Maandag 21/06/2021

Madrileense tentoonstelling zet invloed van Spaanse kunstschilders op Manet en co. in de verfHoe Velázquez en Goya sporen nalieten bij de impressionisten

In Madrid loopt momenteel de eerste grote expo in Spanje over het impressionisme. De curatoren proberen duidelijk te maken dat Manet en co. niet alleen stonden in hun vernieuwingsdrang en dat er talloze links bestaan tussen de impressionisten en andere (oude) meesters, zoals de Spanjaarden Velázquez en Goya. Wie niet overtuigd is, kan het zelf gaan checken, even verderop in het Prado.

MADRID l Ondanks de vrieskou staat er een lange rij wachtenden voor de Fundación Mapfre in hartje Madrid. Dankzij een gedeeltelijke sluiting van het Parijse Musée d’Orsay heeft de Mapfrestichting zo’n negentig meesterwerken van Manet, Monet, Pissarro, Renoir, Cézanne en Degas naar de Spaanse hoofdstad kunnen halen. De toegang is gratis en dat buitenkansje laten de Madrilenen zich niet ontglippen.

Ook voor kunstliefhebbers uit de rest van Europa is de expo zo al geen hele reis, dan toch zeker een omweg waard. Want hoewel velen de getoonde werken al eens in Parijs zullen hebben gezien, hebben de Franse curatoren een frisse expo samengesteld die een aantal interessante nuances aanbrengt op het al vaak vertelde verhaal van het impressionisme. Het belangrijkste cliché waarmee de tentoonstellingsmakers komaf maken, is dat de impressionisten in hun eentje de uitvinders zijn geweest van de moderne schilderkunst. Maar al te vaak worden de ontwikkelingen in de Parijse kunstscene van eind negentiende eeuw immers vernauwd tot een strijd tussen de impressionisten en de officiële Salon, waar hun werk keer op keer werd geweigerd. Maar zo simpel was het niet helemaal, betogen Stéphane Guégan en Alice Thomine van het Musée d’Orsay. Dat de impressionisten de radicaalste vernieuwers waren klopt. Maar ze waren zeker niet de enigen. Ook de realisten en de symbolisten, en zelfs een aantal Salonschilders, probeerden hun kunst aan te passen aan de nieuwe tijd. Vaak waren de grenzen tussen de stromingen ook niet vast omlijnd. Zo liepen bijvoorbeeld heel wat parallellen tussen de impressionisten en de Salon. Bovendien braken de impressionisten helemaal niet zo drastisch met het verleden als vaak wordt gedacht, menen de curatoren. De meesten keken niet alleen vooruit, maar ook achterom. Dikwijls richtten ze hun blik daarbij naar het zuiden, want tot de belangrijkste voorbeelden van de impressionisten behoorden Spaanse meesters als Velázquez, Goya Murillo, Ribera, El Greco en Zurbarán. Daarom is er in de villa van de Fundación in het Madrileense museumkwartier niet alleen werk van Monet en Renoir te zien, maar ook van de realist Courbet en de symbolist Gustave Moreau, van vergeten naturalistische Salonschilders als Berton en Bastien-Lepage, en van de academische schilder Puvis de Chavannes.

Daarom ook hebben de curatoren ervoor gekozen om Édouard Manet (1832-1883) tot middelpunt van de expo te maken. Manet vormt immers in vele opzichten het bewijs van hun stelling. Hij was de spil in het Parijse kunstenaarsmilieu. Hij was het grote voorbeeld van de impressionisten, maar wilde nooit echt met hen geassocieerd worden. Zijn werk werd aanvankelijk geweigerd door de Salon, maar later kwam hij er door de voordeur binnen. Hij wilde vernieuwing, maar inspireerde zich ook op de traditie, met name de Spaanse.De expo begint dan ook in een zaal met vier schilderijen van Manet, waaronder het meesterwerk De fluitspeler (1866), dat ooit nog door Émile Zola werd verdedigd. Daarna volgen nog tien andere ruimtes die inzoomen op thema’s als de invloed van Courbet en Millet, de rol van vrouwen bij de impressionisten en de oorlogsjaren 1870-1871. Die thematische onderverdeling zorgt voor een prettige afwisseling tussen overbekende meesterwerken en minder bekende schilderijen, zoals Frédéric Bazilles vroeg-impressionistische Familiereünie (1867) of De parketschavers van Gustave Caillebotte (1875). Het spectaculairst zijn de zalen die gewijd zijn aan respectievelijk Monet, Sisley en Renoir en aan Pissarro en Cézanne. Hier hangen de paradepaardjes van de Orsaycollectie, zoals Monets La gare Saint-Lazarre (1877) en La rue Montorgueil (1878), misschien wel de meest virtuoze voorbeelden van de impressionistische schildertechniek.

