Woensdag 20/01/2021

'Macht erotiseert niet. Macht isoleert'

Halverwege het interview maakt Elio Di Rupo zijn strikje los. Even neemt hij afstand van zijn imago, het symbool Di Rupo. Wie kent de echte Di Rupo? Hoeveel persoonlijkheden schuilen er achter zijn soms bevroren lijkende glimlach? Di Rupo is het weeskind dat partijvoorzitter werd, de Italiaan die Wallonië verdedigt, de logebroeder die politiek ziet als een roeping, de man die hoffelijk blijft voor zijn tegenstanders maar zelf de smerigste lastercampagne doorstond. Hij is ook de belangrijkste Waalse politicus, die op 10 juni misschien voor zijn eigen overleven vecht.

Door Walter Pauli en Filip Rogiers

Foto's Stephan Vanfleteren

Tot voor een paar weken hingen ze overal, de affiches met een strikje in een gevarendriehoek: 'Laat Vlaanderen niet verst(r)ikken'. Met die pre-electorale campagne zorgde N-VA-voorzitter Bart De Wever voor een historische primeur: zelfs in de dagen dat Vlaanderen aan José Happart een volksvijand had, achtte de Volksunie de stokebrand uit Voeren geen affiche waard.

Vandaag wordt Di Rupo meer gedemoniseerd dan Happart. Of zeker dan Guy Spitaels, al stond 'Dieu' in de jaren tachtig voor een PS waaraan geen enkele Vlaamse partij veel te zeggen had. Er waren er nog die weinig genade vonden in Vlaamse ogen: Guy Mathot, Paul Vanden Boeynants, Roger Nols. Maar zij bleven vijanden 'van daarginds', geen bedreiging voor het hart van Vlaanderen zelf. Di Rupo wel. Nochtans is hij geen Vlamingenpester als Happart of Nols, niet half zo hautain als Spitaels, correcter dan Vanden Boeynants en orthodoxer in staatsfinanciën dan Mathot.

Wat is er dan zo schrikbarend aan de minister-president van de Waalse regering, de voorzitter van de PS, de titelvoerende burgemeester van Bergen, samengevat, aan Elio Di Rupo?

Philippe Busquin (°1941) is tien jaar ouder dan Di Rupo (°1951), maar kent zijn opvolger door en door. Busquin was de man die in 1994 Di Rupo als vicepremier naar voren schoof en hem in 1999 aanmoedigde om PS-voorzitter te worden. "Je kunt Elio Di Rupo niet begrijpen als je Morlanwelz niet kent", zegt hij. Di Rupo werd daar geboren, Busquin bracht er zelf zijn jeugd door.

Philippe Busquin: "Ik kom uit een burgerlijke familie: mijn vader was ingenieur en personeelsdirecteur. Gelukkig waren mijn ouders zeer open van geest. Ik ging als kind gewoon naar de gemeenteschool, waar ik bevriend raakte met de Elio Di Rupo's van dat moment, de mijnwerkerskinderen."

"Op het einde van onze lagere school mocht ik naar het atheneum. Maar mijn beste vriend, die even slim was als ik, moest naar het beroepsonderwijs. Zijn vader was ziek, zijn moeder deed het huishouden en er was geen geld. Dat was een grote schok, die sociale onrechtvaardigheid heeft mij getekend. Op dat ogenblik ben ik socialist geworden. En ook later bleef de situatie in Morlanwelz zo. Als jonge Italianen niet in de mijn terechtkwamen, dan toch hoogstens als elektricien in een of ander bedrijf, of als handlanger in een garage. Het is een leven dat ook voor Elio Di Rupo voorbestemd leek. Maar hij had het geluk dat zijn leraar scheikunde Franz Aubry iets in hem zag."

Meer dan welke andere Belgische politicus past bij Elio Di Rupo de fameuze uitdrukking van Camus aan het adres van Sartre: "Que je n'ai pas appris le marxisme dans les livres, mais dans la misère." Vader Nicola Di Rupo komt in 1946 als mijnwerker naar België. Drie jaar later volgen vrouw en kinderen. Het gezin woont in L'Etoile, een opvangkamp voor Italianen nabij Morlanwelz. In 1951, moeder Maria is dan al 41, wordt de zevende en jongste geboren, Elio. Een jaar later al verongelukt vader. Overreden door een tankwagen toen hij, per fiets, kippen ging kopen voor het trouwfeest van de oudste zoon Guido. Moeder Maria staat er alleen voor: een ongeletterde volksvrouw met zeven kinderen. De drie jongste moeten naar het weeshuis, behalve kleine Elio. Hij wordt het kakelnestje, al heeft hij het niet breed. Zijn eerste atlas kost 300 frank maar moet in zes keer worden afbetaald.

De kleine Elio studeert, zij het niet al te ijverig (in het middelbaar onderwijs moet hij een jaar overdoen) tot dus Franz Aubry, zijn leraar scheikunde, hem onder de arm neemt. Zonder die man had de naam Di Rupo weinig betekend buiten Morlanwelz. Nu slaagt de jongen voor de centrale examencommissie en mag hij naar de universiteit. Daar krijgt Di Rupo vleugels. Hij studeert in Bergen en Leeds en doctoreert in de scheikunde. En hij komt in contact met de politiek. In Henegouwen wil dat zeggen: met de PS.

Elio Di Rupo: "De keuze voor het socialisme was natuurlijk, al wist ik niet wat de socialistische partij voorstelde. Ik was een studentenleider, voortdurend aan het betogen tegen de ministers. Ah ja, alle ministers waren slecht! Wij voerden bijvoorbeeld actie tegen de wetten Claes-Hurez, die het mes in de studiebeurzen zetten. Ik was een beetje de lokale Cohn-Bendit.

