Zaterdag 21/09/2019

Mag het iets meer zijn?

Binnen een regering moet enige eensgezindheid bestaan, en niet alle meningsverschillen moeten op het asfalt van de Wetstraat uitgevochten worden. Maar als zwijgen over inhoudelijke verschillen de maatstaf wordt, zal ofwel het drama tussen personen weer de bovenhand krijgen ofwel de berichtgeving in handen blijven van spin doctors die van geruchten werkelijkheden maken. Is het dat wat premier Guy Verhofstadt wil?

Jos Geysels

is gewezen politiek secretaris van de Vlaamse groenen.

Soms kan ik onze premier niet meer volgen. Amper een maand geleden schreef hij een interessante nieuwjaarsboodschap . Hij hield een pleidooi om afscheid te nemen van de "ideologie van de confrontatie" en "uit de loopgraven te komen". Want "woorden zijn zwaarden geworden", terwijl de werkelijkheid "genuanceerd, complex en nooit simplistisch is".

Ik kon hem een eind volgen in deze redenering.

Ik heb mij de laatste maanden ook blauw geërgerd aan de karikaturen die van die werkelijkheid gemaakt werden. Zeer opvallend was hoe na de moord op Theo van Gogh alle moslims dezelfde pincode van fundamentalisme kregen. En hoe anderen culturen het etiket 'minderwaardig' opgeplakt kregen. Dat een eerste minister een poging deed om deze en andere veralgemeningen achter zich te laten en "een aangepaste terminologie te ontwikkelen die dwars staat op de oorlogstaal" klonk hoopvol.

In die hoop wilde ik hem graag volgen.

Ik voer het debat liever met argumenten dan met verdachtmakingen. En ideeën produceren lijkt mij te verkiezen boven het lanceren van decibels. Dat 'open debat' voer je niet vanuit de loopgraven, maar in een open veld waar scheldkanonnades achterwege blijven. Het levert misschien minder pikante beelden op, maar het brengt wel kleur in het debat. En het zijn die verschillende kleuren die de democratie zo mooi maken. Kortom, de brief van Verhofstadt had een toegevoegde waarde: laat ons het debat voeren, maar dan op een andere manier.

Groot was dan ook mijn verbazing toen ik begin januari in deze krant las dat Guy Verhofstadt 'de opendebatcultuur zou begraven'. Ik begrijp dat er binnen een regering enige eensgezindheid moet bestaan, dat niet alle meningsverschillen op het asfalt van de Wetstraat moeten uitgevochten worden. Maar als zwijgen over inhoudelijke verschillen de maatstaf wordt, zal ofwel het drama tussen personen weer de bovenhand krijgen ofwel de berichtgeving in handen blijven van spin doctors die van geruchten werkelijkheden maken. Is het dat wat de premier wil?

Hij is trouwens toch van mening dat de media zich te veel concentreren op "de confrontatie in plaats van de informatie". Als het meningsverschil niet meer mag uitgebeeld worden, niet meer beschreven en geïnterpreteerd, waarover moeten de media de burger dan informeren? Over het goede nieuws dat opstijgt uit de regeringskringen? Over de zwangerschap van een minister of de bril van de premier? Bovendien is het belangrijk dat er een zekere spanning bestaat tussen partij, regering en parlement. In een democratie hebben ze alledrie een onderscheiden functie. Als ze helemaal inwisselbaar worden, wordt de klank van deze triangel eentonig.

Dit jaar hebben nogal wat democratische partijen een ideologisch congres aangekondigd. Ik weet het, ideologie is een beladen en vooral belegen woord, maar dat partijen een zoektocht opzetten om zich opnieuw te organiseren als ideeëncentrales in plaats van communicatiebureaus lijkt mij een stap vooruit. Misschien komen we dan te weten op welke manier de verschillende politieke partijen de "samenhang van de samenleving" , zoals de premier het formuleerde, willen organiseren. Zonder het grote gelijk dat zich zo goed ontwikkelt in de loopgraven, maar met een gedrevenheid die het debat levendig maakt en de burger benadert als drager van democratie. Niet als producent van gezeur.

