Donderdag 01/12/2022

Magazijn

In het laatste nummer van de New York Review of Books wordt harder nagedacht over Quentin Tarantino's Kill Bill: "Wat weinig critici hebben opgemerkt is hoe saai dit eigenlijk allemaal is - hoe willekeurig de actie, hoe onvolledig de plot, hoe vervelend, ondanks de kleuren en het geluid, de geweldscènes." Uiteindelijk zijn de argumenten van criticus Daniel Mendelsohn van ethische aard. Tarantino's films zouden namelijk een ontstellende leegte laten zien: "Mensen maken zich zorgen over Tarantino omdat ze denken dat hij een generatie vertegenwoordigt die met geweld is grootgebracht; maar het is pas als vertegenwoordiger van een generatie die is grootgebracht met herhalingen van tv-series en steeds opnieuw afgespeelde videotapes dat hij je echt de stuipen op het lijf jaagt." Een Amerikaans criticus kan niet weten dat hetzelfde trash-dieet elders tot Team Spirit heeft geleid.

(New York Review of Books, 18 december 2003, 4,50 dollar)

Ook Arnon Grunberg vindt dat er wel wat meer op het spel mag staan. Onder zijn pseudoniem Marek van der Jagt schrijft hij in Filosofie Magazine dat niemand de roman meer serieus neemt: "De oprichting van een literaire Hamas zou een oplossing kunnen zijn. Want geweld wordt altijd serieus genomen, helemaal als je beweert dat het historisch noodzakelijk is, of dat geweld gepaard laat gaan met het zwaaien van vlaggen en het verkondigen van nobele doelen. Wat is twaalf doden per maand, gemiddeld, voor een dergelijk nobel doel? Niets toch? Je zou de heren Barend en van Dorp kunnen laten liquideren als collaborateurs en hun lijken een week lang aan een boom aan de Herengracht kunnen laten bungelen." Barend en Van Dorp hebben een actualiteitenprogramma op de Nederlandse zender RTL4. Grunberg eindigt met een gedachte die met recht en reden 'zwart' mag heten: "U kunt hoog of laag springen, pas als de staat voor ons huivert stelt literatuur iets voor. Tot die tijd zijn wij die ons geld verdienen met schrijven excuusnegers die de ondergang mogen opleuken."

(Filosofie Magazine, december 2003, 5,50 euro)

In Academiae Analecta, het tijdschrift van de Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten heeft socioloog Jaak Billiet een sterke lezing over opiniepeilingen laten afdrukken. Het is een zeer welgekomen betoog tegen de wildgroei van opiniepeilingen en, vooral, de manier waarop er over die peilingen wordt bericht in de media: "Opinieonderzoek krijgt aandacht naargelang van de nieuws- of 'entertainment'-waarde, niet omwille van het inzicht dat het zou kunnen bijbrengen. Denk hier bijvoorbeeld aan het recent bericht dat het kijken naar soaps de onveiligheidsgevoelens zou doen toenemen. Achteraf werd hier flink mee gelachen in de media, maar zoals gewoonlijk hadden de media eerst zelf voor grote koppen gezorgd alhoewel een statistisch geschoold journalist gemakkelijk al direct had kunnen opmerken dat het kijken naar soaps niet eens 3 procent van de variantie in het gevoel van onveiligheid verklaart, een non-evenement dus." Cruciale informatie over de precieze verwoording van de vragen en de aangeboden antwoordmogelijkheden, over het aantal ondervraagden en de manier waarop die werden geselecteerd wordt meestal weggelaten, waardoor de resultaten eigenlijk oninterpreteerbaar worden: "Zonder deze informatie is de lezer volledig ongewapend om de beweringen die in grote letters in de kranten verschijnen naar hun waarde te schatten. Zoals gezegd zou in geval van peilingen die onderwerpen van publiek belang raken (bijvoorbeeld over gezondheid, politieke opinies, ethische problemen), zulke minimale informatie door de wetgever afgedwongen moeten worden. Naast een technische fiche in de betreffende media kan men denken aan verwijzingen naar een website waarin alle informatie aangeboden wordt. Peilingen die daar niet aan voldoen zou men beter doodzwijgen. Daarnaast is ook een taak weggelegd voor media die zichzelf als kwaliteitsvol voorstellen. Deze zouden toch moeten kunnen beschikken over één of meerdere verslaggevers die op dit gebied onderlegd zijn en die in staat zijn om een oordeel te vormen over uitspraken over wat wij als collectiviteit denken. Iedere opleiding die met toekomstige journalisten te maken heeft moet daar de nodige aandacht aan besteden."