"Als studentenafgevaardigde werd ik verkozen in de raad van bestuur waar toen ook Robert Urbain als FGTB-afgevaardigde in zetelde. Hij vroeg me om lid te worden van de PS. Et moi, je ne voulais pas! Zo'n lidboekje met zegeltjes, dat strookte niet met mijn anarchistische geest. Ik las Bakoenin, ik dweepte met het romantisme van Ché Guevara, met Herbert Marcuse en zijn pleidooi voor seksuele vrijheid. Ik hoorde bij een generatie die in het Frans 'Rimbaldien' heet, naar de dichter Arthur Rimbaud. Wij waren overtuigd dat 'de vrijheid bevrijdt'. Onze generatie was die van de totale vrijheid: van het intellect, het debat en het lichaam. C'était une époque fabuleuse. Ik wilde mij dus niet laten kooien door mijn naam in zo'n lidboekje te laten schrijven. Ik zei tegen Urbain dat ik wel socialist was, maar niet van zijn partij. Maar hij gaf niet af. 'Je móét', zei hij, 'tenminste als je ooit aan politiek wilt doen.' Dat wou ik toen nog niet. Ik werkte aan mijn doctoraat. Bref, ik heb me toen toch maar laten ompraten.

"Vervolgens nam Urbain me meteen mee naar een nationaal PS-congres. Dat was een hele eer, want eigenlijk werd je daar pas toegelaten als je de hele hiërarchie had doorlopen: de lokale afdeling, de federatie, enzovoort.

"Daar hoorde ik Henri Simonet spreken (socialistisch minister, vader van huidige MR-politicus Jacques Simonet, wp/fr), een uitzonderlijk goed redenaar. Vanaf dat moment wist ik het: 'Dit is wat ik wil doen. Ik wil politicus worden.' Rien à faire. Ik vond het buitengewoon: mensen die voorstellen deden, discussieerden en beslisten om het leven van allen beter te maken.

"In 1980 kon ik naar de universiteit van Berkeley vertrekken. Mijn vliegtuigticket voor Californië was al geboekt, toen ik ineens telefoon kreeg van Urbain. Er was een plaats op het kabinet van Jean-Maurice Dehousse, minister-president van de Waalse Executieve. Ik heb overlegd met mijn vriendin. Et j'ai dit: 'oui'. En eenmaal de weg gekozen van de ministeriële kabinetten, wist ik dat ik mijn bestemming had gevonden. Dit werk was voor mij gemaakt."

Of Elio Di Rupo ook gemaakt was voor de PS, was een andere historie. Een verhaal dat meer tijd nodig had.

Philippe Busquin: "Ik leerde Elio kennen kennen toen hij op het kabinet-Dehousse werkte. Ik ontmoette een mijnwerkerszoon uit Morlanwez. Er was dus meteen een band, ook al zijn we van een andere generatie. Toen ik in 1982 minister in de Waalse regering werd, vroeg ik hem als mijn adjunct-kabinetschef. Vanzelfsprekend was dat niet: de PS-federatie van Bergen-Borinagne tekende protest aan. Di Rupo was helemaal niet geïntegreerd in de partijstructuren. Hij was geen 'stamboomsocialist'. Hij werkte erg onafhankelijk. En bovendien hij was een Italiaan. Italianen waren nog een beetje vreemdelingen."

Dat was zo. In 1977 schreef Raymond van het Groenewoud zijn muzikale 'parodie' 'Italianen':

"Italianen

Aan honderd blablabla per uur

Schone schoenen, zeer veel stijl

Maar geen caruur

Italianen

Laffe kaffers bij de vleet

Met de meisjes veel proberen, zelden beet"

Di Rupo: "Buitenstaander is nog zacht uitgedrukt. Ze hebben mij tot tweemaal toe uit de PS proberen te gooien. De eerste keer was bij de parlementsverkiezingen van 1985. De schatbewaarder van de PS-afdeling van Bergen vroeg me om een brief naar de militanten te schrijven waarin ik hen moest oproepen om te komen stemmen voor de poll. Ik deed dat. Er stond wel geen oproep 'Votez Elio' bij, maar het was een persoonlijk initiatief en voor het federale bestuur volstond dat om mij te schrappen van de lijsten.

"In de statuten stond echter dat alleen een federaal congres bevoegd was voor zo'n uitsluiting. Dus schreef ik een brief aan de PS: als ze mij wilden uitsluiten, moesten ze een congres samenroepen waarop ik mij zou verdedigen. Die liet ik door een deurwaarder bezorgen.

"En daarvan hielden ze niet, want op een congres zou ik eventueel de leden kunnen overtuigen. Ze stelden een compromis voor: ik mocht als laatste opvolger op de lijst. Ik aanvaardde en behaalde 4.000 stemmen, een enorm hoog aantal."

De beloning kwam al in 1986, toen hij voor de resterende twee jaren schepen van Gezondheid, Stadsvernieuwing en Sociale Zaken werd te Bergen.

Busquin: "Maar ook nadien bleef het voor Elio hard knokken. In 1987 haalde zijn kandidatuur het nipt, mais avec une cabale contre lui. Hij kreeg de strijdplaats. De PS ging één zetel vooruit, van drie naar vier, en zo werd hij verkozen in de Kamer. Toen was hij een beetje gelanceerd, maar nog altijd tegen het partijapparaat van Bergen-Borinage in."

Vervolgens kwamen de gemeenteraadsverkiezingen van 1988.

Di Rupo: "Ik behaalde dubbel zoveel stemmen als burgemeester Maurice Lafosse. Een journaliste vroeg me of ik met zo'n score geen kandidaat-burgemeester was?' Ik zei 'niet neen', et voilà, het spel zat op de wagen. (schaterlach)"

Busquin: "Burgemeester Lafosse was een echt monument en ineens predikte Di Rupo de revolutie. De hele nacht is er vergaderd en er waren manifestaties op straat. Uiteindelijk besliste de partij ten voordele van Lafosse. Voorzitter Spitaels zag wel het talent van Di Rupo, maar het was 'te vroeg'. Als compensatie kreeg hij in 1989 een verkiesbare plaats voor het Europees Parlement."

