Zaterdag 03/12/2022

Mamo Wolde of het verdriet van Ethiopië

Na een wrede dictatuur heeft de nieuwe elite in een land soms weinig oog voor een 'nette' afrekening met de mensen van het oude regime. In Ethiopië werd in 1992 Mamo Wolde in de cel gegooid. De ex-topatleet was in de jaren zeventig, onder het regime-Mengistu, betrokken bij een politieke moord. Het verhaal van Wolde toont hoe de confrontatie met een pijnlijk verleden kan ontsporen. Luc Huyse

München, 9 september 1972. Frank Shorter wint de olympische marathon. Onze Karel Lismont eindigt als tweede. Zevenendertig seconden na hem pakt de Ethiopiër Mamo Wolde brons.

Honolulu, 12 december 2002. Shorter en Lismont ontmoeten, in het kader van de marathon daar, Aberash Semhate, de weduwe van Wolde. Tussen beide data in ontvouwt zich een drama dat als geen ander het verdriet van Ethiopië weerspiegelt.

Wolde had in 1968 olympisch goud gewonnen op de marathon. Daar had hij de fakkel overgenomen van Bikila Abebe, een andere gouden legende uit het keizerrijk van Haile Selassie. Dat leverde Wolde in zijn land een eigen huis op, en promotie in het leger. Twee jaar na het brons in München sloeg het noodlot toe. In november 1974 greep Mengistu Haile Mariam na een bloedige strijd de macht in Ethiopië. Hij installeerde een marxistisch-leninistische republiek die tussen eind 1974 en mei 1991 tienduizenden opposanten vermoordde en mede-verantwoordelijk is voor de hongerdood van zo'n miljoen mensen. Onmiddellijk na de machtsovername zijn keizer Haile Selassie en zijn hele entourage vermoord. Wolde, die lid was van de keizerlijke garde, liep ook gevaar. Hij kwam er van af met een verbanning naar een job in een kebele, een soort lokale raad die de geheime politie van informatie voorzag. Die positie hield hem in leven maar zou hem uiteindelijk toch fataal worden.

In de late jaren tachtig groeit het verzet tegen het regime. Een coalitie van rebellenbewegingen verovert gestadig terrein. Het einde van de Koude Oorlog berooft Mengistu ook van Russische steun. In mei 1991 wordt zijn vliegtuig op een binnenlandse vlucht, met de hulp van de Verenigde Staten, afgeleid naar Harare, Zimbabwe, waar Mengistu nu nog altijd woont. (In november 1999 zullen de VS toegeven dat zij premier Mugabe van Zimbabwe hebben gedwongen om hem asiel te verlenen. Enkele weken geleden is Zimbabwe door Condoleeza Rice op het lijstje van de schurkenstaten gezet. Omdat het een Ethiopische schurk onderdak verschaft?) Er arriveert een nieuw regime dat, zo gaat dat, belooft totaal te breken met het verleden. Merkwaardig genoeg, gezien de wreedheid van Mengistu en compagnie, komt er geen bijltjesdag. Er zijn nauwelijks wilde executies. Wel worden uiteindelijk meer dan tweeduizend verdachten opgesloten, in afwachting van een proces. Onder hen, in 1992, Mamo Wolde.

Het bloedige hoogtepunt van Mengistu's beleid is de zogeheten Red Terror- campagne uit de jaren 1977-1979. De slachtoffers waren hoofdzakelijk jongeren. Vele duizenden zijn gefolterd en omgebracht. Als lid van een kebele raakte Wolde betrokken bij de politieke moord op een vijftienjarige. De beschuldiging, jaren later, luidde dat Wolde het eerste, dodelijke, schot had gelost. Hijzelf heeft altijd een ander verhaal gebracht. Familieleden van een vermoorde dienden vijf dollar per kogel te betalen aan wie de executie uitvoerde. Daarom werd een slachtoffer minstens tweemaal beschoten. Dat bracht op. Wolde zegt dat de jongen al gestorven was toen hij zijn kogel afvuurde. Wat ook de waarheid is, in de zaak-Wolde is pas in januari 2002 een verdict gevallen. Al die tijd, bijna tien jaar lang, zat hij gevangen. (Pas in 1997, vijf jaar nadat hij werd opgepakt, is hij formeel in beschuldiging gesteld en kon hij een advocaat krijgen.) De rechter veroordeelde hem tot zes jaar opsluiting, tweederde van de termijn die hij in werkelijkheid in de gevangenis had doorgebracht. In februari 2002 kwam Wolde vrij. Drie maanden later is hij gestorven, eenenzeventig jaar oud.

Het verhaal van Wolde is dat van vele honderden anderen in Ethiopië. Het toont aan hoe de confrontatie met een pijnlijk verleden kan ontsporen.

