documenten, maar het actief bijdragen aan het creëren van volstrekt nieuwe documenten. Miljoenen burgers hielpen mee aan de uitbouw van Wikipedia, YouTube, MySpace, Linux en Firefox. Eind 2006 werden we ervoor beloond, half 2007 begon de Belgische crisis. Dat was geen toeval. De Belgische burger was nooit sneller ingelicht over politieke ontwikkelingen als vandaag. Elke seconde kan je de verwikkelingen volgen en becommentariëren, maar slechts eens om de vier jaar mag je gaan stemmen. Vinden we het gek dat de online fora van onze nieuwssites volstaan van gefrustreerde, schreeuwerige berichten? De soms heftige bijdragen verraden niet noodzakelijk een verruwing van de openbare zeden, maar vaak ook een verlangen van de mondige burger om gehoord te worden.

10. Nooit eerder was de burger zo mondig - en tegelijk zo machteloos. Nooit eerder was de politicus zo zichtbaar - en tegelijk zo radeloos. Vinden wij het normaal om in een informatietijdperk te leven met een kiessysteem dat in essentie uit de vroege negentiende eeuw stamt?

11. De representatieve democratie - ons stelsel van verkiezingen, partijen en parlementen - heeft haar limieten bereikt. In tijden van verzuiling trokken onderhandelaars zich terug in riant vastgoed (Hertoginnedal, Egmont, Poupehan) voor discreet overleg . In tijden van paars experimenteerde men met een nieuwe politieke cultuur van openbare beraadslaging, wat steeds vaker uitmondde in openbare vechtpartijen. Maar in het tijdperk van de hypermediatisering gaat het nog een stap verder: leiders praten onophoudelijk met journalisten, al dan niet off the record, met hun Facebook-vrienden, met hun Twitter-volgers, met hun trouwe kiezers, met hun toekomstige kiezers, met hun twijfelaars (nagenoeg iedereen), maar merkwaardig genoeg niet meer met die ene categorie: met mekaar. Hoeveel maanden hebben ze al niet meer samen rond de tafel gezeten?

12. Ecce homo: het politieke korps anno 2011 lijkt op een wantrouwig team van hartchirurgen die een uiterst fijne operatie moet uitvoeren, maar dan op de middenstip van een tjokvol voetbalstadium. De massa joelt, de supporters zijn het veld opgelopen en bij elke beweging van een van de cardiologen schreeuwen ze wat de artsen wel en niet mogen doen en hoe onzinnig ze wel niet zijn. Geen van de chirurgen durft nog te verroeren, uit angst om afgemaakt te woorden, uit angst voor het volk, uit angst voor mekaar. Iedereen wacht. De tijd tikt, het lot van de patiënt is van geen tel.

13. Democratie is verworden tot de dictatuur van de verkiezingen.

Een alternatief
Toch kan het anders. Democratie is een levend organisme. Haar vormen liggen niet vast maar groeien volgens de noden van de tijd. De directe democratie paste uitstekend bij het tijdperk van het gesproken woord. De representatieve democratie was het antwoord op het tijdperk van het gedrukte woord, van de krant, en later ook van andere 'eenrichtingsmedia' zoals radio, televisie en de eerste fase van het internet. Maar nu we in het tijdperk van het web 2.0 zijn beland, het tijdperk van permanente interactiviteit, is er nog geen nieuwe democratische vorm gevonden. Het enige wat we weten is dat we dringend aan verbouwing toe zijn.

1. Overal wordt innovatie gestimuleerd, behalve in de democratie. Bedrijven moeten innoveren, wetenschappers moeten grenzen verleggen, sporters records verbreken en kunstenaars vernieuwend zijn. Maar als het op de inrichting van de samenleving aankomt, zijn we anno 2011 kennelijk nog steeds blij met de procedures van 1830. (Het stemrecht werd uitgebreid - naar arbeiders, naar vrouwen, naar niet-Belgische inwoners - maar de representatieve democratie zelf bleef onveranderd.) Maar waarom zouden we uitsluitend moeten vasthouden aan een formule die bijna twee eeuwen oud is? Als verkiezingen de democratie niet langer faciliteren, en zelfs ronduit verhinderen, dan mogen de burgers stilaan helpen zoeken naar democratische alternatieven.

