Zaterdag 17/04/2021
Klaar Hammenecker (l.) en Ellen van den Bouwhuysen.

InterviewWellesnietes

Mag je andermans kind berispen?

Klaar Hammenecker (l.) en Ellen van den Bouwhuysen.Beeld © Stefaan Temmerman

Een voor- en tegenstander gaan in duel over een hot issue. Deze week: een Nederlandse columniste vroeg zich af of je een ruw kind in de speeltuin mag aanspreken op zijn gedrag.

Klaar Hammenecker: ‘Je mag andermans kind zeker berispen’

Kinderpsychologe Klaar Hammenecker vindt kinderen opvoeden een opdracht voor iedereen. ‘In elk sociaal contact zitten leermomenten verweven.’

“Veel ouders proberen hun kinderen te behoeden voor negatieve ervaringen in hun leven. Daarom vinden ze het vaak moeilijk dat de juf, scouts­leider of buurman hun kind bijstuurt, laat staan berispt. In mijn praktijk hoor ik bijvoorbeeld vaak: ‘Ik vind dat zo erg voor mijn dochter’ of ‘ik zie mijn zoon niet graag verdrietig’. Ze willen hun meest kostbare bezit zo goed mogelijk beschermen.

“Maar de realiteit is niet altijd rooskleurig. Het leven is per definitie bij momenten frustrerend. Zowel situaties als mensen zijn niet altijd zoals we het liefst zouden willen. Je kunt die frustraties ook als iets positiefs zien: elk contact met de ander houdt kansen in. Ook een contact waarin een ander je kind een halt toeroept, afgrenst of aangeeft dat het te ver gaat. Dus ja, je mag andermans kind aanspreken en uitleggen waarom een bepaalde daad niet door de beugel kan. Opvoeden is ook een taak van de hele gemeenschap. Zo krijgen kinderen een totaalbeeld van de maatschappij.

“Alles hangt natuurlijk af van de manier waaróp iemand iets zegt. Een boze papa die een ruw kind in de speeltuin hardhandig bij zijn nekvel pakt, dat kan absoluut niet. Eigenlijk verlaagt een ouder zich zo tot het niveau van de kinderen. Vaak werkt een wijzend en kijvend vingertje niet eens bij de éígen kinderen, laat staan dat het bij die van een ander zou werken. Dan krijg je in het beste geval niet alleen een boze blik van de ouder, je riskeert ook dat je dat kind met een onnodige schrik­ervaring opzadelt.

“Wat wél kan: het kind aanspreken en vragen wat er aan de hand is. Dat doet men ook in bemiddeling. Iedereen krijgt zo de kans om zijn kant van het verhaal te vertellen, om emoties en kwetsbaarheden op tafel te leggen.

“Onlangs liep ik zelf door het park waar twee bengels vandaal­achtige streken uithaalden. Ik heb hen gevraagd: ‘Oei, wat gebeurt hier?’ Zo sla je twee vliegen in één klap. Enerzijds stoppen ze met hun ongepast gedrag, want je vraagt hun aandacht. Anderzijds geef je hen de gelegenheid om hun gedrag te verklaren. Of ze lopen gewoon weg. (lacht) Maar zo leren kinderen wel dat er mensen zijn die hun handelingen niet oké vinden.

“Het is normaal dat kinderen grenzen opzoeken. Als ze die overschrijden, mogen ze daarop aangesproken worden. Kinderen zijn volop in ontwikkeling en zoeken met vallen en opstaan wat kan en niet kan, wat andere kinderen leuk vinden en wat dan weer voor de anderen storend of ongepast kan zijn. Zo leren ze stap voor stap rekening houden met een ander. In elk sociaal contact zitten leermomenten verweven. Door kinderen de kans te geven hun gedrag zelf te verklaren. Ze leren voor zichzelf opkomen, omgaan met feedback en hun eigen gedrag in woorden uit te leggen. Het geeft ook de kans aan kinderen om te socialiseren, om te leren assertief te reageren en omgaan met het echte leven.

“Bovendien denk ik dat we daar als maatschappij iets uit kunnen leren. Tegenwoordig heeft iedereen wel al een filmpje op sociale media gezien waarin kinderen verbaal gepest of fysiek mishandeld worden. Vaak staat daar een hele bende toeschouwers rond die hun mond niet open durft te doen. We hebben nooit geleerd om onbekenden aan te spreken op hun gedrag als we vinden dat dat niet door de beugel kan. Zo doen we hele generaties tekort. Als kinderen opgroeien met het idee dat het goed is om aangesproken te worden op onwenselijk gedrag, zullen ze dat makkelijker kunnen verdragen in de toekomst en daar zelf naar handelen. Zo wordt de sociale controle veel sterker.”