Di Rupo: "Ik heb mijn plaats natuurlijk wel te danken aan de partij, maar niet aan de mensen die toen de structuren bezetten. In die zin kun je mij vergelijken met Steve Stevaert. Ik heb altijd goed kunnen opschieten met de Vlaamse socialisten, met le papa Tobback of de vader van Freya Van den Bossche. Voor Johan Vande Lanotte heb ik de grootste achting, maar voor Steve de grootste genegenheid. Wij herkennen ons in elkaar, we zijn twee selfmade mannen, allebei op eigen verdienste vooruit gegaan. Hij vanuit zijn bistrots, ik via de universiteit. En aan voorkeurstemmen hadden we nooit tekort. Dat komt omdat wij dicht bij de mensen staan. In mijn geval waren dat de studentenorganisaties, of vanaf 1983 mijn voorzitterschap van le Festival International du film d'amour te Bergen."

"Ook toen hij al jaren vicepremier en partijvoorzitter was, zag je aan de kleine zaken dat Di Rupo geen man van het apparaat was", zegt Steve Stevaert: "Hij had een hekel aan politieke vergaderingen waarop te veel flessen op tafel kwamen, te veel wijn, te veel sigarenrook. Dat kun je alleen maar begrijpen als je de cultuur kent van die oude PS'ers die hem hebben proberen te nekken. Net zoals hij gruwt van politici die schreeuwen om hun gelijk te krijgen.

"Iemand die zoals wij zijn weg alleen heeft moet zoeken, ontwikkelt aparte gaven. Uit ondervinding leer je dat je in de eerste plaats op jezelf moet vertrouwen. Je krijgt ogen op je rug. Ik zou dat geen 'wantrouwen' noemen, maar wel een aangescherpt 'inschattingsvermogen': van situaties, van personen, van kansen en gevaren. Je moet snel en precies weten te analyseren, en het zelf doen."

Vlaanderen leert Elio Di Rupo pas kennen in het rampjaar 1994. Het waren de inleveringsjaren van Dehaene I en op 21 januari van dat jaar barstte de Agusta-affaire los, toen op één dag 'les trois Guys' in beschuldiging gesteld werden en ontslag namen: Guy Spitaels (minister-president van het Waalse Gewest), Guy Coëme (vicepremier in de federale regering) en Guy Mathot (Waals gewestminister). Alle ogen waren gericht op PS-voorzitter Busquin.

Busquin: "Ik aarzelde niet. Er waren andere kandidaten met meer ervaring, Jean-Maurice Dehousse, Philippe Moureaux of Robert Urbain. Maar ik koos Di Rupo, die het sinds 1992 erg goed deed als minister van Onderwijs. Ik heb tegen Jean-Luc Dehaene gezegd: 'Het is nog wat vroeg voor hem, maar ik geef je als vicepremier het grootste talent waarover de PS beschikt.' Jean-Luc kende Elio niet, maar hij vertrouwde mijn keuze. Ik had ook uitgemaakt dat we nood hadden aan une image nouvelle. Er moest een schokeffect komen, een nieuw gezicht, maar ook een ongelofelijk talent. En zo kende ik er maar één."

Zo werd Elio Di Rupo lid van de regering-Dehaene, in een kernkabinet vol monstres sacrées: Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy (CVP), Melchior Wathelet, later Philippe Maystadt (PSC), Willy Claes, die na een paar maanden opgevolgd werd door Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte (SP). In dat gezelschap moest Di Rupo zijn streng trekken.

Herman Van Rompuy heeft nog bijzondere herinneringen aan die periode, "wellicht omdat het de mooiste jaren uit mijn politieke leven waren". "Di Rupo kwam erbij toen de zwaarste inleveringen net achter de rug lagen. We moesten van een begrotingstekort van 7 naar de Maastrichtnorm van 3 procent. Die operatie gebeurde in 1993: in januari via een zware begrotingscontrole, in de herfst met de besparingen van het Globaal Plan, met de cruciale loonstop voor drie jaar.

"Di Rupo zat in die traditie van loyale PS'ers die zich scherp bewust waren van de onvermijdelijkheid van bepaalde maatregelen, maar dat moeilijk konden zeggen aan hun achterban. Vandaar dat hij af en toe om een symbool voor zijn troepen vroeg. Het was een interessante evolutie. Met PS'ers van de vorige generatie leidde een symbolenstrijd altijd tot een blokkering van het regeringsbeleid. Di Rupo gebruikte symbolen juist om het beleid mogelijk te maken. Ooit eiste hij in de regering een taks op het fysiek ophalen van aandelen aan toonder. Hij verkocht die dan aan zijn achterban als het begin van een vermogenskadaster. Wij wisten wel beter. Bovendien was het een slimme belasting die de elektronische handel in aandelen stimuleerde.

"Elio hing wel permanent aan de telefoon, dat viel op. Via zijn kabinetschef stond hij voortdurend in contact met het FGTB. Hij belde ook de hele tijd met partijvoorzitter Busquin. De PS is een moeilijke, ingewikkelde partij, zelfs een vicepremier nam er niet zomaar een beslissing. Voor de CVP namen Dehaene en ik de beslissingen autonoom. Maystadt en Wathelet deden dat voor de PSC. Bij de SP was Louis Tobback de bepalende factor, ook toen hij nog geen vicepremier was."

"In sociaaleconomische dossiers sloot de visie van Tobback en nadien Vande Lanotte trouwens nauw aan met die van de CVP. Op die manier speelden zij een brugfunctie met de PS. En Di Rupo volgde wel. Je moet het hem toch nageven: als PS-minister privatiseerde hij de facto Belgacom. Hij noemde de verkoop van 49 procent van de aandelen wel geen privatisering, maar 'une consolidation stratégique', en dat gunden we hem."

