Maandag 09/12/2019

Route Nationale

Malaise op het Franse platteland: "Ooit gaat zelfs de grond hier staken"

Het dorpscentrum van Saint Réverien ligt er verlaten bij. Beeld Eric de Mildt

In het Bourgondische departement Nièvre, hartje Frankrijk, wonen maar 31 mensen per vierkante kilometer. "Boeren klagen over eenzaamheid, zelfdoding is een nationaal probleem", zegt Jean-Louis Rouez, biolandbouwer. "Maar van de groenen zal de oplossing niet komen. Ik ben rechts."

Bourgondië. Zo industrieel en toeristisch als de as Dijon-Mâcon is – het Saônedal, zeg maar – zo agrarisch en dunbevolkt is het achterland. Een dorp als Saint-Révérien, met een juweel van een 12de-eeuwse kerk, verloor in 30 jaar tijd de helft van zijn burgers. Er blijven er 178 over.

“Hier is niets meer”, zegt een weduwe die er sinds 1963 woont. “Toen ik aankwam, had je keuze uit tien cafés. Vandaag? Geen bakker, geen slager, geen bar, nog amper een school. Het postgebouw is een logement voor pelgrims geworden, pal langs de voetweg naar Sint-Jacob-van-Compostela. Al goed dat zíj nog komen.”

Of ze voor de présidentielles gaat stemmen, deze mevrouw? Ze haalt de schouders op. “De politici beloven iets, dan wordt het weer stil. Ik denk het niet.”

Door een knarsend tuinhek, tussen twee verweerde muren door, sloft de dame naar het kerkhof, naar haar man. Saint-Révérien – een toonbeeld van sociaal verval, en desondanks of juist daarom idyllisch – is het archetype van wat de Fransen le désert rural zijn gaan noemen, de woestijn die hun platteland geworden is.

“Maar in de kleine steden is het niet bepaald beter, hoor! La Charité-sur-Loire – toch 2.500 inwoners – telt vier dokters, van wie er twee straks met pensioen gaan. Er is geen vervanging in zicht.”

We zitten op een terras voor het woonhuis van een boerderij in Le Grand Soury, een handvol dorpen voorbij Saint-Révérien. Jean-Louis Rouez (52) is biolandbouwer en ziet het met lede ogen aan.

“Ik ben pas terug uit Parijs, mijn dochter ligt er in het ziekenhuis. Eigenlijk had ik gisteravond nog huiswaarts willen keren, maar de laatste trein naar Nevers vertrekt om vijf uur. Vroeger kon je tot negen uur terug. Nu niet meer.”

Heeft Emmanuel Macron, toen hij minister van Economie was, niet massa’s nieuwe privé-buslijnen geopend? “Bij mij moet je met Macron niet afkomen! Zijn bussen zijn een heel gedoe. De helft van de trajecten is alweer afgeschaft.”

Boer Rouez is een man uit één stuk. Hij is een slagerszoon die ooit rechten studeerde, maar dat was niets voor hem. Rouez ging toch maar in de landbouw aan de slag, want dat beroep zat in de familie. Tot 2007 beheerde hij een boerderij van 700 hectare, veldarbeid met sproeistoffen, met industriële bemesting en leverantie aan de groothandel. Toen hij de helft van zijn leven achter de rug achtte, op zijn 42ste, gaf Rouez er de brui aan.

Jean-Louis Rouez, met hond Flash, legde een notenboomgaard aan. Beeld Eric de Mildt

“Ik voelde me ziek worden van al dat spul. Ik was er bang van. Twintig jaar lang had ik de aarde mee om zeep geholpen, de rest van mijn leven wilde ik het goedmaken.”

Zo gezegd, zo gedaan. Rouez kocht een boerderijtje en recupereerde twintig hectare grond van een verre verwant. Daarop doet hij vandaag goeddeels aan bosbouw – in de buurt bevinden zich enkele houtzagerijen – en is hij met de biologische teelt van walnoten begonnen.

“Notenbomen moeten enkele jaren wortel schieten voor ze vruchten afwerpen. Met een beetje geluk, als het weer meezit, haal ik dit jaar mijn eerste oogst binnen.”

Biologische grap

Samen met de onafscheidelijke Flash, zijn Duitse herder, trekt Rouez de notenboomgaard in. Omdat er wild zit in het woud – hier herten en reeën, maar verder noordwaarts naar het schijnt ook een of meerdere wolven (“ze zouden de voorbije weken twee schapen hebben doodgebeten”) – heeft Rouez gaasdraad om de stammen aangebracht.

Op de plekken waar hij zijn bomen heeft gesnoeid, heeft hij een lik natuurlijke Noorse teer gesmeerd. “Zo herstellen mijn boompjes van de schok. Maar kijk: molshopen! Dat betekent dat er pieren in de grond zitten, dat de grond zuurstof krijgt en dus van goede kwaliteit is. Dit is geen gazon hè – of vegetaal beton, zoals ik het noem.”

We stappen door de vallei. De kerselaren bloeien, de weiden ogen sla-groen. Rouez teelde eertijds maïs, koolzaad en tarwe. “Niets goeds, met andere woorden. Gewassen die de boer handenvol geld kosten en hem met handen en voeten ketenen: aan de agro-industrie, aan de troep die nodig was om de planten te standaardiseren, aan machines om het land te bewerken. Waarom geeft een boer dat geld niet uit aan arbeidskrachten? Waarom steken boeren zich tout court zo zwaar in de schulden?”

