Woensdag 02/12/2020

Mahdi & Eppink Trump slaat de bal mis

Derk Jan Eppink werkt in New York bij de conservatieve denktank London Policy Center. Zijn wisselcolumn met Sammy Mahdi verschijnt wekelijks.

In Amerika is niets gevoeliger dan 'ras', zoals de demonstratie in Charlottesville, Virginia, bewees. Inzet: verwijdering van het standbeeld van Robert E. Lee, generaal van de Zuidelijke troepen tijdens de burgeroorlog (1861-1865). Trump had dit niet tijdig in de gaten. Afgelopen weekend struikelde hij. Maandag herstelde hij zich. Dinsdag rakelde hij alles weer op - in de Trump Tower nog wel.

Bij elk conflict met cultuurpolitieke lading ontbrandt een woordenstrijd. Toen majoor Nidal Hassan op 5 november 2009 dertien militairen doodschoot in Fort Hood omschreef de regering van president Obama dit als een 'incident op de werkplaats'. De dader was geradicaliseerd tot jihadi, maar Obama vermeed altijd zorgvuldig het woord 'islamitisch terrorisme'.

Toen op 2 december 2015 twee geradicaliseerde moslims in San Bernardino veertien mensen vermoordden in een school duurde het een dag tot Obama reageerde. Hij zei dat de 'motieven onduidelijk' waren.

Presidentskandidaat Trump was er toen meteen bij om de daad te omschrijven als 'islamitisch terrorisme'. Hij vond Obama 'veel te laks'.

Dat verwijt kan nu Trump worden gemaakt. Hij was op vakantie naar zijn golfresort Bedminster in New Jersey, maar druk bezig met de nucleaire dreiging van Noord-Korea. De vechtpartijen in Charlottesville leken zijtoneel. Dat kan gebeuren. Toen op 7 juli 2016 in Dallas vijf politieagenten werden doodgeschoten tijdens een betoging van Black Lives Matter was Obama in Warschau. Hij veroordeelde de aanslag, maar noemde deze niet een vorm van 'binnenlandse terreur'. Later zou hij tijdens de herdenking in Dallas de juiste toon vinden.

Trump veranderde het geweer wel vaak van schouder en zijn manier van communiceren rammelt aan veel kanten. Het geweld escaleerde op zaterdag. Neonazi's (Alt-right) en de Antifa-beweging ('Alt-left') stonden tegenover elkaar. Ze begonnen te vechten, als op afspraak. De politie keek merkwaardig genoeg op afstand toe. Vlak voor 12 uur kondigde gouverneur Terry McAuliffe de noodtoestand af. Het geweld verplaatste zich naar de straten.

Om 13.19 uur zei Trump: "We moeten verenigd zijn in het veroordelen van haat. Er is geen plaats voor dit geweld in Amerika." Daarmee dacht hij dat de kous af was.

Maar het ergste volgde om 13.40 uur, toen een auto in de menigte reed. Om 15.30 uur veroordeelde Trump 'haat, onverdraagzaamheid en het geweld van vele kanten'. Anderen verwezen meteen naar neonazigroepen als hoofdschuldige, zoals Republikeins senator Marco Rubio om 17.30 uur. Om 21.46 uur maakte de politie de naam van de dader bekend.

Wat deed Trump fout? Hij wachtte tot maandagochtend met de veroordeling bij naam van de blanke extremistische groepen. Dat had hij zaterdagavond of zondagochtend moeten doen. De dader was toen bekend. Ook Obama was vaak terughoudend, hangende het onderzoek. Bij de gewelddadigheden in Ferguson, zomer 2014, wachtte hij vijf dagen. Trump haalde zich een hete zondag op de hals met speculaties over zijn 'motieven'. Wellicht dacht hij: 'Wat ik ook doe, gevestigde media zijn toch nooit tevreden.'

In de Trump Tower begon hij een woordenstrijd met de media tijdens een persconferentie over 'infrastructuur'. De Antifa-beweging wil intussen een soort beeldenstorm in de Deep South. Resultaat: iedereen is boos en Amerika zeer verdeeld.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234