Busquin: "Een geniale vondst, die 'consolidation stratégique. Il fallait le faire. We glimlachten er soms mee. Dehaene ook: 'Pas mal trouvé, Elio.' Het waren geen gemakkelijke jaren voor ons socialisten. Met Elio als vicepremier hebben we een paar moeilijke partijcongresen doorstaan. Hij ging de vuurlinie in en beantwoordde de moeilijkste vragen. Daar hield Elio wel van, hij heeft soms iets masochistisch. Ik bleef even op de achtergrond zodat ik, als voorzitter, de synthese kon maken. Zo heeft de PS alle kaderwetten en bijzondere machten goedgekeurd. Het was een goede formule. Tussen ons was er geen naijver zoals tussen Leburton en Cools, of tussen Cools en Spitaels: Elio en ik in werkten in alle openheid met elkaar. Hij legde uit wat de regering deed, we bekeken de problemen en gingen dan samen naar de vakbond en het ziekenfonds."

Di Rupo: "Ik heb op het PS-bureau uitgelegd dat er belangrijke besparingen moesten gebeuren in het belang van het land. In 1993 was de schuld 136 procent van het BNP. Nu zitten we aan 90 procent. Zes jaar lang heeft Herman Van Rompuy, als minister van Begroting, mij telkens opgejaagd als ik op vakantie vertrok: 'Geniet maar wat de volgende weken, Elio, want in september zullen we weer voor 3 of 4 miljoen euro moeten besparen.'

"Maar we vertrouwden elkaar. In al die jaren dat ik onder Dehaene minister was, ken ik niet één geval van verraad. Dat was essentieel. Zelfs als er harde discussies waren, zoals met Melchior Wathelet - père - en we kwamen eruit, dan namen we allemaal onze verantwoordelijkheid en verdedigden de beslissing."

Van Rompuy: "In de regering zaten Elio en ik altijd naast elkaar en aan zijn functioneren als vicepremier houd ik alleen maar goede herinneringen over. Ik weet dat dit vandaag staatsgevaarlijk klinkt en dat men mij ervoor zou lynchen, maar zo is het."

Bij de Waalse publieke opinie genoot de nieuwe vicepremier intussen van een haast onbeperkte goodwill. Elio Di Rupo bespeelde de media dan ook meesterlijk. Eén anekdote, ter illustratie. In december 1994 had de regering-Dehaene een harde dobber aan het interprofessioneel akkoord, dat ook veel engagementen van de regering bevatte, en dus best wat geld. Dehaene sommeerde in de Wetstraat 16 zowel de regeringstop als de belangrijkste sociale partners: Willy Peirens (ACV), Mia De Vits (ABVV), Tony Vande Putte (VBO), ze waren er allemaal. Het werd laat, later, tot de obligate pizza's verschenen: het sein dat er tot 's nachts vergaderd zou worden.

Eén man beliefde dat Italiaanse junkfood niet: Elio Di Rupo. Hij kwam naar buiten, trotseerde zwijgend de pers, stapte naar zijn auto, en keerde stralend terug met... één minuscuul potje yoghurt en een lepeltje. De RTBF-journaliste was het delirium nabij: 'E-li-joo-hoo!' De regeringstop had zich op de bovenverdieping van 'de 16' verschanst, en toch had ze ineens haar commentaar, net op tijd voor het avondjournaal. Di Rupo antwoordde vriendelijk, très gentil, altijd met die brede glimlach boven dat eeuwige strikje van hem.

Maar dat veranderde in september 1996. Voor het eerst vertelt Philip Busquin het relaas van die avond.

"Vrijdagavond 14 september had Jean-Luc Dehaene mij dringend gevraagd om hem in zijn woning te Vilvoorde op te zoeken. 'Alleen, zonder chauffeur.' Onderweg vroeg ik mij af wat de reden kon zijn. Toch geen nieuwe koningscrisis? In Vilvoorde sommeert Jean-Luc zijn echtgenote Célie om hen alleen te laten. Hij komt meteen ter zake en toont mij dat vreselijke dossier met beschuldigingen van pedofilie en zegt dat de Vlaamse pers er weet van heeft. Ik wist niet wat ik las. Ik zag maar één oplossing: 'We moeten dit eerst aan Di Rupo tonen en vragen wat er van aan is.' Dehaene aanvaardt."

Maar Di Rupo was onbereikbaar. Achteraf bleek dat hij een avond had doorgebracht in het gezelschap van Henry Kissinger en John Goossens van Belgacom, maar dat wisten Busquin en Dehaene niet. Onder hun tweeën brachten ze de avond door, tot kort voor middernacht Di Rupo bereikt werd op zijn semafoon. Op zijn beurt spoedt hij zich naar Vilvoorde. Dehaene herhaalt wat hij met Busquin deed: de pv's tonen, de directe vraag stellen: 'Wat is hier van aan'?

Busquin: "Di Rupo werd lijkbleek onder het lezen. Hij trilde. Maar hij zei onmiddellijk, zonder nadenken: 'Dit is niet waar. Ik heb dit niet gedaan.' Hij zei het op zo'n toon, met zo'n innerlijke kalmte, ondanks zijn spanning, dat Dehaene en ik elkaar aankeken, en instinctief wisten we: die man liegt niet. En vervolgens hebben we hem verdedigd en we zijn dat blijven doen."

En dat was nodig. Op zaterdagochtend berichtten De Standaard, op de voorpagina', en Het Laatste Nieuws dat een vicepremier verdacht werd van pedoseksuele handelingen. Zondag, in De zevende dag, liet VLD-voorzitter Herman De Croo de naam van Elio Di Rupo vallen. Het land stond op stelten, de Wetstraat was in schok.

