Dinsdag 19/10/2021

Mag ik deze rolstoeldans van u?

Tekst Erik Raspoet/ Foto's Tim Dirven

eikruis-Pepingen. Hoe Vlaams kan een dorp zijn? Koeien drinken uit afgedankte badkuipen, er staan meer kapelletjes dan gsm-antennes. Onze bestemming is prachtig gelegen, boven op een van de heuvels die de charme van het Pajottenland uitmaken. Woon- en Zorgcentrum Mater Dei heet het officieel, maar in de streek zijn andere namen gangbaar. 'Hij zit in 't klooster', zegt de volksmond, als het al niet in 'in 't gesticht' of het 'oupekeshuis' is.

Is oud worden in een rust- en verzorgingstehuis zoals schrijver Erwin Mortier beweert al kommer en kwel? Of valt er ook te lachen in de ouderenzorg, een groeiende sector in onze vergrijzende maatschappij, die in Vlaanderen al aan meer dan 50.000 mensen werk geeft?

Ann, animator in WZC Mater Dei, doet in elk geval haar best. Het is elf uur, haar vaste klanten zijn trouw op post voor hun dagelijkse portie actua. Ze neemt plaats in het midden van de zaal, omringd door tien rol- en vijf leunstoelen. "Redding van Dexia", begint ze aan haar hoogst subjectieve bloemlezing van Het Laatste Nieuws. "Moet je dit horen: 'Jean-Luc Dehaene, die Dexia nochtans op dieet heeft gezet, krijgt de zaak niet gezond.' Pff, dat verbaast me niet. Dehaene al eens goed bekeken? Hij zou begot beter zelf op dieet gaan." Gegrinnik in de zaal, van dat soort toogpraat lusten ze hier wel pap. Uiteraard blijft het proces-Janssen niet onbesproken, net zomin als de gebroken armen en benen uit de regionale pagina's. Herkenbaarheid troef, de meeste bewoners hebben hun leven in een straal van twintig kilometer rond Heikruis gesleten.

Het gemiddelde rusthuis bestaat niet, maar Mater Dei in Heikruis-Pepingen kan gerust representatief worden genoemd. Geen modelinstelling, verticale kloostergebouwen zijn niet meer van deze tijd. Maar Mater Dei huldigt in die aftandse infrastructuur een hedendaagse visie op bejaardenzorg en, zo blijkt, een open communicatiebeleid. We worden welkom geheten om een paar dagen rond te neuzen en naar believen personeel, bewoners en bezoekers aan te spreken.

"Dit is een middelgroot rusthuis", zegt directeur Mathieu Martens. "Honderd bedden: 94 permanente en zes voor tijdelijke opvang. Daarnaast is er een dagcentrum, waar een tiental bejaarden terechtkan. Twee derde van onze bewoners is zwaar zorgbehoevend. Lichamelijk, mentaal of allebei. Zestig procent is dementerend, in min of meerdere mate. Dat lijkt misschien veel, maar die verhouding vind je tegenwoordig in alle rusthuizen terug. We zijn trouwens geen gespecialiseerde instelling, al heeft de KU Leuven hier wel een referentiecentrum dementie opgericht, waar een psychologe permanent klaar staat voor patiënten en familieleden."

Geen sterfhuis

Mathieu Martens, op een zucht van zijn pensioen na een lange carrière in de zorg, is uit het stof van de manager geknipt. Cijfers en analyses, hij goochelt ermee. "Onze turn-over is één op drie", vervolgt hij. "Dat klinkt cru, maar feiten zijn feiten: ieder jaar sterft een derde van onze bewoners. Niet zo verwonderlijk als je weet dat de gemiddelde leeftijd in dit huis 85 jaar bedraagt. Mensen stellen de stap naar het rusthuis zo lang mogelijk uit. Dat lukt steeds beter, dankzij initiatieven zoals thuiszorg en mantelzorg, die door de overheid fel worden aangemoedigd. Lovenswaardig, maar het gevolg is dat de rusthuispopulatie veroudert, wat op zijn beurt weer verklaart waarom de verhouding tussen zelfredzaam en zorgbehoevend steeds verder scheeftrekt. We werken met wachtlijsten. Dringende gevallen krijgen altijd voorrang. Mensen die na een hersenbloeding uit het ziekenhuis worden ontslagen, laat je niet wachten. Toch waken we erover dat de verhouding niet nog verder scheeftrekt, want dan worden we wat we vooral niet willen zijn: een sterfhuis."