Rouez heeft de rekensom gemaakt: als zijn noten een succes worden, heeft hij marge om een extra persoon in dienst te nemen. Dat een hof van 200 hectare nog maar door één iemand gerund wordt, daar heeft de man het moeilijk mee.

“Die mensen klagen over eenzaamheid. Zelfdoding onder landbouwers is een nationaal probleem. De ene na de andere boerderij gaat over de kop. De rurale armoede swingt de pan uit. Dan denk je: een beetje boer trekt zijn conclusies, toch? Bon, bij de jongere generatie begint het te dagen. Vooral de ouderen zijn hardleers: zij zijn opgegroeid met het idee dat alleen chemisch spul soelaas brengt, dat biolandbouw een grap is en dat ze de hele planeet moeten voeden. Onzin!”

In het stadje La Chariité-sur-Loire staan veel winkels en huizen leeg. Beeld Eric de Mildt

Rouez trekt zijn roze polo recht. Hij heeft een boon voor het alter-agrarische icoon José Bové, zegt hij, al is die groene jongen al te zeer een politicus geworden. Sowieso heeft onze boer het geenszins begrepen op de groenen.

“Ze zitten mee aan de knoppen in Parijs, ze zijn een coalitiegenoot in de socialistische regering. Is er wat veranderd? Nee, alleen in slechte zin. Ik ben eerlijk, hoor: ik ben rechts. Maar het is dan ook een oud misverstand dat alleen links bio zou zijn.”

Bijltjesdag

De officieel links-groene, in realiteit sociaal-democratische regering van president Hollande heeft weinig gedaan voor een boer als Rouez. De reconversie van 20ste-eeuwse arealen naar biolandbouw gaat niet zonder slag of stoot, teelten op grond die eerder met chemicaliën was bewerkt, gelden niet snel-snel als bio. Voor de overbrugging tussen de oude en de nieuwe methode, het drietal jaren waarin de inkomsten fiks terugvallen, kunnen boeren op de steun van de overheid rekenen. Helaas, dat is niet alleen een administratieve hellevaart, de staat betaalt maar niet, en alle bioboeren van Bourgondië klagen.

Rouez: “Ik heb mijn subsidie voor 2015 nog niet gekregen, die voor 2016 evenmin. Er werd ons van alles beloofd. Landbouwminister Stéphane Le Foll kwam op bezoek, nam vriendelijk akte en verdween.”

Is de politiek niet langer geïnteresseerd in de stem van de boer, hij die nochtans ’s lands monden voedt? “Nee”, klinkt het resoluut. “In vijftig jaar tijd heeft Frankrijk drie miljoen landbouwers verloren.”

Volgens de grote landbouwfederatie FNSEA blijven er nog 500.000 landbouwers over en is minder dan 3,6 procent van de actieve bevolking nog in de sector aan het werk. Jaar na jaar gaat het aantal boeren verder achteruit. “De helft van de overlevers staat op het punt om failliet te gaan. Als de volgende oogst niet goed is, komt er een bijltjesdag. Veel boeren buigen voor Marine Le Pen, maar ook zij zal niets veranderen.”

Geen medelijden

Rouez is Flash uit het oog verloren. De hond blijkt nog maar eens bij de buren op bezoek gegaan. Enkele fluitsignalen, enig geroep, en daar verschijnt het beest alweer. “Sacré Flash!”

De paradox, gaat de boer voort, is dat producten uit biolandbouw jaar na jaar beter verkopen. Dat de klant mee is met begrippen als de korte keten, en dat de tussenhandelaren minder makkelijk met het geld gaan lopen.

“Die hebben er genoeg aan verdiend”, zegt Rouez. “Ik heb geen medelijden. Zeker niet met de grote ketens, de Carrefours en Intermarchés van deze wereld, die de boer jarenlang verstikt hebben maar stilaan het verschil beginnen te voelen. Zelfs binnen het korte circuit is de klant vandaag bereid om meer voor zijn waar te betalen, als die maar van kwaliteit is.”

Zal de agro-industrie haar les ooit leren? Volgens Jean-Louis Rouez wel. “Kijk naar het klimaat en hoe dat verandert. Akkoord, de meeste boeren zeggen dat de mens er voor niets tussen zit, dat het een kwestie van cycli is. Ze dwalen. Vroeg of laat zal de aarde niets meer geven aan de mens. Ooit gaat de grond staken. De waterlagen zijn vervuild, het oppervlaktewater is vervuild, zelfs de regen uit de hemel is vervuild. Ooit moet het ons toch dagen?”

Van de politieke wereld verwacht Jean-Louis Rouez weinig, maar in zijn boerenleven heeft hij zin. Hij is van de natuur gaan houden, mag graag een praatje slaan met oude eiken, beveelt ons het werk van wijlen de Bourgondische schrijver Achille Millien aan.

“Iemand moet het doen, toch? We hebben weer mensen nodig die erin geloven, die bereid zijn tegen windmolens te vechten. Noem me gerust een Don Quichot.”

Volgende dinsdag in uw krant en online: een mosterdfabriek in Beaune. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234