Maar het moeilijke regeringswerk heeft van de regering-Dehaene een ploeg gemaakt. Herman Van Rompuy: "Di Rupo heeft op het kernkabinet zijn versie van de feiten gegeven. Toen hij uitgesproken was, heb ik als eerste het woord genomen: 'Elio, on te croit. On te défendra.' Philippe Maystadt sloot zich onmiddellijk bij mij aan. Di Rupo had ons nooit bedrogen, waarom zouden wij hem laten vallen? Puur menselijk leek ons dat evident. Pas nadien beseften we dat dit niet zo was, dat grote delen van de publieke opinie verwachtten dat leiders van een christelijke partij anders zouden reageren." Zelfs al bleken de beschuldiging binnen de week dan los zand, toen De Morgen de sleutelgetuige identificeerde als Olivier Trusgnach en die jongeman ontmaskerde als een notoire fantast.

Later heeft het Comité P gezocht naar het perslek. Het werd nooit gevonden. In journalistieke middens is het nochtans een publiek geheim. Op de redactie van De Standaard sprak men van 'de bruine briefomslag' waarin de belastende documenten in Groot-Bijgaaarden waren beland. De aangever was een justitiespecialist uit de oppositie, een man met goede contacten met een aantal speurders sinds hij zich had moeten buigen over de 'De Roze Balletten' en aanverwante dossiers.

Sommige politici en opiniemakers hielden het hoofd koel, anderen minder. CVP-voorzitter Marc Van Peel zei "dat een homoseksuele minister kan, maar een liederlijke niet." In eigen PS vond partijgenoot Lafosse dat het uur van de wraak geslagen had. Op VTM liet hij weten dat het de mensen in Bergen al jaren verwonderde dat Di Rupo nog nooit problemen had gekregen met zijn aparte moraal.

Maar het was vooral de VLD die vanuit de oppositie politiek munt wilde slaan uit de zaak. Voorzitter Herman De Croo, met fractieleider Patrick Dewael en Kamerlid Pierre Chevalier in steun, hakten wekenlang op Di Rupo in, en ontdekten 'immoreel gedrag' als oncombineerbaar met het politieke ambt. Dat vonden ook krantencommentatoren als Marc Platel in Het Belang van Limburg en Dirk Achten in De Standaard. Het leidde tot een ferme snauw van Dehaene: "Het beschuldigen van politici gaat vandaag door de rechtbank van de publieke opinie via de procureur die de gazet heet."

Bleef er iets van hangen bij Di Rupo? Busquin: "Vergeet niet dat Elio Di Rupo een geheugen heeft. Hij weet heel goed wie welk spel gespeeld heeft. Hij onthoudt het."

Het kabaal bedaarde pas toen procureur-generaal Van Oudenhove het dossier, door hem omschreven als 'voldoende ernstig om een onderzoek te openen', voor de Kamercommissie bracht. Toen kon het parlement de getuigenissen op hun waarde toetsen. Zoals die van die kroongetuige D.: "Overigens deel ik u mee dat ook Herman De Croo homoseksueel is."

Aanvankelijk heeft Di Rupo het over "een calvarietocht van vier weken zonder dat mijn privéleven schade heeft opgelopen". Maar de klap kwam later. Overal stond geschreven dat hij pedoseksueel is en op zijn minst 'wist' het hele land zogezegd van zijn leven als homo. Maar als interviewers van De Morgen hem in die dagen vroegen of dit niet het moment was om zich te outen, kregen ze lik op stuk: "Ik zie niet in van welke gemeenschap ik de woordvoerder zou moeten zijn. De Italiaanse? Ik zou jullie de mond moeten dichtbranden."

Vlaanderen ging er immers aan voorbij dat Elio Di Rupo toen al een jaar of twintig jaar samenwoonde met zijn vriendin Martine. Niet zo lang nadien breekt die relatie, volgens een intimus door de verschrikkelijke druk en spanning van de nasleep van de affaire-Trusgnach. Later is Di Rupo gaan samenwonen met een vriend. Hij maakt geen geheim meer van zijn geaardheid, laat zich op Roze Zaterdag en de Gay-Parade zien, "maar niet om op zo'n feestwagen te dansen".

Maar de affaire is niet in de kleren blijven hangen. Di Rupo: "Ik heb nooit geweten wat angst is. Moi, j'ai peur de rien. Niet op straat, niet op een vergadering. Maar ik als toen niet over mijn koppige karakter had beschikt, had ik wellicht zelfmoord gepleegd. Hoe kun je nog leven met al die verdachtmakingen? Mijn karakter is niet mijn persoonlijke verdienste, het is genetisch en sociaal bepaald. Ik heb het van mijn ouders. Zij hadden al de ervaring dat een mens zich moet weren. In dit geval speelde 'la condition humaine' in mijn voordeel."

Elio Di Rupo overleeft de crisis, hoe moeilijk, slopend en vernederend die soms ook was. In 1999 komt de paarse regering in de steigers en PS-voorzitter Philippe Busquin wordt de nieuwe Belgische eurocommissaris. De PS moet op zoek naar een nieuwe voorzitter. Elio Di Rupo is de favoriet, zeker voor de buitenwereld. Maar hij aarzelt. Di Rupo: "Ik zag als vicepremier van dichtbij hoe Busquin moest werken. Ik kon moeilijk verdragen dat hij voortdurend moest onderhandelen met de federaties. Ik aanvaard het beeld niet van een voorzitter als 'primus inter pares', verkozen door de baronnen van de federaties.

"Dus heb ik Philip gezegd: ik doe het alleen als ik rechtstreeks verkozen kan worden. Busquin twijfelde natuurlijk, hij is nu eenmaal een voorzichtig man. Hij heeft dan toch aangedrongen en het werden rechtstreekse verkiezingen. Ik zweer het: nooit dacht ik dat het mij zou lukken om door de PS verkozen te raken. Ik had Jean-Maurice Dehousse en Anne-Marie Lizin als tegenkandidaten. Zij haalden beiden ongeveer 15 procent van de stemmen, ik 70. Voilà."