2. Vergelijk het met de muziekindustrie. De afgelopen eeuw heeft men herhaaldelijk de dood van de sector verkondigd. De radio zou het einde van de muziek betekenen, zoveel was duidelijk. Nee, zei men later, het was de grammofoon. Of toch weer niet. Het lag aan de cassette! De CD! De mp3! Allemaal doodssteken, zogezegd. Maar als we vandaag nog steeds naar boeiende muziek luisteren, dan is het omdat de sector zich keer op keer heeft heruitgevonden, van bladmuziek tot iTunes. Wijze les voor de democratie: wat de partituur was voor de muziekindustrie, is het stembiljet voor de democratie. Nog steeds nuttig, maar lang niet meer genoeg.

3. Een democratie die zich niet vernieuwt is ten dode opgeschreven. Een democratie die zichzelf serieus neemt, moet investeren in de broodnodige research and development. Dat kan zowel binnen als buiten de bestaande partijen.

4. Dit is allang geen Belgisch probleem meer. De Britse politoloog John Keane bestudeerde democratieën op wereldschaal en signaleerde "de geboorte van een nieuw soort democratie, een vorm van 'post-representatieve' democratie die grondig verschilt van de parlementaire en representatieve democratieën van vroeger tijden." Hij zag overal ter wereld nieuwe vormen van burgerinspraak en betrokkenheid ontstaan die "de monologen van partijen, politici en parlementen daadwerkelijk onderbreken en vaak tot zwijgen brengen".

5. Verschillende westerse landen hebben de afgelopen jaren geëxperimenteerd met vormen van deliberatieve democratie, of overlegdemocratie. In een deliberatieve democratie worden burgers mee uitgenodigd om actief te beraadslagen over de toekomst van hun samenleving. In Canada wilden de staten British Columbia en Ontario hun kieswet hervormen. Dat kon niet via de traditionele politiek: het huidige stelsel gaf veel macht aan een of twee grote partijen (net zoals in het Verenigd Koninkrijk) en die zouden nooit een wet stemmen waarmee ze diep in het eigen vel moesten snijden. De burgers werden erbij gehaald: een willekeurige steekproef bracht 104 mensen uit alle rangen en standen samen in Ontario (158 in British Columbia). Er was evenwicht op vlak van geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, inkomen en herkomst. Die deelnemers werden grondig ingelicht over de huidige kieswet. Gedurende verschillende bijeenkomsten konden ze expertise inwinnen, vragen stellen, modellen uitspitten om vervolgens hun voorkeur uit te spreken voor een alternatief kiesstelsel. Doordat ze niet gebonden waren door partijbelangen, konden ze een rationelere keuze maken dan de beroepspolitici.

6. Ook elders ging men aan de slag met allerhande burgerfora, citizens' assemblies en panels des citoyens, telkens met de bedoeling om een debat op gang te brengen tussen mensen met uiteenlopende visies. Vaak leidde dat tot rijkere inzichten en serenere besluitvorming. Denemarken kent al sinds 1986 een Raad voor Technologie die burgers laat meepraten over allerlei ontwikkelingen op vlak van genetica, hersenonderzoek, klimaatverandering en biodiversiteit. In de VS liet een initiatief als AmericaSpeaks sinds 1995 meer dan 160 duizend mensen aan het woord. Toen het stadsbestuur van New York nadacht over de herbestemming van Ground Zero bracht het duizend New Yorkers bijeen om daarover mee te praten. Frankrijk beschikt sinds 2002 over de Commission Nationale du Débat Public, het belangrijkste inspraakorgaan over infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling. De Europese Unie stimuleerde de afgelopen jaren regelmatig momenten van burgerinspraak om complexe onderwerpen te verkennen, zoals Meeting of Minds (2006), Tomorrow's Europe (2007), EuroPolis (2009). In het Verenigd Koninkrijk was er vorig jaar Power2010, een deliberatiefproces over het functioneren van de democratie. En in IJsland werd in 2011 zelfs het schrijven van een nieuwe grondwet aan een groep burgers toevertrouwd.

7. De Amerikaanse onderzoekers James Fishkin en Robert Luskin toonden overtuigend aan dat burgers die de kans kregen om met elkaar te praten en zich voldoende te documenteren op relatief korte tijd rationele compromissen konden vinden. Dat lukte zelfs in diep verdeelde samenlevingen zoals Noord-Ierland!. Katholieken en protestanten die meer over dan met elkaar spraken, bleken in staat oplossingen te vinden voor heel gevoelige thema's zoals onderwijs.