Ik dacht dat de premier het hierover had in zijn nieuwjaarsboodschap. Ik dacht dat hij aan burgers, politici en commentatoren vroeg om met een andere bril naar het politieke debat te kijken, om de inhoudelijke discussie in een nieuw montuur te zetten. Heb ik mij dan vergist? Wil Guy Verhofstadt terug naar het politiek bedrijf zoals dat eertijds door paars in Nederland geregisseerd werd? Waarin elke politieke discussie werd teruggedrongen tot een technisch debat. 'Zanderig pragmatisme' noemden ze dat in Nederland. De ideologisch uitgebluste partijen partijen konden weinig weerstand bieden tegen de verleiding van een technocratisch opererend bewind. Het politiek-maatschappelijk debat werd elders en door anderen gevoerd. 'Hand in hand met het opnieuw sterk gecultiveerde poldermodel betekende dat de politieke dood in de paarse pot', schrijft S.W. Coudenberg (Streven, januari 2005).

Wie, zoals Verhofstadt, het primaat van de politiek bemint, kan de inhoudelijke discussie niet uitsluiten of laten vergrijzen. Politici zijn geen boekhouders, zei Patrick Dewael onlangs. Hij heeft gelijk. Zeker met regeringen waarbij je zelfs met een dikke bril nauwelijks een inhoudelijk vernieuwend project kan ontdekken is het belangrijk dat democratische partijen de contouren van hun gedachtegoed nog eens scherp omlijnen. Dat moet niet in zwart-wit maar in kleur.

Bart Somers trok onlangs wel duidelijke lijnen. In het programma Polspoel & Desmet (28 januari) verdedigde de VLD-voorzitter de beslissing om niet met het Vlaams Belang samen te werken. Hij gebruikte hiervoor geen strategische motieven of tactische argumenten maar "de fundamentele beginselen" van het liberalisme als uitgangspunt. Dat Hugo Coveliers in deze kwestie misschien als katalysator heeft gewerkt doet niets af van het feit dat hier een principiële houding werd aangenomen. Zonder veel garanties voor stemmenwinst. Een bank vooruit dus voor Somers.

Wie al maanden op zijn bank zat te wachten was Peter Boeckx. In opdracht van de RTBF maakte hij een reportage over het Vlaams Belang en (vooral) Philip Dewinter. In eerste instantie weigerde de RTBF zijn reportage uit te zenden omdat ze te vriendelijk zou zijn voor de extreem-rechtse partij. Op zondag 30 januari werd Vlaamse choc dan toch uitgezonden. VRT of VTM zullen de reportage niet uitzenden. De redenen daarvoor kwamen duidelijk aan bod in het artikel van Tom Cochez in deze krant (29 januari). Maar wat was er zo opmerkelijk in de discussie over deze reportage, zowel voor als na de uitzending? In De Standaard schreef Bart Brinckman dat Vlaamse choc vooral een 'déjà vu' opleverde. 'Peter Boeckx illustreert stilzwijgend waarover kranten al dikwijls hebben bericht', voegde hij eraan toe. Hij zat daarmee op dezelfde lijn als Siegfried Bracke die 'geen toegevoegde waarde' had ontdekt. Dit in tegenstelling met Belang-watcher Marc Spruyt, die vond dat Vlaamse choc 'een van de beste reportages was die er ooit gemaakt zijn over het VB'.

Uiteraard heb ik zondag naar de RTBF gekeken. Ik begrijp nu dat deze reportage verschillende quoteringen heeft gekregen. Maar wat mij blijft bezighouden is de argumentatie die door sommigen aan Vlaamse kant werd gebruikt om Vlaamse choc niet uit te zenden, namelijk het gebrek aan toegevoegde waarde. Ik heb moeite met deze redenering. Niet omdat er niet moeten worden gedacht over de manier waarop je met het Vlaams Belang in de media omgaat. Niet omdat programmamakers bepaalde criteria hanteren om iets wel of niet uit te zenden. Wel omdat hier de indruk wordt gewekt dat wat niet nieuw is geen nieuwswaarde heeft, dat herhalen niet belangrijk is.

