Zaterdag 17/04/2021

Manager en ontwerper, Dirk Wynants is het allebei. 'Problemen detecteren en oplossingen genereren, daar draait het om', zegt de man achter Extremis, gespecialiseerd in outdoormeubelen. In het Design Museum Gent toont hij met 'Design Works?' het verhaal achter zijn ontwerpen.

undefined

Stijlvol

outdoor

irk Wynants ziet in 1964 het levenslicht in de Kempen. Vader is meubelmaker. Het staat in de sterren geschreven dat Dirk met zijn drie jongere broers in vaders voetsporen zal treden. Maar Dirk gaat zijn eigen weg. Zijn eigen succesvolle weg. Met zijn designs kaapt hij prestigieuze prijzen weg als de Henry van de Velde Prijs, de Innovation Award, de Good Design Award. Maar dat hij de liefde voor het verwerken van materialen en de ondernemerszin met de paplepel heeft meegekregen kan Wynants moeilijk ontkennen. Na schooltijd kon je kleine Dirk steevast aan de werkbank van zijn vader vinden. Uitmeten, schaven, zagen aan trappen, balken, stijldeuren... als het maar massief eik was. Het leverde hem techniek, inzicht en liefde voor het ambacht op. En omdat vader Aloïs niet kon typen, mocht zoon Dirk ook nog eens de offertes doen.

Dat Wynants voor zijn hogere studies naar het Sint-Lucasinstituut in Gent trok, hoeft dan ook niet te verbazen. "Het grote verschil met mijn kinderen is dat ik op die leeftijd maar een heel kleine rugzak met culturele kennis had. Maar ja, dat kun je allemaal leren. We hebben met onze drie kinderen Marrakech, New York, Londen, Milaan, China en zoveel meer bezocht. Maar die rijke bagage kan ook een nadeel zijn. Wat valt er nog te ontdekken? Ik trok met mijn ouders en drie broers met de caravan naar Nieuwpoort. Ja, dan valt er nog veel te bezoeken als je groot wordt. Ik heb drie heel verschillende kinderen. Maar mijn zoon lijkt wel het meest op mij, denk ik. Als we gaan skiën kijken we samen naar de skilift. Hoe zit die in elkaar? Wat is er anders dan die andere skiliften? Hij is even gebeten om techniek te snappen als ik."

Het was Wynants altijd duidelijk dat hij zelf een zaak zou starten. "Er is nog gepolst of ik niet samen met mijn broers in de zaak zou stappen. Maar ja, met mijn karakter zou dat betekenen dat ik de baas had willen zijn en dat leidt dan tot ruzies. En als we nu een ding niet wil willen, is het ruzie in de familie. De slagzin van ons bedrijf is niet voor niets Tools for Togetherness."

De liefde bracht de Kempenaar naar het verre West-Vlaanderen waar hij een oude boerderij verbouwde en zijn bedrijf Extremis vestigde. "Ik slaap zo'n honderd nachten per jaar elders, maar hier kom ik echt thuis. Hier geniet ik van de weidsheid. We hebben een hopveld laten aanleggen van een hectare. Daarvoor hebben we echt wel oude knarren van stal moeten halen. Bijna niemand weet nog hoe dat moet. En dat in de hopstreek bij uitstek. Ik wilde een eigen bier maken, een licht bier met een hoppige aromatische smaak. Niet al te zwaar. Het werd de Tremist. We hebben ooit op een beurs gestaan met een sponsoring van tienduizend Duvels. Lekker hoor, en allemaal op, maar echt bevorderlijk voor de contacten is zo'n bier toch niet in het niet-echt-getrainde buitenland." (lacht)

net op tijd is te laat

Het grote designavontuur begint voor Wynants in 1994. In zijn garage creëert hij een ronde tafel met vier geïntegreerde banken die elk afzonderlijk in de hoogte verstelbaar zijn. Zo kunnen kinderen hoger zitten of kan een stuk bank als verlenging van het tafelblad gebruikt worden. Hij doopt het ingenieuze ontwerp Gargantua. Achttien jaar later verkoopt het meubel nog altijd bijzonder vlot. "Pas op, de Gargantua heeft eerst een dieselstart genomen, net als de PicNik (die je ondermeer op het terras van de Londense Tate Modern kunt bewonderen, JH). Je moet niet net op tijd zijn, want dan ben je te laat. Ik ben met buitenmeubels begonnen, simpelweg omdat dat het gat in de markt was. Ik wil nuttige dingen maken, met een reden van bestaan."

Binnenmeubelen bestonden volgens Wynants al in overvloed. Maar voor buitenmeubelen was er nog geen markt. "Die hebben we zelf moeten creëren. Wie een business alleen opbouwt op basis van een marktenquête komt niet ver. Het is misschien niet de makkelijkste weg, maar ik heb nooit overwogen om ontwerper te zijn voor een ander bedrijf. Ik wou én ondernemen én ontwerpen. Dingen maken, ze vermarkten en ver'branden'. Het 'human centred design', waarover men het tegenwoordig heeft, verwondert me. De mens zou toch altijd centraal moeten staan? Dat het ooit anders is geweest, is pijnlijk. Een meubel moet een middel zijn, geen doel. Een meubel moet handig in gebruik zijn en interactie bevorderen. Moet het samenzijn verbeteren. Ik heb het niet met design van 'kijk wat ik kan'. Geef mij maar meubels down-to-earth."

