Donderdag 08/12/2022

Mag een garagewijn 100.000 frank kosten?

Volgende week worden in New York enkele flessen zogenaamde 'garagewijn' geveild, onder meer van de Belgische bordeauxmaker Thienpont.

De prijzen per fles lopen in de honderdduizenden. Wat is deze mirakelwijn en waarom moet hij zoveel kosten?

De wijngaarden kleuren rood, goud en ros en de frisse najaarslucht is vervuld van de geur van nieuwe wijn. 'Cité Médiévale' zeggen de borden aan het gemeentehuis, en inderdaad, in het centrum van het slaperige St.Emilion, ten oosten van Bordeaux, lijkt er weinig veranderd in vijf eeuwen tijd.

Desondanks is er een revolutie aan de gang, een wijnrevolutie die de belangrijkste wijnstreek van Frankrijk op haar grondvesten heeft doen beven. Zoals alle revoluties begon ze bij een handvol mensen die het aandurfden de bestaande gang van zaken in vraag te stellen. De groep draagt de onwaarschijnlijke naam van 'garagisten', mensen die wijn maken in hun garage. Geen van hen doet dat metterdaad, maar de naam geeft aan dat ze beeldenstormers zijn.

Eenvoudig gezegd komt het hierop neer: de garagisten maken uitzonderlijk lekkere wijnen in uitzonderlijk kleine hoeveelheden en verkopen ze voor uitzonderlijk hoge prijzen. De meeste vins de garage halen hogere prijzen dan een Pétrus.

Hier in St.Emilion zijn er minstens een half dozijn van, maar de garagewijnen duiken nu ook op in de Médoc, de traditioneelste regio van de bordeaux, in de Graves, en zelfs in Italië en Spanje. Op internet wordt gevochten voor zo'n fles, die soms 40.000 frank en meer gaat, met een naam waar soms niemand van gehoord heeft.

Worden deze grote, moderne wijnen gemaakt door mensen die de mold willen doorbreken, of zijn ze slechts opgefokte trofeeën voor de welgestelde verzamelaar? Dat is de vraag die de wijnwereld bezighoudt.

De oorspronkelijke garagewijn komt uit Pomerol, de gemeente naast St.Emilion en thuisbasis van Pétrus, tot voor kort de zeldzaamste en duurste van alle bordeauxwijnen. Hij heet Le Pin en de hele wijngaard is amper twee hectare groot. Er worden per jaar zelden meer dan zeshonderd kisten wijn geproduceerd. Le Pin wordt gemaakt in een oude boerderij op het plateau van Pomerol, nog geen kilometer van Pétrus.

Zoals veel van deze 'nieuwe' wijnmakers is Le Pin eigendom van een familie met diepe wortels in de wijnbusiness: de Thienponts, Belgen die sinds de jaren twintig wijnkastelen bezitten in de bordeauxstreek. Hun bekendste eigendom is Vieux Château Certan, dat naast Le Pin ligt. Toen de Thienponts het kleine lapje grond kochten dat in 1979 Le Pin werd, wilden ze er aanvankelijk de wijngaard van Vieux Château Certan mee uitbreiden. "Maar toen we vaststelden dat de bodem van Le Pin heel bijzonder was, beslisten we om hem apart te houden", zegt Jacques Thienpont. "En zo creëerden we Le Pin."

In 1985 verwierven de Thienponts nog een hectare van de plaatselijke smid. In de vroege jaren '80 begon de mare de ronde te doen dat er een verbluffend lekkere pomerol werd gemaakt een beetje voorbij Pétrus, en met het oogstjaar 1981 kreeg Le Pin cultstatus. Toen hij in belangrijke proeverijen Pétrus achter zich liet, werd hij de meest begeerde bordeauxwijn, misschien wel van heel Frankrijk.

Dit ontging ook andere wijnmakers niet. Halfweg de jaren '90 verscheen een half dozijn nieuwe wijnen, allemaal in de stijl van Le Pin: rijk, met veel body en barstend van smaken, alle gemaakt in uiterst kleine hoeveelheden en de meeste afkomstig uit St.Emilion, naast Pomerol.

Het was een Franse wijnschrijver, Nicholas Baby, die de naam 'garagewijnen' verzon, omdat ze niet in kastelen maar op bescheiden landgoederen werden gemaakt, zoals Le Pin. De makers ervan werden 'garagisten'. Fiona Morison Thienpont, die samen met haar echtgenoot Jacques aan het hoofd staat van Le Pin, is gepikeerd door deze benaming: "Wij zijn geen garagisten, wij maakten hier al wijn jaren voordat de naam werd uitgevonden."

