Dinsdag 03/08/2021

Mandela vrij was dé nachtmerrie voor de Vlaamse vrienden van de apartheid

En zeggen dat apartheid een relatief laat fenomeen is. Het werd pas in 1948 ingevoerd door de Zuid-Afrikaanse president Hendrik Verwoerd, nadat zijn Nasionale Party bij verkiezingen de meerderheid had behaald. Die vond de politiek van ‘gescheiden ontwikkeling’ tussen blank en zwart trouwens geen vorm van racisme, maar van “goed nabuurschap”. Toen de apartheid ontstond, bestond tussen de Vlaamse beweging en Zuid-Afrika wel een romantisch-culturele band, maar amper politieke affiniteit. De studentencodexen hier te lande stonden vol van ‘Sarie Marais’, ‘Die kat kwam weer’ en ook ‘De stem van Suid-Afrika’. In 1936 al werd een Belgisch-Zuid-Afrikaanse vereniging opgericht, met onder meer ‘Rode Leeuw’ Jan-Albert Goris, beter bekend als Marnix Gijsen.Maar eigenden de blanken zich al in de jaren dertig systematisch meer wettelijke rechten toe, pas vanaf de officiële invoering van de apartheid in 1948 was het hek van de dam. Vanaf toen was er ten eerste een ‘grote apartheid’: de principiële opdeling in bevolkingsgroepen, de creatie van zogenaamde thuislanden, streken waaraan een bepaalde minderheid werd toegewezen, zelfs al woonden ze daar niet. Zwarten die in Zuid-Afrika bleven wonen (de meerderheid) werden daarom officieel beschouwd als buitenlanders.Tegelijk was er de iets minder fundamentele maar zoveel hatelijker want dagelijks ingrijpende ‘kleine apartheid’. Dat was het resultaat van een hallucinant stelsel van wettelijke discriminatie. Zoals: de wet op het verbod van gemengde huwelijken (1949), de ontuchtwet (1950), een verbod op seksuele relaties met een ander ras (1950), de wet op aparte grieven (1953), een verbod op het gebruik van dezelfde openbare voorzieningen: banken in het park, plaatsen op de bus, cafés, met de vermaarde bordjes ‘Slechts voor blanken’.Er kwam al internationale kritiek op. Maar die beroerde de publieke opinie nog niet helemaal. Vele Europese landen hadden nog kolonies, en ook daar was de facto apartheid. Of dacht u dat de Congolezen mee stemden als er in België verkiezingen waren? Dat ze dezelfde rechten hadden als Belgen? En in de Verenigde Staten bestond toen nog een wettelijk systeem van ‘segregation’.Maar vanaf halverwege de jaren vijftig kwam daar dus reactie tegen. Al in 1955 was er de beroemde ‘Montgomery Bus Boycot’, en kort daarna komt Martin Luther King met zijn historische toespraken. ‘I have a dream’. King kreeg in 1964 de Nobelprijs voor de Vrede, maar werd in 1968 neergekogeld in Memphis, Tennessee. Maar wie na Luther King nog voor structureel racisme wilde pleiten, moest wel écht een harteloos mens zijn. Of een zogenaamde ‘overtuigde Vlaming’. Ook Zuid-Afrika kende toen al zijn variant van King. Nelson Mandela (° 1918) was een van de leiders van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), de grote partij van de niet-blanke bevolking. In 1962 werd hij in het Rivoniaproces tot levenslang veroordeeld, een straf die hij jarenlang uitzat op het beruchte Robbeneiland.In de hele wereld groeit de argwaan tegenover Zuid-Afrika, in de schoot van de VN worden de eerste veroordelingen uitgesproken. Op het moment dat de wereld afstand neemt van Zuid-Afrika, beginnen in Vlaanderen de eerste proapartheidsstemmen te weerklinken. Met name Karel Dillen - ere wie ‘ere’ toekomt - bijt de spits af. Hij vertaalt in 1966 een boek van een Zuid-Afrikaans politicus en diplomaat, J.E. Halloway: Apartheid. Een uitdaging? Een oplossing?. Op hallucinante wijze praat vertaler Dillen de apartheid goed. Geheel in overeenstemming met zijn latere politieke leven - Dillen is op dat moment nog lid van de Volksunie, zij het een exponent van de extreem rechtse strekking - waarschuwt hij: “Personen, die denken dat zij de blanken kunnen dwingen hun houding te herzien door de invoering van een gedwongen multi-racialisme, scheppen op een veel grotere schaal een nieuw Cyprus-probleem.” (In Cyprus leefden etnische Grieken en Turken op gespannen voet.) In 1967 geven een aantal Vlamingen, onder wie nogal wat CVP’ers, de ‘Verklaring van Postel’ uit, waarin ze hun solidariteit met de blanken in Zuid-Afrika en Rhodesië uitspreken, “die daar hun identiteit en onze westerse beschaving verdedigen.” Een van de ondertekenaars is Joos Somers, toen CVP en later VU, de vader van ex-Open Vld-voorzitter Bart Somers.