8. De Belgische overheid kent vooralsnog geen traditie van deliberatieve democratie. De afgelopen halve eeuw waren politici te druk bezig met staatshervorming om aandacht te hebben voor democratiehervorming. Deliberatieve democratie biedt nochtans een interessante werkwijze om de beperkingen van de representatieve democratie te ontstijgen. Ze schuift de werking van parlementen en partijen niet terzijde, maar wil er een aanvulling op zijn. Door de grote betrokkenheid van gewone burgers herinnert het aan de directe democratie, maar door het streven naar een diverse steekproef respecteert ze ook de geest van de representatieve democratie. De formule verschilt fundamenteel van een referendum of volksraadpleging: daar vraag je immers aan iedereen om te stemmen over een onderwerp waar slechts weinigen iets van af weten. Bij een deliberatieve democratie vraag je aan weinigen om te beraadslagen over iets waar ze grondig over geïnformeerd worden. Het resultaat is doorgaans zinniger en rijper.

9. Deliberatieve democratie zou wel eens de democratie van de toekomst kunnen zijn. Ze sluit goed aan bij dit tijdperk van de user-generated content van het web 2.0. Ze consulteert the wisdom of the crowd. Ze is de Wikipedia van de politiek. Ze beseft dat niet alle kennis over de toekomst van een samenleving bij de top ligt, om de eenvoudige reden dat er geen top meer is. Kennis is vertakt. Een samenleving is een netwerk. De massa weet soms meer dan de elite.

Debat is het hart van de democratie. Wanneer burgers daadwerkelijk met elkaar praten, slagen ze er makkelijker in het eigen belang te paren aan het algemene belang. De stem van velen kan daardoor helpen om de besluiten van enkelen te verrijken.

G1000, de burgertop
• En als we nu eens 1000 burgers van dit land voor een volle dag in Brussel samenbrachten om te discussiëren over de grote uitdagingen van onze democratie.
• En als we nu eens ervoor zorgden dat die 1000 een goede afspiegeling van de nationale bevolking vormen.
• En als we nu eens honderd tafels van tien personen in een congreshall plaatsten voor een centraal podium.
• En als we nu eens op dat podium de grote vraagstukken van onze tijd bevattelijk uit de doeken dedn en zo objectief mogelijk de verschillende beleidsopties analyseerden.
• En als we nu eens aan onze tafels die opties met elkaar bespraken, onder begeleiding van deskundige facilitatoren die iedereen aan het woord laten, ongeacht zijn of haar opleiding, mondigheid of voorkennis.
• En als we nu eens luisterden naar wat al die gewone, vrije burgers te zeggen hebben over het land waarin ze willen leven.
• En als we hen nu eens na dat overleg lieten stemmen over de diverse beleidsopties en brainstormen over hoe het beter kan.
• En als we nu eens de compromisbereidheid van gewone burgers in kaart konden brengen, voor, tijdens en na de deliberatie.
• En als dát nu eens de ware hoogdag van de democratie kon zijn.
• Zouden wij, burgers van een land in crisis, dan geen grootschalig experiment in democratische vernieuwing realiseren?
• Zouden we onze onderhandelaars dan niet kunnen inspireren en adviseren over wat de inwoners van dit land willen en als compromis aanvaardbaar vinden?
• En zou het voor de politieke vertegenwoordigers niet makkelijker zijn om een compromis aan het volk uit te leggen als het volk dat compromis zelf eerst gesouffleerd heeft?

Uiteraard, de besluiten en aanbevelingen van de G1000 kunnen geen bindend karakter hebben, en dat is maar goed ook (als civiel initiatief willen we geen formeel mandaat; zo blijven we vrij), maar ze bieden wel een betekenisvol kader voor verdere onderhandelingen. De G1000 dient als een interface tussen massa en macht en wil tonen hoe de democratie in dit land beter kan. Even informeel als de G20, de groep van twintig rijkste industrielanden, even begaan met de toekomst, maar veel democratischer. Niet de machtigen spreken, maar de vrijen.

De G1000 is opgevat als een drietrapsraket. Voorafgaand aan de burgertop houden we een grootschalige onlinebevraging om te achterhalen waar de burger écht van wakker ligt. Welke problemen leven het meest? Wat baart ons zorgen? Die eerste fase loopt van juli tot november 2011. De tweede fase is de burgertop zelf: op 11 november komen de deelnemers uit het hele land bijeen bij Tour en Taxis in Brussel. Dan leggen we de contouren van mogelijke oplossingen vast. Hoe willen we met mekaar omgaan? Welke principes vinden we billijk? Welke prioriteiten delen we met mekaar? Na de burgertop volgt een derde fase: net zoals in IJsland zal een kleine groep burgers aan de slag gaan om dieper te graven. Gedurende enkele weekends komen zij bijeen om de besluiten van de burgertop te verdiepen en uit te werken tot heel concrete oplossingen. De derde fase loopt van eind november 2011 tot april 2012.