Busquin: "Toen Elio voorzitter werd, vreesden sommigen dat hij niet voldoende 'links' zou zijn. Als vicepremier had hij stellingen moeten innemen die voor de vakbond en de linkervleugel moeilijk lagen. Dat was voorbij toen hij voorzitter werd. Als is Di Rupo duidelijk niet van mijn generatie. PS'ers van mijn leeftijd zijn tegelijk partijlid en vakbondsman. Zeker in de Borinage waren wij de generatie van de gemeenschappelijke actie. Elio niet. Hij is geen man van het FGTB, hij is geen Carolo, hij is Elio Di Rupo. Hij heeft zijn eigen weg gemaakt, zonder politieke vader. Door de rechtstreekse verkiezing is hij de machtigste voorzitter die de PS ooit heeft gekend. Zelfs al was Spitaels een machtig man, toch moest hij altijd onderhandelen met de federaties. Elio niet. Zelfs André Cools had niet zoveel macht als hij."

Di Rupo: "Het is de ironie van de geschiedenis, maar het staat me toe om mij vrijer uit te spreken. Men moet macht hebben om iets te veranderen."

Macht erotiseert ook, zegt men.

Di Rupo: "Macht erotiseert niet. Macht isoleert. De grote beslissingen neem ik alleen. Ik luister, ik hoor, ik informeer me, ik consulteer. Maar dan komt het ogenblik dat ik als voorzitter beslis. En dat doe je alleen."

Busquin: "Maar hij mengt zich in alle conflicten. Destijds met de stakingen bij Sidérurgie Boël was het Elio die op het terrein ging en met de vakbondslui ging praten. Dat waren mensen die hij vaak nog kende, délégués die met hem op school hadden gezeten. Hij spreekt hun taal. Zij herkennen dat: "Elio is een van ons', dat speelt in het arbeidersmilieu. Zelfs al zit hij nu in de hoogste kringen, toch is er een trots dat iemand 'van ons', een jongen uit de streek, zo hoog is geklommen. Er is tegelijk identificatie en projectie: dat verklaart zijn stemmenaantal, zijn populariteit. Hij heeft ook een open geest in vergelijking met veel socialisten. Het is niet van: 'Marx a dit...' Mensen in de straat, bedrijfsleiders, hij praat met iedereen even gemakkelijk. Als je met hem naar Bergen komt, is het Elio par ici, en Elio par là."

Stevaert: "Dat klopt. Di Rupo nodigde me ooit uit in Bergen. Samen wandelen we over die mooie markt daar. Iedereen spreekt hem aan en hij stelt me aan iedereen voor: 'le vice-ministre-président du gouvernement flamand'. De reactie is lauw. Na minder dan vijf minuten heeft hij het ineens over 'le bourgemestre de Hasselt'. Ineens zijn alle mensen vriendelijk en beginnen te praten: een burgemeester, dat spreekt hen wel aan. Di Rupo heeft dat meteen door, probeert iets anders uit, tot het aanslaat. Er is geen politicus in België met zo'n natuurlijke intuïtie voor de taal van de gewone man als Elio Di Rupo. Hij noemt dat: 'une politique proche des gens'. Daarom was hij destijds niet zo'n fan was van de Nieuwe Politieke Cultuur. Dat had niets met cliëntelisme of dienstbetoon te maken, maar met een fundamentele politieke overtuiging."

Busquin: "Hij is zeer perfectionistisch. Hij werkt hard. Excuseer als ik een beetje elogisch klink, maar Elio is nu eenmaal un garçon exceptionelle." (brede, milde glimlach)

Elio Di Rupo: "Het politieke leven slorpt al mijn tijd op, de avonden, de weekends. Het is een bouwwerf zonder einde. Je hebt nooit gedaan met werken. En je kunt het niet goed doen als je slechts voor 96 of 97 procent voor de politiek leeft. Het is honderd procent, of niets. L'action politique est totale, jour et nuit. Steeds is er de voorbereiding van een toespraak, een dossier. Ik ben een pietje precies, dus verbeter ik alle belangrijke documenten zelf."

U bent een workaholic.

Di Rupo: "Neen. Als ik op vakantie ga, draai ik de bladzijde om. Dan fiets ik elke dag 70, 80 kilometer.

"Als ik met mijn familie ben of met naaste vrienden, neem ik mijn gsm niet op. De avond dat de RTBF die 'docu-fictie' over de onafhankelijkheid van Vlaanderen uitzond, had mijn broer me uitgenodigd op een restaurant. De vader van de uitbater verkocht vroeger kaas en brood aan mijn moeder. We waren erg arm en... (onderbreekt zichzelf). Hoe dan ook, dat bezoek was belangrijk. Dus stond mijn gsm af. Na een paar uur waarschuwde iemand anders van het gezelschap mij: 'Elio, men zoekt je overal. Je moet zo snel als kan de eerste minister bellen. (grijnst)

"Ik heb er lang over nagedacht waarom ik het doe. Ik weet nu: het is een roeping. Bij mij als gevolg van een sociale bewustwording.

"Maar ik ben niet de enige. Dehaene en Verhofstadt hebben dat ook. Zij werken ook hard, zij stonden ook alleen in het nemen van belangrijke beslissingen. En ze werkten een haast foutloos parcours af, op een paar kleine uitschuivers na. In zijn laatste toespraak op het paleis stelde Verhofstadt zich voor de koning op als een liberaal, niet als een eerste minister. Maar dat kwam niet uit hemzelf, dat is (spuwt het uit) Slangen en des couillonards je ne sais quoi.

(tot zijn woordvoerster) "Wij hebben dat niet, hé Florence. Geen reclamebureau bij ons, geen 'société de com'. We hebben een ploeg van vier enthousiaste jonge mensen. Zij werken dag en nacht, ook aan onze site."