Zo sloop Zuid-Afrika als thema in de Belgische politiek. Al was het ‘momentum’ niet goed. De jaren zestig waren het decennium van de dekolonisering, de bewustwording van zwart Afrika en de hele derde wereld, van Martin Luther King, Bob Dylan en honderdduizenden epigonen met een folkgitaar. Toen in Leuven in 1968 studenten een mars hielden voor de splitsing van de universiteit, noemden ze dat de Meredithmars, naar de Amerikaanse activist James Meredith. Vlaamse politici (VU-senator Wim Jorissen, oom van ABVV-vakbondsman Herwig Jorissen) en verenigingen (’t Pallieterke, De Vlaamse Toeristen Bond) waren razend dat de studenten ‘We Shall Overcome’ zongen, een lid “uit de Amerikaanse negerstrijd”.Toch gaven de vrienden van de apartheid niet op. BRT-journalist Guido Naets dweepte met het systeem, zeker na een ‘studiereis’ aan dat land: “En nu we in Zuid-Afrika zijn geweest, beseffen we dat we eerlijkheidshalve tegen de stroom op moeten roeien. De anti-apartheidsstroom in onze samenleving is het resultaat van journalistieke valsmunterij en etikettenzwendel.”Oud-CVP-senator Albert Bogaert, burgemeester in Jabbeke (vader van CD&V-Kamerlid Hendrik Bogaert) klaagde in 1974 dat hij een verslag van een studiereis naar Zuid-Afrika in 1974 niet geplaatst kreeg in het Parochieblad “omdat de inhoud te positief was voor het bezocht land”. Inderdaad waren niet alle CVP’ers of katholieken proapartheid: het ACW was bijzonder sterk tegen.Het apartheidsregime maakte zich echt onmogelijk toen in 1976 in Soweto weerom een jongerenbetoging keihard werd neergeslagen, met tientallen (de politie) tot honderden (de betogers) doden. In 1977 werd Steve Biko vermoord, de man over wie later de pakkende Hollywoodfilm Cry Freedom werd gemaakt. De wereld is in shock. Behalve bepaalde Vlaamse kringen. Op het moment dat de internationale situatie voor Zuid-Afrika uiterst precair is, komen de meest invloedrijke Vlaamse vrienden uit hun schulp. Ze verenigen zich in een uitgesproken proapartheidsclub, genaamd Protea. Het is een indrukwekkende lijst, met meer dan honderd politici en belangrijke bedrijfsleiders, die niet alleen uit de Vlaams-nationale hoek komen, maar ook en zelfs in grote getale uit de christendemocratische en de liberale familie. Zij zorgen ook voor een ‘Interparlementaire Vereniging België-Zuid-Afrika’. De Brabantse liberaal Jos Daems is erbij (vader van Open Vld’er Rik Daems), net zoals genoemde Albert Bogaert.Protea heeft invloed, want telt onder meer de voorzitters van het Davidsfonds (Clem De Ridder), de Boerenbond (Constant Boon), het Algemeen Vlaams Zangfeest (Valeer Portier) onder zijn leden. Een van de merkwaardigste Protealeden blijft PVV-politica Lucienne Herman-Michielsens. De grande dame van het Vlaamse liberalisme en feminisme, zeker nadat zij de abortuswet door het parlement kreeg. Maar waarom die voorvechtster van het feminisme zo hard inging tegen de emancipatie van de zwarten in Zuid-Afrika, blijft een raadsel.

