Vrijdag 24/05/2019

Makers

Makerscultuur verovert Vlaanderen: ‘Als ik een grasmaaier wil bouwen die teksten kan schrijven, dan kan dat’

Een soldeersessie tijdens de Gentse Maker Faire. Beeld Tine Schoemaker

Robots die papier komen brengen als je op het toilet zit. Of een cello uit glasvezel. Het typeert de makerscultuur, die afkomstig is uit de Verenigde Staten en nu ook in ons land furore maakt. Getuige daarvan de driedaagse Gentse Maker Faire: ‘Het is een beetje zoals de oude doe-het-zelver, maar dan met een upgrade.’

Stel: u wil op een snelle manier naar het werk geraken. Maar in plaats van een elektrische step of speedpedelec aan te schaffen, bouwt u zelf een elektrisch skateboard om mee door de straten te zoeven. Of misschien komt u met enige handigheid uit bij een mountainboard, dat grotere wielen heeft en waarin de voeten moeten worden vastgegespt.

Sinds programma’s als Team Scheire, waarin uitvinders aan de slag gaan om zaken te bedenken die het leven van gewone mensen beter kunnen maken, heeft Vlaanderen kennis gemaakt met de makerscultuur. Wie een beetje handig en creatief is, kan tegenwoordig met de hulp van toestellen als een laserprinter zelf dingen gaan uitvinden. “Het is een beetje zoals de oude doe-het-zelver”, zegt tv-maker Lieven Scheire. “Maar dan met een upgrade. Wat er tegenwoordig aan software en elektronica beschikbaar is, is zo toegankelijk geworden dat als je het kan verzinnen, je het ook kan bouwen. Als ik een grasmaaier wil maken die teksten kan schrijven, dan kan dat.” 

Inspiratie 

Gent maakte dit weekend kennis met de eerste grote Maker Faire. Die moet ervoor zorgen dat makers ook kennis met elkaar kunnen maken. Inspiratie opdoen, ideeën uitwisselen, zo vat comedian Henk Rijckaert het samen. Het gaat hierbij niet alleen om hoogtechnologische hoogstandjes. Elektrische raceauto’s staan tegenover leerlooiers en meubelmakers. Juist die verscheidenheid zet volgens Rijckaert, die het project trekt, perfect de toon.

“Voor mijn optredens maak ik ook zelf attributen”, zegt hij, terwijl we op de achtergrond het geklop van hamers horen en het R2-D2 van Star Wars-robot R2-D2. “Een pratende vuilnisbak bijvoorbeeld, of een geweer dat rookringetjes schiet. Wat alle makers bindt, is juist nieuwsgierigheid. Veel mensen maken coole dingen in hun garage of aan de keukentafel. Dit is de kans om elkaar te ontmoeten.” 

De oorsprong van de makerscultuur ligt in de Verenigde Staten, waar in 1998 professor Neil Gershenfeld het vak “How to make (almost) anything” begon te geven aan de gerenommeerde universiteit MIT. Hoewel zijn vak eerst op technische studenten gericht was, trok het studenten uit allerlei richtingen aan. Meer dan twintig jaar later is de makerscultuur een wereldwijd fenomeen. Overal verschijnen dan ook Maker Faires, onder impuls van het Amerikaanse magazine Make. Zowel op die beurzen als in het magazine komen oude ambachten zoals houtbewerking samen met snufjes als drones, zodat de moderne maker zich van verschillende disciplines kan bedienen. 

Retrogames

In Gent vinden we dan ook makers die de meest uiteenlopende zaken op de wereld brengen. Bij de standhouders zijn er die zelf muziekeffecten ontwikkelen, maar evengoed andere die retrogames ontwikkelen. De stand van Fablab Factory wil dan weer het oprichten van fablabs promoten. Dat zijn ruimtes uitgerust met laserprinters, naaimachines en andere toestellen, waar makers hun creativiteit de vrije loop kunnen laten. 

Maar eigen aan (hoogtechnologisch) creëren is dat het ook nog wel eens misgaat. Op de eerste verdieping heeft Nerdlab, een makerscollectief met een lab in Gent, een ‘augmented reality zandbak’ gebouwd. Het gaat hier om een zandbak waar een scantoestel boven hangt. In de bak kun je een landschap uitgraven, waarna een computer opzoekt met welke plaats op de wereld dit landschap het meest overeenkomt. Maar waar er normaal gezien op het scherm exotische beelden moeten verschijnen, zien we nu helaas alleen maar programmeercode. 

Misschien typeert ook dat een deel van de makerscultuur. Niet alles hoeft altijd perfect afgewerkt te zijn. “Het heeft iets van een gezonde chaos”, zegt Rijckaert. “Het mag allemaal wat in het honderd lopen.”  

Yorick Kyndt (31): ‘Mijn R2-D2 kan al rondrijden en geluid maken’

“Ik ben al drie jaar bezig aan deze R2-D2. Voor leken lijkt hij misschien af, maar voor mij nog lang niet. Hij kan nu al rondrijden en geluid maken. Ik wil er nog voor zorgen dat de klepjes open en dicht kunnen gaan. Volgens mij duurt het nog een paar jaar eer hij echt klaar is. De onderdelen voor een R2-D2 kan je natuurlijk niet gewoon in de winkel kopen. Maar de plannen staan wel online, er is echt een internationale community van Star Wars-makers. Je kan R2-D2 trouwens uit verschillende materialen maken. Veel hangt ook af van het budget dat je eraan wil besteden. Er zijn er die tot 10.000 euro kosten. Ik schat dat ik voor mijn exemplaar al aan 1.500 euro zit.”

Yorick Kyndt. Beeld Tine Schoemaker

 Tim Duerinck (27): ‘Deze cello wordt echt een ontembaar beest’

“Carbon is een sterk materiaal. Het wordt nu al gebruikt voor formule 1-wagens, maar ik heb er dus een cello mee gemaakt. Deze andere is van glasvezel. Ik heb eerder al cello’s uit piepschuim gebouwd, maar die bleken toch vrij kwetsbaar. Met elk materiaal dat je gebruikt, krijg je een andere klank. Carbon is bijvoorbeeld luid en krachtig en gaat meer naar hout toe. Glasvezel is dan weer hard en scherp. Dat is ideaal voor jazz, rock of nieuwe klassieke muziek. De cello’s verkopen mag ik niet, omdat ik eraan werk in het kader van een onderzoeksproject met een beurs van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek. Ik ben nog van plan om een cello te maken uit carbon met een honingraatstructuur van aramidevezel erop. Dat wordt echt een ontembaar beest.”

Tim Duerinck. Beeld Tine Schoemaker

Ilhan Ünal (23): ‘Je ziet iedereen zich hier amuseren met de Game Boy’

“Ik ben aan de eerste versie begonnen toen ik 18 was, maar deze is speciaal gemaakt voor het wereldrecord met de steun van Fablab Factory. Je ziet iedereen zich hier amuseren met de Game Boy en dat vind ik echt geweldig. Toen ik werkte aan dit project, voelde ik me depressief omdat ik bij mijn ingenieursstudie moeite had om theoretische vakken te blokken. Praktische zaken kan ik dan weer wel heel snel aanleren. Dat record halen betekent voor mij dat ik wel talent heb en dat mijn onzekerheden ongegrond waren. Ik ben nu overgeschakeld naar  multimedia & communicatietechnologie in Brussel. Voor mijn eindwerk ontwerp ik hightech puzzels voor escape rooms, bijvoorbeeld om deuren te openen.”  

Ilhan Ünal. Beeld Tine Schoemaker
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.