Een nieuwe site, een nieuw logo, een gemoderniseerd partijgebouw. Uw critici zeggen: 'loftsocialisme'.

Di Rupo: (plechtig) "Ce qui est important, c'est flamme, pas les cendres - wat telt is de vlam, niet de as. Wij hebben onze waarden, maar we zijn meer dan ooit verplicht om de vorm van de boodschap te moderniseren. Al weten we dat dit bijzaak is. Maar het mag een beetje aangenaam en creatief zijn, niet?"

Wie surft naar www.ps.be, ontdekt inderdaad een partij die niet half zo oubollig is als haar imago. Er is niet één Vlaamse partij die tegelijk zo hartelijk als zo joyeus naar de verkiezingen trekt als de PS. Het filmpje van Michel Daerden is zelfs onnavolgbaar. Op de bekende tonen van 'The Pink Panther' maakt Daerden zijn intrede. In zijn mond, uitdagend, een reusachtige sigaret, groter dan een megajoint (het filmpje van de ascetische Demotte volgt op dat van Daerden) en op het einde zingt de minister, de zelfverklaarde 'Serge Gainsbourg du politique' zelfs een vrolijk-melancholisch lied.

Maar schijn bedriegt, zegt Luc Barbé. Barbé is een Vlaming die al jaren voor Ecolo werkt, destijds als kabinetschef van Olivier Deleuze, nu als fractiesecretaris in het parlement. Hij kent de Waalse politiek en ook de PS. "Ik geloof niet echt in de modernisering van die partij. Haar balans kan onderuit gehaald worden met één cijfer: een werkloosheid van gemiddeld 18 procent. Dat zegt toch alles? De werkzaamheidsgraad in Wallonië is lager dan in Italië, Hongarije, Griekenland, Spanje, Portugal...

"Ik weet wel dat dit niet de persoonlijke verantwoordelijkheid is van Di Rupo, maar wel van de PS. Zij zijn al 25 jaar onafgebroken aan de macht en ze putten zich nog altijd uit in verontschuldigingen. Nog altijd is wat slecht gaat in Wallonië de schuld van 'anderen'. Van Vlaanderen. Van Bolkestein en Europa. Van de kapitalisten die Wallonië destijds aan zijn lot overlieten. Er is geen partij met een excuuscultuur zoals de PS.

"Goed, Di Rupo wil de PS veranderen, maar kan dat wel? De PS leeft van haar burgemeesters en schepenen, en dat is een blijvende bron van cliëntelisme, en dus van macht en geld. Ik heb het dan vooral over de toestand in Luik en Henegouwen. In die regio's mis ik helemaal het emancipatorisch verhaal dat toch eigen zou moeten zijn aan het socialisme. Integendeel, de PS houdt daar de mensen in afhankelijkheid. Is het toeval dat de economische toestand in Luxemburg, Namen en Waals-Brabant een stuk beter is: daar waar de PS de politieke macht deelt met anderen?

"Hoe taai dat PS-systeem is, wordt toch aangetoond door de recentste PS-mandataris die is moeten opstappen, Aline De Clercq. Die dame was amper 23 jaar oud! Wie spreekt er van een nieuwe generatie?

"Di Rupo moet zich geen illusies maken. Als hij een verkiezing verliest - dat wil zeggen: als de MR groter wordt dan de PS - staan ze met de messen klaar. Dat risico loopt hij wel. In 2003 haalde de PS 25 Kamerzetels, de MR 24. Vorig jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen verloor Di Rupo een pak voorkeurstemmen. De verkiezingen van 10 juni zijn ook voor hem een zaak van overleven."

Di Rupo weet dat de affaires van Charleroi als een molensteen rond de nek van de PS hangen. Maar hij blijft optimistisch: "De hervorming van de PS is voor 99 procent gelukt. Maar er blijven plaatsen waar we er nog niet zijn. De stad Charleroi is een geval apart. Pas toen in de pers onthullingen verschenen over het fraudesysteem, kwam ik te weten wat er fout zat. Voordien wist ik niets. Níéts. Ik heb 110 burgemeesters en 500 schepenen. Ik weet niet wat die allemaal doen.

"Vanaf het ogenblik dat ik concrete bewijzen had, zoals in het geval van schepen De Spiegeleer, heb ik ingegrepen. Meteen. Maar ik doe dat alleen maar met harde bewijzen in de hand. Zeker ik ga toch niemand laten vallen, alleen op basis van 'des rumeurs' en 'l'air du temps'. Als ik niet over harde bewijzen beschik, blijf ik uitermate zen. Het kan hovaardig klinken, maar ook die kwaliteit moet een voorzitter hebben: niet panikeren bij een storm in de media."

Toch blijft Di Rupo erbij: "Een van de grote handicaps van de PS is dat Vlaanderen ons alleen maar kent via vooroordelen en clichés. De PS is geëvolueerd, geloof me vrij. Toen de PS in de jaren tachtig voor een moeilijke keuze stond tussen Ernest Glinne (de meest linkse kandidaat, wp/fr) en Guy Spitaels, koos ik de kant van Spitaels. Hij was immers niet de man van het ideologische socialisme, niet die van het socialisme van de buik, maar van het redelijke socialisme. Dat spreekt mij aan: le socialisme raisonné et raisonable. Wij hebben de gezondheidszorg op voorbeeldige wijze beheerd. De PS voert een rationeel beleid. Maar de Vlaamse politieke klasse heeft aan de PS een gemeenschappelijke 'fond de commerce': ik ben de vijand van buitenaf, nuttig als externe oorzaak voor alles wat er intern fout loopt. Daarvan is de PS dan zogezegd de oorzaak.