Kunnen burgers dit wel aan? Vast. Recente kleinschalige experimenten aan de VUB en de universiteit van Luik geven aan dat gewone burgers met de meest uiteenlopende meningen bereid zijn constructief naar oplossingen te zoeken voor complexe problemen. Een burgertop als de G1000 kan je best vergelijken met een burgerjury bij een assisenzaak. Als doordeweekse burgers in staat zijn om na ruime documentatie een beargumenteerd vonnis te vellen over de schuld van een enkele mens en de gevolgen voor diens vrijheid, dan zijn ze zeker in staat om een afgewogen oordeel te vormen over de blueprint van een land.

Uitgangspunten
•Onafhankelijkheid. De G1000 is door en door een burgerinitiatief dat de democratie van nieuwe zuurstof wil voorzien. Het is onafhankelijk en steunt op objectief wetenschappelijk onderzoek.
• Openheid. De uitkomst ligt niet op voorhand vast. Er is geen a priori voorkeur voor bepaalde voorstellen . De G1000 biedt enkel een procedure om over nieuwe voorstellen te praten.
• Waardigheid. Deelnemers aan de G1000 erkennen de fundamentele legitimiteit van eenieders standpunt. Je hoeft het niet met andermans ideeën eens te zijn om een open gesprek aan te gaan.
• Optimisme. Een burgertop als de G1000 erkent de ernst van de Belgische crisis, maar is wars van enig cynisme of defaitisme. Het initiatief wil positief en constructief meedenken aan oplossingen.
• Complementariteit. De G1000 bezondigt zich niet aan anti-politiek, maar gelooft dat politiek te kostbaar is om enkel aan politici over te laten. Als partijen vrezen dat wij hun werk willen afpakken, is dat begrijpelijk maar onterecht. De G1000 is een genereus gebaar van de burgerbevolking naar de partijpolitiek.
• Participatie. Iedereen is welkom om mee te denken via het internet. Naast de duizend die deelnemen aan het eigenlijke overleg, staan tal van vrijwilligers in voor het onthaal, het tolken, de catering en de randanimatie.
• Transparantie. Ook qua financiering is de G1000 een civiel proces. Elke gift vanaf 1 euro is welkom, maar niemand kan meer dan 5 procent van het totale budget schenken. De organisatie kent bewust geen sponsors of mediapartners, maar gelooft in crowdfunding: individuen, bedrijven, verenigingen en overheden kunnen hun steentje bijdragen.
• Diversiteit. De burger beslist zelf hoe groot de G1000 wordt. Het kost ongeveer 500 euro om één burger af te vaardigen naar de burgertop (ter vergelijking: verkiezingen kosten ongeveer 50.000 euro per volksvertegenwoordiger). Naarmate de groep groeit, stijgt ook de diversiteit aan stemmen. Hoe meer burgers, hoe meer top!
• Opportuniteit. De crisis is een kans. Om de democratie een nieuw elan te verlenen. Om burgers te betrekken bij de vernieuwing van hun democratie. En om politici de betrokkenheid en prioriteiten van de burgers te doen kennen.
• Dynamiek. Als grootste deliberatief proces in Europa ooit kan de G1000 de belangstelling en de verwondering van de buitenwereld wekken en de inwoners opnieuw een gevoel van historisch momentum verlenen. Een democratie die zichzelf heruitvindt dankzij de burgers, dat is een uitzonderlijke gebeurtenis.

Oproep
De eerste ondertekenaars van dit manifest zijn de organisatoren van de G1000. Zij komen uit diverse hoeken van de samenleving en het land. Geen van hen bekleedt een politiek mandaat, maar allen zijn hartstochtelijke verdedigers van de democratie. De afgelopen maanden hebben ze veelvuldig vergaderd en gestudeerd. Wie dit manifest wil ondertekenen of het project wil steunen met zijn tijd, kennis of geld, is van harte welkom op: www.g1000.org.

Initiatiefnemers (in alfabetische volgorde): Sigrid Bousset, Didier Caluwaerts, Martin De Wulf, Benoît Derenne, Vincent Engel, Christophe Gérard, Fatma Girretz, Maud Hagelstein, Paul Hermant, Dries Heyman, Dirk Jacobs, Meryem Kanmaz, Cato Léonard, Patrick N'siala Kiese, Gautier Platteau, Min Reuchamps, Jim Seynaeve, Dave Sinardet, Myriam Stoffen, Sébastien Van Drooghenbroeck, Adinda Van Geystelen, Jonathan Van Parys, David Van Reybrouck, Lieselot Vandamme, Francesca Vanthielen, Fatima Zibouh.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234