Ook andere garagisten blijken niet gelukkig met de naam. Er is namelijk niets nonchalants aan deze micro-cuvées. De formule is eenvoudig: kleine hoeveelheden van de beste druiven, een strenge selectie, ieder jaar nieuwe eiken vaten en grote zorg bij elke handeling, tot het bottelen toe. Tot de beste garagisten worden gerekend: Valandraud, La Mondotte, La Gomerie, Barde-Haut, Pavie Macquin, Gracia, Grand Murailles en Terte Roteboeuf, alle in St.Emilion. In de Médoc wordt Marojallia, van de gemeente Margaux zelfs duurder geprijsd dan Château Margaux zelf.

In de Ribeira del Duero in Noord-Spanje heeft Pingus, van de Deense enoloog Peter Sisseck, al evenveel ophef gemaakt en hij wordt in Spaanse restaurants verkocht voor 20.000 frank per fles. In Italië hebben Palazzi van de Tenuta di Trinoro en Lamborghini Campoleone dezelfde impact.

Hun populariteit ontlenen al deze wijnen een beetje aan het succes van de zogenaamde cultwijnen uit Californië, een fenomeen van de late jaren '80 en begin jaren '90. Daar werden wijnen gemaakt van microscopisch kleine eigendommen, zoals Harlan Estate of Screaming Eagle, die uitsluitend via mailing lists werden verkocht en die bij herverkoop prijzen haalden met vier nullen. Het was voor andere wijnmakers slechts een kwestie van tijd om in deze tijden van overvloed op dezelfde trein te springen.

Het is niet zozeer hun stijl of hun kwaliteit die de garagewijnen uit St.Emilion of cultwijnen uit Californië van andere onderscheidt - tenslotte kan die ook van jaar tot jaar verschillen - maar het is hun zeldzaamheid die ze zo begeerlijk maakt.

Serieuze wijnliefhebbers willen veel geld betalen voor de beste wijnen. Verzamelaars tellen graag nog meer neer. Bij het verlaten van de kelder is de prijs van deze wijnen, laten we zeggen, hoog maar aanvaardbaar. Helaas zijn al deze wijnen al verkocht voor de druiven geperst zijn. Er zijn zelfs gevallen bekend van mensen die hun plaats op de wachtlijst doorverkochten.

Maar voor de meeste mensen is de enige plaats om deze wijnen te kopen het veilinghuis of het internet, waar ze worden afgeklopt aan verbijsterend hoge prijzen. Volgende week, op 18 november, gaan er bij Sotheby's New York vier flessen Le Pin 1982 onder de hamer. Beginprijs is 200.000 à 280.000 frank. Drie flessen Harlan Estate 1995 zijn ingezet op 36.000 à 48.000 frank. De Thienponts benadrukken dat ze nooit hadden gedacht dat Le Pin zo'n vlucht zou nemen, en de oorspronkelijke prijzen konden voor bordeaux zelfs gematigd worden genoemd. In de vroege jaren '80 kon je nog een kist Le Pin kopen voor 180.000 frank, vandaag kun je daar op een veiling al lang niet meer één fles voor veroveren. En zullen deze flessen ooit uitgedronken worden? Indien de nieuwe eigenaar de kans krijgt om ze door te verkopen, zal hij waarschijnlijk zijn investering niet naar binnen gieten.

De volgende wijn die deze weg opgaat, is Valandraud, gemaakt in St.Emilion door Jean-Luc Thunevin. Hij werkt in een mooie, kleine wijnkelder (misschien is het ooit wel een garage geweest) in een kasseistraatje in het dorp. Valandraud verscheen in 1991 op het toneel. Thunevin, een lange, rustige man met zin voor humor, stamt uit een oude wijnbouwersfamilie. Het is zijn vrouw die de Marojallia maakt, de garagewijn van Margaux.

La Mondotte, die in 1996 een garagewijn werd, wordt geproduceerd door graaf Stephan von Neipperg op een van zijn andere eigendommen, Château Canon-La-Gaffelière, eveneens in St.Emilion. Zoals veel van deze 'gloednieuwe wijnen' is La Mondotte helemaal niet nieuw. Hij is terug te vinden op lijsten die dateren van halfweg de negentiende eeuw en bestond heel waarschijnlijk dan al honderd jaar. Maar de wijngaard was aan zijn lot overgelaten toen de von Neippergs hem kochten in 1971. "La Mondotte is opgenomen in een lijst van châteaus uit 1868", zegt de graaf. "Oorspronkelijk wilde ik de opbrengst bij die van Canon-la-Gaffelière voegen. Het was maar toen ik daar geen toelating voor kreeg dat ik besloot om hem apart te vinifiëren. Nu ben ik heel blij dat ik het heb gedaan."