Mijns inziens zit de toegevoegde waarde hier wel in de herhaling. Op het moment dat de banalisering van extreem-rechts toeneemt, kan het belangrijk zijn te onderstrepen - met een dikke stift! - dat sommige dingen niet normaal zijn, dat racisme niet iets gewoons is.

Verleden week werd veel aandacht besteed aan de herdenking van de bevrijding van het concentratiekamp van Auschwitz. 'De getuigen die we bij deze herdenking opnieuw horen, houden ons collectieve geheugen alert. Meer nog dan nu zal de verantwoordelijkheid om waakzaam te blijven voor fatale ontsporingen bij de naoorlogse generaties liggen. Wij, die tot die groep behoren, mogen deze fakkel niet laten vallen.' Dat schreef Bart Sturtewagen in zijn commentaar in De Standaard.

Herdenken is herhalen is herinneren. Auschwitz herdenken is niet alleen de slachtoffers eren, het is zich ook herinneren op welke manier mensen tot een wegwerpproduct gedegradeerd kunnen worden. Ook nu nog, zoals in Rwanda. En dat is amper tien jaar geleden. 'In Auschwitz stierf men als de definitie van een soort. Als onkruid op een weids, te wieden veld", schrijft Paul Verhaeghen in Omega Minor. Daarom was het belangrijk dat de VRT zoveel aandacht heeft besteed aan deze herdenking. Herinneren om te voorkomen. Herhalen om een herhaling te vermijden.

Herhalingen. Maak maar eens de optelsom van de programma's en feuilletons die op televisiezenders in de zomer (en niet alleen dan) opnieuw worden uitgezonden. Wat is daar de toegevoegde waarde van? Bijna dagelijks herhalen de media terecht dat roken de gezondheid kan schaden. Ze nemen actief deel aan antitabakcampagnes. Met resultaat, en niet alleen omdat Geena Lisa zich in bodypaint had gekleed.

Waarom zou men dan niet blijven herhalen dat ook onverdraagzaamheid en racisme de gezondheid kunnen schaden? Het is toch niet omdat er in het verleden veel geschreven is over de banden tussen extreem-rechts en het Vlaams Belang dat er geen aandacht meer aan besteed moet worden? Waarom heeft men de kijker de foto niet getoond van de hartelijke ontmoeting tussen VB-europarlementslid Koen Dillen en de voormalige Rex-leider en collaborateur Léon Degrelle? Koen Dillen vond het verleden week niet opportuun de Auschwitz-resolutie, waarin ook revisionistische denkbeelden en de opkomst van xenofobe partijen worden veroordeeld, goed te keuren in het Europees Parlement.

Een krant of een televisieprogramma maken is inderdaad vakwerk. Kranten moeten lezers hebben,wat mij betreft zoveel mogelijk. Kwaliteit verdient veel kijkers. En uiteraard, zoals Gui Polspoel verleden zondag op de RTBF opmerkte, geven één miljoen mensen die op het Vlaams Belang stemmen en ook kranten lezen, een verhoogde druk op uitgeverijen en krantenredacties om extreem-rechts als 'gewoon' te behandelen. Maar moet alles bepaald worden door oplages en kijkcijfers? Moeten alle politieke standpunten met een electorale bril worden bekeken? Programmamakers of politici, schrijvers of kijkers, ze hebben allemaal onderscheiden functies. Dat is wat hen scheidt. Maar ze delen toch dezelfde democratische grondbeginselen. Dat is wat hen bindt.

Racisme is van alle tijden en alle dagen, maar kan niet als 'alledaags' beschouwd worden. Herhalen, in woord en beeld, dat er in een beschaafde samenleving geen plaats is voor racisme, blijft dus aangewezen. Juist om te vermijden dat de toegevoegde waarde van die grondbeginselen niet op de helling komt te staan. Het abnormale banaliseren is het normaliseren.

Laat ik het maar bij de woorden van de dichter houden. Niet alles van waarde moet weerloos zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234