"Om de twee dagen lees ik wel in de Vlaamse pers dat dit of dat geblokkeerd is in het land omdat Di Rupo en de PS dwarsliggen. Het neemt soms belachelijke proporties aan. 's Morgens luister ik altijd naar het persoverzicht op Radio 1. Een tijd geleden sneed ik haast bijna bij het scheren, toen ik op de radio hoorde dat Hasselt geen assisenhof kreeg en dat dit de schuld van de PS was. Mensen toch? Als iemand mij ooit de vraag had gesteld: 'Elio, wat vind jij van een assisenhof in Hasselt', ik zou hem zeggen: 'Dat is een zaak voor de Vlamingen en Limburgers.' Dat was dus de karikatuur in zijn puurste vorm. Een journalist hoort iets waaien en omdat de PS voor alles de boeman is, klinkt zo'n stommiteit voor veel Vlamingen nog aannemelijk ook."

Yves Leterme heeft u onlangs ook beledigd, liet u verstaan. Dat heeft meer gewicht dan een commentaarstuk.

"Yves is het kind van een generatie die nooit moeilijkheden heeft gekend. Het zijn niet de mensen van zijn generatie die Vlaanderen groot maakten. Leterme hoort bij een generatie van gelukkige erfgenamen. Ik ben ook een erfgenaam, maar een minder gelukkige. Mijn erfenis is zwaar om dragen en soms onaangenaam. Leterme maakt een foute analyse van Wallonië. Ik heb hem dat al eens uitgelegd en ik hoop dat hij op een dag redelijker zal zijn. Vermoedelijk deed hij het in een drang om te beantwoorden aan het ideale profiel van de Vlaamse politicus: een goede, verantwoordelijke beheerder. En tegelijk wilde hij natuurlijk N-VA aan CD&V blijven kleven.

"Maar wie morgen het land wil besturen, zal dat toch als een Belgisch bestuurder moeten doen. De Vlaamse regering is één zaak, de Belgische een andere. Daar moet men een beleid willen voeren voor alle Belgen. Ik hoop dus dat het discours van Leterme redelijker wordt. Men zei mij dat hij op het laatste CD&V-congres al gematigder klonk. We zullen zien.

"In dit land moet je uiterst voorzichtig zijn met persoonlijke aanvallen. België is Frankrijk niet. Als rechts wint in Frankrijk, voert rechts haar beleid en kijkt 'la gauche' alleen maar toe. In België moet rechts praten met links. In een land van coalities is de menselijke band tussen toppolitici van uitzonderlijk belang. En een politicus moet toch weten dat hij een andere democraat nooit mag vernederen."

Waarom beledigt Leterme u wel en Vande Lanotte niet? Die zegt: 'Vlaanderen aanvaardt geen Franstalige minister.'

Di Rupo: "Dat kwetst me niet, want ik begrijp Johan. Het is zoals in het liedje van Dalida: 'Paroles, paroles, paroles'. In Vlaanderen is er een gevecht tussen drie kandidaat-premiers. Als er dan één is die zegt dat hij wil opschuiven voor zijn francofone collega, dan zet hij zichzelf buitenspel. Gezien het politieke gevecht in Vlaanderen kan ik perfect leven met die uitspraak. Dat kan ik niet zeggen van Charles Michel, die als Franstalige zegt dat Di Rupo als eerste minister onbespreekbaar is. Dat is beledigend, alleen bedoeld om zichzelf in de aandacht te brengen. Ik weet niet of het Vlaamse publiek de fabels van Lafontaine kent, maar het is zoals het verhaal van de kikker en de os. Michel pompt zichzelf op, en pompt, en pompt. Bon, het einde kent u wel."

Creativiteit zal straks wel nodig zijn om de tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen te overbruggen.

"Ik heb me de laatste tijd erg terughoudend opgesteld over de Vlaamse politiek, zelfs over het Vlaams Belang. Maar dit moet me toch van het hart: als de volgende federale onderhandelingen ingewikkeld zijn, komt dat toch in de eerste plaats door de politieke situatie in Vlaanderen. Vlaanderen heeft een van de meest performante en meest moderne democratieën ter wereld en toch kwam jullie Vlaamse regering er niet uit vrije wil. Want wegens de grootte van het VB en na de weigering van Groen! hadden de drie andere partijen geen andere mogelijkheid dan samen te regeren. Het was een gedwongen coalitie, geen regering uit vrije keuze? Dat is toch geen goede situatie?

"Wel, ik zie niet in waarom zo'n tripartite automatisch zou moeten gelden voor de federale regering? Jullie moeten ons die realiteit toch niet opleggen? Als ik dat hoor, zeg ik (in het Nederlands): 'Langzaam, hé.' Bij ons Franstaligen is het nog altijd perfect mogelijk om een zeer brede meerderheid te krijgen met twee democratische partijen, of nu de PS daarbij is of niet. We zullen daar toch eens ooit over moeten praten. Ik wil begrip opbrengen voor de politieke situatie in het noorden van het land. Maar ik vraag dan ook dat jullie begrip hebben voor de sociale situatie in het zuiden.

"Ja, het zullen lange onderhandelingen worden. Maar tegen half augustus zouden we toch een oplossing moeten hebben."

Is dat de streefdatum?

Di Rupo: "Maar enfin. Er zijn onderhandelaars met een familie en kinderen, die moeten toch op zijn minst een paar weken op vakantie kunnen gaan. Dus zeg ik: half augustus zou een mooie datum zijn. Zoals u weet zijn wij van de PS de grote verdedigers van het gezin. (lacht)" @7 QUOTE Gladiatoren:

Elio Di Rupo:

@7 QUOTE Gladiatoren:Ik heb nooit geweten wat angst is. Moi, j'ai peur de rien. Maar ik als na die pedofilie-beschuldigingen niet over mijn koppige karakter had beschikt, had ik wellicht zelfmoord gepleegd

Herman Van Rompuy:

@7 QUOTE Gladiatoren:Aan Di Rupo's functioneren als vicepremier houd ik alleen maar goede herinneringen over. Ik weet dat dit vandaag staatsgevaarlijk klinkt en dat men mij ervoor zou lynchen, maar zo is het

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234