De directeur is er best trots op: met 75 voltijdse medewerkers opereert Mater Dei een stuk boven de Riziv-norm. "Die dekt in feite alleen de pure zorgkosten", legt hij uit. "Extra's zoals animatie moeten uit eigen middelen worden gefinancierd, zeg maar uit de zak van de bewoners. Wij bieden heel wat extra's, maar toch zijn we niet duur: 43,74 euro per dag voor een eenpersoonskamer, 37,77 voor een bed in een dubbele kamer, dat is onder het gemiddelde. Kamerprijzen zijn ook streekgebonden. In Antwerpen betaal je voor dezelfde service 50 tot 60 euro."

We krijgen een rondleiding, zodat we ons kunnen oriënteren in het labyrintische complex. Refter, keuken, fitnesszaal, de badkamer waar heel wat bewoners voor het eerst de sensatie van een bubbelbad mochten ervaren. "Mensen in bad stoppen mag nooit bandwerk worden", zegt gelegenheidsgids Anja. "We geven ze alle tijd om te genieten, met een streepje muziekje erbij." Ze neemt ons mee naar de kapel, een fraaie tempel die nog intensief wordt gebruikt door een generatie aan wie de ontkerkelijking is voorbijgegaan. Achter het altaar, op het scorebord van de dood, hangen 28 kruisjes. "Een voor iedere bewoner die na Allerheiligen vorig jaar is overleden", zegt ze. "Het kalenderjaar is nog niet rond, er zijn nog sterfgevallen op komst. Je kent het gezegde: in de herfst vallen de bladeren. Dat klopt helemaal, voor onze mensen kan een verkoudheid al fataal zijn. Ik vrees dat we weer rond de 33 zullen eindigen."

Rolstoelen duwen

Afscheid nemen is een cruciale vaardigheid in de bejaardenzorg, een sector die zelden het decor levert voor de toekomstdromen van onze jeugd. Vooroordelen? Als dochter van een ambulante bejaardenhelpster had Anja, coördinator animatie, kine en ergo, er geen last van. "Toch heb ik getwijfeld", zegt ze. "Ik ging kinesitherapie en ergotherapie studeren om met kinderen te werken. Het is anders gelopen, in de geriatrie waren nu eenmaal meer banen. Maar ik heb er geen spijt van, dit werk geeft me veel voldoening. De dood hoort erbij, maar in afwachting maken we er het beste van. Iedere namiddag organiseren we een activiteit, vandaag is er het lottospel, morgen een uitstap. Met betaald personeel alleen rooi je het niet, we kunnen gelukkig op een grote ploeg vrijwilligers rekenen.

"Tijdens het wandelseizoen van begin april tot eind september komen dagelijks vrijwilligers langs om rolstoelen te duwen. Iedere woensdagmiddag is er koorrepetitie, de dirigent is een vrijwilliger die speciaal voor ons liederen componeert. Jammer dat onze dementerenden zijn nieuwe repertoire niet meer aankunnen. Binnenkort starten we daarom met een geheugenkoor, dat alleen oude krakers brengt. 'Daar bij die molen', dat soort meezingers zit er bij de meesten nog wel in."

Het is een warme herfstdag, het gevaar op dodelijke verkoudheden lijkt denkbeeldig. Alice (70) duwt de rolstoel van haar man over het pad van de schitterende kloostertuin. Doel van de wandeling: de in cement opgetrokken grot waar een gipsen Maria aan Bernadette van Lourdes verschijnt. "Ik kom iedere namiddag naar Heikruis", zegt ze. "Vandaag ben ik met mijn dochter meegereden, maar gewoonlijk neem ik in Halle de bus. Het is zwaar, maar ik kan hem hier toch niet alleen laten?"