(Academiae Analecta, Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, 2003)

Meer aandacht voor de journalistiek is te vinden in het blad Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis. Nele Beyens deed onderzoek naar de journalistieke identiteit in het België van de jaren vijftig. Ze bespreekt de relatieve onafhankelijkheid van de redacteurs en de persvrijheid, de 'opiniepers' en het streven naar waarheid, maar legt ook de nadruk op de rol van de journalist als "commentator, voorlichter, leider van de verblinde massa". Het beeld van de journalist bij de bevolking was niettemin vaak uiterst negatief. In 1956 beschreef Vooruit-journalist Georges Hebbelinck het imago als volgt: "De journalist leeft van andermans ongeluk. Hij drinkt bloed van onschuldige slachtoffers. Wanneer hij een traan wegpinkt is hij hypocriet. Hij is onbetrouwbaar. Hij belooft geheimen te bewaren en telefoneert naar zijn blad. Ik zou nooit met een journalist willen trouwen. Hij is nooit thuis en zit overal waar het niet deugt." De verzuiling zorgde er dan weer voor dat overstappen in medialand niet altijd makkelijk was: journalist Jan Veestraten stelt dat men tot in de jaren zeventig beter eerst de eucharistieviering bijwoonde voor men ging solliciteren bij de Gazet van Antwerpen, want "er kwam gegarandeerd een vraag over het evangelie van de voorbije zondag."

(Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, november 2003, 20 euro)

Het is met de grote vragen als met de kunst of de geschiedenis. Het is niet omdat er lieden bestaan die beweren dat ze afgeschaft zijn, dat ze er ook echt niet meer zijn. 'Wat is kunst?' en 'waarom schrijft u?' zijn de twee grote vragen die centraal staan in het nieuwste nummer van het 'literaire' blad yang. Veel aandacht is er onder meer voor de Amerikaanse denker Arthur Danto en diens theorie dat de kunst ophield te bestaan toen Andy Warhol in 1964 een doodgewone Brillo Box tentoonstelde. Warhols werk, betoogt Danto, verschilde in niks van de echte dozen met schuursponsjes die je in de winkel kon kopen. Het enige verschil is volgens de denker een theoretisch, filosofisch verschil. Danto's theorie wordt in yang tegen het licht gehouden en vervolgens vakkundig gefileerd door De Morgen-theaterrecensent Tom Rummens. Elders in dit nummer probeert een handvol auteurs een antwoord te formuleren op een van de neteligste vragen die je aan een schrijver stellen kunt: 'Waarom schrijft u?' Dat nogal wat schrijvers zo kribbig op die vraag reageren, is volgens yang-redacteur Sascha Bru wellicht geen toeval. "Hun reacties moeten er misschien de aandacht van afleiden dat ze op de vraag naar het bestaansrecht van de moderne auteur geen antwoord hebben." Niettemin, stelt Bru verder, is het "ten zeerste de vraag of uit een reeks gelijkaardige responsen niet nog altijd een aantal projecten of programma's valt af te leiden, projecten die zich mogelijk situeren voorbij elke autonomistische of andere poëtica, splinters van een lang geleden ontplofte bom waarvan men de impact nog moet registreren." Jammer dat yang niet eens een poging heeft gewaagd om die projecten in kaart te brengen. (JdP)

(yang, driemaandelijks tijdschrift, november 2003, 7 euro)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234