---

Ellen van den Bouwhuysen: ‘Onbekenden zouden beter eerst mij aanspreken’

Fotograaf Ellen van den Bouwhuysen, auteur van ‘The Gentlemom’, is mama van twee zonen. “Is mijn kind echt te luid, of is de ander eerder onverdraagzaam? Die inschatting maak ik nog altijd liever zelf.”

“Ik ben gezegend met twee wildebrassen in huis. Dus ja, het kan er zowel thuis als op verplaatsing soms stevig aan toegaan. Als mijn oudste op school, tijdens het sporten of bij een vriendje iets te enthousiast of hard is, vind ik het normaal dat hij daarop wordt aangesproken. Er is niets mis met een andere volwassene die vraagt of hij een beetje rustiger wil zijn.

“Maar ik vind het wel belangrijk dat kinderen eerst de kans krijgen om een conflict zelf op te lossen. Of het nu gaat om een ruzie op de speelplaats of een akkefietje tijdens het sporten: kinderen moeten met elkaar leren spreken. En ze gaan daar vaak verstandiger mee om dan wij volwassenen soms durven te denken.

“Natuurlijk zal ik mijn eigen zoon daar later ook op aanspreken. Ik praat dan op een zachte en duidelijke manier. Ik ga door mijn knieën, zodat ik op zijn ooghoogte kom, en leg duidelijk uit waarom ik bepaald gedrag liever niet heb. Mijn kinderen moeten leren dat er andere meningen en regels zijn buiten ons huis. Zo leren ze zelf ook meningen vormen en hun gedacht zeggen. Op die manier durf ik ook de kinderen van anderen aan te spreken. Dat lijkt me gezond. En ontstaat er een gevaarlijke situatie of doen kinderen elkaar echt pijn, dan is ingrijpen uiteraard niet meer dan logisch.

“Maar van onbekenden apprecieer ik het als ze mij zelf eerst aanspreken. Vooral omdat mijn kinderen nog heel jong zijn. En dan krijg ik liever een tip dan een preek. Want doet mijn kind echt iets waarvan ik zelf vind dat het niet door de beugel kan? Is mijn kind echt te luid of is de ander eerder onverdraagzaam? Die inschatting maak ik nog altijd liever zelf.

“Ik vind het belangrijk dat een kind nog een kind mag zijn. Onze maatschappij is wat individualistischer geworden. We zijn minder verdraagzaam in vele richtingen en lopen al vaak op de toppen van onze tenen. Spelende kinderen op straat, wat lawaai op restaurant: omstanders mogen wel een beetje flexibel zijn.

“Ik leer mijn kinderen dat ze alles op een respectvolle manier mogen zeggen. In een ideale wereld doen andere volwassenen dat dus ook naar mijn kinderen toe. Als iemand mijn kinderen toch rechtstreeks aanspreekt, verwacht mijn moederhart dat het op een correcte manier gebeurt. Mocht iemand hen kortaf of grof toesnauwen, dan zal ik die persoon daar ook op aanspreken: ‘Ik vind niet dat mijn kind hier iets fout doet.’ We willen hun ontdekkingszin toch niet helemaal afremmen?

“Of ik zelf al eens een onbekend kind heb aangesproken? Onlangs nog, ja. Het is echt een cliché­verhaal. In het park klom een jongetje via de glijbaan omhoog in plaats van langs de trappen. De ouders zaten iets verderop op een bankje. Misschien waren ze te erg in hun gesprek verwikkeld, maar ze grepen alleszins niet in toen bleek dat andere kinderen niet naar beneden konden. Het kind bleef hardnekkig via de glijbaan omhoogklauteren. Toen heb ik hem toch vriendelijk gevraagd om ook met de anderen rekening te houden, zodat die ook naar beneden konden glijden.

“Kinderen moeten uiteindelijk leren dat we met velen op deze aarde rondlopen. Niet iedereen vindt hetzelfde fijn en niet iedereen reageert op dezelfde manier. Maar dat moet wel op een respectvolle manier. Misschien is dat nog de belangrijkste les.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234