Alice parkeert de rolstoel naast een van de houten banken bij de grot. Praten doen ze niet meer, Maurice heeft het verzonken stadium van alzheimer bereikt. Hij woont op de tweede verdieping, de met toegangscodes beveiligde afdeling voor zwaar dementerenden. Niet dat voor inbrekers wordt gevreesd, de codes moeten beletten dat de bewoners gaan ronddolen en verdwalen. "Mijn man en ik schelen vijftien jaar", zegt ze. "Twee jaar geleden was hij nog kerngezond, hij reed nog met de auto. Niemand had het zien aankomen. Zijn zus Julia zit hier ook, maar dan op de eerste verdieping. Ze is 93, maar nog perfect helder van geest." Ze schudt het hoofd, nog altijd verongelijkt. "Mijn man is de jongste van een gezin van elf", zegt ze. "Hij is de enige van de hele bende die dement is geworden."

Mister V.

Zijn eerste indruk? Cedric flapt het eruit. "Ik wil nooit oud worden", zegt de dertienjarige resoluut. Zou dat de bedoeling zijn geweest van zijn leraar godsdienst? Actieve bezinning was het oogmerk waarmee de tweedejaars van het Technisch Instituut Don Bosco uit Halle naar Mater Dei werden gestuurd. Ze mogen de hele voormiddag rolstoelen duwen, eten serveren en boodschappen doen, tot zichtbare vreugde van bewoners en personeel. Een stroomstoot levensenergie, net wat ze kunnen gebruiken in een rusthuis.

Cedric heeft zijn conclusie niet lichtzinnig getrokken. Samen met vijf vrienden lummelt hij rond in de Zonnebloem, de dagzaal voor dementerenden, waar Yvonne vandaag de show steelt. Een kwartier geleden suisde ze nog met haar rolstoel door de tuin, aangedreven door een stel enthousiaste pubers. Maar van die sensatie is niks blijven hangen. "Allez, zijn we weg?", spoort het oudje de jongens aan. "Gaan we buiten?" De eerste reactie is verontwaardiging. "Maar we zijn net terug van de wandeling", protesteren de jongens in koor. Yvonne knikt maar hoort het niet. "Kom," herhaalt ze met schelle stem, "we zijn weg, we gaan buiten." Na de derde aanmaning houden de jongens het niet meer. Het begint met een ingehouden proesten, even later vallen ze over elkaar van het lachen.

Gina slaat het tafereel geamuseerd gade. "Ach Yvonneke", zegt ze haast vertederd. "Altijd het zonnetje in huis. Behalve als ze haar kuren heeft, dan kan ze je ineens een klap in je gezicht geven. Je kunt daar niet echt kwaad om zijn. In dit stadium weten ze echt niet meer wat ze doen."

Het is etenstijd, Gina haalt Jozef uit zijn armstoel, manoeuvreert hem met een elegante pas de deux naar zijn vaste stek aan tafel. Jozef ziet er aandoenlijk uit, met zijn wit haar dat onder zijn baret uit krult en zijn met bretels opgehouden pantalon. "We noemen hem meestal Meneer V.", zegt Gina terwijl ze hem een slab omdoet. "Dat doet hem plezier, vroeger werd hij altijd zo aangesproken. Jozef was immers een man van aanzien, hij heeft het tot directeur geschopt. Vraag me niet waar precies, maar het zit er in elk geval diep in. Als we even niet opletten, kruipt hij in ons lokaal achter een bureau en begint hij in onze papieren te rommelen."

Jozef blijft er sprakeloos onder, blik op oneindig. Maar de man van de wereld is nog niet helemaal dood. Hij neemt Gina's hand, drukt er een natte zoen op. "Dat doet hij dus voortdurend", zegt ze lachend, terwijl Jozef maar blijft kussen.

Ergotherapeute Evy komt erbij staan, met haar 22 lentes is ze een van de jongste medewerkers. Vlaams, net zoals al haar collega's. In de grootstad doen steeds meer rusthuizen een beroep op Poolse en Roemeense bejaardenhelpsters en verpleegsters, vaak via schimmige uitzendkantoren. Mater Dei heeft vooralsnog geen moeite om personeel aan te werven.

Gisteren zagen we Evy in actie tijdens een workshop zitdansen. Benen beurtelings strekken, schouders rollen, armen optillen, voor haar was het een eitje, voor het publiek van tachtigers en negentigers je reinste topsport. "Ik doe het graag", zegt ze. "Bejaarden zijn een dankbaar publiek. Toch heb ik al vaak gedacht: zo zou ik niet willen eindigen. Hier gaat het nog, maar op de tweede etage vind je bewoners die de hele dag in bed liggen, zich nergens meer van bewust. Dat is wreed om te zien, in feite liggen die te wachten tot hun hart het begeeft."