Een aparte ruimte is er ook voor Edgar Degas, een andere schilder die niet tot de impressionisten kan worden gerekend, maar die wel vernieuwend was. Zijn schildertechniek was tamelijk conventioneel, zijn thematiek was dat totaal niet. Degas schilderde bij voorkeur alledaagse tafereeltjes, die door de academici van de Salon als volslagen ongepast werden beschouwd. Door te spelen met het perspectief (zijn hoofdpersonages stonden zelden in het centrum) wist hij bovendien de indruk te creëren dat hij mensen op een onbewaakt moment had vastgelegd.Aan het eind van het parcours komt de expo weer uit waar ze begon: bij Manet. In de laatste zaal hangen zeven werken van de schilder uit de periode waarin hij op het toppunt stond van zijn roem en hij zelfs de Légion d’Honneur ontving, de ultieme blijk van erkenning van de Franse staat. Het betreft onder meer portretten van politicus Georges Clemenceau en dichter Stéphane Mallarmé. Daarmee hoeft het museumbezoek nog niet te eindigen, want wie dat wil hoeft maar even te stappen om te zien waar de impressionisten een deel van de mosterd haalden. Een paar honderd meter verderop aan de overkant van de straat bevindt zich het Pradomuseum, dé schatkamer van de Spaanse schilderkunst. Een uitgelezen kans voor wie de invloed van Velázquez en Goya op Manet en Degas wel eens in het echt wil zien.Dat de Spaanse schilderkunst zo’n grote invloed had op de impressionisten was te danken aan de Spaanse campagnes van Napoleon. Die markeerden een keerpunt in de Franse perceptie van de Spaanse schilderkunst, die tot dan toe vrij onbekend was en slecht vertegenwoordigd in de Franse koninklijke collecties. Twee decennia later, in 1838, opende koning Louis Philippe in het Louvre een ‘Galerie espagnole’, waar hij zijn collectie van honderden Spaanse schilderijen liet zien. Hoewel die verzameling in 1853 weer werd verkocht, liet ze een blijvende indruk na in Frankrijk. In de jaren 1860 was de Franse voorliefde voor Spaanse schilderkunst zichtbaar bij elk Parijs Salon. Het waren vooral Manet en Degas die zich vol overgave op de Spaanse meesters stortten. Manets De Spaanse zanger was in 1861 zijn eerste succes in de Salon. In 1862 ontmoetten Manet en Degas elkaar in het Louvre, terwijl ze allebei de Infanta Margarita (circa 1653) aan het kopiëren waren. Van dat werk werd destijds gedacht dat het van Velázquez was, maar het wordt tegenwoordig toegeschreven aan zijn atelier.

In 1865 maakte Manet een pelgrimstocht naar Madrid. Hij raakte daar zo mogelijk nog meer in de ban van Velázquez, die hij de beste schilder aller tijden noemde. Manet was vooral getroffen door het sobere realisme van de Spanjaard, op wiens doeken al het overbodige was weggehaald. Na terugkomst maakte hij in navolging van zijn idool een serie schilderijen van ‘bedelaar-filosofen’, die hij in 1867 exposeerde tijdens de Wereldtentoonstelling. Dit leverde hem de bijnaam “de Velázquez van de boulevards” op. Ook aan Goya bracht Manet trouwens een hommage. In 1868-1869 schilderde de Fransman Le balcon, dat verwees naar Goya’s Las majas en el balcon uit 1812. Natuurlijk zijn niet al deze werken aanwezig, maar de invloed van Velázquez op Manet is bijvoorbeeld duidelijk te zien op De fluitspeler, met een figuur die uit zijn omgeving weggeknipt lijkt te zijn en tegen een donkere achtergrond is geplaatst. Tegelijk vormt De fluitspeler ook een fraai bewijs dat Manet zijn voorbeelden niet slaafs kopieerde, maar ze gebruikte om een eigen stijl te ontwikkelen, waarmee hij op zijn beurt de impressionisten beïnvloedde. Wie zich interesseert voor het fenomeen van de artistieke beïnvloeding moet dezer dagen dus in Madrid zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234