Maar dé spilfiguur was toch de legendarische André Vlerick. Vlerick was een Vlaamsgezinde CVP’er, ex-minister van Financiën, voorzitter van de Kredietbank, stichter van het beroemde Vlerick-instituut. En dweper met het apartheidsregime: “Zuid-Afrika is op de goede weg. We hebben helemaal geen reden om dat land de les te spellen. De Boeren hebben in het verleden al bewezen dat ze moedig waren. Het is typisch dat Zuid-Afrika niet vermeld wordt op de lijst van landen waar volgens Amnesty International gefolterd wordt.”Vlerick had zijn woorden nog niet uitgesproken of Amnesty International startte zijn grote, taaie en langdurige campagne tégen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. En vanuit Nederland waaide later ‘Boycot Outspan’ over, een boycot tegen de koop van Zuid-Afrikaans fruit. Oxfam-wereldwinkel gaf die actie een megafoon: de vrienden van Zuid-Afrika zaten onder druk.Tot hun grote woede. De oude Marnix Gijsen blaft in 1979 terug in Kunst en Cultuur: “Men kan zich niet voorstellen dat de tweeëneenhalf miljoen blanken zich zonder weerstand zouden overgeven aan de miljoenen zwarten wier peil van beschaving dikwijls onder nul gebleven is. Als de grote moordpartij tussen negers en blanken zal beginnen, wat zullen onze wijze regeerders dan zeggen?” Waarna zijn ultiem argument volgt: “Weten die heren dan niet dat er nog dikwijls blanke vrouwen ‘verdwijnen’ in Noord-Afrika? Dat slavernij nog floreert in de Arabische landen? Weten zij dan niets, of willen ze niets weten?”De politieke strijd woedt vooral binnen de Volksunie. In 1980 schrijft de invloedrijke VU’er Wim Jorissen een berucht boek: Zondebok Zuid-Afrika. Een positieve balans. Het wordt uitgegeven bij uitgeverij Lannoo - benieuwd wat ze daar bij Lannoo nu van vinden dat ze destijds het enige volwaardige proapartheidsboek dat in Vlaanderen verscheen hebben uitgegeven en gepromoot. Soit: de tijd dekt alles toe. Jorissen probeert gematigd te zijn: hij is tegen ‘kleine’ apartheid’. Hij betreurt ook de moord op Steve Biko, al voegt hij er aan toe “dat alleen al de geweldige media-aandacht voor dit jammerlijke incident een bewijs was hoe uitzonderlijk dit wel moet zijn” - un accident de parcours dus, maar geen structurele blaam voor Zuid-Afrika. Maar met een plejade aan argumenten verdedigt hij de grote, echte apartheid. Vandaag leeft het beeld dat de Volksunie dat deed uit culturele verbondenheid. Dat is niet zo. Jorissen gebruikt strikt politieke argumenten. Namelijk exact dezelfde logica die zijn partij in België bezigt: “Alleen moet men niet vergeten dat door het bestaan van twaalf verschillende volkeren Zuid-Afrika geen unitaire staat kan worden. Wanneer er verscheidene volkeren in een staat leven is federalisme of confederalisme een meer democratische staatsvorm.”

Mettertijd heeft de Volksunie Zuid-Afrika moeten uitzweten. “Ik had in mijn tijd al een poster van Mandela op mijn kamer hangen”, zegt Bert Anciaux. “Maar ik heb de indruk dat de generatie van mijn vader Vic een mentale brug heeft moeten maken. In zijn geval wellicht onder invloed van zijn kinderen. Maar dat moet je hem zelf vragen.” Niets op tegen, trouwens, want het is goed dat mensen hun ideeën laten evolueren. “Inderdaad”, zegt Vic Anciaux, op latere leeftijd trouwens een pionier van multiculturele initiatieven in Brussel. “In de jaren vijftig hoorde solidariteit met Zuid-Afrika nu eenmaal bij onze Vlaamse gezindheid. We zongen Zuid-Afrikaanse liedjes, we dweepten met die mooie taal. Maar later is toch het besef gegroeid dat er zaken gebeurden die fundamenteel onrechtvaardig waren. Maar dat lag heel moeilijk in de Vlaamse beweging.”Pol Van Den Driessche, CVP-senator maar destijds VU-politicus, herinnert zich die periode nog goed: “Zuid-Afrika was hét breekpunt binnen de VU. Viel het woord ‘Soweto’ of ‘Mandela’, dan ging op partijbesturen de Proteagroep heel erg fulmineren. Zij vonden dat de apartheid niet het leukste en het fijnste systeem was, maar