Gina kan het beamen: werken in een rusthuis stemt tot nadenken over de netelige kwestie van het levenseinde. "Mijn visie is geëvolueerd", zegt ze. "In het begin vond ik aftakelen een afschuwelijk vooruitzicht, maar intussen ben ik er niet meer bang voor. Ik heb wel één wens: als het zover is, wil ik worden verzorgd door mensen die hun werk graag doen. Want geloof me, er is veel verschil in zorgkwaliteit. Ik heb ook negen jaar in een privérusthuis gewerkt. De eigenaar oefende in feite een vrij beroep uit, hij beschouwde het rusthuis louter als een belegging, alles draaide om geld."

Niet gehaast om te vertrekken

Een dag later. Het kruisje in de kapel hangt er nog niet, het overlijdensbericht op de gang wel. Sterfgeval op de tweede verdieping, het nieuwtje van de aangekondigde dood zal zich snel verspreiden. Niet alleen in het rusthuis. Na een sterfgeval lopen bij Annemie de telefoontjes binnen, familieleden van wachtlijstkandidaten. 'Sociale dienst' staat op haar deur, het blijkt een vlag die vele ladingen dekt. De Riziv-nomenclatuur, cruciaal om de subsidiekraan te bedienen, kent ze als haar broekzak.

Maar Annemie gaat ook over wachtlijsten en opnamen. "Dat is altijd een geladen moment", zegt ze. "Dat ze zijn gekomen om hier te sterven, zeggen sommigen bij wijze van begroeting. Dan probeer ik hen gerust te stellen. 'Het is niet omdat je in een WZC zit', antwoord ik, 'dat je sneller zult sterven." Soms worden in haar kantoor, over het hoofd van de bejaarde, familievetes uitgevochten. 'Waarom dump je ons moe in een rusthuis', vragen ze aan de persoon die het initiatief heeft genomen. "Schrijnend," zegt ze, "want de verwijten komen vaak van kinderen die nooit naar 'ons moe' hebben omgekeken. Ook ruzies over geld maken we mee, volmachthouders die rekeningen plunderen. Soms zit er niks anders op dan een voogd te doen aanstellen."

Half drie. De bus staat voor de deur, maar we zijn nog lang niet vertrokken. Twintig bewoners, negentien rolstoelen en evenveel vrijwilligers moeten eerst worden ingescheept. We vormen een tandem met Pierrot Michiels, met zijn 79 een van de jonkies van Mater Dei. Praten met een rolstoelpatiënt, het is zoals de kapper met zijn klant maar dan zonder spiegel. En praten doen we, tegen vanavond zal het leven van Pierrot nog weinig geheimen hebben. Dat hij als milicien-paracommando op de basis van Kamina in Belgisch Congo heeft gelegen. Dat hij als logistiek medewerker de onwaarschijnlijke expansie van warenhuisketen Colruyt van nabij heeft meegemaakt. Dat hij een Duitse herder van wel 70 kilo had, een beest slim genoeg om vierkantswortels uit priemgetallen te trekken.

"En nu zit ik dus in het rusthuis", zegt Pierrot. "Ik heb er zelf voor gekozen, ik kende deze plek maar al te goed. Mijn vrouw is hier gestorven, ze heeft zes maanden op het tweede gelegen. Ik heb haar zo lang mogelijk thuis verzorgd, maar op het einde was het niet meer te doen. Soms ging ze lopen, op een keer heb ik haar in Tubize, helemaal in de Walen, teruggevonden. Na haar dood heb ik diep gezeten. Ik had intussen zelf prostaatkanker gekregen en was veertien kilo vermagerd, ik was levensmoe. Zeker weten: had ik me niet laten opnemen, dan was ik er vandaag niet bij geweest. Ik heb me hier vanaf de eerste dag thuis gevoeld, de verzorgsters zijn als mijn kinderen. De kanker is onder controle, maar de specialist heeft er geen doekjes om gedaan. Het zal terugkomen, zei hij, dat kan na drie maanden zijn, maar evengoed na drie jaar. Ik ben klaar om te vertrekken, alles is geregeld. Maar haast heb ik niet, ik geniet van iedere dag."

