Maandag 09/12/2019

Jan Fabre

Machtsmisbruik Jan Fabre: hoe kunnen vernederende en intimiderende rituelen zo lang blijven bestaan?

Sociaal psycholoog Frank Van Overwalle. Beeld Wouter Van Vooren

Volgens de briefschrijvers gaat de ongepaste omgang bij Troubleyn al decennia terug. Wat maakt het zo moeilijk om als medewerker in zo'n geval een vuist te maken?

In hun open brief hebben de twintig voormalige medewerkers van Jan Fabre het over een "fabreaanse hiërarchie". Wie pas bij het gezelschap aansluit, krijgt het in de regel harder te verduren. "Van stagiairs en performers met een lagere positie wordt verwacht dat ze de vernedering, intimidatie en straffen doorstaan zoals hun oudere collega's in het verleden dat ook hebben moeten doen", zo staat er te lezen. Maar waarom zou je zoiets als oudere collega toestaan? Vanwaar komt die verwachting?

Volgens Frank Van Overwalle, sociaal psycholoog aan de Vrije Universiteit Brussel, is het helemaal niet zo evident om als individu in een groep een vuist te maken. Zeker niet als die groep een gezelschap is waar je maar moeilijk binnen geraakt. 

"Wellicht hebben die oudere collega's ook onaangename zaken moeten doen om geaccepteerd te worden. Mensen hebben dat ervoor over omdat ze denken: zodra die onaangename ervaringen achter de rug zijn, behoor ik tot die exclusieve en aantrekkelijke groep en zal ik me beter voelen. Helaas klopt die gedachte niet: vaak blijven ze zich ook achteraf bezwaard voelen bij wat er gebeurd is."

Het zit in de natuur van de mens om vervolgens zich zelf te overtuigen van het idee: zo erg was het ook allemaal niet. 

Studentendopen

"Als er dan een nieuwe generatie zich aandient, volgt de gedachte: 'Ik heb dit moeten doorstaan en ben er beter uitgekomen, dus jullie moeten dat ook maar doen'." Die gedachte heeft niet zozeer met wraak te maken, aldus de psycholoog. 

"Mensen laten zulke onaangename zaken opnieuw gebeuren omdat ze op deze manier hun eigen, negatieve ervaringen aanvaardbaarder maken. Ze gaan ervan uit dat als meer mensen zulke toetredingsrituelen aanvaarden, ze niet gek zijn geweest om het zelf ooit te doen." Cognitieve dissonantie, zo wordt dat fenomeen in de psychologie genoemd. "We praten liever onze gevoelens, ons gedrag goed, dan dat we het moeten aanpassen. Bij studentendopen zie je hetzelfde gebeuren."

Collega-psycholoog Alain Van Hiel (Universiteit Gent) ziet wel een verschil: zulke studentendopen betreffen een afgebakende periode. Zodra ze achter de rug zijn, behoor je tot de club. Het is louter en alleen een ontgroeningsritueel. 

"Bij Troubleyn lijkt het eerder te gaan over een cultuur", merkt hij op. Zo blijkt uit de brief het geen plek is waar je een open gesprek hebt. "Performers worden geacht zich stil te houden, tenzij ze de toestemming krijgen om te spreken", aldus de schrijvers.

Van Hiel: "Mensen zijn al echt heel erg gehoorzaam van nature, maar in zo'n context is de kans dat ze weerwerk bieden nog veel kleiner. Het merendeel zal dan niet tegen gebeurtenissen of beslissingen in gaan, uit schrik dat de toorn van een leidinggevende hun richting uitgaat."

In dat geval zien de meesten maar twee keuzes: of ze trappen het af, of ze blijven en zwijgen. "Zeker in een sector met een beperkt aantal plaatsen lijkt het me logisch dat mensen sneller voor dat laatste opteren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234