dat het wel werkte in Zuid-Afrika. Over abortus mocht je zeggen wat je wilde, zolang je niet te extreme standpunten innam. Maar over Zuid-Afrika en de culturele samenwerking tussen België of Vlaanderen en dat land, olalala.”Werd binnen de Volksunie nog gediscussieerd, niet zo binnen het Vlaams Blok. Karel Dillen windt er geen doekjes om: “De aanhangers van Nelson Mandela en ander halsbandmoordenverheerlijkers zijn niet welkom in Diksmuide.” In zijn partij was (is?) iedereen pro apartheid. Nog in 1993 - Mandela is dan al jaren vrij en president van Zuid-Afrika - schrijven Filip Dewinter en Karim van Overmeire hun boek Een tegen allen. Opkomst van het Vlaams Blok, en doen ze trots uit de doeken hoe hun partij het IJzerbedevaartcomité belaagde, compleet met bezetting van de IJzertoren, toen men besliste om ‘De Stem van Suid-Afrika’ níét meer samen met ‘De Vlaamse Leeuw’ te zingen. Die actie werd nog dramatischer omdat die dag Hugo Schiltz ostentatief bleef zitten, in plaats van eerbiedwaardig op te staan tijdens dat lied. Zijn biograaf Paul Huybrechts: “Schiltz sprak zich daarover amper uit voor zover ik weet. Juist omdat apartheid zo emotioneel lag, liet hij het verzet ertegen over aan zijn ‘linkervleugel’: ook zonder apartheid had hij zijn handen vol met de rechtse fractie.” Tot die dag. Van Den Driessche: “Schiltz was toen al ouder. Eindelijk kon hij tonen wat hij écht vond.”

Dat geldt dus niet voor het Vlaams Blok en aanverwante organisaties, zoals scholierenbond NJSV en studentenvereniging NSV. In de tijd dat Filip Dewinter (en Frank Vanhecke, toen nog een vriend) daar het hoge woord voerden, gold de solidariteit met blank Zuid-Afrika als het grondbeginsel bij NJSV en heette het dat de club zich “als stamverwant volk solidair verklaart met blank Zuid-Afrika”. Het NSV weet: “Wij menen dat de huidige apartheidspolitiek, die aan elk volk zijn zelfbeschikking wil geven, de best te voeren politiek is.” Dat kon gezegd worden tot de late jaren negentig. Maar als president Botha opgevolgd wordt door de hervormingsgezinde De Klerk, als Zuid-Afrika zelf de apartheid afschaft, zitten de Vlaamse vrienden in vervelende papieren. Ze houden nog wel hun ‘braai’ in plaats van een barbecue, ze kopen hun drank nog wel bij de schaarse handels in ‘Kaapse wijnen’, maar wat nu? Stilletjes zwijgen was de optie, kop in kas.Er zijn er nog een paar die in de fout gaan. Zoals de bekende ondernemer en industrieel André Leysen. In zijn biografie over de man vertelt auteur Jan Bohets hoe de Vlaamsgezinde Leysen, met de vranke brutaliteit die hem eigen was, de Zuid-Afrikaanse president De Klerk in 1990 advies geeft over Nelson Mandela, van wie men toen trouwens wist dat hij de nieuwe president zou worden: “Probeer hem maar wat economie bij te brengen.” Bohets: “Wat nogal neerbuigend was voor de man die in de daaropvolgende jaren een ongeëvenaarde reputatie zou opbouwen als staatshoofd. De ex-gevangene van Robbeneiland zat vermoedelijk ook niet te wachten op die lessen.”Leysen ‘bekende’ die faux pas alleen aan zijn eigen dagboek - daaruit citeerde Bohets. Veel illustratiever was de slipper van VB-voorzitter Bruno Valkeniers, die nog in 2008 vergoelijkende woorden over had voor apartheid. In het VRT-programma De keien van de Wetstraat zei hij: “Ik heb nooit problemen gezien in de apartheid, maar ik kan begrijpen dat sommige mensen, zoals de slachtoffers, er wel problemen mee hebben.” Dat laatste moest begrepen worden als een bewijs van zijn ‘gematigdheid’.Ooit waren ze overal, de vrienden van Zuid-Afrika. De talloze ‘vaders van’ zijn er een illustratie van - zonder dat de zonen vanzelfsprekend één gram schuld dragen: we vermeldden ze slechts om aan te tonen hoe verspreid de proapartheidssympathie destijds was in Vlaanderen. Maar Bruno Valkeniers leert: ze zijn niet meer zo talrijk als vroeger, maar ze bestaan dus nog. De Vlaamse vijanden van Nelson Mandela en co.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234