Koffie en taart

Anciens onder het personeel hadden erover verteld: de traditionele uitstap naar Blankenberge, het was een jaarlijks hoogtepunt. Ze rakelden de herinnering op om de evolutie te duiden. Uitstappen naar de kust zijn met de huidige generatie niet langer haalbaar, tegenwoordig geldt de basiliek van Halle als een zeer ambitieus reisdoel. We duwen de rolstoelen over een geïmproviseerde helling de trappen van de kerk op.

Jeugdsentiment schiet door ons gemoed, voor geboren Pajottenlanders zoals wij was dit een verplichte excursie. In een nis in het portaal liggen als vanouds de kanonballen die door vijandelijke legers op de maagd Maria werden afgevuurd, met een voor een ballistische expert onverklaarbaar effect. Afgezien van een paar kruitsporen bleef het beeld in het koor ongedeerd. Het mirakel van de Zwarte Madonna was geschied, Vlaanderen had er een bedevaartsoord bij. Om maar te zeggen dat de aalmoezenier van Mater Dei hier een thuismatch speelt.

Na de misviering gaat het stoetsgewijs door het park en via enkele winkelstraten naar het Gildenhuis voor koffie en taart. Pierrot Michiels had liever een geuze zien serveren, bij voorkeur van brouwerij Boon uit zijn geboortedorp Lembeek. Maar geen gezeur, het is een tevreden bewoner die we 's avonds zijn kamer op de eerste verdieping binnen rollen. "Ik ben hier nu drie maanden", zegt hij. "Wil je geloven dat ik nog geen voet op het tweede heb gezet? Ik kan het niet, de herinnering aan mijn vrouw is te pijnlijk. We hebben er nog alles aan gedaan om haar te redden, maar op het einde rukte ze zelf de voedingssonde los."

De ultieme afsprong, als hoofdverpleegster op de tweede verdieping heeft Kim het al vaak meegemaakt. Bij de opname overloopt ze met de bewoner en/of zijn familie de checklist. Wat als het einde echt wenkt? Welke zorgen dienen we nog toe? Hoeveel therapeutische hardnekkigheid leggen we aan de dag? Wordt er gehospitaliseerd of niet? De vragen zijn acuut, want sterven is soms een kwestie van weken. Wordt er bij die gelegenheid ook naar euthanasie gevraagd? De kwestie zal wel gevoelig liggen, dachten we vooraf, tenslotte is Mater Dei een instelling die haar katholieke identiteit niet verloochent.

Vooraf, dat was voor Herman Nys, hoofd van het Leuvense Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht, zijn knuppel in het hoenderhok gooide. De euthanasiewet moet worden uitgebreid, vindt de als conservatief geboekstaafde hoogleraar, zodat ook levensmoeë 75-plussers in aanmerking komen. Kim schrikt in elk geval niet van het woord euthanasie . "We staan er open voor", zegt ze. "Maar er wordt zelden of nooit naar gevraagd. Ja, begin dit jaar was er een mevrouw die aandrong op euthanasie. We hebben de procedure opgestart, er was al een tweede arts bij gehaald, zoals de wet voorschrijft. Toch is het er niet van gekomen. Bij nader inzien bleek dat ze vooral bang was om een pijnlijke dood te sterven. Toen ze begreep dat er andere mogelijkheden bestonden, heeft ze haar aanvraag ingetrokken. Ze is nu nog altijd bij ons."

Directeur Martens schuift een stoel bij. Zijn kijk op euthanasie? "We geven altijd de voorkeur aan palliatieve begeleiding", zegt hij. "Maar ik ben er niet principieel tegen. Als ze mij morgen vertellen dat ik ALS onder de leden heb, dan laat ik onmiddellijk mijn euthanasiewens bij wilsbeschikking vastleggen." Martens hoef je niet te vertellen hoe abrupt het lot kan toeslaan, twee jaar geleden heeft hij darmkanker overwonnen. "Uiteraard zou ik zoals iedereen het liefst thuis sterven", filosofeert hij. "Maar als ik zorgbehoevend word, ga ik niet bij een van mijn kinderen intrekken. Ik zou veel liever zien dat ze me regelmatig komen opzoeken. In een goed rusthuis, want die bestaan wel degelijk. Ik erger me aan het negatieve imago van rusthuizen, alsof bewoners hier geen levenskwaliteit meer kunnen ervaren. Dat is onzin."