Omgaan met de gevolgen van een genocide, van een barbaarse burgeroorlog, van een wrede dictatuur, kan op vele manieren. Zuid-Afrika tackelde de erfenis van de apartheid met een waarheidscommissie. Een internationaal tribunaal berecht de schenders van mensenrechten in ex-Joegoslavië. Rwanda brengt vele verdachten van de genocide voor de gacaca-tribunalen, een gewoonterechtelijke instantie. Spanje na Franco koos voor de stilte, uit angst voor wat een open aanpak aan nieuwe wonden kon veroorzaken. En Cambodja twijfelt nog steeds of het de Rode Khmers wel wil berechten. Elke keuze is onvermijdelijk het resultaat van politieke afwegingen. In Ethiopië was de machtswissel in 1991 de vrucht van een militaire zege. De oude orde was verslagen. De ervaring leert dat in zo'n situatie de nieuwe elites weinig oog hebben voor een propere afrekening met de mensen van het overwonnen regime. Meestal worden de leiders tegen de muur gezet en het kleine grut na verloop van tijd vrijgelaten. De internationale gemeenschap, de Verenigde Staten op kop, eiste echter van Ethiopië een berechting volgens de 'rule of law', de westerse regels van het spel. Ethiopië zei ja, om de buitenwereld te plezieren, maar wou de klus wel helemaal zelf klaren - met de eigen, bestaande tribunalen. Twijfels over de haalbaarheid daarvan in een land dat tot de armste in de wereld behoort werden weggewuifd. Dat er nauwelijks rechters en advocaten waren bleek ook al geen bezwaar. Hulp uit het buitenland was welkom, maar met mate. Zo heeft het Amerikaanse Carter Center zowat één jaar bijstand verleend bij de verzameling van bewijsmateriaal. Langer mocht niet. Hoe die achterdocht verklaren? Fierheid is een opvallende karaktertrek van de Ethiopische bevolking. Doodarm, maar toch zo trots. (Lees de inlandse versie van het scheppingsverhaal. Gods eerste baksel van de mens mislukte, want te lang in de oven. Dat is de neger. Een tweede maal was God te ongeduldig. Dat is de blanke. De derde keer was het perfect: de Ethiopiër.) Maar sterker was en is de vrees voor verdere buitenlandse inmenging.

Zodra de internationale aandacht verslapte is de hele operatie in een soort niemandsland terechtgekomen. De rechters hebben absoluut geen haast. Het recht, zo zeggen ze, moet zijn beloop hebben. En een rechtszaak is ook een beetje een waarheidscommissie, vinden ze. Ze moet zo veel mogelijk licht werpen op wat er onder Mengistu is gebeurd. De waarheid laat zich nu eenmaal niet opjagen, ze moet langzaam maar zeker aan het licht komen - ook al vertellen de duizenden opgeroepen getuigen keer op keer dezelfde gruwelijke verhalen. Het gevolg is kafkaiaans. Gestart in 1994 slepen de processen zich tot op de dag van vandaag voort. Uitspraken komen mondjesmaat. Vele verdachten zijn in de gevangenis gestorven, van ouderdom of door een in de kerker opgelopen ziekte. (Een soort doodstraf in slow motion?) Klachten van het Internationale Rode Kruis, van Amnesty International, van Human Rights Watch hielpen niet. De balans is negatief. Wat te lang aansleept verliest zijn kracht. Al kort nadat de tribunalen gestart zijn, is de hele zaak ook in Ethiopië zelf uit de publieke aandacht verdwenen. Het louterend effect van een echte waarheidscommissie ('revealing is healing') is er niet gekomen. En of er enige gerechtigheid zal geschieden is ook niet zeker want, zeggen mensenrechtenorganisaties, 'justice delayed is justice denied'.

En Mamo Wolde? Van vele zijden is gepoogd hem vroeger vrij te krijgen. Het Internationaal Olympisch Comité betaalde zijn advocaat. Kenny Moore, vierde in de olympische marathon in München en later journalist geworden, mobiliseerde over de hele wereld atleten die petities schreven, geld verzamelden, druk uitoefenden op de politici van hun land. Amnesty International publiceerde in juli 1996 een dossier over de zaak. Allemaal tevergeefs. Girma Wakjira, de speciale aanklager, bleef zeggen dat de strafwet geen haast verdraagt. (Al geldt dat blijkbaar niet voor iedereen. In oktober 1998 zijn zo'n dertig hoge militairen uit het Mengistu-leger zomaar vrijgelaten. Die zaten al zeven jaar vast, wachtend op hun proces. Dat hoefde nu blijkbaar ineens niet meer. Er is een eenvoudige verklaring voor deze onverwachte mildheid. Buurland Eritrea was Ethiopië binnengevallen. Al wie ervaring had met oorlogsvoering was nu welkom. Zeker als het, zoals bij die dertig, om piloten ging. Want het land werkte nog met de Migs die het in de tijd van toen van de Sovjet-Unie had gekocht.) In het geval van Wolde was er misschien nog een andere reden dan de officiële. Hij was van geboorte een Oromo en van die etnische groep werd en wordt beweerd dat hij zich wil afscheiden van Ethiopië. Mogelijks gunde niemand aan de top de Oromo's de vrijlating van een van hun idolen. Het zou kunnen, want de Zuid-Afrikaanse keuze voor een voorwaardelijke amnestie, in ruil voor openhartigheid van de kant van de apartheidzondaars, was evengoed politiek geïnspireerd. Al was het maar omdat sommige leiders van het ANC eveneens boter op het hoofd hadden en zelf op een pardon rekenden. Trouwens, ook in België, Frankrijk en Nederland is na de Tweede Wereldoorlog de berechting van de collaborateurs in vele opzichten een politieke vereffening geweest.

Wolde is als een doodziek man uit de gevangenis gekomen. Hij is in mei 2002 toch als een held begraven. Hij heeft nu in Addis een standbeeld dat naast dat van Bikila Abebe, zijn voorganger, staat. En er is sinds september 2003 een tweede standbeeld, in het Baskische stadje Elgoibar. Wolde was er in 1963, tijdens de jaarlijkse stratenloop, de allereerste zwarte deelnemer. Hij won er. Frank Shorter, Karel Lismont en Kenneth Moore, zijn concurrenten in de olympische race van 1972, hadden Wolde onmiddellijk na zijn vrijlating uitgenodigd voor een reünie ter gelegenheid van de marathon van Honolulu, in december 2002. Het heeft niet mogen zijn. Karel Lismont vertelde me dat er toen geld is opgehaald om de studie van Woldes kinderen te betalen. Zijn weduwe is wél gekomen. Zo was de kring van de tijd toch weer enigszins gesloten.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234