Het ligt voor de hand dat er in Bordeaux een hele controverse is ontstaan rond de garagewijnen. Deels wijst men beschuldigend naar degenen die deze wijnen maken. Ze worden beschouwd als nieuwkomers die de fijngevoeligheid missen om traditionele bordeaux met al zijn subtiliteit en complexiteit naar waarde te schatten. Deels draait het om Michel Rolland, een jarenlange verdediger van vlezige, flamboyante wijnen die de drijvende kracht is geweest achter tal van deze nieuwe labels. En deels vervloekt men de Amerikaanse wijncriticus Robert Parker Jr., die de garagewijnen en Rolland onder tonnen lof heeft bedolven, ten koste van de grote namen van het bordeauxestablishment als Lafite, Mouton, Ausone, Margaux enzovoorts.

Traditionalisten houden vol dat deze nieuwe wijnen geen geschiedenis hebben. De typische bordeauxstijl, die de standaard is geworden voor de hele wereld, is ontwikkeld is in de loop van tweeënhalve eeuw, zeggen ze. Wie kan zeggen hoe deze nieuwe wijnen zich zullen ontwikkelen? Hoe lang zullen ze goed blijven? Natuurlijk heeft niemand het antwoord op deze vraag. Maar tegelijk zijn deze wijnen enorm aantrekkelijk, wat op zich al voldoende reden zou moeten zijn om ze te verwelkomen.

Toch moet gezegd worden dat ze niet altijd zo verpletterend goed zijn als wordt geroepen. Als ik La Gomerie 1998 vergelijk met de Beauséjour Bécot '98, is de traditionele wijn beduidend eleganter en harmonieuzer. Hetzelfde geldt voor Clos l'Eglise en Barde-Haut en voor La Mondotte en Canon-La-Gaffelière. Le Pin vond ik evenwaardig, en misschien zelfs een tikkeltje beter dan zijn traditionele buur Vieux Château Certan.

In de garagewijnen is het hout prominent aanwezig en ze doen soms denken aan Californische zinfandels, waarin eik wordt gebruikt omwille van de eik. Het slechtste voorbeeld daarvan was voor mij de Spaanse Pingus, die vooral gemaakt lijkt voor wedstrijden: fantastisch om minder assertieve wijnen geheel in de coulissen te doen verdwijnen, maar te machtig, te groot om te drinken aan tafel, zelfs bij een steak, zoals ik deed.

Bij een recente proeverij van bordeauxs en Californische cabernets van 1985 en 1995 was de evolutie duidelijk: in 1985 waren de Franse duidelijk anders dan de Californische wijnen. Tien jaar later was het onderscheid moeilijk te maken; de bordeauxs zijn verbazend erg op de Californiërs gaan lijken. Het is een trend die al een poos aan de gang is en de garagewijnen hebben deze evolutie slechts versterkt. Is hier nu sprake van een globalisatie van de smaak, een McDonald's-achtige vervlakking? Misschien. Maar het zou ook kunnen wijzen op de aanwezigheid van een nieuwe generatie wijndrinkers in Europa die andere en nieuwe dingen wil ontdekken.

Onvermijdelijk zal de concurrentie de prijzen van deze wijnen doen dalen. Als er te veel van hetzelfde slag komen, zullen ze al meteen een stuk minder aantrekkelijk zijn. Op dat moment zal het mogelijk worden om ze eerlijk te vergelijken met de traditionele bordeauxs, namelijk op smaak, niet op prijs. Ik denk dat ze het goed zullen doen, maar de grote, oude wijnen van Bordeaux hebben volgens mj toch nog niet veel te vrezen.

Frank Prial, NYTS

Vertaling A. GoyvaertsBij Lannoo is zopas Belgische wijnbouwers in Frankrijk verschenen, van Etienne Van Steenberghe. Het portret van Jacques Thienpont bij dit artikel is daaruit overgenomen. In het boek maakt men kennis met zowel Belgen die al een lange familietraditie hebben in de Franse wijnbouw als met nieuwelingen die nog even moeten wachten op hun eerste fles.

In de vroege jaren '80 kon je nog een kist Le Pin kopen voor 180.000 frank, vandaag kun je daar op een veiling al lang niet meer één fles voor veroveren

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234