Zondag 25/10/2020

Magerzucht is de nieuwe doping

De belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld is gewonnen door een 28-jarige jongeman met structureel ondergewicht. De magerzucht in het peloton is bijna zo extreem als in de modellenwereld.

Het beeld had iets dieptreurigs. Na een voorzichtige slok gaf geletruidrager Chris Froome het traditionele glas champagne voor de winnaar tijdens de slotrit zondagavond gauw terug aan zijn sportdirecteur in de volgwagen. Alsof er zelfs dan geen snoepje afkon. Hoewel zijn uitspraken tegen doping geloofwaardig lijken te zijn, word je toch niet vrolijk van de verschijning van deze Britse Tourwinnaar. Daarvoor oogt Froome te schriel, mager op het ongezonde af. "Zijn benen zagen eruit als luciferhoutjes, zijn armen waren zo dun dat zijn mouwtjes fladderden. Ik kon zijn ribben tellen, door zijn shirt heen. Het was niet dun, het was niet mager: het was eng", schreef wielercolumnist Thijs Zonneveld in het AD.

Volgens het biootje van zijn Team Sky weegt Chris Froome 69 kilo voor 1,81 meter. Een kilootje of tien minder zit wellicht dichter bij de waarheid. Moeten we ons daar zorgen over maken? Topsportcoach Paul Van Den Bosch, bekend van het Energy Lab, relativeert. "Renners in wedstrijdconditie kunnen extreem laag gaan in het gewicht. Een probleem wordt dat pas als die vermagering ten koste van hun prestaties gaat, als ze behalve vetten ook spiermassa afbreken. Dat is bij Froome duidelijk niet het geval. Hij zit wellicht op de limiet, maar als die limiet goed bewaakt wordt, zie ik geen probleem."

Schraalhans

Chris Froome is lang niet de enige. Schraalhans is keukenmeester in het rondepeloton. Pakweg Nairo Quintana, Bauke Mollema, Laurens ten Dam, Andy Schleck of Jurgen Van den Broeck lijken evenzeer te rijden op luciferstokjes. Sinds Lance Armstrong (mede door zijn kankertherapie) flink vermagerde en plots de Tour kon winnen ten nadele van de 'dikke' Duitser Jan Ullrich is het peloton in de greep van de magerzucht. Voorbij is de tijd van Miguel Indurain die - toegegeven: met flink wat doping - 78 kilo in zijn gele trui over de cols sleurde. Het historische, natuurlijke voordeel van de kleine, lichte klimmertjes uit Spanje of Colombia wordt vandaag uitgewist door de concurrentie die onder wetenschappelijke begeleiding collectief aan het vermageren is gegaan.

Behalve van talent is klimmen per fiets een kwestie van natuurkunde. Wie minder gewicht omhoog moet slepen, klimt sneller, of moet althans minder kracht verbruiken om even snel te klimmen. Over het algemeen wordt geschat dat een renner ongeveer een halve minuut tijd kan winnen per kilo die hij minder weegt. "Er leeft een idee-fixe in het peloton dat je een vetpercentage van 6 procent moet hebben", zegt Paul Van Den Bosch. "Dat kan op het randje van het obsessieve zitten: het idee dat het met 7 procent écht niet lukt."

Op het randje of erover? Uit het peloton stijgen verhalen op die doen denken aan de obsessies van de papieren zakdoekjes etende modellenwereld. De Nederlander Lieuwe Westra (die zondag nog totaal verzwakt opgaf in de laatste Tourrit) bekende ooit dat hij na een training soms direct gaat slapen om niet te hoeven eten. De Deen Michael Rasmussen at zijn muesli in een kommetje water in plaats van met 'te vette' melk.

Anorexia athletica

Van het winnende Team Sky wordt gefluisterd dat het zijn renners op trainingskamp gecontroleerd uithongert, zodat ze een wedstrijdregime bijna als bevrijdend ervaren. Froome zelf heeft gezegd dat hij wel eens huilend van de honger in bed gekropen is. Van Den Bosch: "Dat weet ik niet, maar ik geloof wel dat Froome extreem goed begeleid wordt bij zijn extreme trainingsgedrag."

Topsporters - en dan met name sportlui die in gewichtsklasses of duursporten uitkomen - zijn een kwetsbare doelgroep voor pathologische eetstoornissen, omdat er een rechtstreeks verband gelegd wordt tussen lichaamsgewicht en prestatie. Daar bestaat zelfs een naam voor: anorexia athletica. Voorlopig zijn het vooral vrouwelijke sporters die bekennen dat ze er ooit onder te lijden hebben gehad. De Nederlandse wielerkampioene Leontien Van Moorsel kwam er na haar carrière openlijk voor uit in een boek, net als judoka Gella Vandecaveye.

Bij de mannen houdt het taboe taaier stand. De Moldavische renner Alexandr Pliuschkin en de Sloveen Janez Brajkovic worden weleens genoemd, maar naar openlijke anorexiabiechten is het ver zoeken. "Gezond zou ik het eetgedrag van toprenners niet noemen", nuanceert Paul Van Den Bosch, "maar dat wil niet zeggen dat het peloton collectief aan anorexia lijdt. Discipline hoort bij topsport, en vaak zie je dat na de prestatie toch een moment van decompressie volgt. Ik lees op Twitter dat zelfs Froome zaterdagavond al een hamburger gegeten heeft, dus dat komt wel goed."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234