De slagzin van het bedrijf, 'Tools for togetherness', lijkt een evidentie. Ook humor moet kunnen. De grote Charles Eames zei het al: "Alsof plezier niet functioneel zou kunnen zijn!" Neem nu de DoNuts, waarop de werknemers van Google in Sydney brainstormen, een tafel met opblaasbaar zitgedeelte, uitgedacht tijdens een tochtje met de speedboot. De BeHive is dan weer een loungemeubel voor een vijftiental personen. Inspiratie daarvoor vond veelreiziger Wynants in het Midden-Oosten. "Commercieel is de BeHive geen goede zaak. Of beter, nog geen goede zaak. Het is nog te vroeg. Toch merk ik dat het vertrouwen is gegroeid en dat de acceptatietijd van de meubels korter wordt. Je moet als designer steeds je ogen openhouden en overal inspiratie opdoen. Zo zie je problemen opduiken waarvoor je dan oplossingen kunt gaan bedenken. Een mens wil op een receptie bijvoorbeeld op een gegeven moment wel ergens tegen kunnen leunen. Het was de insteek voor de Abachus. Het is een tegenleunmeubel."

"Ook het rookverbod en de verbanning van de roker naar buiten triggert mij als ontwerper. Ik zie functionaliteit als een groot begrip. Een meubel moet - móét - gebruikt worden. Maar het moet ook ergonomisch zijn, en mooi. Zelfs economisch, sociologisch, ecologisch moet het allemaal kloppen. Een goed product wordt ook goed verkocht. Punt. Anders is er iets mis. Tegelijk moet je als designer beseffen dat de massa wat tijd nodig heeft. Er zijn nu eenmaal beperkingen die je moet accepteren. Alle factoren moeten kloppen."

Da VinCi en Tom Barman

Soms verbaas je je er als designer over dat niemand eerder met een oplossing voor een eenvoudig probleem op de proppen is gekomen. Waarom moet je bij een parasol immers altijd op het allerlelijkste stuk kijken, de onderkant? En waarom gaat een parasol zo snel kapot? Het was de insteek voor het ontwerp van de Inumbra. "Ik wil op de expo in Gent het verhaal vertellen achter mijn producten. In de hoop dat dat intrigeert. De mensen laten zien dat er een hele gedachtegang achter zit. Eentje die je instinctief zou moeten voelen als je het meubel ergens ziet. Het lijkt me leuk om dat verhaal eens expliciet te maken."

In Wynants ogen heeft een designer veel met een manager gemeen. "Ik hoef ook niet per se alleen buitenmeubelen te maken. Het gaat er bij de manager en de designer om oplossingen te genereren voor problemen. Dat is een manier van denken die je op verschillende gebieden kunt gebruiken. Daarom ben ik ook zo'n grote fan van multitalenten als Leonardo da Vinci, Stanley Kubrick of Tom Barman. Die laatste heeft een heel breed interesseveld. Die zingt, is deejay en maakt films. In geen van die disciplines zal hij de allerbeste zijn - ik ook niet - maar zonder hem zou het allemaal niet gebeuren. Trouwens, antwoorden vinden is makkelijk. De juiste vragen stellen, dat is het moeilijkste."

Ooit beweerde iemand het volgende: als iets niet uitgelegd kan worden, is het kunst; als niemand om uitleg vraagt, is het mode; en als niemand uitleg nodig heeft, dan heb je design. "Dat klopt wel. Ik sta erop dat bij exposities mijn meubels ook daadwerkelijk gebruikt worden. Als je het niet mag aanraken heb je would-be kunst. Kunst is geen design. Design is hoogstens een kunstambacht. Er is zelfs een tegenstelling tussen kunst en design. Design moet vandaag zin hebben en in grote oplage kunnen. Kunst moet daarentegen compleet vrij zijn. 'Observeren + oplossing = design' en 'Observeren + kritische vraagstelling = kunst'. Eigenlijk zou het doel van elk design moeten zijn om de levenskwaliteit te verbeteren, of daar toch naar te streven. Kijk maar naar die grijze blokken in het vroegere Oostblok, dat merkte je toch ook aan de mensen?"

Wynants haalde voor zijn designfilosofie de mosterd bij de Shakers - een aan de Quakers verwante sekte. Creëer niets, tenzij het én noodzakelijk én nuttig is. En als dat het geval is, twijfel dan niet om het ook mooi te maken. "Dat is het hele proces en daarom kan ik me er ook zo over opwinden als mijn meubels gekopieerd worden. Ergens is het een goed teken dat je gekopieerd wordt, want dat betekent dat je ertoe doet. Toch is dat financieel en emotioneel heel belastend. Ik verwijt het de overheid dat ze enerzijds beweert dat creativiteit de motor is van de economie, maar anderzijds niets doet om die creativiteit te beschermen. Van Flanders Technology zijn we naar Flanders District of Creativity geëvolueerd. Mooi, maar dan moet je creativiteit beter beschermen. Je moet de kopieerders niet aanpakken. Dat is zoals bij cocaïne. Die arme cokeboeren of smokkelaars zijn niet het probleem, die proberen ook maar geld te verdienen vanuit hun miserie. Maar de mensen zouden het niet moeten kopen. Pak de consument aan. De kopie-industrie in China bestaat toch ook alleen maar omdat er een markt voor bestaat? De consument moet de prijs willen betalen. De prijs voor creativiteit. Net als bij ecologie. Iedereen is er voor, tot blijkt dat het duurder is."

Het boek Dirk Wynants. Designer van Chris Meplon & Dirk Wynants wordt uitgegeven door Stichting Kunstboek en ligt vanaf 2 april in de boekhandel.

De tentoonstelling Dirk Wynants. Design Works? loopt tot 3 juni 2012 in Design Museum Gent.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234