Het rusthuis van de toekomst? "Onherkenbaar", voorspelden Kim en Mathieu gisteravond. De babyboomers zijn op komst, een generatie die zich assertief zal opstellen en zelf zal bepalen hoe ze wil verzorgd worden. Rusthuizen kunnen maar beter investeren in snelle internetverbindingen en faciliteiten voor verstokte gamers. De huidige rusthuispopulatie is homogeen Vlaams, maar ook dat zal volgens beide insiders veranderen. Vroeg of laat zullen allochtonen de weg naar het rusthuis vinden.

Rozenhoedje

Die toekomst lijkt nog veraf als we 's anderendaags het rozenhoedje bijwonen. Het ritueel begint klokvast om elf uur, de rolbezetting en posities liggen vast. Henri Vandenbranden centraal als hardhorige voorbidder, tegenover hem zit André, die voor relais speelt. Alleen aan Andrés mondstand kan Henri aflezen wanneer hij een nieuwe versregel moet aansnijden. "Wees gegroet Maria", reciteert hij met vaste stem, waarop André en de vijf meebidders feilloos het correcte antwoord geven. Dat gaat zo maar door, wel een half uur aan een stuk. Een van de meebidders haakt op de duur af en slaat de Libelle open, het zal haar wellicht niet worden aangerekend.

Na het rozenhoedje gaan we Henri Vandenbranden opzoeken. Met zijn 101 is hij veruit de oudste. Begin dit jaar was hij twee maanden ziek. Nu zijn we Henri kwijt, dacht het hele rusthuis. Maar Henri sloeg zich erdoor en mocht bij zijn laatste verjaardagsfeest een kostbaar geschenk ontvangen: een van kranten en cadeaupapier gerolde toeter, die onze communicatie fel zal vergemakkelijken. "Behalve van mijn oren heb ik nergens last van", zegt hij. "Wassen, bed opmaken, ik doe zoveel mogelijk zelf. 's Morgens sta ik om zes uur op, laat water in de lavabo lopen en steek er mijn hoofd in. Dat moet je eens proberen, daar kikker je van op."

Hoe ver willen we achteromkijken? De Duitsers, die heeft hij als kind met een punthelm zien rondlopen. Aan de binnenkant van zijn kleerkast hangt de oorkonde: "Laureaat van de Arbeid 1962". Vier decennia bij de Pharmacie Centrale in Halle, het lijkt niet meer dan een lang intermezzo. "Twaalf jaar geleden ben ik hier binnengekomen", zegt hij. "Met mijn vrouw, ze is al na twee dagen gestorven. Kinderen hadden we niet, maar ik krijg nog wel bezoek. Zie je die foto daar? Dat is mijn petekind, hij heeft het tot bisschop van Namen geschopt. Als hij naar het aartsbisdom in Mechelen moet, springt hij altijd binnen."

Misschien moet de rusthuislobby hem vragen voor een spotje. '101 en niet levensmoe', met zo'n boodschap kun je uitpakken. "Het enige wat ik mis, zijn de vrienden van vroeger", zegt hij. "Twaalf jaar geleden vormden we een echte kliek, we speelden elke dag met de kaart. Al die mensen zijn dood, en met de jongere generatie heb ik niet zoveel contact. Mensen van tachtig, weet je, da's een heel andere mentaliteit."

Ouderenzorg in Vlaanderen

Vlaanderen telt drie netwerken voor ouderenzorg. Zorgnet, het vroegere Caritas, overkoepelt iets minder dan de helft van de rusthuizen, veelal gesticht door kloosterordes en congregaties. Openbare rusthuizen, zeg maar de OCMW-rusthuizen, bedienen zowat 40 procent van de markt. Ten slotte zijn er de privérusthuizen, die aan een stille opmars bezig zijn.

Commerciële rusthuizen zijn gemiddeld iets goedkoper, tenminste als we de exclusieve seniorieën niet meerekenen, waar à la carte dineren en kamers met jacuzzi tot het servicepakket behoren. De lagere prijs is overigens geen onverdeeld goed nieuws voor de bewoners. Particulieren werken doorgaans met een minimale personeelsbezetting, een beperking die onvermijdelijk ten koste gaat van de service.

Vlaanderen telt een dikke 700 rusthuizen, die werk geven aan 51.324 mensen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234